Tijdens de bezetting werden in Zeist meer dan 900 personen met valse gegevens opgenomen in het lokale bevolkingsregister, vooral joodse onderduikers en onderduikers voor de Arbeitseinsatz. Dit bericht beschrijft een adres waarvoor een of meer valse registraties herleid konden worden tot de werkelijke identiteit van joodse personen. Een overzicht van alle adressen en onderduikers is te vinden via valse registraties van bekende onderduikers.

Het staat niet vast dat de betrokken personen werkelijk op de genoemde adressen ondergedoken zaten.

Wie weet meer? Wie iets meer weet over dit adres en/of de genoemde onderduikers wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.

In memoriam, vals geregistreerd op dit adres:

  • Noach Rotstein, gescheiden, koopman, tabaksbewerker, bedrijfsleider (Lodz-Polen, 21 oktober 1911 – Auschwitz, 31 mei 1944), bereikte de leeftijd van 32 jaar

Bewoners:

  • N.N.

Geen kinderen

Met als ingangsdatum 7 juni 1942 werd de uit Amsterdam afkomstige, zogenaamd gereformeerde ‘Nicolaas Roodhuijsen’ (Zaandam, 21 oktober 1911), agent van een levensverzekeringsmaatschappij, ingeschreven in het Zeister bevolkingsregister. Als zijn ouders werden ‘Frits en Maaike Roodhuijsen-Niessen’ genoteerd. Het was een valse registratie. De man achter de naam ‘Nicolaas Roodhuijsen’ is ongetwijfeld Noach Rotstein, een Amsterdammer met Poolse roots en nationaliteit. Hij had dezelfde geboortedatum, maar verder verschillende antecedenten en gegevens. Hij was niet in Zaandam geboren, maar in Lodz (Polen), als zoon van Majer en Cyrla Gitla Rotstein-Wagowski.

Zijn adres in Zeist zou Herenlaan 33 zijn. Dat is uiterst onwaarschijnlijk, want daar woonde vanaf april 1940 een accountant die lid was van de NSB. De man was bovendien getrouwd met een oudere zuster van Albert Korenhof, een plaatselijk berucht lid van de Zeister NSB-knokploeg (de Weermacht Afdeling).

Noach Rotstein werd dus gelegaliseerd in Zeist als niet-joods, maar het is niet zeker of hij ook in Zeist ondergedoken zat. In elk geval dus niet op Herenlaan 33.

Noach Rotstein en zijn oudere broer Chil waren in de jaren twintig vanuit Polen naar Amsterdam gekomen. Chil Rotstein bleef daar ook wonen, maar Noach vertrok in 1935 naar Den Haag. Zijn beroep was op dat moment marktkoopman. Hij trouwde daar op 20 november 1935 met de eveneens Poolse, zeveneneenhalf jaar oudere dienstbode Ruchla Szachter.

Zij was geboren in 1904 in Bodzentyna in Polen. In april 1931 had ze zich in Den Haag gevestigd, in oktober van dat jaar was ze teruggegaan naar haar geboorteplaats en in april 1932 toch weer teruggekomen naar Den Haag. Ze woonde tijdelijk in bij het vijfkoppige gezin van haar broer Szlama Lryzor Szachter, een rabbijn.

Op 20 juli 1937 werd zoon Salomon in Den Haag geboren, maar ouders en zoontje zouden geen gelukkig gezin vormen. Medio januari 1938 kwam Noach Rotstein alleen terug naar Amsterdam. Een jaar later werd de tweejarige Salomon naar het joods weeshuis Machseh Lajesoumim, in de Roodenburgerstraat in Leiden, gebracht.

Over Noach Rotsteins levens is verder weinig bekend. Zijn naam (N. Rotstein) duikt op uit de Amsterdamse politierapporten 1940-1945. Als bedrijfschef van de tabaksfabriek Yohai & Co op Oudezijds Achterburgwal 128-132, waar hij de politie op 18 februari 1942 begeleidde bij het onderzoek naar een inbraak.

Ruchla Rotstein-Szachter werd op 17 september 1942 binnengebracht in Kamp Westerbork. Zonder zoontje Salomon dat nog steeds in het joodse weeshuis Machseh Lajesoumim in Leiden verbleef. Ruchla bleef maar kort in Kamp Westerbork, zij werd op 2 oktober 1942 op transport gesteld naar Auschwitz en daar meteen na aankomst op 5 oktober vermoord. Zij bereikte de leeftijd van 38 jaar. Haar broer, diens echtgenote en hun drie zoons werden enkele weken later naar Auschwitz gedeporteerd. Ze werden alle vijf vermoord.

Dat zou allemaal pas na de bevrijding bekend worden. Kennelijk had Ruchla de scheiding aangevraagd. Op 5 november 1942 sprak de zesde enkelvoudige kamer van de Arrondissementsrechtbank in Amsterdam de scheiding uit tussen Noach Rotstein, wonende in Amsterdam, en Ruchla Szachter, ‘verblijvende in Den Haag’. Op verzoek van Ruchla Szachter die precies een maand eerder vermoord was als Ruchla Rotstein-Szachter.

Op 17 maart 1943 werd het joodse weeshuis in Leiden door de lokale politie op last van de bezetter ontruimd. Na 5 dagen in Kamp Westerbork werd Salomon Rotstein op 23 maart op transport gesteld naar Sobibor, waar hij na aankomst op 26 maart 1943 vermoord werd. Hij bereikte de leeftijd van 5 jaar.

Zijn vader Noach dook op enig moment onder. Hij werd op 11 november 1943 gearresteerd en zes dagen later opgesloten in de strafbarak 67 van Kamp Westerbork. Op 25 januari 1944 werd hij op straftransport naar Auschwitz gesteld. Hij stierf op 31 mei 1944 in het kamp, op de leeftijd van 32 jaar.

Noachs broer Chil, diens echtgenote en zoon waren via Kamp Vught en Kamp Westerbork op 24 september 1943 al in Auschwitz vermoord. Hun dochter nog eerder, op 19 februari 1943.

In 1960 bij een verbouwing van de woning Semarangstraat 24 II werden jodensterren, persoonsbewijzen en andere stukken van in 1943 gearresteerde onderduikers gevonden. Samen met de ster, documenten en het persoonsbewijs, met de twee grote J’s erop, van Noach Rotstein werd dezelfde stukken van zijn leeftijdsgenote, de Amsterdamse naaister Reina Schuitevoerder (Amsterdam, 14 maart 1911) aangetroffen. Of er een relatie tussen beiden bestond, is niet bekend. Maar ook Reina Schuitevoerder werd op 11 november 1943 gearresteerd, op 17 november 1943 ingesloten in strafbarak 67 van Kamp Westerbork en op 25 januari 1944 naar Auschwitz gedeporteerd. Aldaar werd Reina na aankomst op 28 januari 1944 meteen vermoord, op de leeftijd van 32 jaar. Haar beide ouders – Reina was enig kind – waren op 7 mei 1943 al in Sobibor vermoord.

De bewoners van Semarangstraat 24-2 hoog brachten de vondsten naar de politie die de spullen doorstuurde naar het bevolkingsregister. Blijkbaar was er toen niet veel belangstelling voor, want de stukken werden gearchiveerd en vergeten. Zestig jaar bleven de jodensterren, persoonsbewijzen en documenten van Noach Rotstein en Reina Schuitevoerder in een gesloten archiefdoos bij het Amsterdamse Stadsarchief.

Die doos maakte deel uit van een vijfde deel van de 50 archiefkilometers, die nog niet ontsloten waren. In 2016 werd besloten om in vijf jaar tijd die resterende elf kilometer aan archiefmateriaal alsnog te ontsluiten. Het ontsluitingsproject Omega, waaraan twintig historici en studenten cultureel erfgoed meewerkten, leverde tal van bijzondere vondsten op, zoals jodensterren, persoonsbewijzen en documenten van Noach Rotstein en Reina Schuitevoerder. Ze zijn nu te zien in de vernieuwde schatkamer van het Amsterdamse Stadsarchief.

Het zijn stille getuigen van de geschiedenis van Noach Rotstein en de mensen om hem heen, die ten overvloede de moorddadige werking van de Holocaust illustreert. Ze werden allen vermoord, niemand uitgezonderd.

Blijven er verschillende vragen naar aanleiding van de valse registratie van Noach Rotstein in het Zeister bevolkingsregister.

Zoals in veel – de meeste? – gevallen is het niet bekend wie om deze registratie had gevraagd.

En het kwam vaker voor dat in Zeist joodse onderduikers werden geregistreerd op adressen van NSB’ers, maar waarom? Ook als een onderduiker niet naar Zeist kwam – had de valse registratie dan veel zin? – kon men toch voor een neutraler adres kiezen?

Los van deze vragen moet vastgesteld worden dat de valse registratie Noach Rotstein niet behoed heeft voor zijn tragische lot.

Bronnen:

  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Nicolaas Roodhuijsen’
  • Stadsarchief Amsterdam, archiefkaarten en politierapporten 1940-1945, N. Rotstein respectievelijk Noach Rotstein
  • herdenkingleiden.nl/weeshuis, Namenpagina weeshuis, Salomon Rotstein
  • Digitaal joods monument, Noach, Salomon en Ruchla Rotstein-Szachter, Chil Rotstein en gezin, Szlama Lejzor Szachter en gezin, Reina Schuitevoerder
  • ITS Arolsen, Joodse Raad-kaarten voor Ruchla en Salomon Rotstein-Szachter, Chil Rotstein, Miriam Rotstein, Szlama Szachter, Reina Schuitevoerder
  • erfgoedstem.nl/Jodensterren van onderduikers in de Semarangstraat (3 mei 2017)
  • Gemeente Amsterdam, Schatkamer Stadsarchief
  • Het Parool, ‘Altijd prijs bij schatgraven in het Stadsarchief’ (16 september 2018)

1. Herenlaan 33

2. Valse registratie van Noach Rotstein in het bevolkingsregister van Zeist

3. Uit de Nederlandsche staatscourant van 27 november 1942

4. Salomon Rotstein. (Nationaal Archief, Rijksvreemdelingendienst, inventarisnummer 499, joods weeshuis Leiden)

5. Joodse Raad-kaart van Noach Rotstein

6. De persoonsbewijzen van Reina Schuitevoerder en Noach Rotstein

7. Artikel op het Digitaal joods monument op de pagina voor Noach Rotstein