Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 225-228)

In memoriam:

  • Leendert Vischschraper, vertegenwoordiger in houtwaren (Amsterdam, 5 maart 1914 – Hailfingen, 4 december 1944), bereikte de leeftijd van 30 jaar

Onderduikster:

  • Hendrika Vischschraper-de Lange, marktkoopvrouw (Amsterdam, 4 januari 1914 – Amsterdam, 11 september 1981)

Onderduikgevers:

  • Abraham den Hoed, gepensioneerd onderwijzer (Ridderkerk, 26 januari -1889 – Driebergen-Rijsenburg, 30 juli 1981) en
  • echtgenote Trijntje den Hoed-de Jong (Aengwirden/Heerenveen, 12 augustus 1893 – Zeist, 18 april 1975)

Zes kinderen (1925, 1926, 1927, 1929, 1931 en 1933)

Bij het echtpaar Den Hoed-de Jong zit in augustus 1944 het joodse echtpaar Leo en Henny Visschschraper-de Lange ondergedoken. Hoe ze daar terecht zijn gekomen en hoe lang ze er al zitten, is nog niet bekend. Hun twee dochtertjes zijn elders ondergebracht.

Leny Boeken-Velleman, die als jonge vrouw bij de buren op Frank van Borselenlaan 4 ondergedoken zit, herinnerde zich later buurman Den Hoed – ouderling in de Oosterkerk – als een erg aardige man. Zijn onderduiker Leo Vischschraper komt regelmatig naar nummer 4, via een doorbraak die op de zolder tussen de twee woningen gemaakt is. Leo luistert naar de nieuwsberichten van Radio Oranje via een achtergehouden radio die bij het gezin Den Hoed-de Jong op zolder verstopt is. Ook kan Leo urenlang uit het kleine zolderraampje turen, om de omgeving in zich op te nemen en om te zien of er onraad dreigt. Dit raampje bevindt zich aan de voorkant van het huis, dus dat is handig maar tegelijk ook gevaarlijk, want de onderduikers moeten altijd op hun hoede zijn. Er wonen Duitsers in de straat. Daarom heeft Leo Visschschraper met behulp van een paar papieren kokers en spiegeltjes een kijker gemaakt, die een klein stukje uit de raamopening steekt. Dat valt niet op en geeft hem de gelegenheid in de buurt rond te kijken zonder zelf gezien te worden. Leny Boeken-Velleman in het boek dat ze in 2008 het licht deed verschijnen:

Leo was een geweldig aardige vent, zat vol grapjes en wist ons altijd weer op te beuren met zijn gezellige praatjes en liedjes. Hij voelde precies aan wanneer je een opkikkertje nodig had en speelde perfect in op je gevoel. Als hij door de ‘geheime’ doorgang bij ons kwam had hij altijd wel iets geks: een plaksnorretje of een dameshoedje schuin op zijn hoofd. Hoe hij daar aan kwam wisten we niet maar als Leo kwam was het gezellig. Bij onze ‘optredens’ tussen de schuifdeuren was hij steevast van de partij en had hij een stukje cabaret ingestudeerd met een of meer zelfgemaakte liedjes. Leo was altijd welkom.

Leo Vischschraper is ook weer op Frank van Borselenlaan 4, als daar op die fatale 18e augustus een onverwachte en overdonderende inval plaatsvindt. Hij probeert nog wel weg te komen, maar de overvallers zijn binnen enkele seconden op de eerste verdieping, en grijpen hem op de overloop. Hij laat niet merken dat hij eigenlijk in het huis van de buren verblijft, want dan zou hij zijn eigen vrouw en de onderduikgevers verraden.

Later die nacht gaan de Duitsers kijken bij het gezin Den Hoed-de Jong, of daar werkelijk onderduikers zitten. Dat hebben de verraders namelijk vernomen van Ko Vrij die haar buurman ook bonkaarten wilde laten bezorgen. Maar het gezin op Frank van Borselenlaan 2 ligt zogenaamd te slapen en doet alsof ze verrast wordt. Dat is in scène gezet bij het horen van het kabaal. Leo’s echtgenote Henny is in de brede dakgoot aan de achterkant van het huis geklommen en zit daar de verdere nacht op haar hurken. Ze wordt niet ontdekt en zal de bezetting overleven. Ook de radio wordt niet gevonden. Wel wordt de heer des huizes, meneer Den Hoed ook gearresteerd en naar de zolder van de buren gebracht, waar alle door Ans van Dijk en trawanten verraden onderduikers, onderduikgevers en andere illegale werkers verzameld worden.

Om een uur of 4 ’s ochtends op vrijdag 19 augustus 1944 worden de joodse en niet-joodse gevangenen opgehaald met twee overvalwagens en naar Amsterdam gebracht.

Als Leny Boeken-Velleman in de trein naar Auschwitz zit, kent ze van alle mensen in de goederenwagon alleen Leo Vischschraper. Ze durft een geplande ontsnapping niet aan, is daarvan overstuur en zal later in haar boek schrijven: ‘Hij troostte me en liet me tegen zich aan leunen en uithuilen. Hij was ook in dezelfde wagon gaan zitten. Misschien heeft hij dat wel gedaan om mij eventueel te kunnen helpen bij de vlucht. Na onze aankomst in Auschwitz heb ik hem niet meer gezien.’

Leo Vischschraper wordt op 28 oktober 1944 van Auschwitz naar Struthof gebracht en eind november 1944 vandaar met circa dertig andere joodse Nederlanders naar het vliegveld Hailfingen, een kamp bij concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Daar bezwijkt hij op 4 december 1944. Na zijn dood wordt hij gecremeerd in Eslingen.

Zijn echtgenote en hun dochtertjes overleven de bezetting.

Bronnen:

  • Zie het bewezen onderduikadres Frank van Borselenlaan 4
  • Leny Boeken-Velleman, ‘Breekbaar, maar niet gebroken, Het verhaal van een Auschwitz-overlevende’, Verbum Holocaust Bibliotheek, 2008, 47, 57 en 83

1. Frank van Borselenlaan 2

2. Poesieversje voor Enny Ribbe, gemaakt_door Henny Vischschraper-de Lange

3. Poesieversje voor Enny Ribbe, gemaakt door Leo Vischschraper

4. De bewoners van Frank van Borselenlaan 2 met buurmeisje Enny Ribbe (rechts)

5. De achtergevel van Frank van Borselenlaan 2 en 4 met de dakgoot