Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 397-400)
Onderduiker:
- Sem Alma Cohen, ongehuwd, medisch student (Amsterdam, 3 januari 1922 – Amsterdam, 3 maart 1988)
Onderduikgevers:
- Kors van Barneveld, wegenbouwer (Zeist, 6 oktober 1892 – Zeist, 22 oktober 1959), en
- echtgenote Jacoba Louise van Barneveld-Boonstoppel (Leerdam, 19 maart 1890 – Zeist, 21 juli 1973)
Vier kinderen (1922, 1924, 1927 en 1932)
Op Jacob van Lennepplein 8 woont wegenbouwer Kors van Barneveld met zijn gezin. Van Barneveld betekent veel voor de buurtvereniging ‘Patijnpark en omgeving’. In zijn garage aan de Dwarsweg wordt altijd het Sinterklaasfeest gehouden voor de kinderen uit de buurt en zijn vrachtwagens worden gebruikt als vervoer voor het jaarlijkse kersenpluk-uitje. Hij is belangrijk voor de wijk.
Kort voor kerstmis 1944 komt Van Barneveld thuis met de beknopte mededeling: ‘We moeten iemand in huis nemen.’ De nieuwkomer blijkt ‘Frits Plasman’ te zijn, een 23-jarige jongeman. Echtgenote Jacoba van Barneveld-Boonstoppel vraagt niets, maar vermoedt wel dat het om een joodse onderduiker gaat.
De donkerogige ‘Frits Plasman’ heeft eerder al op een aantal onderduikadressen gezeten en is nu afkomstig van Krullelaan 17, waar hij een tijd verbleven heeft bij het echtpaar Kirpensteijn-ten Haaft. Het klikt tussen het gezin en de onderduiker. ‘Frits Plasman’ is een aardig, rustige jongen. Op woensdagmiddagen verlaat hij Jacob van Lennepplein voor een bezoek aan een ‘vrind’, zoals hij zegt. Verder blijft hij zoveel mogelijk thuis en op de bovenverdieping, maar voor de maaltijden komt hij naar beneden.
Hij is bijzonder handig met zijn handen en kan goed tekenen, waardoor hij in staat is persoonsbewijzen goed te vervalsen.
De onderduik zal tot de bevrijding duren. Maar omdat Kors van Barneveld voor zijn werk over een auto beschikt, en veel langs de weg zit, kan hij tijdens de zware Hongerwinter goed aan eten komen voor zijn gezin en anderen.
Als de bevrijding daar is, blijkt wat de gezinsleden van Kors van Barneveld al vermoed hebben. ‘Frits Plasman’ was een joodse onderduiker en heet in werkelijkheid Sem Cohen, student uit Amsterdam. De ‘vrind’ die hij elke woensdag bezocht, was zijn vader, binnenhuisarchitect Henri Cohen, die op Homeruslaan 18 onderdoken heeft gezeten. Zijn moeder en broer hebben in andere plaatsen onderduik gevonden.
Sem Cohen is het gewone leven na al die tijd onderduik ontwend. Vanwege zijn vervalsingsvaardigheden wordt hij door de Engelsen op feestjes gevraagd, maar dansen kan hij niet. Dat leert dochter Corrie van de onderduikgevers hem.
Sem Cohen pakt zijn studie medicijnen weer op. Zijn handigheid kan hij volop benutten als hij orthopedisch chirurg wordt in Amsterdam. Zijn huwelijk blijft kinderloos. De eerste jaren na de bevrijding houdt hij contact, door zo nu en dan ’s avonds langs te komen. Door drukke bezigheden verwatert dat contact uiteindelijk. Hij overlijdt op 3 maart 1988, op pas 66-jarige leeftijd.
Bronnen:
- Mededelingen van Corrie van den Berg-van Barneveld (inmiddels overleden)
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen: ‘Frits Plasman’
- Zie het bewezen onderduikadres Krullelaan 17 (eerder onderduikadres Sem Cohen, alias ‘Frits Plasman’)
- Zie het bewezen onderduikadres Homeruslaan 18




