Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 292-294)

Onderduikster:

  • Renate Cohn (Bolkenhain – Duitsland, 20 januari 1928 – New York, 10 december 2002)

Valse persoonsregistratie op naam van:

  • Grada Hendrika Hemink (Zelhem, 5 juni 1929)

Onderduikgevers:

  • Pieter Dirk Pool, directeur gemeentelijk distributiedienst (Leiden, 30 september 1913 – Zeist, 4 februari 1993), en
  • echtgenote Trijntje Pool-van der Veen (Doezum/Grootegast, 22 november 1910 – Zeist, 24 juni 2002)

Tijdens de bezetting vijf kinderen (1938, 1939-1939, 1941, 1942)

Zeistenaar Piet Pool begint zijn illegale activiteiten in Zeist met een relatief bescheiden actie. Hij maakt met twee collega’s een lijst met de namen van lokale NSB’ers, ter waarschuwing van anderen. In 1939 is Pool benoemd tot directeur van het Distributiekantoor. Op dat kantoor, en op zijn huisadres Ernst Casimirlaan 2, breidt hij zijn illegale activiteiten flink uit, onder meer met hulp aan onderduikers. In zijn eigen huis komt op zolder een schuilplaats, waar maar liefst twaalf personen kunnen slapen.

Op Ernst Casimirlaan 19 woont een andere gemeenteambtenaar annex illegaal werker, Siem de Man, die vaak komt overleggen met Piet Pool. De Man schakelt op zeker moment Piets zus Sijke Pool (stagiaire op het gemeentehuis) in bij het vervalsen van persoonsgegevens.

In 1943 wordt er een joods meisje ondergebracht bij het gezin Pool-van der Veen. Ze is afkomstig uit het ‘doorgangshuis’ Krullelaan 17 van het echtpaar Kirpensteijn-ten Haaft. Het is de 16-jarige Renate Cohn.

Met haar ouders en haar zusje is Renate in 1938 van Duitsland naar Nederland gevlucht, waar ze zijn opgevangen door de zuster van haar vader, Felice Denneboom-Cohn, en haar echtgenoot in Enschede. Renate heeft al minstens vier eerdere onderduikadressen gehad, waarvan het eerste in een psychiatrische inrichting, wat ze verschrikkelijk heeft gevonden. Het is een klein (1,50 meter), vrolijk meisje met gevoel voor humor. Ze helpt Trijntje Pool-van der Veen met de verzorging van het gezin met vijf jonge kinderen. De kinderen Pool ervaren Renate Cohn als een lieve verzorgster die lang niet zo streng is als hun ouders.

Op Ernst Casimirlaan 2 wordt een onderduikster vals geregistreerd onder de naam ‘Grada Hendrika Hemink (Zelhem, 5 juni 1929)’. Mogelijk gaat het om een andere onderduikster, maar even goed kan het een eerdere valse identiteit van Renate Cohn zijn, die men – gelet op haar geringe lengte – administratief wel een jaar jonger kon maken. In elk geval is de onderduiknaam van Renate op Ernst Casimirlaan 2 ‘Riet van der Veen’. Ze is zogenaamd een nichtje van Trijntje Pool-van der Veen en kan zich met haar aangepaste identiteit redelijk vrij bewegen.

Het gaat goed tot 3 juli 1944. Na verraad door een NSB’er is een inval gedaan in de woning van een medewerker van de Distributiedienst, waarbij stapels bonkaarten zijn aangetroffen. Piet Pool moet na deze ontdekking meteen onderduiken en de Sicherheitspolizei komt drie keer naar Ernst Casimirlaan 2, om Trijntje Pool-van der Veen te verhoren. Bij het tweede bezoek is Renate Cohn erg zenuwachtig en ze durft niet langer te blijven. Renate wordt door illegaal werkers naar Amsterdam gebracht.

Piet Pool, die gezocht wordt, overleeft na allerlei omzwervingen de bezetting. Hem zal later het Oorlogsherinneringskruis en het Verzetsherdenkingskruis toegekend worden. Zijn bijzondere geschiedenis is opgetekend door zoon Walter Jacob Pool, in het boek ‘Opeens werd alles anders, Een gezin in de Tweede Wereldoorlog’.

Renate Cohn haalt in Amsterdam de bevrijding in onderduik, evenals haar zusje. Haar ouders Leo en Klara Cohn-Zernik zijn op 26 augustus 1943 in Kamp Westerbork geïnterneerd. Ze zijn 4 september 1944 op transport gesteld naar Theresienstadt. Leo Cohn is 29 september 1944 doorgevoerd naar Auschwitz, waar hij 1 oktober 1944 vermoord is. Klara Cohn-Zernik heeft een verblijf in Theresienstadt en Falkenau overleefd.

Samen met haar zusje Gerda emigreert Renate in 1948 naar de VS, later gevolgd door beider moeder.

Op 15 maart 2017 reikt Renates zoon Ben – naar Nederland gekomen met zijn gezin – in het Amsterdamse Americain bij wijze van dank aan Walter Jacob Pool een plaquette uit. Op 2 april 2017 komt Renates dochter Leah met haar gezin naar de ceremonie van de plaatsing van een struikelsteen voor Renate’s vader Leo Cohn, een initiatief van Walter Jacob Pool.

Bronnen:

  • Walter Jacob Pool, ‘Opeens werd alles anders, Een gezin in de Tweede Wereldoorlog’, Vliedorp, Houwerzijl, 2017
  • Zie het bewezen onderduikadres Krullelaan 17
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Grada Hendrika Hemink’
  • Zie ook Krullelaan 39 en Prins Alexanderweg 28, twee andere adressen met een valse persoonsregistratie van ‘Grada Hendrika Hemink’
  • Kamp Westerbork, Collectie – Een Naam en een Gezicht, informatie over Leo en Klara Cohn-Zernik
  • ITS Arolsen, digitale collectie, Joodse Raad-kaarten en andere documenten voor de leden van het gezin Cohn-Zernik
  • www.joods.monument, Leo Cohn, Klara Cohn-Zernik
  • Verzetsmuseum, objectnummer 17941, archief van Pieter Dirk Pool

1. Ernst Casimirlaan 2

2. Leo Cohn

3. Valse registratie op naam van ‘Grada Hendrika Hemink’