Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)

Onderduikster:

  • Rosetta Nihom (Nijkerk, 2 oktober 1927)

Onderduikgevers:

  • Jan Hendrik Stroomenbergh, vertegenwoordiger (Abcoude Baambrugge, 3 februari 1910 – Den Haag, 23 mei 1978), en
  • Trijntje Cornelia Stroomenbergh-Groenheijde (Zegwaart, 8 maart 1915 – Den Haag, 9 november 1997)

Kinderen (1942, 1944, 1948)

Het joodse gezin van Salomon en Helena Nihom-Van Gelder en hun drie kinderen Joseph, Jacob en Rosetta woonde aan het begin van de bezetting boven hun kledingzaak, op Langestraat 36 in Nijkerk. Op moeder Helena na waren de gezinsleden ook geboren in die plaats.

Salomon Nihom was de eigenaar van een goed lopende kledingzaak. In september 1942 kreeg hij een oproep voor een werkkamp in Duitsland. Het gezin dook op 24 september meteen onder, behalve zoon Jozeph. De zoon van hun huishoudelijke hulp bracht de anderen per fiets en trein naar Helmond. Vandaar werden ze ondergebracht bij een katholieke familie die in het nabijgelegen Deurne een pension dreef. Dat gebeurde met hulp van de gebroeders Hein.

Beide broers Sietsma hadden inmiddels een groep van illegaal werkers opgericht, HEIN genaamd, wat betekende ‘Helpt Elkander In Nood’ (tevens een verwijzing naar Hein Sietsma). Namens deze groep bracht Henk Sietsma vier leden van het gezin Nihom-van Gelder onder in Deurne. In die plaats woonde Harry Aldenzee die Henk Sietsma had leren kennen in cel 368 van Het Oranjehotel, waar ze samen vast hadden gezeten gedurende de eerste drie maanden van 1941. Henk Sietsma bracht de vier onderduikers en Aldenzee had geregeld dat ze terecht konden in het pension van medestraatbewoner Anton Stok.

Jozeph Nihom (Nijkerk, 1920) kwam niet mee. Hij was zo zwaar gehandicapt, dat hij niet zelfstandig kon lopen, en zijn ouders meenden stellig dat de bezetter geen beroep op hem zou doen voor de ‘arbeidsverruiming’ in het Oosten. Ze meenden dat Jozeph Nihom veilig zou zijn in de Joodsche Invalide in Amsterdam. Een fatale beslissing. Op 1 maart 1943 zagen Jozephs begeleiding en hijzelf, terugkomend van een wandeling, dat iedereen (256 personen) bij een razzia uit de Joodsche Invalide werd gehaald. Jozeph Nihom werd daarop naar familie aan de Amstelveenseweg gebracht. Twee maanden later werd hij daar gearresteerd en, via Kamp Westerbork, op 4 mei 1943 gedeporteerd naar Sobibor, waar hij na aankomst op 7 mei 1943 werd vermoord.

In diezelfde mei-maand werden de beide andere kinderen en hun ouders om veiligheidsredenen gescheiden ondergebracht.

Zoon Jacob (Nijkerk, 1920) kon op een gegeven moment van Deurne terug naar Nijkerk, waar hij onderdook bij de 80-jarige Thomas Boterenbrood. Al die tijd kwam hij niet meer buiten. En bij het gezin Waayenberg aan de Luxoolseweg te Nijkerk. Harry Aldenzee verklaarde in een lokale krant in 1979: ‘De joodse familie werd net als de andere na verloop van tijd vanuit Deurne naar Zeist gebracht, omdat het te gevaarlijk was om dezelfde personen lang op een plaats te houden. In Zeist zat de toenmalige hoofdcommissaris van politie, die op zijn beurt weer een onderduikadres verschafte.

In het persoonlijke archief van verzetsman Henk Sietsma zitten de volgende onderduikadressen in Zeist: ‘fam. Stroomenbergh, Acacialaan 2 Zeist’ en ‘fam. Stroomenbergh, Frederik Hendriklaan 80’.

Op Acacialaan 2 woonde het echtpaar Dirk en Johanna Catharina Stroomenbergh met hun dochter Johanna Everdina Stroomenbergh. Daar werd het echtpaar Nihom-van Gelder ondergebracht.

Hun dochter Rosetta werd volgens de Yad Vashem-verklaring bij de zoon van voorgenoemd echtpaar gebracht. Dat moet dan volgens de aantekeningen van Henk Sietsma bij het echtpaar Henk (Jan Hendrik) en Ina (Trijntje Cornelia) Stroomenbergh-Groenheijde op Frederik Hendriklaan 80 zijn geweest. Zij waren op 31 juli 1941 in Zoetermeer getrouwd.

Opmerkelijk is wel dat op de bovenverdieping van het buurhuis, Frederik Hendriklaan 82, eveneens joodse onderduikers werden ondergebracht gedurende de bezetting. Of de onderduikgevers dat van elkaar geweten hebben?

Over de onderduiksituatie van Rosetta op Frederik Hendriklaan 80 is niets bekend.

Toen er gevaar dreigde, moesten haar ouders en zij verder. Ze werden langs verschillende wegen naar het Westland gebracht, Rosetta naar Zoetermeer en haar ouders naar Den Haag, Delft en tenslotte Schipluiden, waar Rosetta zich weer bij hen kon voegen. Daar haalden ze de bevrijding, waarna ze het trieste bericht kregen dat haar broer Jozeph gearresteerd en vermoord was. Broer Jacob overleefde de bezetting in onderduik in Nijkerk.

Bronnen:

  • Mededelingen van Kees Sietsma (aantekeningen van Henk Sietsma)
  • www.yadvashem.org, righteous database, Yad Vashem-getuigenissen voor Thomas Boterenbrood, Ali Kruitbosch, Hein en Henk Sietsma, Dirk en Johanna Catharina Stroomenbergh-Kraal en Johanna Everdina Blanken-Stroomenbergh en Abram & Cornelia van Dorp
  • Zie het bewezen onderduikadres Acacialaan 2 (onderduik echtpaar Nihom-van Gelder)

1. Frederik Hendriklaan 80

2. Advertentie in de Zeister Post van 31 oktober 1945 waarin een hulp in de huishouding gevraagd