Dit bericht gaat over een of meerdere joodse onderduikers van wie uit publicaties of ontvangen meldingen bekend is, dat zij in Zeist ondergedoken zaten, maar van wie het onderduikadres nog onbekend is. Een overzicht van deze onderduikers is te vinden via adres onbekend.
Wie weet meer? Wie weet op welk adres een of meer onderduikers verbleven, wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.
Arrestant:
- ‘Jacob Jacobs’ (Amsterdam, 2 juni 1920). Geen nadere gegevens bekend.
Op woensdagavond 30 juni 1943 loopt rond acht uur een man met het vijf-jaren-insigne van de NSB op de revers in de Montaubanstraat, om de hoek bij het politiebureau. Als de fanatieke NSB-politieman Evert Drost de man ziet lopen, vertrouwt hij het niet helemaal. Hij houdt hem aan, voor nader onderzoek. Dan blijkt dat de aangehoudene, die zich ‘Jacob Jacobs’ noemt, joods is en het insigne ten onrechte draagt.
Uit het politiedagrapport van woensdag 30 juni 1943:
‘20.00 uur
In de Montaubanstraat aangehouden de Jood JACOB JACOBS, geb. 2 juni 1920 te A’dam, electrotechniker, laatst won. Oosterschekade 3 1hoog, Amsterdam. Geplaatst in cel 10’
In zijn Duitstalige ‘BERICHT’ over deze aanhouding vermeldt Drost nog dat hij op ‘Jacob Jacobs’ twee valse persoonsbewijzen heeft aangetroffen.
De naam Jacob Jacobs komt vaker voor in het Amsterdamse bevolkingsregister. De enige Jacob Jacobs die qua leeftijd in de buurt komt, is de op 27 september 1920 in Londen geboren diamantbewerker Jacob (Jack) Jacobs. Die is echter op 28 februari 1943 al in Auschwitz vermoord. Het adres Oostersekade 3 was een ‘joods adres’, maar ook daar is niemand van ongeveer die leeftijd mee in verband te brengen.
Wie de arrestant werkelijk is, hoe hij aan de valse persoonsbewijzen is gekomen, wat hij daarmee in Zeist kwam doen, en of hij daar ondergedoken zat, dat blijven vragen die de Sicherheitspolizei in Amsterdam beantwoord zal willen krijgen. Op vrijdag 2 juli brengen Drost en een collega de arrestant daar om 12.30 uur per tram en trein naar toe*.*
Een theorie is dat ‘Jacob Jacobs’ ondergedoken heeft gezeten in een pension op Ernst Casimirlaan 45. In het boek ‘Klaasje, Hoe een kleine vrouw groot was, Drie en een half jaar joodse onderduikers’, schrijft Klara van der Waals over een onderduiker die ze ‘Peter’ noemt. Hij zou ondergedoken zijn in het pension van haar moeder, nadat hij ontsnapt zou zijn uit Kamp Westerbork, waar hij zwaar mishandeld zou zijn. Omdat hij zijn vrouw en kind te zeer gemist zou hebben, had hij het pension weer verlaten. Als dekmantel zou hij de 5-jaren-NSB-speld en de Wolfsangel, het insigne van de NSB-jeugd, opgedaan hebben, maar dat had hem dus niet gebaat. Evert Drost zou hem gearresteerd hebben in de Prins Bernhardlaan.
‘Peter’ zou een neef zijn van bokskampioen Ben Bril, maar Bril had noch in de vrijwel volledig uitgemoorde grote familie van vaders- noch van moederskant een neef van enigszins die leeftijd. Toch, hoewel de locatie van de arrestatie niet klopt, zou ‘Peter’ zo maar ‘Jacob Jacobs’ kunnen zijn geweest.
In het naoorlogse strafdossier van Drost wordt deze arrestatie niet behandeld, zodat het de vraag blijft wie ‘Jacob Jacobs’ nou was.
Bronnen:
- Gemeentearchief Zeist, archief gemeentepolitie, toegang 3500, dagrapport van 30 juni 1943
- Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 2.09.09, inventarisnummers 700 II-62533 en BvRC 847/48, E.C. Drost
- Joods monument, Jacob Jacobs en Oostersekade 3
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaart voor Jacob Jacobs
- Klara van der Waals, ‘Klaasje, Hoe een kleine vrouw groot was, Drie en een half jaar joodse onderduikers’, Kontrast, 2003, 47-48
