Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie pagina’s 359-361 van het Onderduikboek; ingrijpend bewerkt/aangevuld)

Onderduikers:

  • Margo Rosenthal (Elsleben-Duitsland, 23 augustus 1925 – Haifa-Israël, 25 april 2017)
  • Hanna de Beer, ongehuwd en kandidaats medicijnen (Amsterdam, 18 november 1920 – Wassenaar, 12 mei 2008)

Onderduikgevers:

  • Antonius Otto Hermanus Tellegen, directeur van de Geneeskundige en Gezondheidsdienst in Zeist (Zwolle, 25 mei 1907 – Overveen, 23 oktober 1943), en
  • echtgenote Henriette Catherine Tellegen-Westerouen van Meeteren (Nijmegen, 31 juli 1908 – Zeist, 6 april 2004)

Vijf kinderen (1936, 1937, 1938, 1939, 1941)

Nadat zij ontkomen is aan een razzia zoekt Margalith Rosenthal wanhopig naar een onderduikadres. Tijdens die razzia zijn haar ouders opgepakt en gedeporteerd. Iemand geeft haar het adres van dokter Toon (Antonius) Tellegen en zijn echtgenote Henriette Tellegen-Westerouen van Meeteren in Zeist. Een beter adres was er niet.

De fabrikantenzoon Toon Tellegen uit Zwolle is arts. Na zijn studie is hij getrouwd met Henriette Catherine Westerouen van Meeteren dochter van de advocaat Herman Westerouen van Meeteren en zijn echtgenote Henriette Catherine Alting Mees. Ze zullen vijf kinderen krijgen, waarvan er twee in Zeist worden geboren.

Tijdens de meidagen van 1940 raakt Toon Tellegen, beroepsofficier tweede klasse in het Nederlandse leger, ernstig gewond als Duitse jachtbommen­werpers duikvluchten uitvoeren en hij daardoor de macht over het stuur van zijn motor verliest. Hij woont in Wassenaar en wordt dan als officier van gezondheid op non actief gesteld. Na zijn herstel op 1 januari 1941 wordt hij benoemd tot directeur van de Geneeskundige en Gezondheidsdienst in Zeist. Zijn gezin verhuist naar Zeist en betrekt dan de woning Hoog Kanje 9, in die tijd aan het bos gelegen.

Op 11 januari 1941 verschijnt op de voorpagina van De Zeister Courant een interview onder de kop ‘Een onderhoud met den Directeur van den G.G.D., A.O.H. Tellegen, Zijn taak en hoe hij die tracht te verwerkelijken’. Daaruit blijkt dat de dienst voorlopig bestaat uit dokter Tellegen zelf, in zijn veelomvattende takenpakket bijgestaan door de tijdelijke gemeenteverpleegster M.C. Westerouen van Meeteren uit Huis ter Heide, zijn schoonzuster.

De nieuwe GGD-directeur is initiatiefrijk. Al in juni wordt het gemeentelijke zwembad Blikkenburg op zijn advies afgesloten, totdat er voldoende maatregelen ter verhoging van de hygiëne zijn genomen. Daar komt de nodige discussie over in de gemeenteraad. Later in 1941 wordt zijn initiatief om een lokale EHBO-afdeling op te zetten toegejuicht. En hetzelfde geldt voor de bloedtransfusiedienst die hij heeft ingericht.

In 1942 moet de Zeister GGD het een paar maanden zonder hem stellen.

Omdat beroepsofficieren dat jaar van de bezetter terug moeten keren in krijgsgevangenschap, verblijft Toon Tellegen vrijwillig van mei 1942 tot 29 augustus 1942 in het kamp Stanislau. Niet als krijgsgevangene – volgens de Conventie van Genève mag een arts niet in krijgsgevangenschap gehouden worden – maar voor de geneeskundige verzorging. Eind augustus 1942 keerde hij naar Nederland terug.

Na terugkomst vertelt hij op bijeenkomsten aan familieleden van de krijgsgevangen officieren over hun kampleven. Begin oktober 1942 stopt hij daarmee omdat de bezetter er bezwaar tegen heeft.

Daarna wordt hij (weer?) actief in het illegale werk. Hij zet een medische organisatie op binnen de verzetsorganisatie Ordedienst, helpt weer mensen aan een onderduikadres, brengt op zijn motorfiets berichten naar Amsterdam en Utrecht en verkent Duitse stellingen. Ook onderhoudt hij contacten met spionagegroepen in Hoek van Holland en Rozenburg (hij kan als arts over een auto beschikken). Ten slotte verzorgt hij de distributie van Vrij Nederland in het district Zeist

Toon Tellegen staat in contact met de Vliegende Brigade, een Gooise verzetsgroep die in 1942 is opgericht door Johan Kemper. De groep houdt zich bezig met sabotage en spionage en zendt de bevindingen naar Londen.

Naar verluidt, gebruikt Toon Tellegen zijn positie als GGD-directeur in Zeist om een aantal jonge joodse mensen onder te brengen in verschillende ziekenhuizen. Hoewel ze vijf kleine kinderen hebben, in de leeftijd van een tot zeven jaar, verbergt het echtpaar Tellegen- Westerouen van Meeteren zelf ook geregeld joodse onderduikers in hun huis. Het wordt al gauw een tijdelijke verblijfplaats voor joodse jongeren die op zoek zijn naar een permanent onderduikadres. Citaat uit de beschrijving van het echtpaar Tellegen-Westerouwen van Meeteren (www.geheugenvanzeist.nl, Hoog Kanje 9) niet zonder overdrijving: ‘Toon was ook betrokken bij de verspreiding van het ondergrondse blad ‘Vrij Nederland’ en hulp aan onderduikers. Soms konden de deuren van hun huis ’s nachts gewoon niet meer dicht vanwege de ondergedoken Joden en andere onderduikers.’ (…) Nadere gegevens over al die onderduikers zijn nog niet gevonden.

Wel is bekend dat Margalith Rosenthal in de loop van 1943 in huis komt bij het echtpaar Tellegen-Westerouen van Meeteren. Als 13-jarige heeft ze met haar ouders de verschrikkingen van de Reichspogromnacht (ook wel de Reichskristallnacht) meegemaakt, toen de herenkledingwinkel en het woonhuis van het gezin werden vernield. Het gezin Rosenthal-Barnett is in januari 1939 naar Amsterdam gevlucht.

Margot heeft zich aangesloten bij een zionistische jeugdbeweging die een zogenaamd ‘jeugdalijah-huis’ had in het Paviljoen Loosdrechtsche Rade in Loosdrecht. Medio augustus 1942 is de jeugdbeweging gewaarschuwd dat het paviljoen zou worden ontruimd. Via contacten met de Westerweelgroep duiken de leden onder. Margot Rosenthal zit aanvankelijk ondergedoken bij het echtpaar Frans en Henny Gerritsen-de Haan in Haarlem, onder de valse naam ‘Maria Rietman voordat ze in Zeist terecht komt.

In Zeist wordt Margot Rosenthal aan de buitenwacht voorgesteld als kinderverzorgster. Zij is welkom in het gelovige gezin Tellegen-Westerouwen van Meeteren. Ze gaat wel elke week mee naar de kerk, maar er wordt niet van haar verwacht dat ze zich bekeert.

Later in 1943 wordt de 22-jarige Hanna de Beer ook opgenomen in huize Tellegen-Westerouen van Meeteren. Ze heeft gymnasium A en B doorlopen en heeft haar kandidaats medicijnen gehaald. Voor de Joodse Raad heeft ze als ziekenverpleegster gewerkt en laboratoriumwerk gedaan. Nu is ze op Hoog Kanje 9 zogenaamd om kinderkleren te naaien. Zij zal niet geweten hebben dat haar oom Salomon en tante Hanna Koster-Teixeira de Mattos elders in Zeist ondergedoken zitten, op Laan van Bergen 9.

In het najaar van 1943 is het alweer gedaan met de betrekkelijke veiligheid van het onderduikadres. Toon Tellegen staat op een lijst van gezochte personen, als een gearresteerde koerier zijn naam noemt. Er wordt een huiszoeking gedaan. Hanna de Beer bevindt zich dan op Hoog Kanje 9, maar ze wordt niet ontdekt. De Duitsers zijn opzoek naar Toon Tellegen, maar die is niet thuis. Ze blijven wachten tot hij thuis zal komen. Henriette Tellegen-Westerouen van Meeteren biedt aan om haar echtgenoot te gaan zoeken, maar met de werkelijke bedoeling om onderduikster Margot te waarschuwen om weg te blijven. De kennelijk ook gewaarschuwde Toon Tellegen blijft eveneens weg.

De beide joodse onderduiksters moeten uiteraard weg, naar andere onderduikadressen.

Toon Tellegen wordt op 7 oktober 1943 alsnog thuis gearresteerd en overgebracht naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam, waar hij op 22 oktober ter dood veroordeeld wordt.

Voorpaginabericht in De Zeister Courant van 27 oktober 1943:

‘*Doodvonnissen voltrokken

Wegens moordaanslagen, daden van sabotage en spionnage*

Naar de Höhere SS und Polizeiführer Nordwest meedeelt, heeft het Polizelstandgericht Amsterdam den 22sten October 1943 de volgende Nederlandsche staatsburgers ter dood veroordeeld:

1 Den student Johan Kemper, geboren 27 October 1922 te Bussum.

2. Den student Marinus Raben, geboren 27 December 1918 te Palembang (Nederl.-Indië).

3, Den distributleambtenaar Karel Raben, geboren 21 Jan. 1918 te Soerabaja (Nederlandsch-Indië)

4. Den student Johan Schimmel, geboren 7 April 1919 te Amsterdam.

5. Willy van Breukelen, zonder beroep, geboren 27 Februari 1921 te Amsterdam.

6. Den student Herman Ruys, geb. 19 Jan. 1923 te Bussúm.

7. Den arts Antonius Tellegen, geb. 25 Mei 1907 te Zwolle.

8. Den student Abraham Cornelis Kuiper, geboren 28 Aug 1922 te Arnhem.

De veroordeelden hebben zich in 't geheim verbonden met het doel moordaanslagen te plegen op personen uit het openbare leven in Nederland, sabotagedaden te verrichten, ondergedoken personen met geld- en- levensmiddelenbonnen te steunen en spionnage te verrichten. De groep heeft in nauwe betrekking gestaan tot den door het Polizei-standgericht Amsterdam den 3Osten Sept. 1943 veroordeelde terreurgroep, waartoe de communist Louis Boissevain en de moordenaars yan luitenant-generaal Seyffardt hebben behoord, en is een voortzetting daarvan geweest. De veroordeelden hebben zich schietwapenen en munitie verschaft. De veroordeelde Johan Kemper heeft bovendien zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan den moordaanslag op den politieambtenaar Woerts te Bussum en den op 3 *Sept. 1943 gepleegden moord op den politiepresident van Utrecht, Kerlen. De onder 1 tot 7 genoemde daders hadden afspraken gemaakt voor moorden en sabotagedaden, die ingeval zij tot uitvoering waren gekomen, de openbare orde in de bezette Nederlandsche gebieden hadden kunnen verstoren. Reeds in deze afspraak voor misdaden heeft het standgericht een vergrijp gezien tegen de voorschriften van de verordening betreffende de handhaving van de openbare orde van 9 Januari 1943. Het, meerendeel der daders, in het bijzonder de arts Antonius Tellegen, heeft actief spionnage bedreven. Door het snelle arresteeren van deze veroordeelden is het de Sicherheitspolizei gelukt de sabotageorganisatie, waarvan de voornaamste deelnemers reeds op 30 September 1943 zijn veroordeeld, in vollen omvang te vernietigen.

Het vonnis is na onderzoek van de gratiekwestie aan zeven veroordeelden Vrijdag jl. door den kogel voltrokken, De distributieambtenaar Karel Raben, een broer van den ter doodveroordeelden en-doodgeschoten Martinus Raben, werd begenadigd, daar hij niet in die mate als de overige veroordeelden zich aan terrorisme had schuldig gemaakt.*’

De executie heeft plaatsgevonden in de duinen bij Overveen.

In de beschrijving van het dramatische verhaal van Hoog Kanje 9 wordt de verdere onderduikroute van Margot Rosenthal en Hanna de Beer samengevat met: ‘Zij overleefden de oorlog.’, maar achter die vier woorden gaan twee ware helletochten schuil.

Hanna de Beer voegt zich blijkbaar bij haar ouders Abraham de Beer-Teixeira de Mattos. Ze worden op de onderduikplek gearresteerd en op 20 januari 1944 in de strafbarak van Kamp Westerbork geïnterneerd. Vijf dagen later worden ze op straftransport gezet en meteen na aankomst op 28 januari worden Hanna’s ouders vermoord, 47 en 49 jaar oud.

In tegenstelling tot haar beide ouders zal Hanna de Beer Auschwitz overleven. In 2005 schrijft ze als Hanna Hammelburg-de Beer op 83-jarige leeftijd een boekje over haar ervaringen, ‘Ontmoetingen in de hel. Auschwitz-Gross Rosen’. Daarin staat echter geen woord over haar onderduikperiode en het is ook niet bekend of ze nog contact heeft onderhouden met de weduwe Tellegen-Westerouwen van Meeteren.

Haar beide zusters hebben de bezetting in onderduik overleefd.

Hanna Hammelburg-de Beer overlijdt op 12 mei 2008 in Wassenaar, 87 jaar oud.

De ouders van Margot Rosenthal waren op 11 maart 1943 geïnterneerd in Kamp Westerbork. Ze waren naar Theresienstadt gedeporteerd en van daaruit naar Auschwitz gebracht. Daar zouden Erich en Flora Rosenthal-Barnett op 11 oktober 1944 vermoord worden.

Intussen zwerft hun dochter Margot van onderduikadres naar onderduikadres. Ze zou maar liefst op zo’n 25 onderduikadressen hebben gezeten, maar in juni 1944 wordt ze gearresteerd. Via de Sicherheitsdienst in de Euterpestraat in Amsterdam en het Huis van Bewaring op de Weteringschans, wordt ze op 27 juni 1944 ingesloten in de strafbarak 67 van kamp Westerbork aan. Op 3 september 1944 wordt ze op transport gesteld naar Auschwitz. Na aankomst blijft ze een tijd bij moeder en dochters Frank-Holländer. Zelf moet ze dwangarbeid verrichtten door aardappels van een trein te halen en deze vervolgens met wagens naar het kamp te trekken (in plaats van paarden). Na vier maanden in Auschwitz-Birkenau wordt Margot Rosenthal in januari 1945 geselecteerd voor kamp Bergen Belsen, waar ze Anne en Margot Frank weer ontmoet.

Op 15 april 1945 wordt ze bevrijd uit Bergen-Belsen. Ze weegt dan nog maar 25 kilo. In juni 1945 komt ze terug in Nederland, waar ze twee weken op de ‘dodenafdeling’ van Noodziekenhuis Emma in Eindhoven ligt. Later wordt ze overgeplaatst naar het Provinciaals Ziekenhuis in Santpoort.

In de herfst van 1947 trouwt Margot Rosenthal met Gideon (Thomas) Drach (1916-1990) die ze tijdens de oorlog heeft leren kennen als lid van de Westerweelgroep. Het jonge echtpaar dient op 13 november 1947 een aanvraag in voor emigratie naar Palestina. Daar nemen ze andere namen aan en heet Margot Rosenthal voortaan Margalith Derech.

Ze houdt contact met haar voormalige onderduikgeefster, ook nadat ze gëemigreerd is. In 1964 bezoekt Henriette Tellegen-Westerouen van Meeteren Israël en ziet ze Margalith terug.

Margalith Derecht overlijdt op 25 april 2017 in Haifa, Israël, op 91-jarige leeftijd.

Na de oorlog zijn Toon Tellegen en de andere op 23 oktober 1943 gefusilleerden, herbegraven op de erebegraafplaats Bloemendaal. Sinds 20 oktober 1952 is er in Zeist de Antonius O.H. Tellegenlaan. Op 15 juni 1965 worden Antonius Otto Hermanus en Henriette Tellegen-Westeroven van Meeteren door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren.

Op vrijdag 14 februari 2025 hebben het Geheugen van Zeist en het 4 en 5 mei Comité Zeist gedenksteentjes voor het echtpaar Tellegen-Westerouwen van Meeteren laten onthullen door wethouder Walter van Dijk en nabestaanden voor de woning Hoog Kanje 9.

Bronnen:

  • Reddingsverhaal Yad Vashem voor Antonius Otto Hermannus en Henriette Tellegen-Westerouen van Meeteren
  • Mordecai Paldiel, ‘The Path of the Righteous: Gentile Rescuers of Jews During the Holocaust’, KTAV Publishing House, 1993, 131 (Margalith Derech-Rosenthal)
  • Zie het bewezen onderduikadres Laan van Bergen 9
  • Hanna Hammelburg-de Beer, ‘Ontmoetingen in de hel. Auschwitz-Gross Rosen’, Verbum, 2003
  • research.annefrank.org/nl, Margot Rosenthal
  • Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor gezinnen Rosenthal en De Beer-Teixeira de Mattos
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Margot Rosenthal en Hanna de Beer
  • www.geheugenvanzeist.nl, Hoog Kanje 9, gedenksteentje

1. Hoog Kanje 9

1.a De ouders van Margalith Rosenthal, Erich en Flory Rosenthal-Barnett jpg

2. Henriette Westerouen van Meeteren in haar jeugd

3. Toon Tellegen

4. Het echtpaar Toon en Henriette Tellegen met hun drie jongste kinderen in 1943.

5. Het graf van Toon Tellegen op de erebegraafplaats in Bloemendaal

6. De Joodse Raad-kaart voor Hanna de Beer

7. Cover van het boek ‘Ontmoetingen in de hel’