Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 324-326)
Onderduikers:
- Regina Blitzblum, ongehuwd, coupeuse (Duisburg, 12 juli 1921)
- jong joods echtpaar met kind, geen nadere gegevens bekend
- joodse jongen, geen nadere gegevens bekend
Onderduikgevers:
- Johannes Antonius Smit (Zeist, 15 maart 1912 – Zeist, 21 september 19???), en
- echtgenote Titia Smit-Hoekstra (Amsterdam, 27 januari 1904 – Zeist, 10 september 2000), pensionhouders
Regina Blitzblum wordt in 1921 geboren in Duisburg, waar haar vader een herenkleermakerij heeft. Eerst verhuist het gezin nog naar Essen, maar als de dreiging van het nationaalsocialisme aanzwelt, vertrekt Regina’s in Rusland geboren vader Chiel Blitzblum in de zomer van 1932 naar Nederland. In Den Haag maakt hij kwartier voor zijn gezin, dat hem in mei 1937 achterna komt, een paar weken na de machtsovername door Hitler. In 1937 vestigen ze zich in Amsterdam, waar Chiel Blitzblum gaat handelen in tweedehands herenkleding.
Hun vlucht voor het nationaalsocialisme is tevergeefs geweest, als Duitsland Nederland binnenvalt.
Op haar 21e verjaardag ontvangt Regina Blitzblum een oproep om zich te melden voor tewerkstelling in het Oosten. Omdat ze ziek is, geeft ze geen gehoor aan de oproep en nadien vindt ze werk in De Joodsche Invalide in Amsterdam. In maart 1943 besluit ze onder te duiken. Een niet-joodse kennis brengt haar in contact met Quakers, die haar onderbrengen bij het echtpaar Johan en Titia Smit-Hoekstra in Huis ter Heide.
Als Regina bij het echtpaar Smit-Hoekstra komt, treft ze daar andere joodse onderduikers. Op zolder zijn een jong echtpaar met hun kind en een heel zenuwachtige jongen van twaalf jaar verborgen. Deze joodse onderduikers blijven redelijk lang ondergedoken op Dolderseweg 15, maar anderen komen af en toe voor kortere tijd.
Het echtpaar Smit-Hoekstra, dat bekend is in kringen van illegaal werkers, biedt aan om Regina’s vader en zijn twee kinderen uit een later huwelijk ook in huis te nemen. Maar die hebben elders al onderdak gevonden?
Ook Regina Blitzblum verblijft op zolder. Om zich aan de Arbeitseinsatz te onttrekken, houdt Johan Smit zich van tijd tot tijd eveneens daar verscholen. De sfeer in huis is vaak zeer gespannen. Aan weerszijden wonen NSB’ers en er vinden huiszoekingen plaats, zoals op vrijdag 18 juni 1943. Eerst heeft de NSB-politieman Evert Drost Dolderseweg 7 doorzocht op onderduikers en even later verschijnt hij vier huizen verderop. Maar er is vanuit het politiebureau gewaarschuwd, zodat Drost niemand vindt.
Driemaal ontkomen de onderduikers op Dolderseweg 15 aan ontdekking. Regina kan dan telkens naar de ouders van haar onderduikgever. Diens vader is boswachter en woont in een klein huis, niet ver bij hen vandaan. Overigens nemen jongere broer Peter Smit en diens echtgenote op Van der Merschlaan 12 in Zeist ook onderduikers op.
Regina Blitzblum helpt haar onderduikgevers in het huishouden en hoeft niets in de onkosten bij te dragen. Johan en Titia Smit-Hoekstra voorzien haar zelfs van een vals persoonsbewijs en wat zakgeld. Het kinderloze echtpaar wordt weliswaar gedreven door geloofsovertuiging, maar behandelt Regina als een soort dochter.
Na de bevrijding krijgt Regina Blitzblum te horen dat haar vader, stiefmoeder en zusje de bezetting niet overleefd hebben. In 1943 zijn ze vanuit Westerbork via het concentratiekamp Vught naar Sobibor gedeporteerd. Haar broer Moritz is in 1942 aan de Belgisch-Franse grens gearresteerd en via het doorgangskamp in Mechelen naar Auschwitz gedeporteerd. Hij heeft dat overleefd. Ook Regina’s halfbroer- en zuster hebben de bezetting overleefd.
Regina Blitzblum blijft tot augustus 1946 bij het echtpaar Smit-Hoekstra en emigreert dan naar Palestina, waar ze trouwt met Jizchak Riess. Ze houdt contact met haar voormalige onderduikgevers, die het niet breed hebben, maar haar desondanks in 1975 in Israël bezoeken. Tijdens dat bezoek, op 12 augustus 1975, worden Johan en Titia Smit-Hoekstra door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren.
Bronnen:
- Reddingsverhaal Yad Vashem voor Johan Antonius en Titia Smit-Hoekstra
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaart voor Regina Blitzblum
- Gemeentearchief Zeist, 3500-251, politiedagrapport 18 juni 1943; zie Dolderseweg 7
- Zie het bewezen onderduikadres Van der Merschlaan 12, Peter Smit en echtgenote
- www.joodsmonument.nl, Chiel en Bajla Blitzblum-Szwarc en Zilli Blitzblum


