Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 345-348, en het Supplement, pagina 79)

Onderduikers:

  • Willem Dotsch, verkoopleider (Amsterdam, 14 juli 1910 – naar Zweden geëmigreerd)
  • echtgenote Betsy Dotsch-Kleerekoper (Amsterdam, 26 oktober 1907 – naar Zweden geëmigreerd)
  • Henri Cohen, gehuwd, binnenhuisarchitect (Arnhem, 13 januari 1891 – Amsterdam, 23 februari 1973)

Onderduikgevers:

  • Antonie Samsom, leraar klassieke talen (Alphen aan de Rijn, 17 juli 1898 – Zeist, 20 september 1968), en
  • echtgenote Anna Jantina Samsom-de Boer (Terneuzen, 8 augustus 1901 – Zeist, 29 maart 1993)

Kinderen (1925, 1927, 1928, 1930, 1932, 1936 en 1943)

Sijke Pool (1924), die betrokken zal raken bij het illegale werk in Zeist, zit tijdens de eerste jaren van de bezetting op het Christelijk Lyceum, aan de Lindenlaan. Daar volgt ze Gymnasium B en één van haar leraren is meneer Samsom: ‘Ik herinner me dat hij geweldig boos werd. En in dit geval niet op ons. Je moet weten dat Duitse soldaten het sportveld achter de school gebruikten. Ze marcheerden langs ons lokaal en zongen uit volle borst. En Samsom ontstak in grote woede, kan ik wel zeggen. Hij deed een raam open en spuugde naar buiten en naar beneden, want onze klas was één hoog. De sfeer op school was overigens erg anti-Duits.

Antonie Samsom is een van de leraren van het Christelijk Lyceum, die het niet bij afkeuring alleen laat, maar zich zal ontfermen over joodse onderduikers. Zijn gezin is in 1934 uit Nederlands-Indië naar Zeist gekomen. Er is een meisje voor dag en nacht op Homeruslaan 18, maar met zo’n groot gezin is het met een lerarensalaris geen vetpot. Anton Samsom geeft daarom ook privéles en er wonen kinderen in, waarvan de ouders in het buitenland verblijven. Ze zijn dus wel gewend aan kostgangers.

Anna Samsom-de Boer heeft in Noordwijk gewoond, en in die kustplaats hebben zij en haar echtgenoot een vakantiehuisje. Daar leren ze het joodse echtpaar Willem en Betsy Dotsch-Kleerekoper kennen.

Dat echtpaar woont tijdens het begin van de bezetting in Groningen, waar Willem Dotsch bij de Burroughs Machine company werkt. Ze zijn in maart 1940 van Groningen naar Zandvoort verhuisd. Twee maanden later zijn de Duitsers Nederland binnengevallen en moeten joodse inwoners van de kuststreek daar weg, uit ‘veiligheidsoverwegingen’. Eind oktober 1940 zijn ze teruggegaan naar Groningen.

Henk Imthorn, een voormalige collega van Willem Dotsch, biedt hem een schuilplaats voor diens gezin aan, zodra het gevaar van deportatie dreigt. In augustus 1942 krijgen veel joodse mannen het bevel om zich op te geven voor werkkampen. Willem Dotsch belt met Imthorn die onmiddellijk het dochtertje Nanny Rosalie Dotsch ophaalt en bij hem thuis in Rotterdam onderbrengt. Verder vindt Imthorn zijn broer Klaas bereid om het echtpaar Dotsch-Kleerekoper onderduik te geven. Klaas en Nel Imthorn-Roskam wonen met hun drie kinderen in Noordwijk.

Klaas Imthorn laat het overigens niet bij deze onderduikhulp. Hij zal in 1943 nog een joods echtpaar met hun 60-jarige (schoon)moeder in huis nemen, nadat het echtpaar Dotsch-Kleerekoper was vertrokken. In oktober 1942 duiken Sara Dukker-Kleerekoper, haar 3-jarige dochtertje en 4-jarig zoontje Freddy onder. Sara’s zuster Elisabeth Dotsch-Kleerekoper had haar onderduikgever in Noordwijk gevraagd om hulp te bieden. Klaas Imthorn brengt de drie per trein en tram naar Zeist. Kennelijk woonden daar familie of kennissen (zijn moeder overleed er in 1965).

Het echtpaar Dotsch-Kleerekoper duikt in Noordwijk onder in een vakantiehuisje naast het huisje van de Samsoms. Het echtpaar Samsom-de Boer geeft hun buren toestemming om een gang te bouwen tussen de zolderverdiepingen, om een vluchtmogelijkheid te creëren voor het echtpaar Dotsch-Kleerekoper. Verder bieden de Samsoms onderduik in Zeist aan, als de nood aan de man komt. Na circa zeven maanden in Noordwijk, tegen een beperkte vergoeding voor de onkosten, komt die plaats in januari 1943 in militair gebied te vallen. Daar kan men alleen nog wonen met een vergunning. Het echtpaar Dotsch-Kleerekoper vindt hun onderduiksituatie te riskant. Ze gaan in op de uitnodiging van het echtpaar Samsom-de Boer, om bij hen onder te duiken, op Homeruslaan 18 in Zeist.

Dochter Margaretha (1928) van het echtpaar Samsom-de Boer veel later: ‘Op een dag vertrokken mijn vader en moeder naar Noordwijk. Ik denk dat het in 1942 was, ik mocht thuisblijven. Mijn vader zei tegen mij, dat het mogelijk was dat die dag mensen zouden komen met een briefje, waarop stond dat ze welkom waren. Ik kreeg de instructie, dat ik deze mensen moest binnenlaten. Ik vermoedde al, dat het om Joodse mensen zou gaan. En inderdaad, er kwam die dag een echtpaar aan de deur. En zo kregen wij onderduikers in huis.’

Dochter Nanny Rosalie van het echtpaar Dotsch-Kleerekoper wordt opnieuw elders ondergebracht. Op aandrang van Willem Dotsch wordt een symbolische bedrag onderduikvergoeding van een gulden per dag per persoon bepaald.

In juli 1943 besluit het echtpaar Dotsch-Kleerekoper, na zeven maanden verblijf op Homeruslaan 18, te vertrekken. (Op de woningkaart van Kersbergenlaan 29 staat dat W. Drost van 9 maart 1943 tot 9 oktober 1943 op Homeruslaan 18 heeft gewoond.) Door illegaal werkende ambtenaren op het gemeentehuis zijn nieuwe papieren gemaakt op naam van het gezin Dorst-Koops. Daarmee kunnen ze een gemeubileerde woning op Kersbergenlaan 13 huren, waar ze – nu samen met hun 6-jarige dochter Nanny – de rest van de bezettingstijd doorbrengen. Hoewel, of juist omdat, ze daar een SS-officier als buurman hebben, komen er in de laatste twee jaar van de oorlog nog verscheidene mensen bij hen onderduiken.

Na de bevrijding zal blijken dat de wederzijdse ouders van Willem en Betsy Dotsch-Kleerekoper niet meer leven. In 1957 zal het gezin, uitgebreid met een tweede dochter, emigreren naar Zweden.

Homeruslaan 18 biedt ook plaats aan een of meer andere onderduikers. De joodse binnenhuisarchitect Henri Cohen is er al in 1942 ondergedoken, onder valse naam ‘Henri Plasman’.
Cohen is gehuwd met grafisch ontwerpster Johanna Coster die de catalogi en advertenties verzorgde voor het bedrijf van haar man – die ook een interieurwinkel had – en maakte illustraties voor op de uitnodigingen. Ze is ook ondergedoken en is met haar kennis van grafische technieken betrokken bij de vervalsing van persoonsbewijzen.
Het echtpaar heeft twee zoons, Sem Alma en Rob (Robert Maurits), een klasgenoot van Anne Frank. Rob zit ondergedoken in Leiderdorp bij het gezin Zaalberg, waar hij zijn toekomstige vrouw leert kennen. Oudste zoon Sem – ‘Frits Plasman’ – zwerft langs verschillende onderduikadressen. Vooral in Zeist? Hij bezoekt zijn vader daar elke week een keer. komen nieuwe onderduikers op Homeruslaan 18. Mogelijk is de joodse binnenhuisarchitect Henri Cohen er al vanaf eind mei 1943 ondergedoken, als ‘Henri Plasman’. Zijn zoon Sem – ‘Frits Plasman’ – zwerft langs verschillende onderduikadressen. Hij bezoekt zijn vader elke week een keer.

De illegaal werkers op het gemeentehuis registreren nog meerdere personen onder een onderduiknaam op Homeruslaan 18, maar niet vast staat dat deze personen daar daadwerkelijk ondergedoken hebben gezeten. Dat geldt bijvoorbeeld voor het echtpaar Kurt en Grietje Altmann-Bood en hun zoontje Fred.

De bezetting wordt gaandeweg grimmiger. Er komen razzia’s voor de Arbeitseinsatz. Dochter Margaretha: ‘Dat vond ik heel angstig. Er woonden Joodse mensen bij ons en steeds vaker werden er ook mannen opgepakt om voor de Duitsers te gaan werken. Op de Kritzingerlaan was een aardappelboer. Op een dag moest ik daar aardappelen halen. Toen ik in de rij stond hoorde ik geruchten dat er een razzia gehouden zou worden. Ik wist niet hoe snel ik naar huis moest komen om te waarschuwen. Ik zag de soldaten al in de Lyceumlaan lopen. Ik kon de weg afsnijden door door achtertuinen heen te lopen. Ik was op tijd thuis. De Joodse onderduikers konden achter de kast in hun kamer in de loze ruimte kruipen. Bij een razzia bonkten de soldaten hard op de deur. Mijn moeder deed dan open. Op een gegeven moment zagen de soldaten een hoed aan de kapstok hangen. Ze vroegen waar is de man die bij de hoed hoort. Gelukkig kon mijn moeder de soldaten met een smoes om de tuin leiden. Later hing mijn moeder een biljet voor het raam met daarop geschreven: besmettelijke ziekte. Voor het raam stond een bed. Er was bij ons thuis altijd wel iemand ziek. Daarna werden we overgeslagen met razzia’s.

Henri Cohen en zijn zoon Sem halen de bevrijding ook, evenals Henri’s echtgenote en een andere zoon. Het gezin Cohen-Coster krijgt de beschikking over de woning Waterigeweg 34 die voorheen bewoond was door een NSB’er. Na verloop van tijd keert het gezin terug naar Amsterdam. Op 3 augustus 1950 doet Henri Cohen bij de politie daar aangifte van diefstal van de meubelen uit zijn vroegere woning Ceintuurbaan 376. Nadat het gezin in 1942 moest onderduiken, is een NSB’er in het huis getrokken en die heeft vlak voor zijn verdwijning op Dolle Dinsdag 5 september 1944 het meubilair weg laten halen.

Op 26 november 1982 zijn de onderduikgevers Antonie en Anna Jantina Samsom-de Boer en Klaas en Nel Imthorn-Roskam door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren. Op 3 december 1981 waren Henk en Alie Imthorn-Barnhoorn als zodanig erkend.

-0-0-0-0-

Herberth Samsom woont anno 2020 op tientallen meters van Homeruslaan 18, waar zijn grootouders onderduik verschaften. In zijn reactie wees hij er en passant op dat zijn familienaam in het grote Onderduikboek met een n aan het eind wordt geschreven – Samson, in plaats van Samsom – maar gaf hij vooral aanvullende informatie over de spanningen en de risico’s van onderduiken en onderduikgeven.

Herberth’s vader Aert had in zijn jeugd een tamme kraai die hem overal volgde. Op school bleef de vogel in het raam zitten wachten op zijn jonge baas. Op een dag – zo luidde het verhaal – pikte de kraai een paar huizen verderop een gouden ring weg onder de ogen van de eigenaresse. Die sprak Anna Samsom-de Boer daar op aan, met woorden in de strekking van

U wilt toch niet dat andere mensen weten dat u onderduikers in huis hebt? En wij zijn erg geholpen met wat meel en andere etenswaren.’ Anna Samsom-de Boer gaf de buurvrouw daarop haar laatste eten. Ze ondervond zoveel stress van deze gebeurtenis, dat ze thuisgekomen de kraai dood sloeg. Een actie waaraan ze voor de rest van haar leven schuldgevoel overhield, zo bleek op haar sterfbed.

Het gevaar van onderduik geven was het echtpaar Samsom-de Boer maar al te goed bekend. Eerder hadden ze onderduikers gehad, die na een tijdje ondergebracht waren op een adres op de Eikenlaan. Daar waren ze verraden en gearresteerd, waarbij de onderduikgever zou zijn

doodgeschoten. Vermoedelijk betreft dit de overval op Eikenlaan 9, op donderdag 9 maart 1944, waarbij drie joodse onderduikers en hun onderduikgever waren gearresteerd. Daarbij was de onderduikgever niet doodgeschoten, maar naar Kamp Vught overgebracht.

De relatie met het joodse gezin Dotsch-Kleerekoper was trouwens altijd vriendschappelijk gebleven, wat mag blijken uit het feit dat het gezin direct na de bevrijding geld kon lenen van Anton Samsom. Na terugkeer vanuit Zweden naar Nederland vestigde het gezin zich in Hilversum. Willem Dotsch werkte in totaal 42 jaar bij het succesvolle Amerikaanse computerconcern Burroughs, waarvoor hij in de jaren 1964-1975 de functie van directeur-generaal Nederland vervulde.

Op 8 mei 2023 heeft het Geheugen van Zeist nabij Homeruslaan 18 een gedenksteentje gelegd voor de onderduikgevers en een steentje voor de onderduikers.

Bronnen:

  • Reddingsverhaal Yad Vashem voor Antonie en Anna Jantina Samson-de Boer www.geheugenvanzeist.nl (Aalten-Samsom, oorlogskind 1940-1945).
  • www.geheugenvanzeist.nl (Pool, gemeenteambtenaar: herinnering aan het Christelijk Lyceum en leraar Samson)
  • Geheugen van Zeist, ‘Gesproken geschiedenis in 31 interviews. Zeistenaren vertellen over hun beroep.’, Zeist, 2015, 65-66.
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-5500, register van illegalen: ‘Willem en Elisabeth Dorst-Koops en dochter Nanny’ respectievelijk ‘Henri Plasmans’.
  • www.joodsmonument.nl: Isaäc Aäron en Rosaline Kleerekoper-van der Berg, Jacob en Naatje Dotsch-Blits (ouders echtpaar Dotsch-Kleerekoper)
  • Zie het bewezen onderduikadres Kersbergenlaan 29, onderduik/woonadres gezin Dotsch-Kleerekoper
  • research.annefrank.org/nl, Henri Cohen
  • Mededelingen van Herberth Samsom
  • Zie het bewezen onderduikadres Eikenlaan 9
  • www.delpher.nl, Algemeen Dagblad van 19 juni 1975 (Burroughs, afscheid W. Dotsch)

1. Homeruslaan 18

2. Anton en Anna Samsom-de Boer (links) NOG TE BEWERKEN

3. Het gezin Samsom de Boer na de bevrijding NOG TE BEWERKEN

4. Vader Anton Samsom met drie dochters jpg

5. Moeder anna Samsom-de Boer met haar zoons

6. Een dankbetuiging van de voormalige onderduikers in het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 7 augustus 1970