Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
( Belangrijk aangevuld ten opzichte van het Onderduikboek, pagina’s 180-183)
In memoriam:
- Jakob van Dam, voorzanger en onderwijzer (Leek, 11 februari 1884 – Auschwitz, 26 maart 1944), bereikte de leeftijd van 60 jaar
- echtgenote Rosa van Dam-Benima (Bunde, 2 mei 1889 – Auschwitz, 26 maart 1944), bereikte de leeftijd van 54 jaar
- David Wiesebron, gehuwd, vertaler (Hellevoetsluis, 19 augustus 1889 – Auschwitz, 26 maart 1944), bereikte de leeftijd van 54 jaar
Onderduikgevers:
- Gerardus Wilhelmus Kollaard, kleermaker (Hellevoetsluis, 7 september 1909 – Zeist, 23 mei 1985), en
- echtgenote Jansje Hendrica Kollaard-Stroomenbergh (Abcoude-Baambrugge, 2 november 1907 – Zeist, 10 januari 1985)
Geen kinderen
Gerard en Jansje Kollaard-Stroomenbergh zijn op 15 mei 1941 getrouwd. Hun huwelijk is weinig rust beschoren, want ze besluiten om op Eikenlaan 9 hulp aan joodse onderduikers te bieden. Hun woning is een doorgangshuis en ze geven onderduik aan drie joodse volwassenen.
Jansje is een dochter van het echtpaar Stroomenbergh-Kraal dat op Acacialaan 2 vier joodse onderduikers opvangt. Haar broer en schoonzuster Stroomenbergh-Groenheijde geven onderduik aan een joods meisje op Frederik Hendriklaan 80. Haar oom is koster Jan Stroomenbergh van de gereformeerde kerk aan de Engweg in Driebergen, wiens hele gezin betrokken is bij onderduikershulp. Zo zal zoon Jan junior deelnemen aan de spectaculaire overval op het Zeister politiebureau, om tien joodse gevangenen te bevrijden. Ook een andere oom van Jansje in Driebergen helpt met zijn gezin joodse onderduikers. De familie Stroomenbergh – klein in aantal – is ongekend actief als het gaat om hulp aan joodse onderduikers.
Maar ook de Kollaards laten zich bepaald niet onbetuigd in het illegaal werk, getuige het feit dat behalve Gerard Kollaard ook twee neven uit Utrecht in een concentratiekamp (Siegburg) zullen belanden. Zelf is Kollaard medewerker van de Zeister afdeling van de illegale organisatie Trouw. Hij is betrokken bij de verspreiding van Trouw, het vervalsen van persoonsbewijzen, diefstal van bonkaarten en dus hulp aan onderduikers.
Een van de drie joodse onderduikers op Eikenlaan 9 is Daaf (David) Wiesebron. Deze vertaler Frans, die net als Gerard Kollaard afkomstig is uit Hellevoetsluis (maar laatst woonachtig in Amsterdam), zou op verzoek van dominee Gillebaard van de gereformeerde Noorderkerk aan de Bergweg naar het echtpaar Kollaard-Stroomenbergh gebracht zijn. Gerard Kollaard is diaken in deze kerk.
Daaf Wiesebron is geen lid van de CPN, maar wel was hij volgens de bekende communistische verzetsman Daan Goulooze met zijn hele wezen met de partij verbonden. Dat gold niet minder voor zijn een jaar oudere broer Jaap die op 22 maart 1945 op zijn onderduikadres in Driebergen zal komen te overlijden. Daaf Wiesebron heeft zijn diensten onder meer beschikbaar gesteld aan het internationale uitgeversbedrijf. Hij komt voor op de erelijst van de CPN, die na de bevrijding werd samengesteld voor een gedenkboek. Dat boek is nooit verschenen, maar de documenten op basis waarvan hij op de lijst is terechtgekomen bevinden zich in het archief van de CPN bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (inventarisnummer 135).
De beide andere joodse onderduikers op Eikenlaan 9, het echtpaar Van Dam-Benima, zijn afkomstig uit Amersfoort. Jakob van Dam verliet zijn ouderlijk huis in Leek al vroeg om de opleiding tot godsdienstleraar te gaan volgen. Vanaf 1913 is hij voorzanger en onderwijzer geweest bij de joodse gemeente in Amersfoort. Als de bezetting begint, wonen hij en zijn echtgenote Rosa van Dam-Benima met een zoon en een dochter op Wijersstraat 37 in Amersfoort.
Behalve leraar en voorzanger is Jakob van Dam secretaris van de Kerkenraad en lid van het Amersfoortse subcomité van het Comité voor Joodse Vluchtelingen. Op 9 juli 1942 vindt de laatste trouwdienst (choepa) plaats in de synagoge van Amersfoort. Jakob van Dam zegent het huwelijk in en spreekt over de volgende tekst: ‘Er is een tijd om te lachen, een tijd om te rouwklagen en een tijd om te dansen. Alles heeft zijn uur en ieder ding onder de hemel zijn tijd .’
Jakob van Dam beleeft tot april 1943 hele moeilijke tijden. Zijn broer Jozef van Dam pleegt in december 1942 zelfdoding in hun geboorteplaats Leek, door onder de tram te lopen. In Amersfoort moet Jakob op zeker moment aanzien, als hij les geeft in de school tegenover de synagoge, dat in het gebedshuis het interieur kort en klein geslagen wordt. En in de loop van de tijd wordt de joodse geloofsgemeente natuurlijk steeds kleiner. Vanwege de functies van Jakob van Dam voor de joodse geloofsgemeente heeft het echtpaar Van Dam-Benima een Sperr, een voorlopige vrijstelling van deportatie. Maar die raken ze kwijt, en als Amersfoort in april 1943 ‘Judenrein’ moet worden, duiken hij en zijn echtgenote Rosa van Dam-Benima onder.
De Zeister illegale werker Toon van de Kamp brengt Jakob’s dochter en schoonzoon, het echtpaar Ben en Ferdi van der Hoek-van Dam. Dochter Ferdi bezoekt haar ouders nog één keer. Bij die gelegenheid spreekt haar moeder de hoop uit dat, mochten ze gearresteerd worden, haar kinderen gespaard zullen blijven. Zo zal het gaan.
Toen het bericht doorkwam dat de Zeister illegale werker Piet Coumou in België gearresteerd was, zijn de onderduikers uit zijn ouderlijk huis uit veiligheidsoverwegingen meteen naar andere adressen gebracht. De joodse weduwe Irene Hellmann-Redlich is op het uitwijkadres opgehaald door de 19-jarige illegaal werker Freddy Dijkema die haar naar een ander onderduikadres zou brengen. Dijkema heeft Irene vervolgens rechtstreeks afgeleverd bij de Sicherheitspolizei in Amsterdam, maar dat bevroedt niemand in Zeist nog. Dijkema is overgegaan tot verraad om de Arbeitseinsatz te ontduiken. Hoewel hij nog jong is, geniet hij in illegale kringen in Zeist vertrouwen, ook omdat hij uit een gerenommeerd gereformeerd gezin komt. Volgens de illegale werker Piet Coumou van Lindenlaan 7 had Dijkema ook het onderduikadres van Daaf Wiesebron verraden. Dat wordt ook de beide andere onderduikers op Eikenlaan 9 fataal.
Op 9 maart 1944 komt de Sicherheitspolizei uit Utrecht onverwacht in actie in Zeist. Eerst wordt om 10.00 uur een op Tollenslaan 1 gearresteerde persoon – vermoedelijk voor de Arbeitseinsatz – afgeleverd op het politiebureau. Daarbij wordt al aangekondigd dat er meer arrestanten gebracht zullen worden.
Een van de eerste twee arrestanten is onderduiker Daaf Wiesebron, die dus ondergedoken zit op Eikenlaan 9. Is hij elders in Zeist gearresteerd? Hij wordt om 12.00 uur door Walter van de Sicherheitspolizei op het bureau gebracht.
Om 12.55 uur worden onderduikgever Gerard Kollaard en zijn onderduikster Rosa van Dam-Benima binnengebracht op het politiebureau. Kollaard moet in een cel apart gehouden worden. Vijf minuten later brengt een Zeister politieman Jakob van Dam op het bureau.
Verder uit het dagrapport van 9 maart 1944:
‘Voor 17.00 Wordt G.W. Kolard uit cel-7 door de Sipo uit Utrecht medegenomen naar Utrecht.
17.30 uur Worden de sipo-arrestanten J.van Dam, R.Benima en D.Wiesebron door Leeuwenkamp per auto (taxi) naar Hoofdbureau te Utrecht overgebracht.’
Op 15 maart 1944 worden Jakob en Rosa van Dam-Benima en Daaf Wiesebron binnengebracht in Kamp Westerbork. Vanwege het feit dat ze hebben geprobeerd hun leven te redden door onder te duiken, moeten ze naar strafbarak 67 en moeten ze bij voorrang op straftransport, op 23 maart 1944. Op 26 maart 1944, tweeënhalve week na hun arrestatie in Zeist, worden Jakob en Rosa van Dam-Benima en Daaf Wiesebron na aankomst in Auschwitz meteen vermoord.
Gerard en Jansje Kollaard-Stroomenberg moeten zwaar boeten voor hun hulp aan onderduikers. Ze raken hun huis en zaak kwijt, Jansje Kollaard-Stroomenbergh duikt onder, terwijl haar echtgenoot ingesloten wordt op de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Volgens een latere verklaring van Gerard Kollaard heeft hij bij de verhoren geen namen van anderen genoemd: ‘Ik dacht één arrestant is genoeg.’ Zijn arrestatie heeft zo geen gevolgen voor anderen. Wel voor hemzelf. Via Kamp Amersfoort, de gevangenissen in Utrecht en het Duitse Kleef belandt hij in Bochum. Hij zal pas na de bevrijding terug keren naar Nederland en Zeist.
Gerard Kollaard zal er tot augustus 1945 van overtuigd zijn dat hij verraden is door een onderduiker. Maar daarin vergist hij zich dus. Bij zijn afwezigheid hebben Zeister illegaal werkers in juni 1944 vastgesteld dat Freddy Dijkema een van hen – Kees Burger – verraden heeft, met fataal gevolg. Dijkema is betrokken bij de hulp aan onderduikers in Zeist, maar is na arrestatie op 21 maart 1944 (in Amsterdam), en onder bijbehorende dreiging van de Arbeitseinsatz, overgegaan tot verraad. Bij zijn verhoor door vijf andere illegale werkers heeft hij bekend ook Irene Hellmann-Redlich uitgeleverd te hebben aan de Sicherheitsdienst en Eikenlaan 9 verraden te hebben aan die dienst, wat tot de arrestatie van vier joodse onderduikers heeft geleid. Hij is op 16 juni geliquideerd door illegale werkers, nadat hij nog een afscheidsbrief aan zijn ouders heeft mogen schrijven.
De naam van Freddy Dijkema blijft heel lang ongenoemd. Zijn vader, die een uitstekende naam heeft, wordt in het najaar van 1945 benoemd tot wethouder van Zeist, waarbij onder meer zijn hulp aan joodse onderduikers genoemd wordt: ‘Naar vermogen meegewerkt aan het verzet tegen de Duitsche terreur, o.a. door het verbergen van Joden.’
Ongetwijfeld wordt er daarom gezwegen over het verraad door de zoon, maar als gevolg daarvan worden anderen verdacht van het verraad. Familieleden van het echtpaar Van Dam-Benima verdenken de elders ondergedoken Anna Wiesebron-Spier (1889-1975). David Wiesebron zou relatieproblemen gekregen hebben met zijn echtgenote die hem vervolgens verraden zou hebben. De familie van Irene Hellmann-Redlich verdenkt op haar beurt een conciërge van het Amsterdamse wooncomplex waar zij het laatst had gewoond.
Pas op 21 mei 1945 keert Gerard Kollaard weer terug in Zeist, meer dan een jaar later. Met brieven van 9 juli en 13 augustus 1945 vraagt hij extra distributiebonnen aan. Daarbij vraagt hij ook aandacht voor zijn neven die teruggekeerd zijn uit een ander concentratiekamp. Enige verontwaardiging spreekt uit zijn twee verzoeken: teruggekeerde krijgsgevangenen hebben wel al de gevraagde bonnen ontvangen, terwijl een deel van hen zich vrijwillig gemeld heeft. Zijn verzoek is afgedaan op briefpapier van de afdeling Zeist en omstreken van de Bond van Oud Politieke Gevangenen.
In juni 1945 meldt Dingeman Coumou, die op Lindenlaan 7 zelf onderduikers in huis heeft gehad, dat bij een inventarisatie van Eikenlaan 9 drie heren fietsen zijn aangetroffen van de familie Strating die de woning van het echtpaar Kollaard-Stroomenbergh in 1944 heeft betrokken. De fietsen worden overgedragen aan het Gewestelijk Commando in Utrecht.
In 2001 komt er een onverwachte herinnering aan het echtpaar van Dam-Benima. Tijdens een verbouwing van een oud pand in Amersfoort wordt een liefdesbrief gevonden. Dat is voor de bewoners aanleiding voor een zoektocht naar familie van de briefschrijver. Ze komen terecht bij de hoogbejaarde Ferdi van der Hoek-van Dam in Canada. De brief was geschreven door haar moeder Rosa Benima aan haar vader Jakob van Dam. Ferdi komt vervolgens naar Amersfoort respectievelijk Zeist, om haar geboortehuis respectievelijk onderduikadres in Zeist nog eens te bezoeken. In de documentaire ‘Het wonder van de brief’ (2011) wordt de zoektocht en het bezoek van Ferdi van der Hoek-van Dam uitvoerig behandeld.
Op 1 juli 2024 zijn door de commissie gedenksteentjes van het Geheugen van Zeist en het Comité 4 en 5 mei Zeist gedenksteentjes gelegd nabij de woning Eikenlaan 9, voor het echtpaar Gerard en Jansje Kollaard-Stroomenbergh en voor de drie gearresteerde joodse onderduikers.
Bronnen:
- Gemeentearchief Zeist, archief gemeentepolitie, toegang 3500, inventarisnummer ?, politiedagrapport 9 maart 1944 (3500-271), arrestaties op Eikenlaan 9 en elders
- Jodenhulp door Stroomenberghs:
- Zie het bewezen onderduikadres Acacialaan 2, voor de hulp van het echtpaar Stroomenbergh-Kraal aan joodse onderduikers
- Zie bewezen onderduikadres Frederik Hendriklaan 80, voor de hulp van het echtpaar Stroomenbergh-Groenheijde aan een joods meisje
- Zie de overval op het politiebureau Zeist, voor de deelname door Jan Stroomenbergh junior uit Driebergen
- Zie het bewezen onderduikadres Oude Arnhemseweg 157, voor de onderduik Ben en Ferdi van der Hoek-van Dam
- Zie Hoofdstuk II van het Onderduikboek, ‘1944, vermoedelijk medio februari 1944’, voor het verraad door Freddy Dijkema)’
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, Politierapporten ‘40/’45, 21 januari 1944, de arrestatie van Alfred Johan Dijkema
- Els Hekkenberg, ‘Van Brandal tot Commandeur, Herinneringen van mr. Pieter Coumou’, eigen beheer, 2006, 76, het verraad door Freddy Dijkema
- Wilfred Scholten, ‘Dansen op het dodenkoord, Hoe verzetsman Henk Das de oorlog overleefde, maar er toch aan onderdoor ging’, Boom, 2023, 62, idem
- Geheugen van Zeist, collecties, oude kranten, Zeister Post van 24 november 1945, ‘Wie zijn onze wethouders’
- Channa Kalmann, ‘Hun namen niet vergeten, Herdenkingsstenen Amersfoort’, Stichting Regionaal Spitwerk, 2019, 56-63 (uitgebreide herinnering aan Jakob en Rosa van Dam-Benima)
- Digitaal joods monument, David en Jacob Wiesebron, Jakob en Rosa van Dam-Benima
- www.rudi-harthoorn.nl, Verzet door en vervolging van Nederlandse communisten, informatie over de CPN-relatie van David en Jacob Wiesebron
- ITS Arolsen, digitale collectie, Joodse Raadkaarten voor David Wiesebron en Jacob (Jakob) en Rosa van Dam-Benima
- www.museumjoodseschooltje.nl, Documentaire ‘Het wonder van de brief’
- NIOD, archief Afwikkelingsbureau concentratiekampen, toegang 250 m, inventarisnummer 71c, G.W. Kollaard
1. Eikenlaan 9
2. Krantenbericht van 30 april 1941 van de ondertrouw van Jans Stroomenbergh en Gerard Kollaard
3. Jakob en Rosa van Dam-Benima
4. Daaf (David) Wiesebron (uit Gedenkboek gevallen verzetsstrijders, archief CPN, collectie IISG)
5. Foto van 10 februari 1943 van Irene Hellmann
6. In juni 1945 werden door Dingeman Coumou van Lindenlaan 7 bij een inventarisatie van Eikenlaan 9 3 herenrijwielen aangetroffen
7. Overlijdensbericht voor Jans Kollaard-Stroomenbergh in Trouw van 22 januari 1985
8. Overlijdensbericht voor Gerard Kollaard in Trouw van 25 mei 1985
9. Fragment van de in 2001 opgedoken brief van Rosa Benima aan Jakob van Dam








