Tijdens de bezetting werden in Zeist meer dan 900 personen met valse gegevens opgenomen in het lokale bevolkingsregister, vooral joodse onderduikers en onderduikers voor de Arbeitseinsatz. Dit bericht beschrijft een adres waarvoor een of meer valse registraties herleid konden worden tot de werkelijke identiteit van joodse personen. Een overzicht van alle adressen en onderduikers is te vinden via valse registraties van bekende onderduikers.

Het staat niet vast dat de betrokken personen werkelijk op de genoemde adressen ondergedoken zaten.

Wie weet meer? Wie iets meer weet over dit adres en/of de genoemde onderduikers wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.

Vals geregistreerd op dit adres:

  • Max Mendel, vertegenwoordiger in radio-artikelen, importeur/grossier van grammofoonartikelen (Lingen-Duitsland, 24 juli 1884 – Zeist, 23 juli 1968)
  • echtgenote Gertrude Amalia (niet-joods) Mendel-Silbereisen (Duitsland, 1895 – Laren, 15 augustus 1979)
  • zoon Herman Mendel (27 april 1923 – Heukelum?, 28 oktober 1991)

Het gezin Mendel-Silbereissen vestigde zich op 14 augustus 1935 in Zeist, op Kersbergenlaan 4. De naam van de gemengd gehuwde Mendel werd genoteerd als nummer 67 op de lijst ‘JUDEN wohnhaft in ZEIST’ (9 september 1942). Eind van 1942 werd in het Zeister bevolkingsarchief genoteerd dat zijn gezin verdwenen was: ‘onbekend waarheen. Na de bevrijding keerden ze terug in het openbare leven Zeist. In de tussentijd waren ze ondergedoken geweest onder de valse namen ‘Maximiliaan Mendals’, Geertruida Mendals-Zilverdraad’ en ‘Hermanus Mendals’.

Waar ze onderdoken, is onbekend, maar ongetwijfeld niet op Kersbergenlaan 4, hoewel dat voormalige woonadres op hun valse registraties werd vermeld.

In augustus1945 meldde Max Mendel zich bij de gemeentepolitie in Zeist met een klacht. Hij woonde toen op Egelinglaan 55. De (stateloze) Mendel was aan het begin van de bezetting bezorgd geweest over zijn zaak. Via ene Rapallier, die aan het Broederplein woonde, had hij contact gekregen met de Zwitser Hervé Christien Grossniklaus (Lausanne, 22 maart 1915). Die had de zaak zogenaamd gekocht voor 4.000 gulden en daarvoor een maandloon van 125-150 gulden gekregen. Nadien had Mendel de woning Huydecoperweg 6b gekocht, waar Grossniklaus mocht wonen met zijn echtgenote (hij trouwde in januari 1945). Het aankoopbedrag was 14.000 gulden, waarvan voor de helft een hypotheek werd genomen. In maart 1941 was Grossniklaus met de zaak (twee kamers) daarnaartoe verhuisd.

Mendel was met zijn niet-joodse echtgenote en zoon zekerheidshalve ondergedoken. Hij was vanaf april 1942 niet meer in de zaak, die NIVAG was genoemd, geweest. NIVAG stond voor Nederlandse Import Van Alle Grammofoonartikelen. Mendel had F.W.J. Palmboom uit Bilthoven gevraagd om Grossniklaus te begeleiden, maar Grossniklaus had zich in de periode begin 1944 tot maart 1945 toch voor een vooroorlogse waarde van 1.000-1.200 gulden aan materialen toegeëigend. Hij erkende dat. Bij klachten van Mendel had hij gezinspeeld op diens afhankelijkheid als onderduiker en de mogelijkheid van verraad.

Uiteindelijk troffen beiden een minnelijke schikking en zag Mendel af van strafvervolging.

Bronnen:

  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Maximiliaan en Geertruida Mendals-Zilverdraad’ en ‘Hermanus Mendals’
  • Gemeentearchief Zeist, archief gemeentepolitie, toegang 3500, inventarisnummer 319 (proces-verbalen uit 1945; niet alfabetisch – geen klapper)