Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en Supplement)
Onderduikster:
- Miryam Luza, scholiere (Amsterdam, 15 april 1925 – Amstelveen, 8 maart 2006)
Onderduikgevers:
- Jacobus Petrus van Waalwijk van Doorn, commissionair/assuradeur, (Schiedam, 3 juni 1890 – Heerlen, 27 maart 1974), en
- echtgenote Agnes Maria van Waalwijk van Doorn-van Breugel (Den Bosch, 17 februari 1886- Zeist – 20 november 1958)
Het echtpaar had 3 zoons en 5 dochters, waarvan in elk geval nog een dochter thuis woonde
Tijdens de bezetting werd de onkerkelijke scholiere ‘Eveline Marie Houtman, geboren op 15 april 1925 in Batavia’, geregistreerd in het Zeister bevolkingsregister op het adres Griffensteijnseplein 6. Ze zou de dochter zijn van ‘Cornelis Houtman’ en ‘Maria Houtman-van Waalwijk van Doorn’. Op 23 december 2025 meldde Hans de Ruiter per email dat hij op deze website het onderduikadres Griffensteijnseplein 6 van zijn grootouders miste. Daar zat zeker in het laatste oorlogsjaar het joodse meisje Miryam Luza ondergedoken. Haar geboortedatum was dezelfde als die van ‘Eveline Marie Houtman’. Daarmee was de onderduikster overtuigend geïdentificeerd.
Volgens haar valse registratie zou ze een dochter zijn van de in Dordrecht geboren ‘Maria Houtman-van Waalwijk van Doorn’. Met de achternaam van moederskant werd gesuggereerd dat ze familie zou zijn van haar onderduikgever, Jacobus Petrus Van Waalwijk van Doorn: een donkerharig nichtje uit Nederlands-Indië. (Bij valse registraties van joodse onderduikers in Zeist werd vaker een geboorte of afkomst uit Nederlands-Indië vermeld, om een wat donkerder uiterlijk te verklaren.) De achternaam van vaderskant was mogelijk ontleend aan een vriendin van een van de dochters van de onderduikgevers.
Miryam Luza was de dochter van huisarts dr. Bob (Barend) Luza en de uit België afkomstige Gusta (Augusta) Luza-Laufer. Het gezin woonde in een groot huis op Weesperzijde 8, en wordt beschreven in het boek ‘Mevrouw, is dit uw zoon?’ van de joodse kinderpsychiater David de Levita (1926-2019). Miryam had een jongere broer, Ezechiël (1926). Op de website ‘Geheugen van Oost’ schreef Frits Slicht naar aanleiding van De Levita’s boek over het gezin Luza-Laufer, onder de titel ‘Eddy Luza’. Eddy, zoals de roepnaam van Ezechiël Luza luidde, was een vrolijke jongen met blond haar en blauwe ogen. Voor De Levita was vriendschap met Eddy Luza dé manier om contact met zijn zuster Miryam te krijgen. Zoals Hans de Ruiter ooit vernam van Suzy Rottenberg-Glaser, die tijdens de bezetting als medewerkster van de crèche, kinderen wegsmokkelde, was Miryam Luza voor de oorlog ‘het mooiste joodse meisje van Amsterdam’).
De jongens kenden elkaar van school. In het grote huis op Weesperzijde 8 werd door Eddy Luza en zijn vrienden volop gemusiceerd. Sport speelde een grote rol in het gezin Luza-Laufer. Vader Bob Luza was een enthousiast Ajax-supporter en vicevoorzitter van de Nederlandse Arbeiders Sport Bond die in zijn huis was opgericht. Bridgen was ook een favoriet tijdverdrijf; Bob en Gusta Luza-Laufer speelden wedstrijdbridge.
De Duitse inval haalde een streep door het goede leven.
Door de anti-joodse maatregelen van de bezetter werd alles anders en ontstond er een onleefbare situatie voor joodse mensen in Nederland. David de Levita, Eddy en Miryam Luza en andere joodse leerlingen in Amsterdam waren vanaf 1 september 1941 aangewezen op het onderwijs aan het Joods Lyceum. In 1943 was het aantal leerlingen op dat lyceum door deportaties sterk geslonken. Bij wijze van ontspanning draaiden soms 20-30 leerlingen grammofoonplaten op Weesperzijde 8.
Dienke Hondius beschrijft in haar boek ‘Absent, Herinneringen aan het Joods Lyceum Amsterdam 1941-1943’ dagboekaantekeningen van leraar Frans Premsela. Op 17 juli 1942 had er een rampzalige stemming geheerst op het adres van tandarts Arnold Norden die getrouwd was met zuster Esther van Bob Luza. De tandarts en Bob Luza hadden een oproep ontvangen voor Kamp Westerbork, terwijl Miryam Luza met een gebroken dijbeen lag als gevolg van een ongeluk.
Bob Luza werd blijkbaar toch voorlopig vrijgesteld van deportatie, waarschijnlijk als huisarts. Daarom hoefde Gusta Luza-Laufer voorlopig ook niet naar Kamp Westerbork. Zij werkte als kantoorbediende bij de Joodse Raad-Afdeling Hulp aan Vertrekkenden. Hun kinderen kregen zelf elk een voorlopige vrijstelling. Miryam – ze had de vijfde klas van het gymnasium afgerond –vanwege haar functie als tandartsassistente bij haar oom Arnold Norden, Frederiksplein 41 en broer Eddy (vierde klas) als medewerker van de Algemene Dienst van de Joodse Raad, op Nieuwe Keizersgracht 58.
Het systeem van de Sperrs vormde een verraderlijk onderdeel van de jodenvervolging door de bezetter. Uiteindelijk was het de bedoeling om alle joodse mensen uit Nederland te deporteren, en met de Sperrs moest voorkomen worden dat die mensen voortijdig onderdoken. De leden van het gezin Luza-Laufer besloten op enig moment onder te duiken.
Dat moet omstreeks eind mei/begin juni 1943 geweest zijn. Op 25 en 26 mei 1943 werden in het centrum van Amsterdam circa 3.000 joodse mensen gearresteerd. David de Levita logeerde op de avond van 26 mei bij Eddy Luza. Hij kwam afscheid nemen, omdat het gezin Luza-Laufer besloten had om onder te duiken. De volgende dag ontdekte De Levita dat hij ontkomen was aan de razzia. Zijn moeder en jongste broer niet – zij werden al op 4 juni 1943 vermoord in Sobibor.
Samen met een andere broer en met Eddy Luza kocht David de Levita een boot. Ze voeren daarmee naar Friesland, voorzien van vervalste persoonsbewijzen. Na een moeilijke tocht kwamen ze op het Sneekermeer, bij een kampeerboerderij in Oppenhuizen. Ze beleefden er ondanks alles een mooie zomer, totdat de boer aangaf dat het te gevaarlijk begon te worden. Ze lieten hun eigen boot liggen en gingen per bus en boot terug naar Amsterdam. Bij terugkeer werd Eddy Luza tijdens een controle op persoonsbewijzen door twee SD-ers gearresteerd. Het persoonsbewijs van David de Levita werd in orde bevonden en hij vluchtte naar Nijmegen. Eddy Luza werd op 26 augustus 1943 van Kamp Westerbork geïnterneerd in de strafbarak 67 en al op 31 augustus gedeporteerd naar Auschwitz.
Bob en Gusta Luza-Laufer werden na verraad ook gearresteerd. Op 26 mei 1944 werden beiden geïnterneerd in de strafbarak 67 van Kamp Westerbork, en op 31 juli werden ze gedeporteerd naar Bergen-Belsen. Daar werd Bob Luza als kamparts te werk gesteld.
Volgens de valse registratie in Zeist was dochter Miryam Luza op 13 juli 1944 ondergebracht op Griffensteijnseplein 6, waar het gezin Van Waalwijk van Doorn-van Breugel woonde. Daar was ze gebracht door de thuiswonende zoon Bert (Gijsbertus Marinus). Bert van Waalwijk van Doorn hielp joodse kinderen uit Amsterdam naar onderduikadressen. Zijn ouders hadden nog zeven kinderen, waarvan minstens één dochter nog thuis woonde. Hun gezin was in 1931 van Utrecht naar Zeist verhuisd en via de adressen Burgemeester Patijnlaan 77, Gerolaan 85 en Sanatoriumlaan 28 op 22 mei 1940 op Griffensteijnseplein 6 terechtgekomen. Het gezin behoorde tot de vrije strenge gereformeerde stroming die in 1886 was ontstaan uit een kerkscheuring van de Nederlands Hervormde kerk. De kerkscheuring werd de doleantie genoemd en de volgelingen de dolerenden. Maar de onderduikgeefster was van rooms-katholieke komaf, en het huiselijke regime op het onderduikadres was niet streng christelijk.
Miryam Luza sliep op de kamer van dochter Anna van Waalwijk van Doorn (1916), en daar beleefde ze nog een angstig moment. Dat was bij een inval door Duitse militairen. Vermoedelijk een razzia voor de Arbeitseinsatz, want de Duitser die de slaapkamer inkeek, riep: ‘Nur Mädel!’ Hij trok de deur dicht en de Duitsers gingen weg. Daarbij kan trouwens ook een rol gespeeld hebben dat de onderduikgeefster vloeiend Duits sprak; ze had haar jeugd doorgebracht in Duitsland, waar haar vader stadsmid in Rees was geweest.
Miryam Luza nam af en toe wel risico door een wandelingetje te maken. Maar onderduiken (en binnenblijven) was ook verschrikkelijk zwaar, zeker voor jonge mensen.
Opgelucht werd op de Joodse-Raadkaart voor haar na de oorlog ‘Opgedoken’ aangetekend. En ‘Terug!’ op de kaart van haar moeder. Haar ouders bleken Bergen-Belsen overleefd te hebben, en waren op 18 augustus 1945 weer terug in Nederland.
Maar Eddy Luza zou nooit teugkomen. Hij was al op 31 maart 1944 vermoord in Auschwitz, 17 jaar oud. Zijn grootouders Ezechiël en Flora Luza-Neeter waren op 20 juli 1944 geïnterneerd in Kamp Westerbork, waar ze beiden in het ziekenhuis ondergebracht werden, en met het laatste transport naar Auschwitz gebracht. Daar waren ze meteen na aankomst vermoord, op 6 september 1944.
Bob Luza vestigde zich na zijn terugkomst weer als huisarts in Amsterdam, nu aan de Apollolaan. Hij was een bekende huisarts, maar werd misschien nog wel bekender door zijn unieke boekenverzameling. Er verschenen interviews met hem in het Parool, het Algemeen Handelsblad en Het vrije volk, maar daarin wilde hij nooit over de tijd in Bergen-Belsen en de Holocaust praten. Dus ook niet over zoon Eddy en de andere slachtoffers in de familie. Bob Luza overleed op 16 maart 1980, 86 jaar oud.
Miryam Luza had na de bevrijding nog contact met het gezin Van Waalwijk van Doorn-van Breugel. Zo was ze aanwezig bij het huwelijk van dochter Anna, bij wie ze op de kamer had geslapen, en hield ze lang contact met Anna’s broer Bert die haar opgehaald had uit Amsterdam.
Zelf werd ze ook arts. Ze trouwde met Louis van Kranendonk, met wie ze vier kinderen zou krijgen. Ze overleed op 8 maart 2006, bijna 81 jaar oud. Haar moeder Gusta overleefde haar bijna tien weken en overleed op 24 mei 2006, 106 jaar oud.
Bronnen:
- Mededelingen van Hans de Ruiter
- www.verzetsmuseum.org/nl, Kennisbank, smokkelen, Suzy Glaser
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Eveline Marie Houtman’
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor (Barend en) Augusta Luza-Laufer, Ezechiël Luza, Miryam Luza en Ezechiël en Flora Luza-Neeter
- Website ‘Geheugen van Oost’, Eddy Luza
- Dienke Hondius, ‘Absent, Herinneringen aan het Joods Lyceum Amsterdam 1941-1943’, Vasalucci, Amsterdam, 2001
- Digitaal joods monument, Barend en Augusta Luza-Laufer, Ezechiël Luza, Miryam Luza
- Digitaal joods monument, Uit het boek van zijn broer David de Levita: ‘Mevrouw is dit uw zoon?…’
- Website ‘Geheugen van Oost’, ‘Eddy Luza’
- jck.nl, Philo Bregstein, interview met Barend Luza (nog niet beluisterd)
- research.annefrank.org, David de Levita
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor Barend en Augusta Luza-Laufer, Ezechiël Luza, Miryam Luza en Ezechiël en Flora Luza-Neeter
- Website ‘Geheugen van Oost’, Eddy Luza
- www.delpher.nl, Bob Luza
1. Griffensteijnseplein 6
2. David de Levita
2a. Het boek van David de Levita
3. Miryam Luza werd vals geregistreerd in Zeist
3a. De Joodse raadkaart van Miryam Luza
4. Het echtpaar Waalwijk van Doorn-van Breugel bij het verlaten van hun huis
5. Miryam Luza en een van de zoons Waalwijk van Doorn
6. Het gehele gezin Waalwijk van Doorn-van Breugel met aanhang en grootmoeders, tijdens een feestelijke gebeurtenis. Miryam Luza staat midden achter
7. Een artikel in Het Parool van 24 november 1960 waarin de moeder van Miryam Luza 10 rozen krijgt








