Tijdens de bezetting werden in Zeist meer dan 900 personen met valse gegevens opgenomen in het lokale bevolkingsregister, vooral joodse onderduikers en onderduikers voor de Arbeitseinsatz. Dit bericht beschrijft een adres waarvoor een of meer valse registraties herleid konden worden tot de werkelijke identiteit van joodse personen. Een overzicht van alle adressen en onderduikers is te vinden via valse registraties van bekende onderduikers.
Het staat niet vast dat de betrokken personen werkelijk op de genoemde adressen ondergedoken zaten.
Wie weet meer? Wie iets meer weet over dit adres en/of de genoemde onderduikers wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.
Vals geregistreerd op dit adres:
- Joachim Swalef, afdelingschef van een manufacturen-engros-zaak (Amsterdam, 29 december 1878 – 3 februari 1957)
- echtgenote Judith Swalef-Cohen (Brielle, 31 mei 1884 – Amsterdam, 17 januari 1952)
Bewoners (= onderduikgevers?)
- Jan Elbers van der Burg, hoofdingenieur NS, officier in de Orde van Oranje Nassau (Apeldoorn, 12 oktober 1879 te Apeldoorn – Doetinchem, 8 november 1963), en
- echtgenote Jetske Wiskia van der Burg-Hora Adema (Den Haag, 30 juni 1879 – Velp, 28 januari 1966)
Geen kinderen
Op Homeruslaan 10 woonde vanaf 1935 het echtpaar Jan Elbers, en Jetske Wiskia van der Burg-Hora Adema. Zestigers die uit Utrecht naar Zeist waren gekomen. Jetske Wiskia van der Burg-Hora Adema was de dochter van burgemeester Johan Hora Adema van Harlingen en de Friese Lucia Aurelia Bergsma Fruitier De Talma. Zij schreef christelijke kinderlectuur.
Op hun adres werd in het bevolkingsregister van Zeist tijdens de bezetting het echtpaar ‘Sieger en Johanna de Graaf-Colen’ ingeschreven. Als onjuiste datum van vestiging in Zeist werd 24 oktober 1941 genoteerd en als onjuist voormalig adres Purmerhof 7 in Amsterdam. Via de geboortegegevens van de echtgenote kon dit echtpaar herleid worden tot Joachim en Judith Swalef-Cohen uit Amsterdam.
Als ouders waren voor de Nederlands Hervormde inkoper ‘Sieger de Graaf’ genoteerd: ‘Tjeerd de Graaf (Bolsward, 1848)’ en ‘Sjoukje Boonstra (Franeker, 1849)’, in plaats van Jacob Swalef (Amsterdam) en Roosje Cohen (Amsterdam). Voor ‘Johanna de Graaf-Colen’ werden ‘Frans Colen (Pannerden, 1855)’ en ‘Catharina van Delden (Pannerden, 1860) genoteerd in plaats van Levi Cohen en Frankje Salomons.
De orthodoxe Joachim Swalef had tijdens de bezetting een Sperr gekregen van de Joodse Raad, waarvoor hij als huisbezoeker werkte. Mogelijk was die Sperr de reden dat zijn echtgenote eind januari 1943 weer vrijgelaten werd uit Kamp Westerbork, waar haar bagage vervolgens zoek bleef. Daarna moet het echtpaar ondergedoken zijn, mogelijk op Homeruslaan 10 in Zeist maar dat is niet zeker.
Hun dochter Rosa en zoon Louis werden eind augustus 1943 in onderduik gearresteerd en op transport naar Kamp Westerbork gesteld. Louis Swalef, van beroep maatschappelijk werker, wist uit de rijdende trein te springen en overleefde de oorlog. Rosa Swalef, van beroep advocaat en procureur, werd op 18 september 1943 ingesloten in de strafbarak 67 van Kamp Westerbork, op 21 september op straftransport naar Auschwitz gesteld en daar meteen na aankomst vermoord, op 24 september 1943.
Zelf overleefden Joachim en Judith Swalef-Cohen de bezetting. Joachim Swalef verbleef als weduwnaar in 1955 korte tijd in Zeist, op Dolderseweg 132 (rusthuis Casa Nostra).
Bronnen:
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Sieger en Johanna de Graaf-Colen’
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor Joachim en Judith Swalef-Cohen
- ITS Arolsen, Joodse Raad-kaarten voor Joachim Swalef, Judith Swalef-Cohen, Rosa Swalef en Louis Swalef
- Joods digitaal monument, Rosa Swalef
- K. Groen, ‘Als slachtoffers daders worden. De zaak van de joodse verraadster Ans van Dijk’, Baarn, 1994
- Sytze van der Zee, ‘Vogelvrij. De jacht op de joodse onderduiker’, Amsterdam, 2010


