Tijdens de bezetting werden in Zeist meer dan 900 personen met valse gegevens opgenomen in het lokale bevolkingsregister, vooral joodse onderduikers en onderduikers voor de Arbeitseinsatz. Dit bericht beschrijft een adres waarvoor een of meer valse registraties herleid konden worden tot de werkelijke identiteit van joodse personen. Een overzicht van alle adressen en onderduikers is te vinden via valse registraties van bekende onderduikers.

Het staat niet vast dat de betrokken personen werkelijk op de genoemde adressen ondergedoken zaten.

Wie weet meer? Wie iets meer weet over dit adres en/of de genoemde onderduikers wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.

Vals geregistreerd op dit adres:

  • Jeremias Mesritz, zonder beroep (Meppel, 2 juli 1871 – Zeist, 30 april 1946)
  • echtgenote Dientje Mesritz-Cohen (Meerssen, 2 november 1870 – Rotterdam, 5 augustus 1962)

Jeremias en Dientje (ook wel Dina genoemd) Mesritz-Cohen waren tot 1929 betrokken bij de zaken van de familie Mesritz, die handelde in textiel en een schoenenfabriek bezat. Ze waren in 1929 vanuit Meppel in Zeist komen wonen, aanvankelijk op Veldheimlaan 35. In datzelfde jaar vestigden de eveneens joodse Emanuel Koetser en zijn echtgenote zich in het buurhuis Veldheimlaan 37. Het echtpaar Mesritz-Cohen verhuisde in 1932 naar Professor Lorentzlaan 119 dat ze kochten. Toen er in 1933 na de machtsovername door Adolf Hitler joodse vluchtelingen uit Duitsland kwamen, richtten Jeremias Mesritz en Emanuel Koetser een plaatselijk hulpcomité op, dat met oproepen In De Zeister Courant geld probeerde in te zamelen voor de vluchtelingen.

In de jaren 1935-1938 woonde het echtpaar Mesritz-Cohen op Fransen van de Puttelaan 14. In 1938 verhuisden ze naar het in dat jaar gebouwde herenhuis Oudwijk 12 in Utrecht. Deze hoekwoning had negen kamers, waarvan zeven slaapkamers, en op enig moment verbleven er ook andere joodse bewoners.

In de lijst van de Verkaufsbücher (uit 1941/1942) staat J. Mesritz geregistreerd als bewoner van het adres Oudwijk 12 in Utrecht, met als woningbezit naast Veldheimlaan 35 ook Eikenlaan 34 en Professor Lorentzlaan 119 in Zeist, Hugo de Vrieslaan 84 in Utrecht en Professor Pullelaan 18 in Tuindorp (gemeente Maartensdijk.

De inval had al meteen een dramatisch gevolg voor het echtpaar. Zoon Max Isidoor Mesritz was in 1933 in Newport (Engeland) getrouwd met Henriette Virginie Broekhuijsen. Zij had twee kinderen uit een eerder huwelijk. Tijdens de mobilisatie was mr. Max Isidoor Mesritz, van beroep beëdigd vertaler, 1e luitenant bij het Algemeen Hoofdkwartier in Den Haag. Kort na de Duitse inval maakte hij op 14 mei 1940 een eind aan zijn leven. Zijn stoffelijk overschot werd begraven op het Militaire Erehof in Den Haag, een deel van de Algemene Begraafplaats. Zijn weduwe en haar beide zoontjes Arnold (1927) en Jacques (1929) Emmering werden in de zomer van 1943 in onderduik gearresteerd, op 20 juli 1943 als strafgevallen gedeporteerd naar Sobibor en daar op 23 juli vermoord.

In april 1942 werd de woning Oudwijk 12 gevorderd met inventaris en al voor leden de Duitse Wehrmacht. Het echtpaar, dat het nodige onroerend goed bezat in Zeist en Utrecht, moest zich nu zelf behelpen met twee kamers en een keuken op Sweelinckstraat 33. Of ze daar nog lang verbleven, is de vraag. Weliswaar kwamen hun namen voor op de in september 1942 opgemaakte lijst van joden in Utrecht, maar op het gemeentehuis van hun eerdere woonplaats Zeist werden ze al op 23 april 1942 vals geregistreerd onder de valse namen ‘Johannes en Dina de Graaf-van Dijk’. Na de bevrijding werd op de persoonskaart van ‘Dina de Graaf-van Dijk’ genoteerd dat haar meisjesnaam Dientje Cohen was, geboren op 2 november 1870. Met dat gegeven is ook de naam van haar echtgenoot te achterhalen, Jeremias Mesritz.

De vervalsing van de gegevens van het echtpaar was geen half werk. Zonder de latere aantekening op de persoonskaart van ‘Dina de Graaf-van Dijk’ (Dientje Mesritz-Cohen) zou de identiteit van het echtpaar niet te achterhalen zijn geweest:

  • Jeremias Mesritz werd genoteerd als de Nederlands Hervormde ‘Johannes de Graaf’ (Amsterdam, 10 oktober 1872), zoon van ‘Johannes en Maria de Graaf-Boomsma’ (Amsterdam, 1845 respectievelijk Leeuwarden 1846)’, in plaats van Meijer en Saartje Philip Mesritz-Wagenaar. (Meppel, 1826 respectievelijk Amsterdam, 1836).
  • Dientje Mesritz-Cohen als de Nederlands Hervormde ‘Dina van Dijk (Amsterdam, 1 augustus 1872), dochter van ‘Jan en Dora van Dijk-de Geest (Rotterdam, 1844 respectievelijk Almelo, 1945)’, in plaats van Izak Lazarus en Kee Cohen-Itallie (Groningen, 1826 respectievelijk Meppel, 1833).

Het echtpaar zou afkomstig zijn van Stationslaan 2 in Harderwijk en zich op 23 april 1942 gevestigd hebben op het adres Homeruslaan 13. Of ze daar werkelijk ondergedoken hebben gezeten, is niet bekend. Het is beslist niet ondenkbaar, want ze hadden ongetwijfeld relaties in Zeist, in elk geval in de vorm van huurders van hun panden op Eikenlaan 34, Veldheimlaan 35 en op Professor Lorentzlaan 119.

Die relaties waren niet alleen bruikbaar voor hun eigen onderduik. Dochter Corrie (Cornelia) Leefsma-Mesritz woonde met echtgenoot en twee zoons in Groenekan. Haar zoontje Lex vond in 1943 onderduik op Veldheimlaan 35 in Zeist, waar zijn grootouders eerder hadden gewoond. Het gezin Leefsma-Mesritz overleefde de bezetting.

Ook hun (schoon)ouders Jeremias en Dientje Mesritz-Cohen overleefden de bezetting. Twee zusters van Jeremias Mesritz werden met hun gezinnen vermoord in Sobibor en Auschwitz.

In de eerste naoorlogse jaren kreeg het echtpaar te maken met het rechtsherstel voor het vastgoed, bestaande uit de vijf eerder genoemde panden. Dat liep in elk geval in Zeist moeizaam, maar de oorlogskoop door de huurder van Veldheimlaan 35 en de magere regeling voor dat pand zouden te maken kunnen hebben met de onderduik van kleinzoon Lex Leefsma op Veldheimlaan 35.

Zelf was het echtpaar op Wilhelminalaan 35 gaan wonen, waar Jeremias Mesritz op 30 april 1946 overleed. Echtgenote Dientje zou hem meer dan 16 jaar overleven. Zij overleed in Rotterdam, waar ze verbleef in het Centraal Tehuis voor Israelieten in Nederland aan de Heemraadssingel.

Bronnen:

  • Gemeentearchief Zeist, oud bevolkingsregister; 1499-1500, register van illegalen, ‘Johannes en Dina de Graaf-van Dijk’
  • Joods digitaal monument, Max Isidoor Mesritz en ‘Joodse geschiedenis in Groenekan’?
  • Geheugenvanzeist.nl, adresgids en afleveringen van De Zeister Courant
  • Kadasterdata.nl en Huispedia.nl
  • Zie het bewezen onderduikadres Veldheimlaan 35, onderduik van Alexander Max Leefsma
  • Nationaal Archief, Verkaufsbücher
  • Digitaal joods monument, Max Isidoor Mesritz, Henriette Virginie Mesritz-Broekhuijsen en Arnold en Jacques Emmering
  • Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaart voor Henriette Virginie Broekhuijsen
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Henriette Virginie Mesritz-Broekhuijsen, Arnold Emmering en Jacques Emmering
  • Maarten-Jan Vos, ‘Vermoedelijk met achterlating van meubilair vertrokken, Ontrechting en rechtsherstel van joodse Zeistenaren en de betrokkenheid van de gemeente tijdens de Tweede Wereldoorlog’, april 2024

1. Homeruslaan 13

2. De valse registratie van Jeremias Mesritz in het bevolkingsregister van Zeist

3. De valse registratie van Dientje Cohen in het bevolkingsregister van Zeist

4. De overlijdensadvertentie van Jeremias Mesritz in het Nieuw Israelietisch Weekblad van 10 mei 1946

5. Artikel in het Nieuw Israelietische Weekblad van 31 mei 1957

Jaron Leefsma in 1958 met zijn overgrootmoeder Dina ‘Mestritz’, zoals hij haar later noemde