Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 364-369; tekst licht gewijzigd en verder aangevuld)
Onderduikertje:
- Elisabeth Kleerkoper (Amsterdam, 31 juli 1939)
Onderduikgevers:
- Anton Heger, boekhandelaar (Abcoude/Baambrugge, 20 juli 1897 – Zeist, 7 september 1968)
- echtgenote Wilhelmina Heger-van de Kamp (Zeist, 25 maart 1896 – Zeist, 14 januari 1975)
Drie kinderen (1923, 1925 en 1934)
De joodse Amsterdammer Siegmund Emanuel Kleerkoper bevindt zich ten tijde van de Duitse inval in mei 1940 in het buitenland. Hij is voor zaken in Londen, in zijn hoedanigheid van directeur van een rubberhandel. Daardoor zal hij jarenlang gescheiden blijven van zijn echtgenote, twee dochtertjes en zijn moeder in Nederland.
Echtgenote Hanna (ook wel Lies genoemd) Kleerkoper-Rudelsheim staat er alleen voor als de dreiging te groot wordt. Ze neemt eind augustus 1942 de beslissing om haar kleine dochtertjes Tetta (Mariëta, 4) en Elly (Elisabeth, 3) onder te laten brengen bij vreemden. Dat is voor de veiligheid van de meisjes, maar het is een diep ingrijpende beslissing voor Hanna en haar kinderen. Niemand die weet hoe lang de scheiding zal duren.
Via contact met illegaal werkers in haar woonplaats Amsterdam komt Hanna aan twee adressen in Zeist. Tetta kan daar terecht bij het echtpaar Dirk en Cornelia van de Kamp-Ruske, op Krugerlaan 55. Anton en Mien Heger-van de Kamp nemen Elly in huis. Dirk van de Kamp en Mien Heger-van de Kamp zijn broer en zus. De meisjes worden op 5 augustus 1942 naar hun Zeister onderduikadressen gebracht door de illegale werkster Tine Waage-Kramer. Tine brengt voor een illegale organisatie veel kinderen naar onderduikadressen. Ongeveer een jaar later, op 1 augustus 1943 zal ze gearresteerd worden, maar blijkbaar niets loslaten over de onderduikadressen.
Elly wordt door de illegale werkers op het gemeentehuis in Zeist geregistreerd als ‘Elisabeth Klinkhamer’, dochter van ‘Gerrit en Neeltje Klinkhamer-van Buuren’, geboren op 31 juli 1939 in Rotterdam.
Het ligt voor de hand dat broer Toon van de Kamp, een broer van Dirk en Mien, en een prominent illegaal LO-lid betrokken is bij de onderduik van Tetty en Elly Kleerkoper bij zijn broer en schoonzuster respectievelijk bij zijn zus en zwager.
Elly is erg verdrietig als ze bij het echtpaar Heger-van de Kamp komt. Het meisje huilt drie maanden lang. Later zal ze de vage herinnering houden, dat ze onder de tafel kroop om zich te verbergen, ontroostbaar. De onderduikouders weten haar uiteindelijk te overtuigen om hen Paps en Moeder te noemen en langzaamaan went Elly. Ze wordt behandeld als jongste dochter des huizes.
De familierelaties van de Van de Kamps, en de korte afstand tussen hun woningen, zijn een prettige bijkomstigheid. Zo gaat Elly wel eens keer logeren bij het echtpaar Van de Kamp-Ruske, zodat ze haar zusje Tetta ziet. De onderduikgevers vinden het belangrijk dat de zusjes contact houden en zorgen daar ook actief voor.
Het echtpaar Heger-van de Kamp houdt Elly’s moeder op de hoogte van het welzijn en de ontwikkeling van haar dochtertje. Volgens de familie van de onderduikgevers worden boodschappen doorgegeven via een garagemedewerker, maar lang na de bevrijding worden in de voormalige woning Jagerlaan 72 (twee huizen verder dus) van Cor van Tellingen-Hoonhout documenten voor illegaal werk – hulp aan onderduikers – gevonden, waaronder de bereikbaarheidsgegevens van Hanna Kleerkoper en haar schoonmoeder. Hoe dan ook, op een gegeven ogenblik laat Anton Heger zelf aan Hanna Kleerkoper-Rudelsheim weten hoe het met haar jongste dochtertje gaat. En op 31 juli 1943 wordt voor de vierde verjaardag van Elly een feestje voor haar in het park georganiseerd, dat haar moeder op afstand kan gadeslaan. Dat moet extreem pijnlijk zijn geweest, maar zo krijgt ze wel een idee hoe het met haar kind gaat.
De Hegers bewonen een huis van twee verdiepingen, waarvan de onderste verdieping deel uitmaakt van hun kantoorboekhandel. Het echtpaar heeft zelf drie kinderen: een zoon van negentien, en twee dochters van vijftien en acht. Aanvankelijk ontvangen ze elke maand een bijdrage voor het onderhoud van hun onderduikertje, maar als er geen geld meer is, blijven zij Elly even goed verzorgen.
Op zeker moment duikt zoon Wim van de Hegers ook onder, om de Arbeitseinsatz in Duitsland te ontlopen. Een Duitse soldaat komt een huiszoeking doen. Anton en Mien Heger-van de Kamp schrikken, want ze denken dat de man voor Elly komt. ‘Ik had ‘m vermoord!’, zegt Anton. Maar de soldaat streelt in het voorbijgaan even Elly’s haar en vertrekt onverrichter zake.
Gaandeweg raken de onderduikgevers van Elly meer betrokken bij illegale activiteiten, zoals het regelen van schuiladressen en het distribueren van voedsel onder mensen die geen voedselbonnen hebben.
Tetta en Elly Kleerkoper blijven tot mei 1945 bij hun onderduikgevers in Zeist. Ze overleven zo de bezetting en worden dan eindelijk herenigd met hun moeder en grootmoeder, de weduwe Marie Kleerkoper-Gaarkeuken die de bezetting ook in onderduik overleefd hebben.
Net als elke joodse familie in Nederland heeft de familie Rudelsheim zwaar geleden onder de jodenvervolging.
Broer Michael Joseph Rudelsheim van Hanna Kleerkoper-Rudelsheim is met zijn echtgenote en zoontje via de strafbarak 67 van Kamp Westerbork op straftransport naar Bergen Belsen gedeporteerd. Hij is kort voor de bevrijding gestorven, terwijl zijn vrouw en kind in de beroemde trein uit Bergen Belsen zijn bevrijd. Hanna’s zus Letty heeft tijdens de bezetting belangrijk illegaal werk gedaan, als lid van de Westerweel-groep. Ze is gearresteerd, en ook via de strafbarak van Kamp Westerbork gedeporteerd, maar ze heeft Auschwitz overleefd. Hanna’s moeder Elisabeth Cohen-Duizend, stiefvader Michael Cohen en vier andere broers en zusters zijn via Barneveld en Westerbork in Theresienstadt geïnterneerd, maar ze hebben dat kamp overleefd. Op zuster Henny na zullen ze allemaal emigreren, naar de Verenigde Staten, Israël en Australië.
Van de kinderen van Marie Kleerkoper-Gaarkeuken bevonden nog een zoon en een dochter zich tijdens de bezetting in het buitenland, respectievelijk in Palestina en in Zuid-Afrika. Dochter Helena Rubens-Kleerkoper heeft met haar gezin waarschijnlijk in onderduik overleefd. Ook zij zullen later ook naar Australië vertrekken.
De hereniging met echtgenoot en vader Siegmund Kleerkoper zal na de bevrijding nog even op zich laten wachten. Nadat hij in Engeland was gestrand, was hij al gauw opgeroepen voor dienst in het Nederlandse leger. Als vrijwilliger heeft hij tegen de Japanners gevochten. Nadien komt hij terecht in Colombo, India en later Australië. Hij is benoemd tot kapitein – aangesteld als secretaris van generaal Spoor – en wordt pas in 1947 in Nederlands-Indië gedemobiliseerd.
Het gezin emigreert op 31 december 1948 naar Australië.
– 0 – 0 – 0 –
Er blijft altijd een sterke band tussen Elly en haar voormalige onderduikgevers. In 1966 gaat ze naar Israël. Als ze twee jaar later gaat trouwen, nodigt ze het echtpaar Heger-van de Kamp uit. Ze heeft dan de erkenning door Yad Vashem rondgekregen. Elly in 2020: ‘Vader Heger was erg ontroerd en opgewonden. Hij zou naar het Heilige Land gaan en naar de bruiloft van Elly. Hij ging langs familie en kennissen om het te vertellen, maar een paar weken vóór de bruiloft heeft zijn hart het begeven en is hij gestorven, tot mijn groot verdriet. De opwinding was te veel – in mijn gedachte is hij van louter blijdschap gestorven.’
Op 3 november 1970 worden Anton en Mien Heger-van de Kamp door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren.
Bronnen:
- Reddingsverhaal Yad Vashem voor Anton en Mien Heger-van de Kamp
- Dana Ploeger, ‘Voor Tine Boeke (1919-2018) was niets doen geen optie, Ze deed graag iets goeds. Zoals tientallen Joodse kinderen redden, door ze persoonlijk naar hun onderduikadressen te brengen’, Trouw van 9 april 2018. Het ging hier om de illegaal werkster en jodenhelpster Catharine Greta Waage-Kramer die de zusjes Kleerkoper naar Zeist bracht
- Gemeentearchief Zeist, 1499-5500, register van illegalen, ‘Elisabeth Klinkhamer’
- Zie de bewezen onderduikadressen Krugerlaan 55 en Oude Arnhemseweg 160
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor leden van het gezin Rudelsheim-Duizend en van het gezin Kleerkoper-Gaarkeuken
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor leden van de gezinnen Rudelsheim-Duizend en Kleerkoper-Gaarkeuken
- Niet geraadpleegd (niet digitaal beschikbaar): Hanna Kleerkoper met Christine Mitchell, ‘Recollections of my Century’, Vista Publications, 2004 (collections.ushmm.org)
- Mededelingen van Elly Anholt-Kleerkoper
- www.joodsmonument, Michael Josef Rudelsheim
- Wikipedia, Alida Aviva Henriette (Letty) Rudelsheim
1. De winkels op Jagerlaan 76-80. Rechts de lichtdrukkerij en links de schilderijbenodigheden
2. Het gezin Heger-van de Kamp voor de winkel
3. Staand vooraan Tetta Kleerkoper (midden) en Elly Kleerkoper (rechts). Zittend links naar rechts de volwassenen Dirk en Cor van de Kamp-Ruske, Toon Heger en Mien Heger-van de Kamp
4. De zusjes Tetta en Elly Kleerkoper in 1944
5. Links Tetta en rechts Elly
6. Links vooraan Letty Rudelsheim voor de bezetting
7. Letty Rudelsheim op latere leeftijd
8. Bijeenkomst na de bevrijding. Vooraan Siegmund Kleerkoper in uniform, achter hem zijn echtgenote, Marjetta op de achtergrond en rechts Elisabeth







