Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 156-160; bewerkt)

Op vrijdag 21 januari 1944 hielden Nederlandse jodenjagers in dienst van de Sicherheitsdienst een razzia, de vorm van een serie van vier arrestatie-acties, op de volgende, verraden adressen:

1. Joost van de Vondellaan 1, zie de volgende beschrijving
2. (vermoedelijk) Professor Lorentzlaan 2 (huisartspraktijk; het onderduikadres van het gearresteerde gezin is Wallenburg 1)
3. Woudenbergseweg 49 (tijdens de bezetting 25), Austerlitz

Na deze eerste drie acties werden niet-geplande arrestaties verricht op Jan Willem Frisolaan 9, die niet het gevolg waren van verraad maar van een toevallige, tussentijdse ontmoeting. Wegens daardoor ontstaan tijdgebrek gaven de jodenjagers opdracht aan de gemeentepolitie om de vierde, geplande arrestatie-actie te verrichten, op:

4. Oranje Nassaulaan 32

In memoriam:

  • Anna Wilhelmina van Itallie-van Raalte (Vlissingen, 6 februari 1912 – Auschwitz, 8 april 1944), bereikte de leeftijd van 32 jaar
  • zoontje Frerik Bart van Itallie (Middelburg, 3 september 1941 – Auschwitz, 8 april 1944), bereikte de leeftijd van 2 jaar en 7 maanden

Helpster (mee ondergedoken):

  • (Groot)moeder Janna Margaretha van Raalte-van Maren Bentz van den Berg, gehuwd, geen beroep (Den Haag, 9 juli 1884 – Den Haag, 2 april 1966)

Pensionhoudster (= onderduikgeefster?):

  • Maartje van Garderen-Huisman, sinds 1927 weduwe, pensionhoudster (Baarn, 9 april 1890 – Zeist, 23 november 1975)

Op 21 oktober 1940 vestigen Karl en Hildegard Sophie Lauinger-Landshoff zich vanuit Bloemendaal in Zeist, op Joost van den Vondellaan 1, waar de weduwe G. van Garderen-Huisman al vanaf de jaren dertig pension Parkzicht houdt. Joodse inwoners van Nederland moeten van de bezetter weg uit de kuststreek om ‘veiligheidsredenen.’ Ze zouden spionage-activiteiten kunnen ontplooien ten gunste van een Engelse invasie. De drie kinderen van het echtpaar Lauinger-Landshoff komen op 1 augustus 1941 ook naar Zeist. De gezinsleden hangen geen religie aan, maar ze zijn volgens de nazi-wetten joods en moeten daarom half augustus vertrekken naar Amsterdam. Dat doen ze blijkbaar niet (meteen), want Hildegard Lauinger-Landshoff overlijdt op 11 december 1942 in Zeist.

Haar echtgenoot en kinderen hebben een voorlopige vrijstelling van deportatie (een zogenaamde Sperr), omdat ze gedoopt zijn in een onbekende religie. Maar op 22 april 1943 worden ze overgebracht naar Kamp Vught. Vandaar uit moeten ze op 20 mei 1943 naar Kamp Westerbork. Omdat Karl Lauinger een voormalige frontstrijder uit de Eerste Wereldoorlog is, worden hij en zijn kinderen op 4 september 1944 naar Theresienstadt gedeporteerd. Op 16 oktober moeten ze alsnog naar Auschwitz, waar Lauinger en zijn zoons Andreas Hans en Thomas Julius na aankomst op 18 oktober 1944 worden vermoord. Volgens het joods digitaal monument overlijdt dochter Hanna in mei 1945 op een onbekende plaats. Waarom zij op 18 oktober niet vermoord is, is niet duidelijk.

Terug naar 21 januari 1944. Pension Parkzicht is het eerste van vijf onderduikadressen waar de Sicherheitspolizei uit Den Haag tijdens een razzia op die dag in 1944 binnenvalt, op zoek naar joodse onderduikers. Blijkbaar is er weer verraad geweest, want de Nederlandse handlangers Dick Verbaan en Henk Westerdijk van de Sicherheitspolizei weten precies waar ze moeten zijn. Uit het dagrapport van vrijdag 21 januari 1944 van de gemeentepolitie:

‘13.30 uur Wordt door ambtenaren van de Sich.polizei aanwezig in het perceel Joost van den Vondellaan Nr. 1 gevraagd assistentie te willen verleenen, daar zij ter plaatse Joden hebben aangehouden. Met het oog op de leeftijd van één der Joden (vrouw van 76 jaar) en de bagage die ze mee hebben te dragen wordt om een auto gevraagd. Na gepleegd overleg met Opperlt Brands wordt de gevraagde assistentie verleend en gaat Schipper met auto derwaarts, met de Greef als bestuurder.’

De Zeister gemeentepolitie moet assistentie verlenen. Twee politiemannen halen met een dienstauto twee vrouwen en een jongetje van anderhalf jaar op Joost van den Vondellaan 1:

14.30 uur In opdracht Oberscharfurer Nagel naar het bureau overgebracht S. Kolenbrander en P. Barels met kleine. Deze personen zijn opgehaald v.d. Joost v.d. Vondellaan No.1.

Ze moeten worden overgebracht naar Sipo Den Haag Nieuwe Parklaan No.76 kamer 11. Deze personen kunnen morgen 22 Jan 44. op transport gesteld worden. Schipper.’

De jongste vrouw overlegt een persoonsbewijs op (achter)naam ‘Barelds’, maar zegt er meteen bij dat de documenten vals zijn. Zij heet in werkelijkheid Anna Wilhelmina van Itallie-Van Raalte. De oudere vrouw is haar 60-jarige moeder Janna Margaretha van Raalte-van Maren Bentz van den Berg (abusievelijk dus voor een 76-jarige versleten) en het jongetje is haar 2-jarige zoontje Frerik Bart.

Ankie (Anna Wilhelmina) van Raalte is in 1912 geboren in Vlissingen. Haar joodse grootvader Joseph van Raalte is vanaf de oprichting in 1875 tot 1919 directeur van de Koninklijke Maatschappij de Schelde en van 1880 tot 1919 lid van de Vlissingse gemeenteraad geweest. Haar joodse grootmoeder Anna Josephine van Raalte had een broer die minister van justitie was geweest. Veel van haar familieleden hebben prominente functies bekleed. Haar vader George Reginald Eduard van Raalte was bij leven directeur van NV Steenkolenhandel F. Wibaut & Zoon en viceconsul van Italië. Door haar joodse grootouders Joseph en Anna van Raalte-van Raalte is Ankie van Raalte, hoewel zelf Nederlands Hervormd, volgens de Duitse regelingen halfjoods.

Na haar middelbare schooltijd is ze naar Leiden vertrokken. Als dat voor een studie was, is die niet succesvol geweest, want al een dikke twee jaar later is ze terug gekomen naar Vlissingen. Ze heeft werktuigbouwkundig ingenieur Robbert Victor van Itallie leren kennen, die als marinetekenaar bij De Schelde werkte. Na de Duitse inval kreeg het echtpaar te maken met de jodenvervolging. Amsterdammer Robbert van Itallie is namelijk ‘voljoods’. Ankie van Raalte is weliswaar ‘halfjoods’, en door haar huwelijk is ook zij ‘voljoods’.

Toen in 1940 joodse mensen om ‘veiligheidsredenen’ de kuststrook moesten verlaten, mocht het echtpaar/ gezin Van Itallie-van Raalte in verband met ‘zaken’ tot 6 april 1942 blijven. Toen moesten ook zij Zeeland verlaten. De Provinciale Zeeuwse Courant van 30 juli 1942 meldde dat R.V. van Itallie was verhuisd van Laan van Nieuwenhove 5 in Middelburg naar Nic. Beetsstraat 130 in Amsterdam. Inmiddels was zoontje Frerik Bart geboren, begin september 1941. Ook hij gold als ‘voljoods’.

Ankie van Raalte en Robbert van Itallie besloten te scheiden, maar dat heeft Ankie niet geholpen, want de bezetter erkent dergelijke scheidingen na 1940 niet. Ze was en bleef voor de nazi’s ‘voljoods’. Een poging in augustus 1942 tot arisering mislukt en vervolgens is Ankie van Raalte op de vlucht geslagen, met haar zoontje en haar moeder. Dat wil zeggen, ze zijn in pension gegaan bij de weduwe Van Garderen-Huisman in Zeist. Dat is goed gegaan tot het moment dat ze verraden is en drie mannen in burger van de Sicherheitspolizei haar persoonsbewijs controleerden. Ze heeft meteen toegegeven dat het document vals was en is daarom gearresteerd.

Onderduik geven, is strafbaar. Waarom de weduwe Van Garderen-Huisman niet gearresteerd wordt, blijft onduidelijk. Heeft zij overtuigend kunnen verklaren dat ze niet wist dat haar pensiongasten joods waren?

Als er om 15.00 uur vier nieuwe joodse arrestanten worden binnengebracht op het politiebureau in Zeist, wordt besloten om de in totaal zeven arrestanten een half uur later alvast naar Den Haag te brengen. Dat gebeurt door drie Zeister wachtmeesters, zoals agenten aangeduid worden na de reorganisatie van de Nederlandse politie in 1943.

De moeder van Ankie van Raalte geldt niet als ‘voljoods’ en komt dus weer vrij, maar Ankie en haar zoontje zullen naar Kamp Westerbork gedeporteerd worden.

Haar familie heeft connecties en op het hoogste ambtelijke niveau wordt koortsachtig geprobeerd om deportatie van moeder en zoontje te voorkomen. Secretaris-generaal K.J. Frederiks van het Departement van Binnenlandse Zaken bepleit haar zaak met SS Sturmscharführer Franz Fischer, de man die in de praktijk de leiding heeft over het Judenreferat IV-B4, het bureau van de Sicherheitspolizei, dat zich bezig houdt met de jodendeportatie en de opsporing van joodse onderduikers in Nederland. Franz Fischer is een bruut die door zijn fanatieke jacht op joden al snel de bijnaam ‘Judenfischer’ (Jodenvisser) heeft gekregen. Aansluitend op het gesprek schrijft een ambtenaar namens de secretaris-generaal aan Fischer een pleitbrief:

Tenslotte moge ik nog onder uw aandacht brengen dat Anna Wilhelmina van Itallie geboren van Raalte, waarover U hedenmorgen met de Secr. Gen. hebt gesproken, in 1932 is gedoopt en als zoodanig op de officieele lijst van gedoopte joden voorkomt. Het zou de aangewezen oplossing zijn, dat genoemde van Itallie-van Raalte in de gedoopte barak wordt ondergebracht.

Gewezen wordt op haar afkomst en de grote mannen uit haar familie, dat ze inmiddels gescheiden is, dat ze mogelijk behoort tot de naar Amerika geëmigreerde arische tak van de familie. Maar Fischer wenst geen uitzondering te maken. Daar zou hij zich maar mee in zijn vingers snijden, vindt hij, en zou hij anders onbillijkheid begaan tegenover andere joodse gevangenen die in een vergelijkbare situatie wel doorgestuurd worden.

Franz Fischer is een gewetenloze oorlogsmisdadiger die ook persoonlijk gevangenen martelt. Hij zal na de bevrijding ter dood veroordeeld worden, maar Koningin Juliana zal hem in 1951 gratie verlenen. Hij is een van de ‘Drie van Breda’ die op 27 januari 1989 worden vrijgelaten, na een sterk en emotioneel verzet vanuit de Nederlandse samenleving.

De discussie woedt tot de laatste dag voor de deportatie. Maar dan krijgt secretaris-generaal Freriks te horen dat de zaak hopeloos is. Dat ligt niet zozeer aan Fischer volgens de behandelende ambtenaar maar aan commandant Gemmeker van Kamp Westerbork die nu zelfs gemengd gehuwde joden en ‘Calmeyer-joden’ doorstuurt. Dit omdat het reservoir aan gevangenen tekort begint te schieten.

Ankie Itallie-van Raalte en kleine Frerik zijn op 28 januari 1944 als strafgeval (barak 67) naar Kamp Westerbork gebracht. Op 5 april 1944 worden ze doorgestuurd naar Auschwitz en drie dagen later op de dag van aankomst vermoord.

Inmiddels liggen er voor hun voormalige woonadres struikelstenen.

Robbert van Itallie wist in de onderduik te overleven en keerde na de oorlog terug naar Zeeland waar hij tot zijn pensionering in 1972 bij De Schelde zou blijven werken. Hij hertrouwde met Anna Geertruida Maria van den Broeke. Omdat zoon Hans uit dat tweede huwelijk zich in Zeist vestigde, kwam Robbert van Itallie daar ook af en toe, maar over het drama dat zich daar had afgespeeld, sprak hij nooit. Hij overleed op 28 november 1990 in Vlissingen.

Bronnen:

  • Mededelingen van Hans van Itallie
  • Gemeentearchief Zeist, oud bevolkingsregister; archief gemeentepolitie, toegang 3500, inventarisnummer 272, dagrapport van vrijdag 21 januari 1944
  • Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 2.09.09, inventarisnummer 253, H.J. Verbaan, inventarisnummers 98586, 260, H. Westerdijk: geen informatie over deze arrestaties
  • NIOD, 101b-477, verzoek om bemiddeling voor mevrouw Van Itallie-van Raalte
  • Kamp Westerbork, Collectie – Een Naam en een Gezicht
  • Wikipedia, Franz Fischer
  • ITS Arolsen, digitale collecties, registratie in Kamp Vught en Joodse Raad-kaarten voor Karl, Hanna, Thomas en Andreas Lauinger en Joodse Raad-kaarten voor Anna Wilhelmine van Itallie-van Raalte
  • www.joodsmonument.nl, Karl, Hanna, Thomas en Andreas Lauinger, Anna Wilhelmine van Itallie van Raalte en Frerik Bart van Itallie
  • struikelstenenzeeland.nl, Anna Wilhelmina van Itallie-van Raalte en Frerik Bart van Itallie
  • Zie ook de bewezen onderduikadressen Wallenburg 1 (later afgebroken) in Austerlitz, (vermoedelijk) arrestatieadres Professor Lorentzlaan 2 (huisartspraktijk, geen onderduikadres), Woudenbergseweg 49 (tijdens de bezetting 25) in Austerlitz, Jan Willem Frisolaan 9 en Oranje Nassaulaan 32

1. Joost van de Vondellaan 1

2. Geboorteadvertentie voor Frerik Bart van Itallie

3. Ankie van Itallie-van Raalte

4. Een familiefeest in oktober 1924 ter gelegenheid van de 80e verjaardag van grootvader Jos van Raalte. Ankie zit tweede van links

5. Bart Frerik van Itallie

6. Janna Margaretha van Raalte-Maren Bentz van den Berg

7. Minister mr. Eduard Ellis van Raalte van justitie in 1913 (Wikipedia)

8. Franz Fischer (Wikipedia)

9. Struikelsteen voor Anna Wilhelmina Itallie-van Raalte