Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Supplement, pagina’s 65-69)

Onderduiker, onder meer:

  • Erwin Helmuth Kampelmacher, ongehuwd, student (Wenen, 6 mei 1920 – Utrecht, 15 september 2011)

Onderduikgevers:

  • Gerrit Vermeulen, leraar lichamelijke opvoeding Tweede Christelijk Lyceum Zeist (Utrecht, 19 maart 1891 – Zeist, 3 mei 1965) en
  • echtgenote Alida Bertha Francisca Vermeulen-Lucas (Nieuwer Amstel, 5 mei 1890 – Zeist, 16 februari 1982)

Vier kinderen (1916 – overleden 10 mei 1940, 1918, 1920 en 1926)

Uit een van de reacties naar aanleiding van het grote Onderduikboek werd duidelijk dat professor Dan (Erwin Helmuth) Kampelmacher tijdens de bezetting ook enige tijd in Zeist ondergedoken zat.

In de tweede helft van de 20e eeuw werd Dan Kampelmacher hoogleraar, plaatsvervangend directeur-generaal van het RIVM en een internationaal erkende autoriteit op het gebied van de volksgezondheid. Een bijzondere carrière voor een in 1938 nog zeer ongewenste joodse vluchteling.

Bij een zoektocht naar nazaten bleek zoon Mike Kampelmacher of all places in Zeist te wonen (inmiddels verhuisd). Na telefonisch contact en enkele mails kon ons boek uitgewisseld worden tegen de biografie die Dan Kampelmacher in de Holocaust-bibliotheek van de Hilversumse uitgeverij Verbum heeft gepubliceerd over zijn vlucht uit Wenen en zijn onderduikervaringen in Nederland. Na zijn vlucht in december 1938 had hij bittere ervaringen opgedaan met het Nederlandse vluchtelingenbeleid in die jaren. De bezettingsjaren brachten vervolgens de omzwervingen die veel joodse onderduikers moesten maken. Uiteindelijk was hij terecht gekomen in Zeist, bij het echtpaar Gerrit en Alida Vermeulen-Lucas op Eikenlaan 14.

Gerrit Vermeulen senior was een bekende Zeistenaar. Niet alleen door zijn functie van leraar lichamelijke opvoeding bij het Christelijk Lyceum in Zeist, maar ook omdat hij voor en tijdens de bezetting een actieve rol vervulde bij lokale sportverenigingen en sportactiviteiten. Zo was hij bestuurslid, directeur of leider/trainer bij de gymnastiekverenigingen Bato (jongens, mannen), Hygiea (vrouwen) – waarvan echtgenote Alida Vermeulen-Lucas eveneens bestuurslid was – Ernos (leerlingen van het Christelijk Lyceum), de Gero-gymnastiekvereniging en de Zeister Veteranen Turnvereeniging, Olympia (jongens). Vermeulen liet geen kans voorbij gaan om zijn pupillen hun vaardigheden te laten vertonen en vaak trad hij zelf ook nog even op.

Op uiteenlopende wijze was Gerrit Vermeulen betrokken bij sportwedstrijden, zoals schoolvoetbal en andere schoolsporten, het Zeister atletiekkampioenschap, een zwemdag of een wedstrijd wegschaatsen, als wedstrijdleider, tijdwaarnemer, organisator of jurylid.

Voor een deel organiseerde hij activiteiten voor de Oranje Vereniging, waarvan hij voor en direct na de bezetting een actief bestuurslid was, zoals feestoptochten, een wandeltocht en volks- en kinderspelen. In het verlengde daarvan was hij bestuurslid van de afdeling Zeist en omstreken van de vereniging ‘De Princevlag’, die zich ten doel stelde het vlaggen te bevorderen op bijzondere dagen.

Het lag voor de hand dat Gerrit Vermeulen er bij geroepen werd als er op sportgebied iets van de grond moest komen, zoals bij de commissie sportterrein Zeist of bij de ontwikkeling in 1932 van het natuurbad Mooi Zeist. Hij werd commissaris van het zwembad. Een jaar later was hij betrokken bij de oprichting van de Zeister bond voor lichamelijke opvoeding (BLOZ) die zich – overigens vruchteloos – zou beijveren voor een gemeentelijk sportpark. In 1938 nam hij zitting in het erecomité ter ere van het 25-jarig jubileum van de voetbalvereniging Zeist.

Kortom, een prominente Zeistenaar, sportief en trouw Oranje-klant.

Bij het Christelijk Lyceum heerste na de Duitse inval bij veel leraren een anti-Duitse gezindheid. Dat was ook de houding van Gerrit Vermeulen en die houding zal niet weinig versterkt zijn door het verlies van zijn zoon Gerrit junior, ofwel ‘Pom’, als gevolg van de Duitse inval. Reserve tweede luitenant Gerrit Vermeulen junior (Zeist, 8 mei 1916) werd op 10 mei 1940 vanaf vliegbasis Ypenburg ingezet als boordschutter in een Douglas 8A-3N-toestel. Het vliegtuig was geschikt voor verkenning en lichte grondsteun, maar in het geheel niet als jachtvliegtuig en kansloos tegenover de Duitse jachtvliegtuigen. Op één na alle toestellen werden bij hun eerste actie neergeschoten of uitgeschakeld. Nummer 385 raakte boven Kijkduin in gevecht met vijandelijke jagers, werd bij Monster beschoten en vloog in de lucht in brand. Het kwam met de twee bemanningsleden aan boord tussen Monster en Kijkduin op het strand terecht. Beiden waren op slag dood.

Gerrit Vermeulen senior begon al vroeg met (verkapt) verzetswerk. Samen met Dirk Brandwijk, een zeer prominente Zeistenaar, zette hij in de eerste bezettingsjaren cursussen in wapenloze zelfverdediging op. Daarbij brachten ze hun cursisten de beginselen van de Japanse worstelsport jiu jitsu bij. Die activiteiten wekten de argwaan van de lokale NSB. De beruchte Zeister NSB-politieman Evert Drost trok aan de bel bij zijn kringleider, om te waarschuwen dat Brandwijk, in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Bond van Lichamelijke Opvoeding Zeist, gestart was met jiu jitsu-cursussen. De cursussen zouden voor iedereen toegankelijk zijn, maar vooral gevolgd worden door leden en sympathisanten van de Nederlandse Unie en andere in nationaal-socialistische zin verdachte personen. De belangstelling voor de cursussen was zeer groot en Drost zag er een verkapte opleiding voor een weerorganisatie of knokploeg in:

‘Geestelijke vader van dit verband is Vermeulen sr., leraar gymnastiek aan het Christelijk Lyceum en voorzitter van de Gymnastiekvereniging van het Lyceum, Ernos, te Zeist.’

De cursussen hoefden niet gestopt te worden, want Dirk Brandwijk en Gerrit Vermeulen hadden zich gewiekst ingedekt voor hun inderdaad verdachte activiteiten, door vooraf toestemming te vragen aan de Sicherheitspolizei in Utrecht. Ze konden dus gewoon doorgaan en dat deden ze.

Het sprak haast vanzelf dat zowel Dirk Brandwijk als Gerrit Vermeulen ook bereid waren om joodse onderduikers op te nemen, toen dat nodig bleek. Brandwijk overleed in 1943 onverwacht, maar de joodse onderduikster in huize-Brandwijk op Panweg 56 zou daar tot de bevrijding blijven en zo overleven. En Eikenlaan 14 van het echtpaar Gerrit en Alida Vermeulen-Lucas werd een doorgangshuis voor urgente onderduikgevallen.

Van dat laatste getuigde de voormalige joodse onderduiker Dan Kampelmacher in zijn boek ‘Gevecht om te overleven. Mijn diaspora na de Anschluss’ (2008). Kampelmacher had in het najaar van 1942 al enkele onderduikadressen achter de rug. Aan zijn onderduiknaam ‘Daan’ ontleende hij later zijn roepnaam Dan. Hij beschreef hoe hij medio november 1942 weg moest van de boerderij Bureveld 2 in De Bilt.

Eerder had hij in Zeist al een vals persoonsbewijs gekregen, op naam van ‘Johan Menno Terpstra’, geboren op 15 mei 1916 in Poerwokerto (Nederlands-Indië). Zijn relatie met het illegaal werk in Zeist had vermoedelijk te maken met het feit dat zijn toekomstige schoonouders daar hadden gewoond, het echtpaar Prüfer-Streit. Dan Kampelmacher kende het echtpaar en hun dochter Fritzi uit Wenen, via de sportvereniging Maccabi (hij was in zijn jeugd een zeer actieve sporter en vooral turner geweest). Zo zal hij ook in contact zijn gekomen met een of meer illegaal werkers in Zeist.

Het waren namelijk ook weer Zeister illegaal werkers die hem nu voor korte tijd onderbrachten op Eikenlaan 14. Daar werd hij hartelijk ontvangen door het echtpaar Vermeulen-Lucas en hun drie nog thuiswonende kinderen. Hij had tot dan toe ondergedoken gezeten op boerderijen en ervoer zijn nieuwe onderduiksituatie als weldadig:

‘Weer eens in een bed in een eigen kamer te slapen was op zich al, na een maand boven de varkens, een hele belevenis. Het gevoel van welbehagen werd door een badkamer met ligbad nog aanzienlijk versterkt. De hele familie zat in het verzet en verrichtte verschillende taken, waarbij hulp aan onderduikers vooropstond.’

Het contact met Gerrit en Alida Vermeulen-Lucas bleek doorslaggevend voor de overlevingstocht van Dan Kampelmacher. Enkele dagen later, op 18 november 1942, werd hij voor lange tijd ondergebracht bij een zuster van Gerrit Vermeulen, Charlotta van Dijk-Vermeulen op Havikstraat 73bis te Utrecht. Er ontstond een warme relatie voor het leven tussen de alleenstaande ‘Tante Lot’ en haar kinderen enerzijds en Dan Kampelmacher anderzijds. Ook Kampelmachers joodse vriendin, de Zeisterse Fritzi Prüfer, kwam – zij het veel later – naar Havikstraat 73bis.

Het toeval wilde dat Mike Kampelmacher, zoon uit het tweede huwelijk van zijn vader met Carola Höflich, in de jaren 1975-1990 in een studentenhuis zou komen te wonen in de Johannes de Bekastraat in Utrecht, nog geen 25 meter van het adres Havikstraat 73bis, waar zich voor noodgevallen de voormalige verstopplek van zijn vader bevond, tussen de vloeren. Zelf zou Mike ook een warme relatie krijgen met Tante Lot en haar kinderen.

Het woonadres in Utrecht zou niet het enige toeval blijven als het om de onderduiktijd van Mikes vader gaat. Zijn werkkamer in het UMC Utrecht was lange tijd nog geen 100 meter verwijderd van de varkensschuur van Bureveld 2, waar Dan Kampelmacher ooit ook ondergedoken zat. Zowel Mike als Dan Kampelmacher woonden in de Utrechtse wijk Oog in Al en in Zeist.

Anno 2020 woont Mike Kampelmacher nog in Zeist, waar zijn vader op twee adressen ondergedoken zat, en op een steenworp afstand van de Karpervijver, waar zijn vaders oom Max Kampelmacher tijdelijk onderduik vond. (Inmiddels is hij verhuisd.)

Dan Kampelmacher werd tijdens zijn onderduikperiode in Utrecht gearresteerd door de Sicherheitsdienst. Hij gebruikte toen een vals persoonsbewijs met het stempel van Den Haag, op naam van ‘Johannes Karel Kok’, geboren in Djambi in Nederlands-Indië, op 17 maart 1917. Het ontlokte een van de mannen die hem hadden gearresteerd de opmerking dat hij ‘een typisch Javaanse kopvorm’ had, maar hij kwam er in elk geval mee weg.

Op zeker moment hadden meerdere bewoners in de Havikstraat al enige tijd in de gaten wat er op nummer 73bis aan de hand was. Omdat verraad altijd loerde – het aangeven van onderduikers was profijtelijk – en omdat de (hongers)nood in Utrecht te nijpend was geworden, kwam Dan Kampelmacher in maart 1945 terug naar Zeist, opnieuw na contact met de lokale illegaliteit. Zijn vriendin Fritzi Prüfer kwam met hem mee. Ze werden tot de bevrijding ondergebracht op Oranje Nassaulaan 54 en Hoog Kanje 5.

Bronnen:

  • Mededelingen Florine Vermaas, Yvonne Lips-Tichelman en Mike Kampelmacher
  • Gemeentearchief Zeist, oud bevolkingsregister
  • marsethistoria.nl (Nederlandse Vereniging voor Militaire Historie), gesneuvelde vliegeniers (mei 1940)
  • Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 2.09.09, inventarisnummers 700 II-62533 en BvRC 847/48, Evert Cornelis Drost, brief aan de NSB-kringleider van Zeist
  • www.geheugenvanzeist.nl, vele afleveringen van De Zeister Courant (zoekterm ‘G. Vermeulen’)
  • Freddy van Thijn, ‘Kampelmacher houdt Oostenrijkse jeugd daden ouders voor’, in Nieuw Israelietisch Weekblad van 18 november 1988
  • Kerst Huisman, ‘De miserabele opvang van Joodse vluchtelingen’, in de Leeuwarder courant van 16 februari 1991
  • Wikipedia, Dan Kampelmacher
  • Dan Kampelmacher, ‘Gevecht om te overleven. Mijn diaspora na de Anschluss’, Verbum, 2008, 211-231
  • Zie ook de bewezen onderduikadressen Hoog Kanje 5, Karpervijver (huisnummer onbekend), Oranje Nassaulaan 54 en Panweg 56

1. Eikenlaan 14

2. Foto van het bestuur van Hygiea in de Zeister Courant van 14 november 1931, met Alida Vermeulen-Lucas (links zittend en Gerrit Vermeulen

3. Bericht in De Zeister Courant van 13 januari 1937

4. Advertentie in De Zeister Courant van 15 jnauari 1938 voor een Oranje-avond

5. Reserve tweede luitenant Gerrit Vermeulen junior

6. Overlijdensadvertentie van Gerrit ‘Pom’ (of ‘Tom’) Vermeulen junior in De Zeister Courant van 25 mei 1940

7. Advertentie in de Zeister Courant van 12 maart 1941

8. De Maccabi-groep van Dan Kampelmacher (achterste rij, tweede van rechts) in 1937 in Wenen

9. Op een boerderij in de Overijsselse buurtschap Wiene, in 1941. Tweede van links zit Fritzi Prufer en daarnaast Dan Kampelmacher

10. Dan Kampelmacher in 1942 tijdens zijn onderduik op boerderij Bureveld 2 in De Bilt

11. Deel van het valse persoonsbewijs voor Dan Kampelmacher, op de naam van ‘Johannes Karel Kok’