Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

Onderduikers:

  • Bernard Koetzer (Amsterdam, 27 juni 1880 – Amsterdam, 27 juni 1960)
  • echtgenote Elisabeth Koetzer-Rudelsheim (Amsterdam, 3 januari 1881 – Amsterdam, 8 november 1964)

Onderduikgeefster:

  • Maria Johanna Kuhn-Hüne, weduwe (Den Helder, 5 maart 1900 – Zeist, 1967)

Kinderen (zoon-1928, dochter-1932) en kinderzorgster Leentje Hagoort (Oudewater, 24 februari 1918)

Een blik op de stambomen (www.maxvandam.info) van het echtpaar Koetzer-Rudelsheim leert dat ze voortkwamen uit oude joodse families in Amsterdam. Dat werd op het gemeentehuis in Zeist gemaskeerd, door ook hun ouders andere namen te geven. De ouders van Bernard Koetzer heetten in werkelijkheid Meijer Koetzer en Rosette Frank. Dat werd Max de Ruyter en Susanna Catharina Willemsen. De namen van de ouders van Elisabeth Koetzer-Rudelsheim heetten Hartog Rudelsheim en Sara Morporgo, wat gewijzigd werd in Willem Rudel en Catharina Jansen. Uit de stambomen blijkt overigens dat in beider families al langer niet-joodse voornamen werden gegeven aan kinderen, vooral in de familie Koetzer (vanaf circa 1870), wat wijst op een liberaal (of geen) joods geloof.

Het echtpaar Koetzer-Rudelsheim was eind januari 1905 in Amsterdam getrouwd. In 1906 en 1909 werden hun zoon Max Henri en hun dochter Susanna Rosette geboren. Van hen berust bij het Amsterdamse archief een foto. Uit commentaren is op te maken dat er nog een zoon was, Hans Dorus. Van hem ontbreekt echter een persoonskaart in het stadsarchief. De reden daarvoor blijkt te zijn dat nakomer Hans Dorus verstandelijk gehandicapt was. Hij werd al jong opgenomen in het Centraal Israëlitisch Krankzinnigengesticht Het Apeldoornsche Bosch.

Bernard Koetzer stond te boek als vertegenwoordiger in elektrische apparaten en dat bracht hem en zijn gezin in de jaren twintig of begin dertig naar Hamburg in Duitsland. Wanneer hij en zijn echtgenote terugkwamen naar Nederland is niet duidelijk, maar dochter Susanna en zoon Max kwamen kort na de machtsovername door Hitler in 1933, respectievelijk in 1938 terug. Het gezin moet in Duitsland de moeilijke nazi-jaren volop meebeleefd hebben.

Susanna Koetzer vertrok naar Eindhoven, waar ze bij Philips ging werken. Max Koetzer vestigde zich in Amsterdam. Bernard en Elisabeth Koetzer-Rudelsheim waren in Zandvoort gaan wonen, maar woonden korte tijd samen met zoon Max in Amsterdam. Vanaf begin 1939 tot medio oktober 1940 woonden ze achtereenvolgens in Brussel, Amsterdam, Brussel en Amsterdam. Veiligheid was niet meer te vinden voor ze en ze zwierven in de hoofdstad langs verschillende adressen. Bernard Koetzer moet zijn werk al gauw kwijtgeraakt zijn, als gevolg van de anti-joodse maatregelen, en hij probeerde aan de kost te komen door te handelen in zoetwaren.

In Amsterdam ondergingen ze volop de heftige jodenvervolging, totdat onderduiken ook voor hen noodzakelijk werd. Zoon Hans Dorus leek veilig in het gesticht, dat in de volksmond in Apeldoorn de ‘Jodenhemel’ heette. Zoon Max dook onder in Amsterdam, maar voor het echtpaar zelf en hun dochter Susanna moest een andere oplossing gevonden worden.

Bernard Koetzer en Elisabeth Koetzer-Rudelsheim werden in het Zeister bevolkingsregister vals geregistreerd onder de namen ‘Bernard en Elisabeth de Ruyter-Rudel’, op het adres Homeruslaan 45. De vraag is nu hoe Bernard en Elisabeth Koetzer-Rudelsheim zelf aan een valse persoonsregistratie in Zeist konden komen. Die vraag kan beantwoord worden met behulp van informatie van achterkleindochter Mara Mientjes.

Mara weet dat haar grootmoeder Susanna Koetzer op 27 mei 1943 in Zeist aanwezig was bij het huwelijk van een van de dochters van de uit Nederlands-Indië afkomstige, doopsgezinde zendeling Johannes Pik. Een van de getuigen was Susanna’s Philips-collega en vriend Dirk Slothouwer junior, met wie ze al in mei 1945 zou trouwen. Het gezin Pik had connecties met het illegaal werk in Zeist. Waarschijnlijk kwam Susanna via hen aan haar valse registratie in Zeist, toen ze begin 1944 moest ze onderduiken. Ze werd vals geregistreerd op Herenlaan 25.

En zo zullen ook haar ouders – eerder – via die connectie aan hun valse registratie in Zeist zijn gekomen. Uit de woningkaart voor bedoeld adres kwam het echtpaar ‘De Ruijter-Rudel’ op 13 juli 1942 daadwerkelijk Homeruslaan 45 wonen, komende uit Amsterdam, en vertrokken ze op 22 juli 1944 naar Laren (NH), Smeekweg 10.

Op Homeruslaan 45 woonde vanaf 20 mei 1940 de uit Amersfoort afkomstige weduwe Maria Johanna Kuhn-Hüne. Ze was met haar echtgenoot Anton Frederik Kuhn (een houtvester) naar Zeist gekomen, waar hij na een kleine anderhalf jaar al was overleden, op 11 november 1941. Op 20 oktober 1942 was de toen 24-jarige kinderverzorgster Leentje Hagoort in huis gekomen. Ze vertrokken op 26 mei 1944 Zeist, naar Prins Hendriklaan 14b. Zat het echtpaar Koetzer-Rudelsheim toen een maand of twee onder hun valse namen alleen in de woning?

Intussen had zich in Apeldoorn een groot drama vertrokken. Op woensdag 20 januari 1943 was daar de Ordedienst van Kamp Westerbork verschenen en was op station Apeldoorn een goederentrein met 40 wagons gereed gemaakt. De helft van het personeel van Het Apeldoornsche Bosch was die nacht gevlucht. In de nacht van donderdag 21 op vrijdag 22 januari 1943 waren de bijna 1.200 patiënten en 50 van de overgebleven personeelsleden in vrachtwagens naar de gereedstaande goederentrein gebracht, die volgende ochtend rechtstreeks naar Auschwitz was gereden. Daar waren allen op 25 januari 1943 meteen vermoord. Ook Hans Dorus Koetzer die 27 jaar oud werd (www.joods.monument).

Zelf overleefden Bernard en Elisabeth Koetzer-Rudelsheim de bezetting, evenals dochter Susanna en zoon Max. Net als andere overlevenden pakten ze hun leven na die zware onderduikjaren weer op.

Susanna Koetzer trouwde met Dirk Slothouwer junior, zoon van een befaamde architect. Ze noemde haar dochtertje naar haar Zeister onderduikgeefster, die vermoedelijk net als het gezin Pik-Scharten uit Nederlands-Indië naar Zeist was gekomen. De start was niet gemakkelijk voor het jonge echtpaar Slothouwer-Koetzer. De schoonouders van Susanna Slothouwer-Koetzer konden het huwelijk van hun zoon met een joodse vrouw niet accepteren. Ze waren niet aanwezig bij het huwelijk en er ontwikkelde zich geen hartelijke relatie. In 1951 strandde het huwelijk. Susanna Koetzer hertrouwde, dit keer met een joodse man.

Hoewel de Holocaust en de onderduikjaren natuurlijk als een streep door de levens van joodse overlevenden als de Koetzers liepen, probeerden ze doorgaans de draad weer op te pakken. Over de pijnlijke gebeurtenissen in het Duitsland van de jaren dertig en tijdens de bezetting werd vaak luid gezwegen. ‘Had ik maar eerder van alles gevraagd’, verzucht achterkleindochter Mara Mientjes anno 2020. Dat geldt voor veel nazaten. De bijzondere onderduikgeschiedenissen zijn vervlogen in de latere jaren. Reconstructie voor herdenking is haast onmogelijk geworden als zich geen getuigen of documenten met verklaringen aandienen.

Bronnen:

  • Mededelingen van achterkleindochter Mara Mientjes
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Bernard de Ruyter’ en ‘Elisabeth de Ruyter-Rudel’
  • Stadsarchief Amsterdam, indexen, vermeldingen in bijzondere registers en archiefkaarten voor Bernard Koetzer en Elisabeth Koetzer-Rudelsheim

1. Homeruslaan 45

2. De valse registratie van Elisabeth Rudelsheim in het bevolkingsregister van Zeist

3. Susanna Rosette en Max Henri Koetzer, omstreeks 1913

4. Het hoofdgebouw van het Apeldoornsche_Bosch, omstreeks 1930

5. Bernard en Elisabeth Koetzer-Rudelsheim rond 1950 met kleindochter Sonja Ann Slothouwer in Den Haag

6. Bernard en Elisabeth Koetzer-Rudelsheim met hun kinderen plus partners en hun kleinkinderen (29 januari 1955

7. Bernard en Elisabeth Koetzer-Rudelsheim bij een feestelijke aangelegenheid (jaartal onbekend)