Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 322-324, sterk gewijzigd/aangevuld)
Onderduikers:
- Maurits Blitz (Amsterdam, 29 maart 1896 – Leiden, 25 april 1984), winkelier
- echtgenote Bertha Blitz-Polak (Amsterdam, 12 februari 1895 – Leiden, 21 februari 1985).
- Rachel Rosa Israël-Joelsohn, weduwe (Czernikau, toen Duitsland, nu Polen, 25 maart 1877 – in 1947 geëmigreerd naar de VS)
- mevrouw ‘Hönger’ (Unger?), een nadere gegevens bekend, naam wellicht niet juist
Vals geregistreerd op dit adres:
- Mozes David van Blankenstein, ongehuwd (Lekkerkerk, 8 maart 1967 – Amsterdam, 20 september 1954)
Onderduikgevers:
- Muin Hijmen van den Heuvel, bruineerder/polijster van metalen (Bunnik, 20 januari 1895 – Nieuwegein, 25 februari 1985), en
- echtgenote Hendrika van den Heuvel-Wijnands (Zeist, 9 januari 1898 – Zeist, 2 maart 1954)
Twee kinderen (1925, 1928)
Het eeuwige verraad. Ook Maurits en Bertha Blitz-Polak zullen er mee te maken krijgen. Het echtpaar drijft in hun woonplaats Leiden een winkel in ijzer- en staalwaren (kachels en haarden) en elektra, met een filiaal aan de Breestraat 120 (’t Hoekje’). In het najaar van 1942 duiken het echtpaar en hun twee kinderen onder.
Dat is strafbaar volgens de anti-joodse verordeningen van de bezetter. Daarom verzoekt de Leidse commissaris van politie via het Algemeen Politieblad van 8 oktober 1942, nummer 40, 1136, bericht 2192 om opsporing, aanhouding en voorgeleiding van Maurits Blitz. Hij wordt ervan verdacht van woonplaats te zijn veranderd zonder daartoe de vereiste vergunning te hebben. Eenzelfde opsporingsverzoek heeft de commissaris uitgevaardigd voor de echtgenote en de beide dochters van Blitz.
Volgens vier valse persoonsregistraties in het Zeister bevolkingsregister – maar daar is geen bevestiging van – duikt het gezin onder op Taveernelaan 22 in Bosch en Duin, onder naam 'Hageman-Maarseveen'. Mogelijk duiken de beide dochters elders onder. In 1943 zitten Maurits en Bertha Blitz-Polak ondergedoken bij het gezin van Muin en Hendrika van den Heuvel-Wijnands, op Dolderseweg 7 in Huis ter Heide, evenals twee oude joodse vrouwen, met de achternamen ‘Israels’ en ‘Hönger’. Dat wordt door iemand verraden, want op vrijdagmiddag 18 juni 1943 besluit de Zeister jodenjager Evert Drost huiszoeking te doen op drie adressen in Huis ter Heide. Drie adressen waar op dat moment inderdaad joodse onderduikers verborgen zitten, dus de verrader is goed op de hoogte.
Andere politiemensen horen dat hun gehate collega Drost de wijkagent voor Bosch en Duin/Den Dolder belt en hem gelast om hem te assisteren bij de inval op de verraden adressen. Daarop wordt Hendrika van de Heuvel-Wijnands telefonisch door de Zeister politie gewaarschuwd. Ze kan rond twee uur die middag de gevaarlijke Drost verwachten.
Na die waarschuwing worden de twee oude joodse dames gauw naar de buren gebracht, terwijl voor het echtpaar Blitz-Polak de onvindbare schuilplaats in het huis gebruiksklaar wordt gemaakt. Hun slaapkamer wordt gecamoufleerd als een meisjeskamer. Maurits Blitz gaat op de uitkijk zitten op zolder, waar hij de straat kan overzien. Om ongeveer drie uur ziet hij vandaar Evert Drost aankomen rijden op de fiets, vergezeld door drie andere agenten, waaronder de wijkagent Rozendaal. Daarop verdwijnt het echtpaar Blitz-Polak in de schuilplaats.
Terwijl het huis aan voor- en achterzijde wordt afgezet door de andere politieagenten gaat Drost zelf het huis binnen. Hij onderzoekt alle kamers en voelt zelfs in dekbedden. Tevergeefs, zoals wijkagent Rozendaal diezelfde vrijdag nog rapporteert:
‘Des namiddags tusschen 15 – 16.30 uur, assistentie verleend E.C. Drost, die ten huize van Van den Heuvel, Dolderscheweg no. 7, ten huize van J. Smit, Dolderschweg no. 15, en ten huize van Meijer won. Van Ostadelaan no.4 alhier, een onderzoek ingesteld heeft, naar eventueel aldaar nog aanwezige Joden. Geen resultaat.’
Het echtpaar Blitz-Polak overleeft de bezetting, evenals hun beide dochters.
Over de oudere dames ‘Israëls’ en ‘Hönger’ was aanvankelijk niets bekend. Hun namen werden door Maurits Blitz genoemd in een proces-verbaal in verband met de naoorlogse strafvervolging tegen Evert Drost. Mevrouw ‘Hönger’ (Unger?) is nog steeds een onbekende, maar mevrouw ‘Israëls’ kon na publicatie van bovenstaande alsnog geïdentificeerd worden.
Stads- en streekarchivarus Etienne van de Hombergh van het Regionaal Archief Zutphen was zo vriendelijk om pdf-versies te sturen van de inventarisatie van joodse overlevenden in bevrijd Nederland (1945). Na de bevrijding werd geregistreerd dat op Dolderseweg 7a Rosa Israël-Foelstein verbleef. Nader onderzoek leerde dat het om Rachel Rosa (Sara) Israël-Joelsohn ging. Sara was een door de nazi’s opgelegde dwangnaam, zoals joodse mannen verplicht werden om als laatste voornaam Israël te voeren.
Rachel Israël-Joelsohn was afkomstig uit het toen Duitse, en tegenwoordig Poolse, Czernikau. Geboren in 1877 was ze in 1905 getrouwd met plaatsgenoot Leo Israël. Eind augustus 1916 was het huwelijk al weer ten einde, toen Leo Israël op 42-jarige leeftijd overleed (aan het front?). Ze woonden toen al langere tijd in Berlijn, en daar was hun enige zoon James Israël op 14 april 1906 geboren.
Over deze James weten we iets meer dan over zijn ouders. In een adresboek van de joodse inwoners van Groot-Berlijn uit 1929-1932 stond hij geregistreerd op Dresdenstrasse 128/129, wat wijst op een bedrijf. Na de machtsovername door Hitler en consorten in 1933 was er voor mensen met namen als James (Israël) Israël en Rachel Rosa (Sara) Israël-Joelsohn geen leven meer mogelijk in Duitsland.
Nog in datzelfde jaar kwam James Israël van Berlijn naar Den Haag, vergezeld door zijn vriendin, de zes jaar oudere, Berlijnse Johanna Katharina Lisette Beijersdorff, die van geloof evangelisch-luthers was en op 11 april in Berlijn gescheiden was van haar eerste echtgenoot. Van Den Haag verhuisde dit paar in 1934 via Schiebroek naar Rotterdam, waar ze – waarschijnlijk begin december 1935 – op Hoogstraat 289 de dameshoedenzaak Marlene begonnen. Johanna Beijersdorff werd directrice van de zaak. Het bombardement van 14 mei 1940 verwoestte de Hoogstraat en daarmee ook Marlene.
Het paar Israël-Beijersdorff vertrok daarna naar Alexander Numankade 23 in Utrecht, waar (schoon)moeder Rachel Israël-Joelsohn zich bij hen voegde. In 1942 werden James Israël en zijn moeder gedwongen om naar Amsterdam te verhuizen, waar ze terecht kwamen op Zoomstraat 51 I en later op Rijnstraat 205 I respectievelijk Niersstraat 32 II. James Israël kreeg een Sperr als schoenmaker bij het Gesticht voor Portugees-Israëlitische Gehuwde Oude Lieden (PIGOL), waar de M.B. Nijkerkschool opleidingen schoenmaken, kledingmaken en fotografie verzorgde.
Wanneer James’ Sperr afliep, vermeldt zijn Joodse Raad-kaartje niet, maar op de persoonskaart van zijn moeder staat dat ze op 30 juli 1943 naar Duitsland is gedeporteerd.
In werkelijkheid doken beiden onder. In het boek wordt vermeld dat Rachel Israël-Joelsohn al op 18 juni 1943 verbleef op Dolderseweg 7, toen er een inval plaatsvond op zoek naar joodse onderduikers. Er was echter vanuit het politiebureau gewaarschuwd voor de inval en Rachel Israël-Joelsohn was samen met een andere onderduikster (mevrouw Unger of Hönger) tijdig bij de buren ondergebracht, terwijl het echtpaar Blitz-Polak zich in huis verborgen hield.
Waar zoon James Israël toen verbleef, is niet bekend, maar het zou zo maar kunnen zijn dat hij in Zeist of omgeving ondergedoken zat. Zijn vriendin ging namelijk op 22 december 1943 wonen op Sproncklaan 44, bij Abraham van der Weel, een onderwijzer die in Zeist betrokken was bij illegaal werk door socialisten.
Mogelijk was Rachel Israël-Joelsohn ondanks de inval – toch een kwestie van verraad? – op Dolderseweg 7 gebleven. Dat lijkt haast onvoorstelbaar. Maar in elk geval werden zij, haar zoon James en diens vriendin Johanna Beijersdorff na de bevrijding gelokaliseerd op Dolderseweg 7a. Op 31 mei 1945 traden beide laatstgenoemden er zelfs in het huwelijk. Ze stonden er alle drie tot 7 april 1947 ingeschreven, de dag waarop ze naar New York vertrokken. Over hun verdere leven is nog niets bekend.
-0-0-0-0-
In het bestand van valse persoonsregistraties in de gemeente Zeist is nog een onderduiker geïdentificeerd, die op hetzelfde adres werd geregistreerd.
Dit betreft de registratie op 5 juli 1942 van de Nederlands Hervormde, ongehuwde ‘Michiel Daniël van Blankenstein’, geboren op 8 maart 1867 in Lekkerkerk, als zoon van ‘Michiel en Anna van Blankenstein-van Dam’, afkomstig uit Den Haag.
Deze gegevens matchen goed met de gegevens van de inderdaad ongehuwde, maar joodse Mozes David van Blankenstein in het bevolkingsregister van Amsterdam: geboortegegevens en het Haagse adres kloppen. De namen van de ouders zijn David Heiman van Blankenstein en Klaartje Abraham van Blankenstein-Lewisson.
Of Mozes David van Blankenstein werkelijk op Dolderseweg 7 ondergedoken heeft gezeten, staat nog niet vast. Hij overleefde de bezetting.
Bronnen:
- Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 2.09.209, inventarisnummers 700 II-62533 en BvRC 847/48, E.C. Drost (verklaring Maurits Blitz)
- Algemeen Politieblad van 8 oktober 1942, nummer 40, 1136, bericht 2192 (Opsporing Maurits Blitz)
- Gemeentearchief Zeist, 3500-251, politiedagrapport 18 juni 1943; 1499-1500, register van illegalen, echtpaar ‘Austinus (moet zijn: Augustinus) en Johanna Hageman-Maarseveen’
- Alfabetische lijst van zich in Nederland bevindende joden, Centraal Registratiebureau voor joden, Afd. van de Joodsche Coördinatie-commissie voor het bevrijde Nederlandsche gebied, supplement A5
- hwww.joodserfgoedrotterdam.nl, ‘Dameshoedenzaak Marlene’
- Gemeentearchief Zeist, oud bevolkingsregister; 1499-1500, register van illegalen, ‘Michiel Daniël van Blankenstein’
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaart Mozes David van Blankenstein
- www.joodserfgoedrotterdam.nl/lekkerkerk/
1. Dolderseweg 7
2. Joodse Raad-kaart voor Maurits Blitz
3. De valse persoonsregistratie van Maurits Blitz in het Zeister bevolkingsregister
4. De valse persoonsregistratie van Bertha Blitz-Polak in het Zeister bevolkingsregister
5. De valse registratie van Mozes David van Blankenstein in het bevolkingsregister van Zeist
6. Advertentie in de Maasbode van 27maart 1938
7. De Hoogstraat in Rotterdam






