Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 127-130, met kleine correcties en aanvullingen door de vondst van verraadbriefjes)
In memoriam:
- Ludwig Leven ( Krefeld, 4 november 1865 – Auschwitz, 22 oktober 1943), bereikte de leeftijd van 77 jaar
- echtgenote Rosa Sophie Leven-Gernsheim (Worms, 11 oktober 1876 – Auschwitz, 22 oktober 1943), bereikte de leeftijd van 67 jaar
Andere onderduikers:
- Josepha Valentine Marx-Henschel, gehuwd (Berlijn, 23 juli 1889 – Zeist, 23 juni 1979)
- zoon Ernst Carl Herman Marx, ongehuwd en student (Almelo, 5 december 1922 – Driebergen, 22 april 2001)
Onderduikgevers:
- Anthonie Johannes Peeters, timmerman (Leiden, 5 september 1902 – Zeist, 2 april 1947), en
- echtgenote Maria Geertruida Peeters-Oremus (Koog Zaandijk, 20 januari 1899 – 1990)
Twee zoons (1927, 1927)
In mei 1942 krijgt Frits Steiner, arts in Amsterdam, contact met de illegale werker Anthonie Peeters op Krakelingweg 79. Steiner, wiens grootmoeder en moeder – tot hun gedwongen verhuizing op 19 augustus naar Amsterdam – in Zeist hebben gewoond, zoekt een onderduikadres voor zijn tante Vali Marx-Henschel en haar zoon Ernst Marx uit Den Haag. Ze mogen onderduiken in de woning van Peeters. Ook Vali’s beide dochters zitten ondergedoken in Zeist.
Vanaf die tijd ontwikkelen Frits Steiner en Anthonius Peeters een maandenlange intensieve samenwerking op illegaal gebied. Het betreft onder meer de verzorging van bonkaarten en valse papieren en vooral het zoeken naar nieuwe schuilplaatsen. Die samenwerking stopt eind 1942, als Frits Steiner na verraad gearresteerd wordt door de Sicherheitspolizei.
Onderduiken aan de Krakelingweg is risicovol. In het Gemeentearchief zijn na het verschijnen van het Onderduikboek verraadbriefjes gevonden. Bij dit verhaal zijn meerdere van zulke briefjes geplaatst. Waren ze gewaarschuwd, Vali Marx-Henschel en haar zoon zijn op tijd vertrokken naar een andere onderduikplek.
Als moeder en zoon naar een ander adres in Zeist verhuisd zijn, neemt het echtpaar Peeters-Oremus twee andere onderduikers in huis. Maar nu gaat het wel mis, met noodlottige gevolgen voor zowel de onderduikers als de onderduikgever.
Uit het politiedagrapport van woensdag 13 oktober 1943:
‘14. uur Komt de Hauptschaftführer KOCH van de Sicherheitspolizei te Den Haag aan het bureau met twee personen, die ingevolge zijn opdracht voorloopig aan het bureau in arrest moeten worden gesteld. Voornoemde persoon zegt dat er nog meerdere arrestanten komen en dat deze gebracht moeten worden naar Den Haag, Nieuwe Parklaan nr. 76.
Deze personen gaven mij op genaamd te zijn:
1e LEENDERT JAN LENSING, geb. Oldenzaal 4 november 1870, zonder beroep, met echtgenote
2e WILHELMINA SOPHIA LENSING, geb. GIESLER geboren te Arnhem, 11 october 1876, eveneens zonder beroep. Beiden in pension geweest bij eene Peeters, aan de Krakelingweg nr. 79. Vermoedelijk joden.
15 uur worden door dezelfde aan het bureau aangebracht:
ANTHONIUS JOHANNES PEETERS, geb. te Leiden 5.9.02, zonder beroep, won Krakelingweg nr. 79 en diens echtgenote:
MARIA GEERTRUIDA OREMUS, geb. te Koog Zaandijk, 20.1.99, zonder beroep, won. zelfde adres. Geplaatst in cel 6 en cel 9.’
Onderduikgever Antonie Peeters krijgt op het politiebureau een zware longbloeding, maar hij moet toch blijven. Zijn echtgenote mag van de Sicherheitspolizei meteen weer naar huis, maar de beide arrestanten moeten de volgende dag op transport naar Den Haag. Het vermoeden dat ze joods zijn, kan wel kloppen, want ze beschikken over een valse identiteit die ambtenaren van de gemeente Zeist hebben geregeld.
’s Avonds overlegt de brigadier van dienst van de Zeister gemeentepolitie, op aanraden van de GGD, met de Sicherheitspolizei in Den Haag over de toestand van de zieke arrestant Peeters:
‘21.00 uur Nadat de arrestant Peeters in den loop van hedenavond enkele bloedspuwingen had gehad is door mij in overleg met Dr. Keers van den GGD overleg gepleegd met de Sicherheitspolizei in Den Haag, waarbij de Uffz. [Unteroffizier] von Dienst Sachse toestond, dat Peeters verpleegd kon worden in het Alg. Ziekenhuis alhier. Sachse zou den Hauptsturmführer Koch hiervan op de hoogte stellen, die t.z.t. zoo noodig nog nadere instructies zal geven. Peeters moet in elk geval doorloopend bewaakt worden. Degenen, die hem bewaken moeten rekening houden met het feit, dat Peeters zwaar tuberculose is en moeten daarom niet te dicht bij hem komen. Het is echter volgens de arts niet bezwaarlijk om met hem op dezelfde kamer te vertoeven. Fouillering van Peeters bevindt zich in bekende stalen kast, met uitzondering van zijn persoonsbewijs, hetwelk aan het ziekenhuis berust;
Cel 11 mag voorlopig niet gebruikt worden. Dekens, strozakken en peluw moeten evenals de cel eerst met lysol ontsmet worden. Hiervoor zal brig[adier] ochtenddienst 14 dezer zorg dragen.
De 2 joodsche arrestanten (echtpaar Lensing) gaan morgen normaal op transport. Reisorder bij brig[adier] Bes en Pegman die met deze arrestanten op transport gaan worden nader door brig nachtdienst ingelicht.’
Om 21.45 uur wordt Anthonie Peeters naar het Zeister ziekenhuis vervoerd. Hij wordt met een ketting geboeid aan zijn ziekenhuisbed. Zo zal hij de bevrijding halen, maar hij zal arbeidsongeschikt blijven. Al begin april 1947 zal Anthonie Peeters overlijden.
De volgende ochtend brengen twee politiemannen de joodse arrestanten naar de Sicherheitspolizei in Den Haag*.* Hun ware identiteit, en dus hun lot, was aanvankelijk onbekend. Bij onderzoek in de valse persoonsregistraties bleek het te gaan om het echtpaar Ludwig en Sophie Leven-Gernsheim. Dat kinderloze echtpaar was na de Eerste Wereldoorlog naar Nederland gekomen en woonde ruim voor de bezetting al in Rotterdam aan de Mecklenburglaan 27. Ludwig Leven was eigenaar van de firma Leven & Sormani’s Verf- en Vernisfabrieken aan de Keileweg in Rotterdam. In 1942 werd het echtpaar gedwongen te verhuizen naar de Rozenburglaan 11 in Rotterdam.
Er werd voor hen een verzoek gedaan tot plaatsing in de zogenaamde Barneveld-groep. Dat was een selecte groep joodse Nederlanders die op landgoed Schaffelaar in Barneveld bescherming genoot, tot ook zij werden gedeporteerd. Dat verzoek werd afgewezen, waarna het echtpaar kennelijk besloot om onder te duiken. Negen dagen na hun arrestatie in Zeist werden Ludwig en Sophie Leven-Gernsheim in Auschwitz vermoord, op 22 oktober 1943.
Bronnen:
- Zie de bewezen onderduikadressen Dalweg 34, (nieuw verhaal) en Louise de Colignyplein 5 onderduik familieleden van Frits Steiner
- Brief op 8 oktober 1945 van Frits Steiner aan Jeanette Coops, secretaresse van de Stichting 1940-1945, afdeling Zeist (privécollectie, kopie in bezit van de auteurs)
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Leendert Jan en Wilhelmina Sophia Lensing-Giesler’; archief gemeentepolitie, toegang 3500, rapportenboeken; verraadbriefjes
- www.joodserfgoedrotterdam.nl, Leven & Sormani’s Verf- en Vernisfabrieken
1. Krakelingweg 79
2. Frits Steiner
3. Het gezin Marx-Henschel vlak voor de oorlog in Scheveningen. Van links naar rechts Alfred Marx, dochter Annerie, zoon Frans, dochter Toni Eva, zoon Rudie, Valentine Marx-Henschel, zoon Ernst
4. Ludwig Leven
5. Sophie Leven-Gernsheim
6. In het gemeentearchief Zeist bevinden zich enkele verraadbriefjes. Met bijgaand verraadbriefje werden drie adressen (57, 59 en 79) verraden.
7. Verraad briefje dat bij de Ortskommandant werd ingeleverd
8. Naar aanleiding van een verraadbriefje werd een onderzoek ingesteld
9. Overlijdensadvertentie Anthonie Peeters
10. De grafsteen voor Anthonie Peeters op het Nationale Erreveld in Loenen









