Dit bericht gaat over een of meerdere joodse onderduikers van wie uit publicaties of ontvangen meldingen bekend is, dat zij in Zeist ondergedoken zaten, maar van wie het onderduikadres nog onbekend is. Een overzicht van deze onderduikers is te vinden via adres onbekend.
Wie weet meer? Wie weet op welk adres een of meer onderduikers verbleven, wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.
Onderduiker:
- Joseph de Vries (Amsterdam, 31 maart 1939)
Op 24 februari 2026 neemt Joop (Joseph) de Vries contact op via de website:
‘Ben mijn hele leven al op zoek naar gegevens en kwam bij toeval op Uw site. En zie tot mijn verbazing dat mijn ouders, mijn broer en ik ondergedoken zijn geweest Jan Willem Frisolaan 35 te Zeist. Bezit een foto waarop ik sta afgebeeld in een tuin waar op de achterkant staat geschreven Jopie ondergedoken in Zeist. Weet niet naar welk onderduikadres daarna ik ben doorgestuurd in Zeist, wel weet ik dat daar het erg slecht heb gehad. Mijn laatste onderduik was in Utrecht waar ik heel goed ben opgevangen. Wil graag weten waar mijn Moeder en broer daarna zijn ondergedoken. Kan U de foto van mij sturen en mijn verhaal. Met vriendelijke groet, Joop de Vries’
We ontmoeten Joop de Vries op zaterdag 14 maart 2026 in Zeist, en hij vertelt ons een bijzonder onderduikverhaal. Via het doorgangsadres Jan Willem Frisolaan 35 was hij ondergebracht op een ander adres in Zeist. Hij kan zich nog herinneren, dat ze daar aan tafel zitten, hij ander eten kreeg en er een blonde jongen tegenover hem zat. Hij heeft een foto, waarop zijn moeder op de achterkant schreef: ‘Jopie met zijn vriendjes, Zeist 1942’ (De foto was gemaakt door de Zeister fotograaf M.E. van Uchelen op Slotlaan 30, waar later C&A zou komen en nu de ANWB zit). In het midden van de foto staat Pietje Baartmans en rechts waarschijnlijk het zoontje van de onderduikgevers.
Bij een bezoek van een of meer leden van het Utrechtse gezin Baartmans-van den Burg, verborgen ze de 3-jarige Jopie op een slaapkamer. Een bezoeker moest naar het toilet, trok de verkeerde deur open en zag daar Jopie staan, met één been vastgebonden aan een gietijzeren poot van een bed. Een schrijnend beeld, en de bezoeker stelde voor dat hij het jongetje mee zou nemen naar zijn huis in Utrecht. Om verraad te voorkomen, mochten de onderduikgevers de vergoeding houden.
Zo gezegd, zo gedaan. Bij zijn nieuwe onderduikgevers, het echtpaar Johannes en Johanna Baartmans-van den Burg, kwam Jopie de Vries van de hel in de hemel. Het gezin woonde op Bolstraat 91. Het bestond, behalve uit Pietje, uit grotere zoons en een grote dochter. Jopie werd warm opgenomen. De familie schuwde lichte criminaliteit niet, maar alle leden hadden volgens Joop de Vries een hart van goud. Hij herinnert zich nog levendig dat twee zoons op een gegeven moment thuiskwamen met een gevonden touw. Daar zat ‘toevallig’ een koe aan vast, die op het kleine plaatsje geslacht werd. De buurt deelde mee van het vlees.
De familie beleefde nog wel persoonlijke ellende, toen dochter Elisabeth op 6 september 1944 stierf, op 21-jarige leeftijd.
Joops moeder zat eerst ondergedoken in Voorburg, waar ze een soort werkslavin was: ‘Als je niet doet wat ik zeg, zet ik je op straat.’ Ze verliet op zeker moment het onderduikadres en kwam ook terecht in de Bolstraat in Utrecht, op een ander adres dan haar zoontje.
In 1945 kwam er een donkere mevrouw op visite bij het echtpaar Baartmans-van den Burg. Toen ze Jopie aankeek, werd hij bang en kroop hij onder de tafel. Een paar weken later speelde hij in het nabijgelegen Wilhelminapark. De donkere mevrouw zat daar ook en wenkte hem. Ze had iets in haar hand en dat maakte hem nieuwsgierig. Toen hij bij haar kwam, zei ze: ‘Moet je proeven, Jopie.’ Het was haring in tomatensaus. Opeens zei de vrouw: ‘Ik ben je moeder’. Jopie, fel: ‘Nee, je bent mijn moeder niet, want die heeft grijs haar.’ In september 1945 moest hij met zijn moeder mee naar Amsterdam. Daar werd Grietje de Vries-Katoen, net als veel andere joodse overlevenden, geconfronteerd met de massamoord. Van de kant van haar echtgenoot kwam niemand terug: de ouders, de drie zoons en een zuster met hun gezinsleden waren allen vermoord. Haar ouders, twee ongetrouwde broers en het gezin van een zuster waren ook vermoord. Een zuster overleefde met haar gezin. Grietje de Vries-Katoen (1910) zou niet meer hertrouwen – ze overleed in 1985.
Joop de Vries miste Pietje en zijn onderduikouders. In Amsterdam liep hij telkens weg en op een dag was hij met de autoped op weg gegaan en ‘als een postduif’ in de Bolstraat in Utrecht terechtgekomen.
De lagere school was een probleem. In de eerste klas bleef hij zitten (‘Jopie kan veel beter’) en in de vierde klas opnieuw met voor vlijt een 9 en gedrag een 4 (‘Jopie kan veel beter’).
Feitelijk kwam Joop de Vries in het gareel, toen hij in militaire dienst moest. Hij verdiende de Groene Baret (nu nog te zien aan hem) en het ging hem verder goed. Hij ging in zaken. Met broer Maurits, die onder de naam ‘Zwarte Joop’ het befaamde seks-imperium Casa Rosso runde.
Joop de Vries had nog vele jaren contact gehouden met het gezin van zijn Utrechtse onderduikgevers, maar zou graag nog meer weten over zijn verblijf op dat onbekende adres in Zeist.
Bronnen:
- Mededeling van Joop de Vries
- Digitaal joods monument, Eliazer en Grietje de Vries-Katoen
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaart voor Grietje de Vries-Katoen
- Zie ook Jan Willem Frisolaan 35
1. Jopie de Vries, waarschijnlijk op het tweede onderduikadres in Zeist
2. Joop de Vries maakte zelf een afbeelding van de (onmenselijke) situatie.
3. Jopie de Vries (links), Pietje Baartmans en een onbekend jongetje van een Zeisters (onderduik_)gezin
4. Grietje de Vries-Katoen
5. De hereniging van de broertjes De Vries in september 1945 in Rotterdam
6. Joseph de Vries op 14 maart 2026 voor de voormalige onderduikwoning





