Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)

Onderduikers:

  • dr. Isidore van Creveld, kantonrechter, plaatsvervangend vertegenwoordiger van de Joodse Raad voor Bussum, juridisch adviseur van de Joodse Raad (Amsterdam, 24 december 1885 – Bussum, 22 oktober 1960), en
  • echtgenote mr. Seline Jeannette van Creveld-Meijers, lerares (Middelburg, 1 september 1893 – Amsterdam, 5 mei 1987)

Eventuele onderduikgevers niet bekend

In 1945 werd (opnieuw) een Joodse Coördinatie Commissie (JCC) opgericht, die echter niets van doen had met de gelijknamige vooroorlogse commissie. De JCC van 1945 zorgde voor registratie en opvang van joodse mensen die de oorlog overleefd hadden. De adressen op de JCC-lijsten gaven aan waar joodse overlevenden zich na de bevrijding bevonden. Dat waren dus niet noodzakelijk onderduikadressen.

Het echtpaar Van Creveld-Meijers, beiden juristen van opleiding, bevond zich volgens de JCC-lijst na de bevrijding op Herenlaan 31. In hun geval staat echter vast dat ze al eerder verbleven op bedoeld adres.

In De Zeister Courant van 17 maart 1945 vroegen ze namelijk met een kleine advertentie onder ‘Te koop gevraagd’ om een stoffer en blik. Dat ze dat op hun eigen naam en adres ‘Creveld, Heerenlaan 31 huis’ deden, was opmerkelijk, want Zeist werd pas op 7 mei 1945 bevrijd door de Polar Bears, de 49e Britse Infanterie Divisie van het 1e Canadese Legerkorps.

Er was dus nog wel risico aan zo’n advertentie verbonden, en het lijkt ongeloofwaardig dat het echtpaar dat risico liep voor een ogenschijnlijk minder belangrijke aankoop. Een code?

Isidore van Creveld was een telg uit een prominente joodse familie.

Zijn vader Abraham van Creveld was journalist. Hij richtte het Centraal Israëlitisch Weekblad op, waarvan hij hoofdredacteur werd. Hij was verantwoordelijk voor het godsdienstonderwijs bij het Nederlands-Israëlitisch Meisjesweeshuis (1892-1920, waarvan hij ook bestuurslid was, en voor het godsdienstonderwijs bij de scholen van de Nederlands-Israëlitische Synagoge (NIHS) in Amsterdam (1903-1916?). Hij was tevens onder meer kerkeraadslid van de NIHS, lid van de Coördinatiecommissie en thesaurier voor Nederland van het joodse weeshuis te Jeruzalem. Voor zijn verdiensten werden hem de joodse Chower-titel toegekend en werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hij overleed in oktober 1940 en was weduwnaar sinds 1928.

Van zijn kinderen werd prof.dr. Simon van Creveld de bekendste. Deze hoogleraar kindergeneeskunde verwierf wereldfaam als bestrijder van hemofilie. Hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Isidore van Creveld had rechten gestudeerd en was in 1912 gepromoveerd. Hij praktizeerde aanvankelijk als advocaat, maar werd in 1919 al benoemd tot plaatsvervangend kantonrechter in Amsterdam en in 1933 benoemd tot kantonrechter, welke functie hij tot 1955 zou vervullen, uiteraard met een jarenlange onderbreking gedurende de bezetting. Hij publiceerde in juridische (vak)tijdschriften en monografieën.

Isidore van Creveld was een gezaghebbend man in joodse kringen en vervulde meerdere bestuursfuncties.

Zo was hij secretaris/voorzitter van de Bergstichting, een weeshuis voor joodse kinderen in Laren, voorzitter van joodse instelling voor kinderbescherming, bestuurslid van het Nederlands Genootschap tot Zedelijke Verbetering van Gevangenen en vice-voorzitter vereniging van Veilig Verkeer Bussum.

Daarnaast functioneerde hij als vice-voorzitter van de Nederlands-Israëlitische Gemeente van Bussum, voorzitter van de Joodse Raad Naarden-Bussum, lid van de Coördinatiecommissie (tot 1946), voorzitter van het dagelijks bestuur (de Permanente Commissie) van het Nederlands-Israelitisch Kerkgenootschap in de naoorlogse jaren.

Isidore van Creveld werd benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Het echtpaar Van Creveld-Meijers zou in Amsterdam gewoond hebben op Keizersgracht 729, en vanaf december 1932 in Bussum, waar ze in augustus 1945 weer zouden gaan wonen. Aanvankelijk had het echtpaar een vrijstelling van deportatie. Naar verluidt, was hun latere aanvraag voor een verblijf in Barneveld afgewezen. Hoe ze voor hun onderduik in Zeist terecht waren gekomen is niet bekend, evenmin de omstandigheden van hun onderduik alhier.

De broers en zusters van Isidore en Seline van Creveld-Meijers overleefden de bezetting ook. Hun enige kind en zoon Jacob Abraham (Amsterdam, 1928) eveneens. Jaap van Creveld vestigde zich met zijn echtgenote Ellen Werthauer (1933) in de Verenigde Staten.

Bronnen:

  • JCC-lijst van joodse overlevenden
  • Geheugen van Zeist, collecties, oude kranten, De Zeister Courant van 17 maart 1945
  • Joods Biografisch Woordenboek, Abraham, Simon en Isidore van Creveld
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaart voor Isidore van Creveld (kaart van echtgenote nog niet aangetroffen)
  • www.joodsamsterdam.nl, Keizersgracht
  • Stadsarchief, indexen, archiefkaart voor Isidore van Creveld

1. Herenlaan 31

2. Joodse Raad-kaart van Isidore van Creveld

3. De rubriek ‘Te koop gevraagd’ in De Zeister Courant van 17 maart 1945, waarin ‘Creveld, Herenlaan 31 huis’, om een stoffer en blik vroeg

4. Overlijdensadvertentie van Mr. Isidore van Creveld in het Algemeen Handelsblad van 24 oktober 1960