Tijdens de bezetting werden in Zeist meer dan 900 personen met valse gegevens opgenomen in het lokale bevolkingsregister, vooral joodse onderduikers en onderduikers voor de Arbeitseinsatz. Dit bericht beschrijft een adres waarvoor een of meer valse registraties herleid konden worden tot de werkelijke identiteit van joodse personen. Een overzicht van alle adressen en onderduikers is te vinden via valse registraties van bekende onderduikers.

Het staat niet vast dat de betrokken personen werkelijk op de genoemde adressen ondergedoken zaten.

Wie weet meer? Wie iets meer weet over dit adres en/of de genoemde onderduikers wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.

Valse registratie op dit adres voor:

  • Carolina Eitje, ongehuwd, historica, lerares, publiciste (Amsterdam, 29 maart 1883 – Amsterdam, 15 februari 1968)

Bewoners (= onderduikgevers?):

  • Arie de Witte, galvaniseur (Vuren, Gelderland, 27 oktober 1896 – Amersfoort, 1 juni 1982), en
  • Margje de Witte-de Vos (Rotterdam, 16 december – Zeist, 19 november 1972)

Geen kinderen

Illegaal werkers op het Zeister gemeentehuis schreven tijdens de bezetting de ongehuwde, Nederlands Hervormde ‘Carolina Ebeling’ (Amsterdam, 29 maart 1883) in. Deze oudere vrouw zou zich 7 februari 1943 gevestigd hebben op het adres Gerolaan 43. Als haar ouders werden ‘Christiaan Ebeling en Johanna Maria van Eck ‘genoteerd. Het waren grotendeels valse gegevens. Met haar voornaam en geboortedatum en -plaats laat ‘Caroline Ebeling’ zich identificeren als Carolina Eitje, een bijzondere vrouw voor joods Amsterdam.

Pauline Micheels in ‘Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland’: ‘Voor ouderen was ze een begrip, voor jongeren een legende. Na de oorlog zette ze ongebroken haar werkzaamheden als historica voort en gold ze als een van de laatste vertegenwoordigers van het burgerlijk aristocratisch Amsterdamse Jodendom, maatschappelijk geassimileerd en geëmancipeerd, maar onwankelbaar trouw aan de religieuze tradities.

Caroline Eitje was het vijfde kind in het orthodox-joodse gezin met in totaal negen kinderen (vier meisjes, vijf jongens). Haar vader was commissionair in effecten. Haar ouders behoorden tot de joodse bourgeoisie en ze gaven hun kinderen een gedegen algemene ontwikkeling, inclusief niet-joodse omgangsvormen. De kinderen Eitje werden bijvoorbeeld naar niet-joodse scholen gestuurd. Na de driejarige meisjes-HBS volgde ze een opleiding tot apothekersbediende. Ze was in die tijd verloofd, maar die relatie eindigde na veel ruzie en ze zou verder ongehuwd blijven.

Ze bleef ook niet in een apotheek werken. In 1917 slaagde ze met hoge cijfers voor de MO-akte geschiedenis. Dat bleek een schot in de roos. Ze begon voordrachten te houden en te publiceren over joodse geschiedenis. Onder meer schreef ze in het weekblad ‘De Vrijdagavond’ over de band tussen Israël en Oranje. Ze werkte mee aan onderzoek in het Koninklijk Huisarchief in Den Haag, was als lerares geschiedenis verbonden aan een meisjes-HBS in het Gooi en in 1929 – kreeg ze een aanstelling als lerares geschiedenis bij de een jaar eerder opgerichte Joodsche HBS aan de Amsterdamse Herengracht. Mede door de komst vanaf 1933 van veel joodse vluchtelingen uit Duitsland groeide deze school snel.

Na de Duitse inval zette Carolina Eitje haar werk aan de Joodsche HBS voort. Ze had goede connecties bij de Joodse Raad. Haar broer Raphael Henri Eitje was namelijk een belangrijk medewerker van voorzitter David Cohen, als hoofd van de Afdeling Bijstand aan niet-Nederlandse Joden. Behalve een Sperr, die ze kreeg in haar hoedanigheden van lerares en lid van de culturele JR-commissie, schreef dr. Curt Albersheim (secretaris van de emigratie-afdeling van de Joodse Raad) een verklaring dat ze medisch geschikt was voor het pioniersbestaan in Palestina. Maar voordat ze gebruik kon maken van die zogenaamde Albersheim-verklaring werd de Joodsche HBS eind mei 1943 opgeheven. De meeste docenten en leerlingen waren ondergedoken of gedeporteerd. Naar verluidt, dook ze zelf onder bij haar gemengd gehuwde jongste broer, maar dat was natuurlijk minder veilig.

Feit is dus dat ze een valse registratie kreeg in Zeist, op Gerolaan 43. Of ze daar ook geweest is? In dat geval zou het kinderloze echtpaar De Witte-de Vos haar onderduik geboden hebben. Van hen weten we niet zo veel. Arie de Witte was secretaris was van het Hoofdbestuur van de Nederlandse Bijenhoudersbond, onderafdeling Zeist. Hij was van zijn beroep galvaniseur en mensen met dat beroep waren vaak werkzaam bij de Gero. Bovendien woonden medewerkers van de Gero vaak aan de Gerolaan of daar in de buurt.

Carolina Eitje is in elk geval niet in Zeist gebleven, want ze werd in 1945 elders op straat gearresteerd, maar zes weken later weer vrijgelaten. Na de bevrijding bleek dat met haar slechts een zuster, met man en dochter, en de gemengd gehuwde jongste broer de bezetting overleefd hadden.

Carolina Eitje had beslist veerkracht, want eind 1945 ging ze al weer les geven bij de Gemeentelijke Inhaalcursus voor Ondergedoken Leerlingen GICOL). Ook gaf ze bij het Nederlands Israëlitisch Seminarium colleges in de algemene geschiedenis van de joden. In 1947 ging ze (64) weer aan de slag bij de heropgerichte Joodsche H.B.S., waar ze bijna tot haar 70e bleef werken.

Ze overleed zo’n 15 jaar later, in de ouderdom van 84 jaar. Drie dagen later werd zij in Muiderberg begraven. Sinds 1971 bestaat de Carolina Eitje-Prijs voor studies over de geschiedenis van joden in Nederland.

Bronnen:

  • Gemeentearchief Zeist, oud bevolkingsregister; 1499-1500, register van illegalen, ‘Carolina Ebeling’
  • Wikipedia, Caroline Eitje
  • resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon, Caroline Eitje
  • www.joodsamsterdam.nl, Carolina Eitje
  • Biografisch portaal, www.biografischportaal.nl, Carolina Eitje
  • www.dbnl.org, Caroline Eitje
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaart voor Carolina Eitje

0. De valse registratie van Carolina Eitje in het bevolkingsregister van Zeist

1. Gerolaan 43

2. Foto cover boek

3. Carolina Eitje, ongedateerde foto

4. Gezamenlijk overlijdensberichtin het NIW van 31 augustus 1945

5. Caroline Eitje op latere leeftijd