Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 40-41en het Supplement, pagina’s 103-104; proces-verbaal ingevoegd)
In memoriam:
- Moritz Fenichel, gehuwd, staatloos, handelaar in zoölogische artikelen (Tarnow-Polen, 6 mei 1903 – Auschwitz, 8 november 1942), bereikte de leeftijd van 39 jaar
Onderduikgever:
- Antonius Hendricus Masselman, magazijnbediende (Amsterdam, 5 maart 1886 – Zeist, 29 juni 1969), en
- echtgenote Elisa Hermanna Masselman-Vink (Groningen, 8 mei 1883 – Zeist, 26 mei 1957)
Moritz Fenichel is de eerste joodse arrestant in Zeist. Uit het nachtrapport van dinsdag 9 op woensdag 10 juni 1942 van de gemeentepolitie:
‘23.30 uur In opdracht van den wnd. C.v.p. [waarnemend commissaris van politie] alhier aangehouden, Moritz Fenichel, geb. 6 mei 1903 te Tarnow (Polen), handelaar in zoöl[ogische] artikelen, won. Amsterdamschestraatweg 1 te Utrecht. Blijft ter beschikking van den wnd C.v.P. voornoemd aan het bureau in cel 7.
Bevond zich ten huize A.H. Masselman, Kroostweg 42b alhier.’
Moritz Fenichel, handelaar in zoölogische artikelen – dierenwinkel-accessoires – is in 1933 naar Nederland gekomen. Hij woont vanaf 1940 in Utrecht, op Amsterdamsestraatweg 1. Waarom waarnemend commissaris Goorhuis van de Zeister gemeentepolitie hem bij verblijf in Zeist laat arresteren, wordt niet vermeld in het politierapport. De deportaties uit Utrecht zijn in februari 1942 begonnen voor stateloze joden. Zoals Moritz Fenichel. Die was dus ondergedoken op Kroostweg 42b.
Daar woont het echtpaar Antonius en Elisa Masselman-Vink. Zoon Flip Masselman heeft al in 1940 het initiatief genomen tot de oprichting van een paramilitaire organisatie, die hij de ‘Nederlandse Oranje Vrijschaar De Leeuwen-Garde’ heeft genoemd en waarvan hij de leiding nam? Verzetsdaden van de Garde zijn vooral sabotage door brandbomaanslagen op Duitse schepen in de Rotterdamse havens en spionage geweest. Op 21 augustus 1941 heeft de Sicherheitspolizei Flip Masselman op zijn werk in Amersfoort gearresteerd. Hij zal veroordeeld worden tot de doodstraf en zal op 29 december 1942 op de Leusderheide gefusilleerd worden. Zijn stoffelijk overschot zal later herbegraven worden op de algemene begraafplaats in Zeist.
Op 10 juni 1942 wordt de stateloze Moritz Fenichel om kwart voor elf alvast in de passantenkamer van het politiebureau geplaatst, in afwachting van de komst van marechaussee Ouwens van de Brigade Zeist. Intussen maakt de hoofdagent die de arrestatie verricht heeft een proces-verbaal op (‘Met de pen staat geschreven: ‘Aangehoudene is op 10-6-1942 des nam[middags] door de Marechaussee overgebracht naar de Sicherheitspolizei te A’dam’):
‘P R O C E S V E R B A A L
Op 9 Juni 1942, omstreeks 23 uur, heb ik: N.N., Hoofdagent van politie-rechercheur der gemeente Zeist, tevens onbezoldigd rijksveldwachter, in opdracht van den waarnemend commissaris van Politie te Zeist, – in verband met een telefonische mededeeling van Sicherheitspolizei te Amsterdam – (Hauptscharführer Kemphin) in de woning van A.H. Masselman aan den Kroostweg 42b te Zeist, aangehouden, een persoon die mij desgevraagd opgaf te zijn genaamd: MORITZ FENICHEL, geboren 6 Mei 1903 te Tarnow (Polen), van beroep handelaar in zoölogische artikelen, wonende te Utrecht, Amsterdamschestraatweg 1, ten huize van M.Rubens. Bedoelde persoon is door mij overgebracht naar het bureau van politie te Zeist , alwaar ik hem heb ter beschikking gesteld van den waarnemend Commissaris van Politie voornoemd. Hij verklaarde mij desgevraagd als volgt:
“Op 4 Mei 1933 ben ik uit Duitschland in Nederland gekomen. Vanaf die tijd ben ik onafgebroken in Nederland geweest. Ik ben gehuwd en heb een vrouw en één kind van 4 jaar oud. Mijn vrouw en kind wonen te ’s-Gravenhage, Volkerakstraat 84. Ik moest in September 1940 uit ’s-Gravenhage vertrekken, omdat ik na 1933 in Nederland ben gekomen. Vanaf 11 September 1940, ben ik ingeschreven te Utrecht. De familie Masselman te Zeist ken ik alreeds vanaf 1934. Ik heb den heer Masselman leeren kennen in de zakenwereld. Nadat ik in Utrecht ben komen wonen en daar alleen op een kamer woon, bezoek ik meerdere malen de familie Masselman te Zeist. Ik doe dit uitsluitend en alleen om wat gezelligheid te hebben. Aanvankelijk bleef ik daar ook wel zoo nu en dan des nachts slapen. De laatste drie maanden ongeveer heb ik steeds ten huize van de familie Masselman te Zeist geslapen. Ik deed dit voor de gezelligheid. Ik ben een liefhebber van muziek. Bij de familie Masselman te Zeist is een fijne piano in huis en daarop speelde ik veel, hetgeen die familie zeer op prijs stelde. Ik kom vrijwel dagelijks op mijn adres te Utrecht, Amsterdamschestraatweg 1, op welk adres ik nog steeds ben ingeschreven, hetgeen de politie te Utrecht bekend is. Ik voorzie in het onderhoud van mijn vrouw en kind en mijzelf, van de opbrengst van mijn handel.
Hiervan door mij op ambtseed opgemaakt en geteekend dit proces-verbaal te Zeist en het gesloten op 10 Juni 1942.
De hoofdagent van politie-rechercheur tevens onbezoldigd rijksveldwachter.
Handtekening’
Moritz Fenichel moet daar nog zo’n drieënhalf uur wachten tot de marechaussee eindelijk opduikt en hem naar de Sicherheitspolizei in Amsterdam brengt.
In deze tijd gaan strafgevallen naar Kamp Amersfoort, van waaruit zij gedeporteerd worden naar Buchenwald of Mauthausen. Zo vergaat het Moritz Fenichel ook. Ongeveer twee weken na zijn arrestatie in Zeist, op 26 juli, wordt hij op transport gesteld naar Mauthausen. Dat betekent vaak de dood. Waarom hij op 23 oktober nog eens naar Auschwitz wordt verplaatst, om daar vermoord te worden, is onduidelijk. Hij sterft er op 8 november 1942.
– 0 – 0 – 0 –
Moritz Fenichel was zoals eerder vermeld de eerste joodse onderduiker die in Zeist gearresteerd werd. Veel is onduidelijk gebleven rond deze arrestatie. Hoe was hij ontdekt – verraad? – en wie had waarnemend korpschef Georg Goorhuis opdracht gegeven om Moritz Fenichel te arresteren?
In 1965 bleek in de Verenigde Staten een dissertatie verschenen te zijn van fysicus H.S. Fenichel. Dat zou de zoon van de eerste joodse arrestant in Zeist kunnen zijn. Bij navraag blijkt die veronderstelling te kloppen. Inmiddels is Henry (Heinrich) Fenichel gepensioneerd. Hij getuigt tegenwoordig tijdens interviews en presentaties over de Holocaust-ervaringen van zijn ouders en hemzelf.
Het is fascinerend hoe moeder Pessel Fenichel-Fischler indertijd met haar zoontje wist te ontkomen aan het noodlot.
De vragen rond de arrestatie konden helaas niet beantwoord worden. Eigenlijk doemde meteen weer een cruciale vraag op. Waarom stond in 1942 als laatste woonadres van Moritz Fenichel Amsterdamsestraatweg 1 geregistreerd, terwijl Pessel Fenichel-Fischler en zoontje Heinrich nog in Den Haag verbleven. Een scheiding uit veiligheidsoverwegingen?
Moeder en zoontje verbleven in een herstellingsoord annex een kindertehuis in Scheveningen. Dat werd gerund door de joodse beeldend kunstenaresse, violiste en illegaal werkster Sedje Frank – artiestennaam Sedje Hémon) – die later na haar arrestatie meerdere concentratiekampen zou overleven. Via een gedwongen verhuizing naar Amsterdam en (op 15 februari 1943) Kamp Westerbork werden Pessel Fenichel-Fischler en zoontje Heinrich op 1 februari 1944 gedeporteerd naar Bergen Belsen.
Terug naar 1944. De Duitse regering wil graag Rijksduitsers uit vijandelijk gebied terughalen naar Duitsland, waaronder een groep protestantse Tempeliers die in Palestina gearresteerd zijn. Palestina is Brits mandaatgebied en de Britten zijn bereid de Rijksduitsers uit te wisselen tegen personen die beschikken over een immigratie-certificaat voor Palestina en Palestijns staatsburger zijn, of naaste familie daarvan (vrouw en kinderen). De personen die aan deze voorwaarden voldoen, staan op een zogenoemde ‘Istanbul-lijst’, maar blijken bij de onderhandelingen vermist of overleden. De Duitsers stellen daarom voor om gevangenen uit Bergen-Belsen uit te wisselen voor de Rijksduitsers in Palestina. Ofschoon de Britten hier niet mee akkoord gaan, mogen joodse gevangenen uit Bergen-Belsen ‘tijdelijk’ de plaatsen van personen op de ‘Istanbullijst’ opvullen.
In Kamp Westerbork heeft Pessel (later Paula) gehoord over deze uitwisseling. Met het registratienummer van een afgewezen aanvraag voor vestiging in Palestina, en na inschakeling van een al in Palestina wonend familielid van haar echtgenoot, weet ze te bewerkstelligen dat de namen van zoontje Heinrich en haarzelf op de lijst komen. Dat doet ze na overleg met Friedrich Weinreb, bij wie ze ook op een lijst staat. Weinreb – die na de bevrijding veroordeeld zal worden wegens kwalijke praktijken – adviseert Pessel Fenichel-Fischler om te kiezen voor de andere lijst. Dat advies pakt gunstig uit. De Palestina-lijst ‘platzt’ tweemaal, maar in beide gevallen blijft de plaatsing van moeder en zoon op miraculeuze wijze behouden. Met 220 andere joodse gevangenen mochten ze uiteindelijk Bergen Belsen verlaten en naar Palestina reizen.
En zo komen Pessel Fenichel-Fischler en haar zoontje Heinrich op 10 juli 1944 aan in de stad Haifa, elf dagen na hun vertrek per trein uit het concentratiekamp.
Daar aangekomen, werden moeder en zoon voor de duur van vier jaar gescheiden, tot Pessel Fenichel-Fischler hertrouwde. Gedurende de jaren dat Heinrich Fenichel in een kindertehuis in Nahariyya moest blijven, trok hij op een gedenkwaardige dag de aandacht van Meyer Weisgal en dr. Chaim Weizmann. Beide prominenten waren onderweg naar een vergadering van de Verenigde Naties, waar de staat Israël tot stand zou komen. Weizmann zou de eerste president van Israël worden.
Na de emigratie van Henry met zijn moeder en stiefvader naar New York blijft Henry (Heinrich) nieuwsgierig naar zijn geboorteland en in 1982 komt hij met zijn gezin naar Nederland, voor een gasthoogleraarschap van negen maanden bij de TU Delft. Nederland zal hij nooit meer loslaten. Als hij telefonisch wordt geïnformeerd over de schaarse feiten uit het boek reageert hij spontaan met:
‘Als er geen Corona was geweest, zou ik nu meteen het vliegtuig nemen!’
Geen nieuwe feiten over Moritz Fenichel zelf dus, maar dankzij het contact met Henry Fenichel krijgt zijn vader, Holocaust-slachtoffer Moritz Fenichel, een gezicht.
Bronnen:
- Mededelingen van Henry Fenichel
- Gemeentearchief Zeist, archief 3500 (gemeentepolitie), nachtrapport van 9/10 juni 1942 en inventarisnummer 200, proces-verbaal 1863 van 10 juni 1942, arrestatie Moritz Fenichel
- www.joodserfgoedrotterdam.nl, Sedje Hémon
- Verklaring op 3 april 1973 van Paula Sporn-Fischler aan A.J. de Leeuw (RIOD) over Freek (Friedrich) Weinreb (kopie in bezit van de auteurs)
- www.verdwenensoest.nl, Flip Masselman
- Kamp Westerbork, Collectie – Een Naam en een Gezicht
- www.delpher.nl, Nieuw Israëlitisch weekblad van 1 juni 1945
- www.niod.nl/nl/70jaar-wo2, Joden uit Bergen-Belsen komen aan in Palestina
- www.weizmann-usa.org, Dr. Henry Fenichel: On Survival, Science and Fate
- www.holocaustandhumanity.org, biography of Henry Fenichel
- www.dutchnews.nl/features, ‘They were proud of what they were doing’, ‘A Dutch Holocaust survivor’s story’
- jewishcincinnati.org, Holocaust Speaker Series: Henry Fenichel
- www.cincinnatijudaicafund.com, Henry Fenichel Collection
1. Kroostweg 62
2. Flip Masselman
3. het huwelijk van Moritz Fenichel en Pessel Fischler, op 3 juli 1935 in Den Haag
4. Het echtpaar Fenichel-Fischler met zoontje Heinrich
5. Henry-Fenichel met Meyer Weisgal (links) en dr. Chaim Weizmann
6. Henry Fenichel, Paula (Pessel) Sporn-Fischler en Abraham Sporn
7. Emeritus hoogleraar Henry Fenichel tijdens een presentatie
8. ITS Arolsen – kaart van Moritz Fenichel







