Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 152-153)

Onderduikers (niet op dit adres gearresteerd):

  • Monica Maria Tana Philippi (Amsterdam, 5 augustus 1940)
  • John Simon Blitz (Amsterdam, 8 augustus 1939 – Soest, 5 september 2007)

In memoriam (gearresteerd wegens ‘jodenbegunstiging’):

  • Theodoor Coenraad Fekkes Cremer, bedrijfsleider Texas Petroleum Maatschappij, koopman (Groningen, 14 november 1885 – tijdens een retourtransport naar Mauthausen, 13 januari 1945)

Onderduikgeefster:

  • Echtgenote Martina Frederika Fekkes Cremer-Koster (Scheemda, 23 februari 1905)

Twee kinderen (1927, 1929)

Zeistenaar Theo Fekkes Cremer begint in 1942 met illegale hulp aan joodse onderduikers. Hij brengt het echtpaar Herbert James en Elisabeth Rosa Philippi-Loewenstein ergens onder, en zijn echtgenote en hij nemen zelf tijdelijk het dochtertje Monica Maria Tana Philippi in huis. Op 9 december 1942 wordt Theo Fekkes Cremer door de Sicherheitspolizei gearresteerd vanwege zijn illegale activiteit ‘jodenbegunstiging’. Hij zal niet meer terug keren naar huis.

Terwijl hij aanvankelijk in Kamp Vught gevangen zit, worstelt zijn bijna 20 jaar jongere echtgenote met een zoon die vatbaar blijkt voor het nationaal-socialistische gedachtengoed. Onder invloed van de NSB’er Schmidt op de Charlotte de Bourbonlaan sluit de jongen zich aan bij de Hitler Jugend en zal hij zich later aanmelden bij de SS.

De verhoudingen tussen moeder en zoon dalen tot het vriespunt, maar blijkbaar vertrouwt zij hem nog wel, want ze neemt weer tijdelijk een joods onderduikertje in huis, Johnny Blitz alias ‘Johnny de Leeuw’, zoon van de joodse arts Simon Blitz en diens echtgenote Klara Blitz-Erwteman. Het jongetje is eind december 1943 net weer weg als de Sicherheitspolizei – na tips – hem komt zoeken op Ernst Casimirlaan 52. Sturmscharführer Wreden was geïnformeerd over de onderduik.
Ontkennen baat niet. Wel weet Martina Fekkes Cremer-Koster te voorkomen dat de Duitser een accordeon, waarvoor hij een opmerkelijke belangstelling blijkt te hebben, meeneemt. Volgens hem is het muziekinstrument gekocht met joods geld, maar ze kan hem de aanschafbon tonen. De volgende dag moet ze wel naar Utrecht komen, om uit te leggen hoe het met ‘Johnny de Leeuw’ zit. Wreden kent duidelijke de ware naam niet van het jongetje en hij kan ervan overtuigd worden dat het niet om een joods kind gaat.

Er blijven tips binnenkomen bij de Sicherheitspolizei in Utrecht en die laat Martina Fekkes Cremer-Koster op 7 januari 1944 oppakken door de gemeentepolitie in Zeist. Na verhoor – waarbij opnieuw ook de accordeon ter discussie wordt gesteld – wordt ze opnieuw vrijgelaten.

Intussen is Theo Fekkes Cremer op 5 februari 1943 overgebracht naar Kamp Vught, vandaar op 24 mei 1944 naar Dachau en tenslotte op 18 augustus 1944 naar Mauthausen. Hij wordt van daaruit kennelijk voor dwangarbeid naar het Aussenkommando Sankt Valentin gestuurd, een berucht buitenkamp van Neuengamme. Op het transport terug naar Mauthausen overlijdt hij op 13 januari 1945. ‘Körperschwache’ wordt als doodsoorzaak vermeld.

Het is een merkwaardige situatie. De vader sterft in een concentratiekamp, als bestrafte illegaal werker, en na de bevrijding wordt zijn zoon geïnterneerd in een kamp voor politieke delinquenten.

Er komt nog een heel onderzoek naar de verrader(s). Zelf verdenkt de weduwe Fekkes Cremer-Koster een voormalige vriendin in de Ernst Casimirlaan, waar ze mee gebrouilleerd was geraakt. Haar zoon verklaart echter vanuit het kamp dat het hem niets verbaasde dat zijn ouders opgepakt werden, want ze waren volgens hem zeer loslippig over hun joodse onderduikers. De zaak blijft onopgelost, zoals zoveel verraad van joodse onderduik.

De genoemde onderduikertjes overleven. Vader Simon Blitz, arts in Amsterdam, was al op 12 mei 1941 als ‘politieke jood’ vermoord in Buchenwald. De andere drie ouders overleven de bezetting.

Bronnen:

  • Voornamelijk gebaseerd op NIOD, 270a-229, Bijzondere Rechtspleging, proces-verbaal van de Politieke Recherche Afdeling Zeist over de arrestatie van T.C. Fekkes Cremer op verdenking van hulp aan joden, 15 maart 1947
  • Fekkes was de tweede voornaam van de vader van betrokkene wiens naam bij de geboorte alleen Theodoor Coenraad Cremer luidde
  • ITS Arolsen, digitale collecties, documenten voor Simon Blitz en Theodoor C. Fekkes Cremer en Joodse Raad-kaarten voor John S. Blitz en Monica M.T. Philippi

1. Ernst Casimirlaan 52

2. Ernst Casimirlaan 52, woning met oprit

120006.jpg(mediaclass-warvictim-carousel.7db739ec2a8c663cb362e96904c115354a39560d)

A05907_0723_1240

Joodse Raad Kaart voor Monica Philippi