Tijdens de bezetting werden in Zeist meer dan 900 personen met valse gegevens opgenomen in het lokale bevolkingsregister, vooral joodse onderduikers en onderduikers voor de Arbeitseinsatz. Dit bericht beschrijft een adres waarvoor een of meer valse registraties herleid konden worden tot de werkelijke identiteit van joodse personen. Een overzicht van alle adressen en onderduikers is te vinden via valse registraties van bekende onderduikers.
Het staat niet vast dat de betrokken personen werkelijk op de genoemde adressen ondergedoken zaten.
Wie weet meer? Wie iets meer weet over dit adres en/of de genoemde onderduikers wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.
Valse geregistreerd op dit adres:
- Nanette Jordan-van Witsen, weduwe (Rotterdam, 22 januari 1871 – Utrecht, 11 februari 1959)
Bewoonster (= onderduikgeefster?):
- Angelina Wilhelmina Theodora Maria Gobius du Sart-van Olst, weduwe (Rotterdam, 4 oktober 1896 – Middelharnis, 15 februari 1955)
Dochter (1924)
Hermann Jacques Jordan werd op 9 juli 1877 in Parijs geboren. Hij was de zoon van Julius Jordan en Rosa Levie. Zijn ouderlijke gezin was afkomstig uit Duitsland en beleed het evangelisch-luthers geloof, maar moeder Rosa Levie had joodse ouders.
Jordan trouwde op 28 augustus 1902 in Rotterdam met de daar geboren, joodse Nanette van Witsen. Het echtpaar kreeg twee zonen.
In 1914 verhuisde het gezin Jordan-van Witsen van Zürich (Zwitserland) naar Utrecht, waar Hermann Jordan aan de universiteit aan de slag ging als zoöloog, dierfysioloog en pedagoog. In 1915 werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar en in 1919 tot gewoon hoogleraar in de vergelijkende dierfysiologie. Hij wordt beschouwd als een van de grondleggers van deze tak van wetenschap, verrichtte baanbrekend onderzoek en publiceerde tal van boeken op zijn vakgebied. Ook internationaal kreeg hij erkenning voor zijn werk.
Jordan werd bij wet van 9 december 1939 genaturaliseerd (Staatsblad nummer 1200).
Professor dr. Jordan had ook belangstelling voor pedagogiek. Hij kende Maria Montessori persoonlijk en was actief op het gebied van het Montessori-onderwijs. Zo maakte hij onder meer vanaf 1928 deel uit van het bestuur van het Montessori Lyceum Amsterdam in oprichting.
Zijn zoon Hermann Julius Jordan (Zürich, 22 juli 1903 – Zeist, 9 november 1971) trad in zijn vaders voetsporen. Hij was eveneens bioloog – opgeleid door zijn vader – en had ook belangstelling voor pedagogiek. Hij richtte Montessorischolen op en publiceerde pedagogische boeken. Hij doceerde van 1930 tot 1943 biologie aan het Montessori Lyceum in Amsterdam. In december 1943 kreeg Hermann Jordan aan het Amsterdamse Montessorilyceum ‘eervol ontslag wegens reorganisatie van het vak’. Daarna zat hij tot het eind van de oorlog ondergedoken, omdat hij via zijn grootmoeder en moeder joods was.
In 1945 zou hij een Montessori-lyceum met internaat in Utrecht oprichten. Dat zou later het Herman Jordanlyceum in Zeist worden.
De ‘half-joodse’ Professor dr. Hermann Jordan was in november 1940 op non-actief gesteld vanwege zijn joodse komaf. Hij kwam in 1941 in de problemen door een onvolledig ingevulde afstammingsverklaring: hij kon namelijk niet duidelijk maken in hoeverre hij joods was. Daarop nam de secretaris-generaal voor het onderwijs, in afwachting van nader onderzoek, het zekere voor het onzekere en werd Jordan op 1 april of 1 mei 1943 ontslagen als joodse hoogleraar. Het onderzoek naar de kerkgenootschappen van zijn grootouders liep toen nog.
Het echtpaar Jordan-van Witsen woonde (in 1941) op Frans Halsstraat 19 in Utrecht. Hermann Jordan wachtte de uitkomsten van dat onderzoek niet af, maar dook met zijn echtgenote Nanette Jordan-van Witsen onder op Hendrikweg 31 in Wageningen.
Onbekend is overigens wat er uiteindelijk vastgesteld werd over de komaf van Hermann Jacques Jordan. Maar als hij tot niet joods zou zijn verklaard, zou zijn echtgenote gemengd gehuwd zijn en zou ze niet hebben hoeven onderduiken.
Op 21 september 1943 overleed Hermann Jacques Jordan (66 jaar oud) op zijn Wageningse onderduikadres aan een hersenbloeding. Met de hulp van een huisarts en enkele illegaal werkers werd hij begraven op de gesloten algemene begraafplaats aan de Rijksstraatweg en na de oorlog zou hij herbegraven worden op de algemene begraafplaats aan de Oude Diedenweg. Zijn naam staat vermeld op de plaquette die op 18 juni 2005 op de binnenplaats van het Montessori Lyceum Amsterdam werd onthuld, bij het 75-jarig bestaan van het lyceum.
Op 12 september 1943 (vergissing: 21 december?) werd in Zeist ingeschreven de weduwe ‘Nanette Jongeneel-van Wessem’, afkomstig van Hendrikweg 31 in Wageningen. Haar echtgenoot ‘Herman Jacob Jongeneel’ zou op 21 september 1943 overleden zijn in Arnhem. Deze joodse onderduikster was snel te traceren omdat de naam van haar moeder Betsy Rensburg was gebruikt. Geboortedata en -plaatsen klopten, maar verder waren veel gegevens vervalst.
Mogelijk moest Nanette Jordan-van Witsen na het overlijden van haar echtgenoot veiligheidshalve naar een ander onderduikadres? Op het adres Griffensteijnseplein 1 woonde in die tijd de weduwe Angelina Gobius du Sart-van Olst. Haar echtgenoot was in juli 1943 na een lang ziekbed overleden, op 52-jarige leeftijd. Het echtpaar was in september 1941 van Ginneken en Bavel naar Zeist gekomen, waarbij voor de echtgenoot werd aangegeven dat hij geen beroep had. Zijn weduwe deed veel moeite om aan een dienstbode te komen, getuige de vele advertenties in De Zeister Courant.
Gregorius Johan Friedrich Gobius du Sart was een opmerkelijk personage geweest, getuige zijn Wikipedia-pagina. Gobius du Sart was in 1920 op 31-jarige leeftijd benoemd tot burgemeester van Ouddorp, op de kop van het eiland Goeree-Overflakkee. Hij zou geen populaire burgemeester worden, mede als gevolg van zijn weinig harmonieuze karakter. Al meteen in 1920 kreeg hij een conflict met de gemeenteraad die weigerde om zijn salaris te verhogen. In 1923 werd hij veroordeeld tot een boete van 50 gulden, wegens belediging van de curator van zijn schoonouders (‘een vlegel en kwal’).
Tijdens de economische crisis moest de politie op 3 februari 1932 met schoten een rellende menigte van 400 personen bedwingen, die de ruiten van de burgemeester en de veldwachter ingooide.
Ouddorp was een zeer christelijke gemeente. Het sterk opkomende toerisme leidde onder meer tot problemen met de zondagsrust. Tegen de wil van de burgemeester besloot de gemeenteraad in 1933 dat cafés op zondag niet open mochten en er ook niet op straat gevoetbald mocht worden. De burgemeester botste verder met de gemeenteraad, toen die als enige gemeente op het eiland tegen de aanleg van een drinkwaterleiding stemde (terwijl het drinkwater in de gemeente Ouddorp werd gewonnen).
Eind 1936 kwam Gobius du Sart voor de rechter, op verdenking van het aannemen van steekpenningen en het verduisteren van gelden van het Nationale Steuncomité. De burgemeester sprak zelf van een hetze vanuit de gemeente, maar nam ontslag en werd in het door hem aangespannen hoger beroep veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf voor verduistering.
Niet bevestigd is dat de weduwe Nanette Jordan-van Witsen daadwerkelijk ondergedoken zat op Griffensteijnseplein 1. Zij overleed in 1959 en werd eveneens begraven in Wageningen.
Bronnen:
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Nanette Jongeneel-van Wessem’
- Digitaal joods monument, Hermann Jacques Jordan
- Wikipedia, Hermann Jacques Jordan, Herman Julius Jordan, Gregorius Johan Friedrich Gobius du Sart
- www.delpher.nl, oude kranten, berichten over burgemeester Gobius du Sart en diens overlijdensadvertentie
1. Griffensteijnseplein 1
2. Hermann Jordan
3. De valse registratie van Nanette Jordan-van Witsen in de Zeister bevolkngsadministratie
4. De trouwadvertentie van het echtpaar Gobius du Sart-van Olst in De Nederlander van 29 september 1921
5. De overlijdensadvertentie voor Gregorius Johan Friedrich Gobius du Sart in het Algemeen Handelsblad van 19 juli 1943




