Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 79-83)
Onderduikertje (na arrestatie weer vrijgelaten):
- Annie Elze Wallega (Enschede, 1939)
Onderduikgever (na arrestatie weer vrijgelaten):
- Pieter Frederik van der Schee, leraar Christelijk Lyceum (Arkel, 8 maart 1898 – Zeist, 24 april 1969)
Onderduikgeefster:
- echtgenote Wilhelmina Margaretha van der Schee-van Oostveen (Amsterdam, 26 juni 1900 – Zeist, 27 september 1963)
Tijdens de bezetting drie kinderen (1930, 1932 en 1937)
Het echtpaar Piet en Mien van der Schee-van Oostveen nemen al voor de bezetting weeskinderen uit het Utrechtse Diaconessenhuis in huis, voor 1-2 jaar. Als in 1942 wordt gevraagd of ze een blond meisje van drie jaar op willen nemen, voorzien van alle documenten, reageren ze positief. Dat verandert niet als ze te horen krijgen dat het eigenlijk om een joods meisje uit Amsterdam gaat, waarvan de ouders elders op een zolderkamertje ondergedoken zitten.
Zo komt kleine ‘Anneke’ bij het echtpaar. Meer dan 50 jaar later zal ze er in een interview in De Telegraaf over zeggen: ‘Mijn pleegouders waren ontzettend gek met mij, maar toch heb ik in Zeist met een enorme angst geleefd. Ik wist namelijk dat ik een echte mama had, maar wanneer kwam die dan?’
Ze wordt er op getraind om mama, broer en zusje te zeggen tegen haar pleegfamilie. Ondanks die veiligheidsmaatregel, en ondanks herhaalde waarschuwingen, onderschat het echtpaar de gevaren. Ze spreken binnen hun kennissenkring over ‘het jodinnetje’, wat gevaarlijk is. En dat blijkt als de beruchte politieman Evert Drost zich op vrijdag 21 mei op Harmonielaan 31 meldt, en naar ‘Anneke’ en haar papieren vraagt. Piet van der Schee beweert dat ‘Anneke’ een volkomen onbekend weeskind is, maar die bewering vindt geen geloof. Hij en het kleine meisje moeten met Drost mee naar het politiebureau en worden ingesloten, ter beschikking van de Sicherheitspolizei:
‘9 uur n.m. In passantenkamer geplaatst ter beschikking S.D. te Amsterdam PIETER FREDERIK VAN DER SCHEE, geb. 8 Maart 1898 te Arkel Z-H, van beroep leeraar, won. Harmonielaan 31, Zeist en een meisje, van ongeveer 3 jaar, waar geen naam van bekend is. E.C.D.’
Mien van der Schee-van Oostveen waarschuwt buurtbewoners, familie en vrienden. Koortsachtig wordt overlegd. Piet heeft zogenaamd een ernstige hartkwaal. Een ingeschakelde arts zorgt snel voor een medische verklaring, waarmee hij uit het politiebureau gehaald kan worden. Maar als ‘Anneke’ moet blijven, blijft hij ook. Uit het nachtrapport van vrijdag 21 op zaterdag 22 mei 1943:
‘Cel 12 – P.F. van der Schee met klein meisje – Besch. S.D.’
Illegale werkers worden ingeseind en denken dat ‘Anneke’ wel bevrijd kan worden, als ze in de crèche tegenover de Hollandsche schouwburg wordt opgenomen. Als er een goede foto beschikbaar is, zullen ze actie ondernemen.
De politie stelt Piet van der Schee en ‘Anneke’ na een nacht in de cel weer op vrije voeten, op zaterdagmiddag 22 mei, om 14.00 uur. Daarbij krijgt Van der Schee wel de aanzegging dat het meisje maandag in Amsterdam afgeleverd moet worden bij de Sicherheitspolizei.
Het plan van de illegale werkers wordt dan besproken, maar in tweede instantie ziet het echtpaar Van der Schee-van Oostveen het toch niet zitten. Er wordt gebeden en in de bijbel gelezen, waarna het besluit volgt om ‘Anneke’ niet alleen te laten. Het echtpaar, hun drie kinderen tussen de vier en elf jaar, een 12-jarig neefje (wiens ouders in een jappenkamp zitten en dat niet zullen overleven) en ‘Anneke’ moeten onderduiken.
Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Bleek van angst en radeloos belt Mien van der Schee-van Oostveen ’s zondags aan bij dr. K.J. Hahn in De Bilt, die in 1939 met zijn joodse echtgenote naar Nederland is gevlucht en tijdelijk in Zeist heeft gewoond. In plaats van onderduiken borrelt een plan op. De buurman op Harmonielaan 29 is de 70-jarige Adolf Gobée, een voormalige KNIL-officier en gepensioneerde wiskundeleraar. Hij is lid van de NSB, maar niet fanatiek. Deze buurman wordt overgehaald om een verklaring schrijven, dat Piet van der Schee een sociaal-voelende man is en nooit van zijn leven joden in huis zal halen. De blonde krullen van ‘Anneke’ zijn een sterk argument en de buurman schrijft de gevraagde verklaring. Daarmee gaat Mien van der Schee-van Oostveen die maandag met ‘Anneke’ naar de afdeling voor joodse weeskinderen in Amsterdam. Als de dienstdoende Duitser de papieren van het Diaconessenhuis heeft bestudeerd, en de verklaring van Mien heeft aangehoord, zegt hij dat ze het kind weer mee kan nemen.
Na drie roerige dagen keert de rust weer op Harmonielaan 31. ‘Anneke’ wordt ingeschreven bij de burgerlijke stand en komt veilig de bezettingstijd door. Het blijkt te gaan om de joodse Annie Elze Wallega, dochter van het echtpaar Machiel en Johanna Wallega-Blumenthal. Hun gezin met vijf kinderen heeft in haar geheel de bezetting overleefd.
Nooit zal Annie het moment vergeten dat haar echte moeder haar komt halen. Tegen de journalist van dagblad De Telegraaf vertelt de dan inmiddels 54-jarige Annie Wallega daarover, 50 jaar nadien: ‘Ze zat met mij op schoot te huilen in de erker, lieve woordjes fluisterend. Dolgelukkig was ze. Later drukte ze me nog vaak op het hart dat ik door het oog van de naald was gekropen, dankzij mijn pleegouders. Daarom hebben wij ook altijd contact met ze gehouden, dat vond moeder erg belangrijk.’
Vijf jaar voordien heeft de gemeente Zeist het boekje ‘Het jodinnetje’ van K.J. Hahn uitgegeven voor onderwijsdoeleinden.
Bronnen:
- K.J. Hahn, ‘Het jodinnetje’ (uitgave gemeente Zeist, 1988), een bewerking van de oorspronkelijke tekst uit 1972, verschenen bij de Piper Verlag in München: ‘Het jodinnetje, eine Aufzeichnung für Stefan Andres*’*
- www.delpher.nl, Sybilla Claus, in De Telegraaf van 5 mei 1993, ‘Blonde krullen redden joodse Anneke, Onderduikster denkt op Bevrijdingsdag terug aan dappere peetouders’




