Dit bericht gaat over een of meerdere joodse onderduikers van wie uit publicaties of ontvangen meldingen bekend is, dat zij in Zeist ondergedoken zaten, maar van wie het onderduikadres nog onbekend is. Een overzicht van deze onderduikers is te vinden via adres onbekend.
Wie weet meer? Wie weet op welk adres een of meer onderduikers verbleven, wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.
Onderduikster:
- Klara Rothenberg, ongehuwd, medewerkster van Het Apeldoornsche Bosch (Wenen-Oostenrijk, 10 december 1919 – overleden in Israël)
Onderduikgevers in Wageningen:
- Hendrikus Johannes Wien, molenaarsknecht (Wageningen, 19 juni 1904 – Wageningen, 26 mei 1988), en
- echtgenote Francisca Hendrika Wien-Huethorst (Gendringen-Voorst, 31 maart 1905 – Wageningen, 31 december 1992)
Kinderen tijdens de bezetting
Klara Rothenberg kwam in januari 1939 uit Karlsruhe naar Nederland. Het was de bedoeling dat zij opgeleid zou worden als Palestina-pionier. Maar ze volgde eerst een opleiding tot verpleegster in de joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch. Van juni 1940 tot november 1940 werkte ze op een boerderij in Hasselo en in 1941 haalde ze in Albergen haar melkersdiploma.
Vervolgens zou ze aan de slag zijn gegaan in Het Apeldoornsche Bosch, niet als verpleegster maar in de dieetkeuken. Toen de inrichting in januari 1943 door de Duitsers ontruimd werd, wist Klara Rothenberg te ontkomen aan deportatie. In de loop van 1943 ontkwam ze opnieuw aan deportatie door opname in het rooms-katholieke Sint Elisabeth ziekenhuis in Almelo, voor operaties aan haar amandelen en blinde darm.
Na haar ontslag uit het ziekenhuis dook ze eerst onder bij een tuindersgezin in Almelo. Toen ze daar weg moest vluchten, kon ze onderduiken bij het echtpaar Hendrikus en Franciska Wien-Huethorst die met vijf kinderen op Eekmolenweg 4 in Wageningen woonden. Haar onderduiknaam was ‘Jantina Martens’, met roepnaam ‘Tinie’. Als tegenprestatie voor de onderduik en voedsel deed ze huishoudelijk werk en zorgde ze voor de kinderen. Ze deed boodschappen in de stad en zwom in de Rijn. In de stad werd ze wel eens door een Duitser uitgenodigd om mee uit te gaan.
Toen het onderduikgezin op 1 oktober naar Zeist evacueerde, ging Klara Rothenberg mee in de trein. Hoe lang ze in Zeist bleef, is niet bekend. Ze sloot zich op enig moment aan bij de Westerweelgroep waarvoor ze in Amsterdam illegaal werk deed. Direct na de bevrijding trouwde ze met Abraham van Praag, die ze als Palestina-pionier in Hasselo had leren kennen. Ze verhuisden naar Palestina, waar ze in Moshav Kfar Monash gingen wonen. Daar ging ze verder door het leven als Chaja van Praag-Rothenberg. Hoe het haar familie vergaan was, is niet bekend.
Het echtpaar Wien-Huethorst ontving in 1979 de Yad Vashem-onderscheiding.
Bronnen:
- www.heemkundeweerselo.nl (PALESTINA-PIONIERS in de gemeente Weerselo)
- A.G. Steenbergen en H.M. Slotboom-Bitter, met eindredactie van Francine Puttmann, ‘Joods Wageningen en de Tweede Wereldoorlog’, Stichting Joods Erfgoed Wageningen en Omstreken, 2023
- wiewaswie.nl, echtpaar Wien-Huethorst


