Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Aangevuld met details ten opzichte van het Onderduikboek, pagina’s 185-189)
In memoriam:
- Lazarus Beem, gehuwd vertegenwoordiger (Arnhem, 26 december 1902 – Midden-Europa, 30 september 1944), bereikte de leeftijd van 41 jaar
Overige onderduikers:
- echtgenote Herta Beem-van Coevorden, bibliothecaresse (Coevorden, 3 december 1912 – Amsterdam, 9 december 1950)
- Annette Dientje Heilbut-Frankfort, verpleegster (Amsterdam, 11 april 1918 – Amsterdam, 9 maart 2004)
- zuster Dientje Annetta Frankfort, ongehuwd, schilderes (Amsterdam, 22 oktober 1916 – Amsterdam, 22 december 1999)
Onderduikgeefster:
- Weduwe N.N., om privacy-redenen aangeduid met de gefingeerde naam Japikje Zanetti-van Achten
Zes thuiswonende dochters in de leeftijd van 5 tot 19 jaar
Bij het Nijmeegse politiekorps zit een aantal fanatieke jodenjagers bij de Politieke Dienst, maar op woensdag 8 maart 1944 halen die zich de woede van nota bene de Sicherheitspolizei op de hals bij hun jacht. Uit ergernis dat gemengd gehuwde joodse Nijmegenaren woningen bezetten, waar ‘kameraden’ zonder goede woonruimte zitten, hebben ze voor die dag een vileine opzet bedacht. Een SS’er in politie-uniform klopt na 20.00 uur bij zeven adressen aan, zogenaamd om te waarschuwen dat er een razzia op joodse mannen zal plaatsvinden. Als de mannen daarna hun huizen verlaten, lopen ze elk in de armen van een verdekt opgestelde politieman.
Omdat ze na 20.00 uur zich niet meer buiten mogen vertonen, worden de mannen gearresteerd. Hun papieren worden verscheurd, zodat ze niet kunnen bewijzen dat ze gemengd gehuwd zijn, en vervolgens worden ze als strafgevallen naar Kamp Westerbork gebracht. Het scheelt vervolgens een haar of ze worden gedeporteerd, maar na een klacht van enkele echtgenotes bij de Sicherheitspolizei in Arnhem komen twee mannen terug. De rest moet in Kamp Westerbork blijven, maar met de garantie dat ze niet gedeporteerd worden. Bij de Sicherheitspolizei is men zeer ontsticht over het Nijmeegse initiatief. Toch heeft politieman Anton Wiebe nog het lef om namens de groep bij de Sicherheitspolizei in Arnhem te informeren, of ze de aanbrengpremie nog krijgen, maar dat kunnen ze vergeten.
Op zaterdag 6 mei 1944 arresteren drie van deze politiemannen het joodse echtpaar Frits en Martha van Coevorden-van Kleef op een onderduikadres in Nijmegen, na verraad van de vrouw des huizes die zo een echtelijke ruzie meent te moeten beslechten. Het zijn de inspecteur Verstappen en twee ondergeschikten, de opperwachtmeesters Jan Hidskes en Anton Wiebe, die een tip hebben gekregen. Als ze de arrestanten fouilleren, vinden ze op Frits van Coevorden een notitieboekje, waarin het adres Eikenlaan 17 in Zeist staat, met de naam Beem. Bij verhoor krijgen ze uit de gearresteerde onderduiker dat het om verwanten van hem gaat. Als de onderduikgever bovendien verklaart dat hij op bedoeld adres bij de weduwe Zanetti bonkaarten voor 2-3 personen heeft afgegeven, weten de politiemannen genoeg.
Dit keer laten de jodenjagers zich de premie niet ontglippen. De volgende dag, zondag 7 mei, stappen Jan Hidskes en Anton Wiebe op de trein richting station Driebergen-Zeist, waarbij ze hun fietsen meenemen. Bij het politiebureau in Zeist laten ze zich de weg wijzen naar Eikenlaan 17, een bovenwoning boven een kruidenierszaak.
In haar herinneringsdagboek zou onderduikster ‘Annette Freriks’ later over 7 mei 1944 schrijven:
‘’t Is zondagmorgen negen uur. Ik lig nog in bed. De familie maakt zich gereed voor de kerkgang. Dan houden twee mannen stil bij ons huis. Er wordt gebeld. Vragen gesteld. Bep komt bij me binnen gerend: “Ze willen alles weten!” Ik stel haar gerust, maar inwendig gaat mijn hartje sneller kloppen. Ik kijk door de kier van de deur en zie juist één naar boven komen. Ik glip nog naar de wc en blijf daar maar zitten. Ik bid om uitredding. Ik hoor stukken van het gesprek dat zich in de huiskamer, vlak tegenover de wc, afspeelt. Er is verraad in ’t spel. Het huis wordt doorzocht, dus ook de wc en ik moet tevoorschijn komen. Ik kruip weer in bed en doe erg slap, ziek, misselijk. Maar niets kan helpen. Tante Ger [onderduikgeefster] wordt bedreigd en vertelt dus maar alles. Zo word ik dus meegenomen. Eerst naar het politiebureau. Opgesloten in een celkamer.’
De weduwe Zanetti-van Achten heeft vaker joodse onderduikers, maar het echtpaar Leo en Herta van Beem-van Coevorden, waarvoor de Nijmeegse politiemannen komen, heeft een paar dagen geleden door bemiddeling van een gereformeerde dominee in Driebergen onderduik gekregen op het adres Amersfoortseweg 42 op de grens van Soesterberg en Zeist. Vervolgens is de inderdaad joodse ‘Annette Frederiks’ gekomen.
Hidskes en Wiebe nemen geen genoegen met die ene arrestatie. De weduwe Zanetti-van Achten wordt zwaar geïntimideerd. Later zal ze verklaren: ‘Ik maakte me erg zenuwachtig. Ik ben alleenstaand met enkele dochters.’ Ze heeft zes dochters in de leeftijd van 5 tot 19 jaar. Ze bezwijkt en noemt het onderduikadres van het echtpaar Leo en Herta Beem-van Coevorden, een adres dat ze beter niet had kunnen weten.
Daarop krijgt ook deze inval een vervolg. Eerst moet ‘Annette Frederiks’ zo lang naar het politiebureau worden gebracht, waarbij opperwachtmeester Wiebe zich voordoet als medewerker van de Sicherheitspolizei. Uit de dagrapporten van de gemeentepolitie in Zeist:
‘11.05 uur. Komt aan het bureau de opperwachtmeester van Politie uit Nijmegen WIEBE, thans gedetacheerd bij de Sicherheitspolizei te Arnhem, met verzoek om assistentie bij arrestatie op de Eikenlaan en Amersf. weg. Aan het adres Eikenlaan no 17 van bovengenoemde persoon overgenomen en overgebracht naar het bureau, Annette Frederiks, geb. te Amsterdam, den 11 April 1918. Geplaatst in passantenkamer.’
De politiemannen fietsen van Eikenlaan 17 naar Amersfoortseweg 42, op de grens tussen Zeist (Huis ter Heide) en Soesterberg. Ze vallen binnen en arresteren Leo en Herta van Beem-van Coevorden uit Nijmegen. Het echtpaar moet met Hidskes en Wiebe mee naar Zeist, waar ‘Annette Frederiks’ om 12.20 uur wordt opgehaald:
‘Daar ontmoet ik Jan en Truus [Lazarus en Herta Beem-van Coevorden], die een tijdje bij tante Ger gelogeerd hadden. Ook onderduikers, die door dezelfde schurken werden opgehaald. Zo gaan we dus verder met z’n drietjes. Van het politiebureau Zeist naar de tram voor Amersfoort. Mijn gedachte is alleen: “Hoe kom ik nog weg.” Ik hoop op een druk perron. Maar bij de tram is er geen gelegenheid. Ik probeer zo kalm mogelijk te zijn uiterlijk. Ik denk aan al mijn lieve mensen. Hoe zullen moeder en Di [zuster Dientje] zijn, als ze horen dat ik er bij ben (?), en Juf en Wouwou [pseudoniem voor een illegaal werkster]? Ik word gek van het denken daaraan. In Amersfoort moeten we wachten op de trein voor Utrecht. Dat duurt nog een goed half uur. We wachten in een restaurant en kunnen wat eten. De “heren” betalen wel. Ik krijg geen hap door mijn keel. Dan is het tijd voor de trein. Waar we nu eigenlijk precies naar toe gaan, weet ik op de huidige dag nog niet.
Op station Utrecht is het geweldig druk. Bij het overstappen loopt Wiebe met zijn fiets en arrestant Leo Beem voorop, gevolgd door Hidskes met zijn fiets en de beide vrouwelijke arrestanten. Opeens is ‘Annette Frederiks’ verdwenen in de drukte:
‘Maar daar op Utrechts station krijg ik mijn kans. Ik loop met één boef, die mijn koffer draagt, voor. Jan en Truus volgen met de andere. Ik kijk, als we overstappen en door de hal van het station lopen, even om of ze volgen. Meer uit een gewoonte dan uit nieuwsgierigheid. Daarom sta ik misschien een paar seconden stil. Maar zie ze niet. Dan kijk ik weer terug, en zie mijn begeleider al een eindje voor me uit. Dan kijk ik nog eens verder en zie de uitgang. Ik ren daar dan doorheen.’
Er wordt gezocht en Herta Beem-van Coevorden ‘zoekt mee’. Ook zij gaat echter onverwacht op in de menigte. De beide politiemannen komen alleen met arrestant Lazarus Beem op het politiebureau in Nijmegen. Leo Beem wordt op 8 mei 1944 ondergebracht in Kamp Westerbork, in barak 72, en gaat op 19 mei 1944 op transport naar Auschwitz. Hij zal op 30 september 1944 vermoord worden.
‘Annette Freriks’ over haar vlucht en het vervolg:
‘De mensen moeten wel gek over me gedacht hebben, maar ik had geen tijd te verliezen, geen kaartje, dus alles moest in vliegende vaart gebeuren. Ik zie de tram staan voor Zeist en spring erin. Gelukkig vertrekt hij gauw. Het zweet breekt aan alle kanten bij me los. Nu ga ik weer terug naar Zeist. Maar niet naar tante Ger. Het is nog een spannend ritje, want er is veel controle van de landwacht, maar ’t geluk is weer met me en ik ga na een voorspoedig ritje naar het huis van de zuster van Wouwou: Tante Jeanne. Ook daar word ik weer liefderijk opgenomen. Waaraan heb ik dit alles toch te danken. Ik blijf drie weken bij hen. Niemand weet dat ik er ben. Als er iemand komt dan ben ik boven. Alleen met eten kom ik naar beneden en verdwijn als het nodig is. Met mijn bordje achter de gordijnen van de suite. Ik moet weer een nieuw vals persoonsbewijs hebben en dat geeft weer zorgen. Er is moeilijk aan te komen. Ik ben brutaal en laat een pasfoto van me maken. Maar waarheen moet ik nu. De adressen zijn moeilijk en ik zie tegen een lange reis op, want er is heel erg veel controle. Tante Jeanne gaat naar moeder. Misschien weten ze daar in Oosterbeek wel een adres. ’t Zal nu niet meer voor lang zijn. ’t Gaat in Rusland uitstekend. Iedereen wacht op de veelbelovende en toch de met angst tegemoetziende invasie.
En dan mag ik bij moeder en Di komen in Oosterbeek. Dat is geweldig. Na anderhalf jaar weer bij elkaar. Op het persoonsbewijs van Di reis ik nu alleen naar Oosterbeek, ook die reis verloopt weer wonderlijk goed. Miep en Nel komen me halen.
We zijn kenbaar aan eenzelfde bloempje in ons knoopgat, want ik ken ze nog niet. Dan volgt de ontmoeting met Madei (Ma en Di). We zijn alle drie een beetje overstuur. Er is ook zo ontzettend veel gebeurd in die tijd. Ik ben erg dik geworden en Madei juist erg mager. Maar we zijn weer bij elkaar en we hopen spoedig weer in vrijheid naar Amsterdam terug te kunnen gaan. Bij Miep en Nel hebben we een goede onderduiktijd. Een mooie kamer op ’t zuiden en veel lieve mensen om ons heen.’
Het echtpaar Frits en Martha van Coevorden-van Kleef wordt het slachtoffer van de Holocaust. Hun zoontje Ernst (augustus 1943) overleeft de bezetting wel. In 2005 zal op het vliegveld van Stuttgart een massagraf uit de Tweede Wereldoorlog gevonden worden. Frits van Coevorden is mogelijk één van de dertien Nederlandse joden die in het massagraf begraven liggen. Hij was één van de joodse gevangenen uit het Kommando Echterdingen, nabij het concentratiekamp Natzweiler, die eind 1944 werden tewerkgesteld op het vliegveld. De stoffelijke resten zullen herbegraven worden.
Herta Beem-van Coevorden overleeft de bezetting, evenals beider zoontje Edy (1937) dat blijkbaar elders ondergedoken heeft gezeten. Van hun kleine dochtertje Leonie (1942) ontbreekt tot op heden elk spoor. Herta van Coevorden zal hertrouwen, maar vijf jaar na de bevrijding al sterven, op de leeftijd van 38 jaar.
‘Annette Frederiks’ zal in Oosterbeek de bezetting ook overleven. In werkelijkheid heet ze Netty (Annette Dientje) Heilbut-Frankfort, een van de drie kinderen van de joodse kunstschilder Eduard Salomon Frankfort en diens echtgenote Sara Kloots.
Ze was op 11 maart 1942 getrouwd met Rob Heilbut, een directiesecretaris die voor de Joodse Raad leiding had gegeven aan de estafettedienst, die brieven en oproepen van de Joodse Raad bezorgden. Zijn Sperr was op enig moment verlopen en vermoedelijk was hij elders ondergedoken en gearresteerd. Op 20 juni 1943 werd hij geïnterneerd in strafbarak 67 van Kamp Westerbork. Zijn echtgenote was tot haar onderduik werkzaam als verpleegster in de inrichting het Apeldoornsche Bos. Beiden hebben een Sperr, Netty vanaf 17 september 1942. Hoe zij ontkomen is aan de deportatie van patiënten en personeel van het Apeldoornsche Bos in de nacht van 21 op 22 januari 1943 is niet bekend. Maar haar Sperr was toen ook niet meer geldig, zodat ze had moeten onderduiken.
In Kamp Westerbork had Robert Heilbut veel mensen – vooral zieken – opgebeurd met zijn blijmoedige levensliedjes. Toen hij op 15 februari 1944 op transport naar Bergen Belsen was gegaan, was de dankbaarheid voor zijn optreden duidelijk tot uiting gekomen. Kort voor de bevrijding was hij vanuit Bergen-Belsen in een trein met 2.000, voornamelijk joodse, gevangenen vertrokken op weg naar Theresienstadt. Toen de trein twee weken later tot stilstand kwam in het plaatsje Tröbitz, waren Rob Heilbut en vele anderen gestorven. Samen met andere slachtoffers was hij begraven in het nabij gelegen Falkenberg.
Op 30 juni 1945 krijgt Netty Heilbut-Frankfort te horen dat haar ‘Robje’ toch bezweken is, nadat haar eerst verteld is dat hij nog leefde. Ze zal nooit meer hertrouwen. Volgens een dochter van Japikje Zanetti-van Achten had ook zuster Dia van Netty Heilbut-Frankfort ondergedoken gezeten op Eikenlaan 17. Dat moet dan gaan om Dientje Annetta Frankfort, ongehuwd, schilderes. Ze gaat na de bevrijding les geven in handwerkvakken aan Rosj Pina en Maimonides-scholen in Amsterdam. Bij haar overlijden zal ze schilderijen van haar vader nalaten aan het Joods Historisch Museum. De beide zusters blijven na de oorlog met hun moeder op dezelfde adressen wonen.
Ze houden tot 1995 contact met de onderduikgeefster in Zeist. Het laatste blijk van dank was een zilveren schaaltje met de inscriptie ‘Met veel dank 1945-1995’.
De broer van de onderduikgeefster, een LO-medewerker die de zusters Frankfort naar Zeist had gebracht, werd in het kader van een represaille voor een verzetsdaad gefusilleerd.
Over schuldbesef
Bij zijn berechting op 30 november 1949 door de Bijzonder Strafkamer van de Arrondissementsrechtbank wordt duidelijk dat ‘premiejager’ Jan Hidskes veel op zijn kerfstok heeft. Hij is een zware oorlogsmisdadiger en wordt veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf. Dat vindt hij volslagen ten onrechte, zo schrijft hij aan zijn echtgenote die evenals hun enige zoon een jaar in detentie heeft doorgebracht. De Nijmeegse politieman, die tot in Driebergen, Soesterberg en Zeist verraden joodse onderduikers kwam arresteren, heeft een eigenaardig schuldbesef: ‘Collectief is de schuld van de NSB groot en dat begrijp ik wel en daarom ben ik bereid, om een deel van die schuld op mij te nemen. Maar ik gevoel mij niet schuldig, omdat ik een aantal politieke arrestaties heb uitgevoerd; die zie ik als een consequentie van mijn dienstverband bij de politie en mijn lidmaatschap van de NSB. Individueel gevoel ik mij dan ook niet schuldig.’
Bij Koninklijk Besluit van 3 maart 1950 krijgt hij zoveel gratie dat hij meteen voorwaardelijk vrij komt. De toezichthouder, die hij van de Stichting Toezicht Politieke Delinquenten krijgt toegewezen, heeft veel sympathie voor zijn cliënt. Zeker nadat het echtpaar Hidskes hun enige zoon verliest. Hidskes en zijn echtgenote zijn totaal gebroken, rapporteert hij. Hidskes is volgens de rapporteur ook totaal genezen. Nog in 1950 wordt de oorlogsmisdadiger ontslagen van toezicht en is hij vrij man.
De ellende die mannen als Jan Hidskes hebben aangericht, is groot. Ook dankt Japikje Zanetti-van Achten een levenslang trauma aan hen. Ze was bereid was om joodse onderduikers te helpen, maar zij voelt zich wel degelijk ‘individueel schuldig’, omdat ze gezwicht is voor de bedreigingen en het onderduikadres in Soesterberg heeft genoemd: ‘Ik heb het al ontzettend moeilijk met mijzelf daarover gehad.’
Bronnen:
- Voornamelijk gebaseerd op Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 2.09.09, inventarisnummer BR 77016, STPD 983, J.H. Hidskes
- Gemeentearchief Zeist, archief gemeentepolitie, toegang 3500, politiedagrapport van 7 mei 1944
- Wikipedia, kunstschilder Eduard Salomon Frankfort respectievelijk Robert Emanuel Heilbut
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor Anette Dientje Heilbut-Frankfort en Dientje Anetta Frankfort
- ITS Arolsen, Joodse Raadkaarten voor Anette Dientje Heilbut-Frankfort, Robert E. Heilbut, Dientje Anetta Frankfort en Lazarus Beem
- Joods Historisch Museum Amsterdam, Herinnerings- en dagboek van Annette Dientje Heilbut-Frankfort, Ontdekt, getranscribeerd en onderzocht door Sanna van Elst en Bobby Rootveld.
- www.jck.nl, collecties, foto’s van Anette Dientje Frankfort en Robert E. Heilbut en muziek van Robert E. Heilbut
- www.joodsmonument.nl, Siegfried en Martha van Coevorden-van Kleef, Robert Emanuel Heilbut en Lazarus Beem
1. Eikenlaan 17
2. Theologisch debat, schilderij Frankfort,_Theologisch_debat
3. Advertentie van de verloving van Nettie Frankfort en Rob Heilbut in het Algemeen Handelsblad van 12 april 1941
4. Een bladzijde uit het huwelijksalbum van Nettie Frankfort en Rob Heilbut op 11 maart 1942
5. Nettie Frankfort en Rob Heilbut op hun huwelijksdag 11 maart 1942
6. Idem
7. Idem
8. Bruidegom Rob Heilbut op 11 maart 1942
9. Bruid Nettie Frankfort op 11 maart 1942
10. Het bruidspaar in de synogoge op 11 maart 1942
11. Een bladzijde uit het huwelijksalbum van Nettie Frankfort en Rob Heilbut
12. Leo (Lazarus) Beem











