Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

Dolderseweg 148, Den Dolder (Hotel Hiensch)

Onderduikers:

  • Valentin Max Falk, handelaar in meubelen (Keulen-Duitsland, 12 januari 1905 – Jeruzalem-Israël, 29 april 1994)
  • echtgenote Margarethe Falk-Hanauer (Ludwigsburg-Duitsland, 8 januari 1912 – Jeruzalem-Israël, 27 februari 1990)
  • dochter Ruth Falk (Keulen-Duitsland, 1 november 1935)

Het echtpaar Max (Valentin Max) en Grethe (Margarethe) Falk-Hanauer vluchtte in 1938 met dochtertje Ruth uit nazi-Duitsland. Tijdens de bezetting doken ze met het bevriende echtpaar Cahn-Samuel en hun zoontje Ruben onder in Deventer. Toen er gevaar dreigde, dook het gezin Falk-Hanauer met de kleine Ruben Cahn onder bij een boer in Bathmen, maar dat bleek voor de volwassenen geen langdurige onderduikplek. Ze hadden inmiddels met gestolen persoonsbewijzen elk een andere identiteit en gingen door voor ‘Gerardus en Cornelia Druiven-Stapel en Marietje’.

De jonge Ruben Cahn en Ruth Falk werden ondergebracht op andere plekken. Het echtpaar Falk-Hanauer dook onder op Dolderseweg 18. Toen dochtertje Ruth ernstig ziek bleek te zijn, haalde haar moeder haar op. Ook Ruth mocht op Dolderseweg 18 onderduiken.

In het voorjaar van 1943 werd een arrestatieploeg actief in Huis ter Heide was en er werden veel mensen opgepakt in Zeist. De onderduikgevers werden ongerust, en Max en Grethe Falk-Hanauer besloten om het gevaar weg te nemen voor hun onderduikgevers en een nieuwe onderduikplaats te zoeken.

Ze kregen de tip om het ergens in de Lage Vuursche te proberen, en per fiets vertrok het echtpaar Falk-Hanauer richting de Lage Vuursche, hun koffer achter op de ene fiets en Ruth achter op de andere fiets. Toen ze zo langs Hotel Hiensch in Den Dolder kwamen, overwogen ze om daar hun intrek te nemen als gewone hotelgasten, maar ze fietsten toch door. Aangekomen in de Lage Vuursche bleek daar net een arrestatieploeg geweest te zijn, en ze maakten meteen rechtsomkeert.

Terug naar Huis ter Heide was even niet de bedoeling. Met heel veel moeite en overtuigingskracht wisten ze het in Hotel Hiensch in Den Dolder voor elkaar te krijgen dat er toch nog een kamer in orde werd gemaakt voor ze, onder het mom dat ze opeens weg hadden gemoeten uit de kuststrook. Ze zouden enige tijd in het hotel verblijven. Op de eerste avond werden de hotelgasten al uitgenodigd door de hotelhouder – die niet wist dat zijn hotelgasten joodse onderduikers waren – voor een gezellig drinkgelag met kennissen en een arrestatieploeg(!).

Terwijl ze in het hotel verbleven, was Max Falk het binnen zitten beu. Hij ging er twee keer op uit. De eerste keer ging hij met dochtertje Ruth zwemmen in Bilthoven en moest hij op de terugtocht een wegversperring met controle omzeilen. De tweede keer ontkwam hij bij een controle in Doorn nipt aan arrestatie.

Op zekere dag zaten Max en Grethe Falk-Hanauer bij Hiensch te eten, toen de hen bedienende ober opeens zei: ‘Ik geloof dat het ook hoog tijd wordt dat u eens hier weggaat.’ Een duidelijke waarschuwing. De zoektocht naar een nieuw adres duurde gelukkig kort, want ze hadden intussen de onderduikgevers in Huis ter Heide laten weten waar ze verbleven en die kwamen vragen of ze terug wilden komen naar Dolderseweg 18. Blijkbaar was het gevaar geweken in Huis ter Heide. Ze gingen terug, maar dat zou niet het einde van hun onderduikavontuur zijn.

Bronnen:

  • Mededelingen van Ruth Falk-Vleeschhouwer
  • Ongedateerd verslag van Margarethe Falk-Hanauer over haar onderduikervaringen (in bezit van Rob Falk junior, ingezien door de auteurs)
  • Zie verder het bewezen onderduikadres Dolderseweg 18

1. Gezicht op de voor- en rechterzijde van het hotel-café-restaurant Hiensch aan de Dolderseweg te Den Dolder, omstreeks 1950.

2. Aankondiging van een spreekbeurt van secretaris-generaal ir. C.J. Huugen in De Zeister Courant van 20 mei 1942.

3. Ruben Cahn (rechts, zittend) en Ruth Falk (staand, links van hem) in Zonneschijn