Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)

Onderduiker:

  • Salomon Machiel Blindeman, koopman (Sneek, 15 maart 1899 – Utrecht, 30 juli 1971)

Onderduikgevers:

  • Gerrit Jan van Elst, rijwielhersteller (Zeist, 14 juli 1896 – Zeist, 29 augustus 1957)
  • echtgenote Johanna Catharina van Elst-van Barneveld (Zeist, 22 februari 1909 – Zeist, 28 december 1955)

Geen kinderen

Salomon Blindeman werd in 1899 in het Friese Sneek geboren als zoon van het echtpaar Machiel en Elisabeth Blindeman-Frank. Zijn in Sneek woonachtige ouderlijke gezin bestond verder uit een iets oudere zuster en een tien jaar jongere tweeling-zuster en -broer.

Vader Machiel Blindeman dreef een groothandel in lompen en metalen. Hij won tweemaal een zakelijk conflict van de gemeente Sneek over de plaats van zijn bedrijf en over de inrichting daarvan. Zijn initiatief om in 1914 een coöperatieve beemlijmfabriek te starten, kwam niet van de grond, maar zijn groothandel floreerde. Toen hij eind 1918 op 52-jarige leeftijd overleed, nam zoon Salomon met zijn joodse plaatsgenoot en neef Salomon Velleman – prominente Snekenaar – de zaken over, met een schuld van 28.000 gulden bij de weduwe Elisabeth Blindeman-Frank. Zij stichtten de vennootschap onder firma ‘M. Blindeman’ in Sneek op, voor de handel in lompen, beenderen, metalen en aanverwante artikelen. Op hun aanvraag gaf de gemeente Sneek de beide vennoten de beschikking over een deel van het terrein van de gemeentereiniging, op voorwaarde dat ze het daar staande gebouwtje zouden aanpassen.

Tot in 1923 verschenen advertenties van het bedrijf. Toen was het kennelijk gedaan. In datzelfde jaar werd de toen 24-jarige Salomon Blindeman bij de Arrondissementsrechtbank in Leeuwarden veroordeeld tot een boete van 40 gulden (subsidiair 40 dagen), wegens ‘beletten handeling ambtenaar’.

Salomon Blindeman besloot zijn geluk in de Verenigde Staten te beproeven. Dat werd geen groot succes? In elk geval verzorgde hij na zijn terugkomst in 1930 een spreekbeurt in Amsterdam voor de debatingclub ‘Eloquentia’ voor joodse jongelui. Veelzeggend doel van deze lezing was bekend te maken dat Amerika niet voor iedereen het beloofde land was, om idealen te kunnen verwezenlijken.

Salomon Blindeman had zich inmiddels in Amsterdam gevestigd, waar zijn broer en oudste zuster al vanaf 1920 respectievelijk 1928 waren gaan wonen en zijn andere zusters zich ook zou vestigen. Salomon ging eerst in auto-olie handelen en later in de papierfabricage. De zaken moeten behoorlijk gelopen zijn, want op 31 oktober vestigde hij zich op het Rokin 61 I, in Amsterdam-centrum.

In 1942 kwam de Zeisterse Engelina de Rooij (1906) op Nes 74 wonen, op een steenworp afstand. Ze kregen een relatie.

In de tussentijd waren zijn broer en twee zusters actief geworden in het verzet tegen de nazi’s.

Roelof Blindeman (1910) werd op 9 april 1942 in Amsterdam door de politie gearresteerd, omdat hij ‘als jood in een voor hem verboden café’ zat. Na 6 weken in het Huis van Bewaring te hebben gezeten, vluchtte hij met valse papieren naar België. Van dat vlucht-avontuur keerde hij terug, maar na een oproep om zich te melden voor deportatie, besloot hij om op 31 juli 1942 naar Engeland te gaan.

De reis voerde via Lyon, waar Roelof Blindeman aan onderdak en geld geholpen werd door de grote Nederlandse jodenhelper Sally Noach, naar Perpignan. Op 13 november 1942 trok hij vandaar met twee andere Engelandvaarders naar Spanje, waar ze gevangen werden gezet. Toch slaagde hij er na vrijlating in om naar Engeland te komen, waar hij op 4 november 1943 aankwam. Daar werd hij opgenomen in de Prinses Irene Brigade, waarmee hij in Normandië landde en veldtocht naar Nederland mee maakte.

Roelofs tweelingzus Sonja (Sophie, 1910) en zijn oudere zuster Meta (Mietje, 1897) bleven achter in Amsterdam.

Sonja Blindeman trouwde in 1934 met de eveneens joodse huisarts Max Souget. Ze leidde voor de bezetting een goed leven in Amsterdam, met autorijden en paardrijden. Vanwege het beroep van Max Souget kreeg het echtpaar en hun zoontje een voorlopige vrijstelling van deportatie.

Sonja’s zuster Meta Visser-Blindeman was eind maart 1941 weduwe geworden, maar de anti-joodse maatregelen waren vooralsnog niet van toepassing op haar en haar drie kinderen, omdat ze gemengd gehuwd was geweest. Max Souget wilde die status ook verwerven. Hij meende dat zijn vrouw met haar lichte haar en ogen door zou kunnen gaan voor een ‘Ariër’. Daarop verzon Sonja Souget-Blindeman dat ze het buitenechtelijke kind was van de Friese dienstbode van het ouderlijke gezin Blindeman-Frank, waarna ze opgenomen was in het joodse gezin. Hoewel de gelijkenis met de voormalige dienstbode (klein, roodharig) niet groot was, slaagde ze in haar opzet – werd tijdens een razzia weer vrijgelaten met haar man, vanwege de lopende procedure – en daarmee behoedde ze haar gezin voor deportatie. Op 17 juli 1943 kreeg ze een persoonsbewijs zonder J en was haar echtgenoot opeens gemengd gehuwd.

Dat betekende niet dat Sonja Souget-Blindeman lijdzaam bleef toekijken, nadat ze haar gezin buiten acuut gevaar had gebracht. Omdat hun woning op Vijzelstraat 24 III in de tussentijd leeg was gehaald, trok het gezin Souget-Blindeman in bij het gezin van Sonja’s oudere zuster Meta Visser-Blindeman, die een pension hield op Achillesstraat 84 huis in Amsterdam. De zusters werden dus illegaal actief, maar kwamen na verraad terecht in de beruchte strafgevangenis van Scheveningen. Na vier maanden kwam de ‘Arische’ Sonja weer vrij – waarschijnlijk medio december 1943 – maar de joodse Meta werd via de strafbarak van Kamp Westerbork op 25 januari 1944 op straftransport naar Auschwitz gesteld, waar ze na aankomst meteen werd vergast. Haar naam staat nu vermeld op de erelijst van gevallenen 1940-1945.

Vergeleken met zijn broer en zusters verliep de onderduikperiode voor Salomon Blindeman in stilte. Uit correspondentie met zijn broer lijkt op te maken dat hij tot dan toe op Rokin 61 I was blijven wonen. Hij dook pas in 1944 onder in Zeist en dat werd ongetwijfeld geregeld door Engelina de Rooij. Hij werd ondergebracht bij het kinderloze Zeister echtpaar Gerrit Jan en Johanna Van Elst-van Barneveld, op De Wetlaan 17. Gerrit Jan van Elst was rijwielhersteller op dat adres, waar hij ook fietsen verhuurde. Kennelijk bood zijn woning meer dan genoeg ruimte, want voor de bezetting was het een komen en gaan van tijdelijke huurders, zelfs van echtparen. Hoewel zijn onderduikgeefster wel wat moeite had met de mondige Salomon Blindeman haalde hij op De Wetlaan 17 de bevrijding.

Engelina de Rooij kwam nog in die mei-maand van 1945 van Amsterdam naar Zeist, waar haar moeder nog woonde, en al op 14 juni 1945 trouwde zij (38 jaar) met Salomon Blindeman (46 jaar oud). De beide onderduikgevers waren de getuigen bij dat huwelijk. De pasgehuwden gingen medio november 1945 wonen op Platolaan 30, waar ze tot 1966 bleven. Hun huwelijk zou kinderloos blijven.

In verband met naoorlogse perikelen daagde het Nederlands beheerinstituut, dat de vermogens van gedeporteerde joodse Nederlanders en politieke delinquenten beheerde, Salomon Blindeman in 1948 voor de Utrechtse rechtbank. De reden en de uitspraak zijn nog niet bekend (dossier in het Nationaal Archief).

Salomon Blindeman was welbespraakt, sprak zijn talen en was internationaal georiënteerd. Vanaf 1950 was hij actief als president van de Netherlands-South Asia Society, die zich ten doel stelde om cultureel contact te leggen tussen Nederland en Zuid-Oost Azië. Op vrijdagavond 6 oktober 1950 vond in het Universiteitshuis in Utrecht een bijeenkomst plaats, waarmee Blindeman de oprichting van een Utrechtse afdeling beoogde en verslag deed van de tot dan toe ondernomen activiteiten en behaalde resultaten. De Society hoopte een verzamelpunt te worden van al diegenen, die zich voor de cultuur van India, Pakistan, Indonesië, Birma, Siam en Indo-China interesseerden. Of de afdeling van de grond kwam, is niet bekend.

Als president van de Society begeleidde Salomon Blindeman prominenten uit India, Pakistan en Japan. Dat bleef niet beperkt tot culturele contacten. Zo werd bijvoorbeeld naar de Friese aardappel gekeken als mogelijk exportartikel. Er werd in die periode dan ook een speciale Kamer van Koophandel voor Zuid-Azië opgericht in Amsterdam. Aanleiding was onder meer de industriële opkomst van het in rap tempo gedemocratiseerde Japan, maar Blindeman stelde tegenover een journalist dat er in economisch opzicht in West-Afrika voorlopig veel grotere zakelijke mogelijkheden lagen voor Nederland.

De activiteiten van Salomon Blindeman kregen behoorlijk aandacht in de pers en een enkele keer kreeg hij bijzondere faciliteiten. In 1958 mocht hij van de NS met zijn Japanse gast in een speciaal gereserveerde treincoupé reizen.

In hoeverre Blindemans ideeën ten tijde van zijn overlijden op 72-jarige leeftijd, op 30 juli 1971 in Utrecht (ziekenhuis?), geland waren, is niet duidelijk. Over de genoemde organisaties en de verdere personele invulling is niets meer te vinden. De verhuizing van het vrijstaande Platolaan 30 naar een inmiddels al weer afgebroken flat op Prinses Margrietlaan 287 kan wijzen op een zakelijke teloorgang. Maar vaststaat dat deze Zeistenaar breed georiënteerd was wat betreft internationale ontwikkelingen en zijn tijd vooruit was met zijn ideeën.

Bronnen:

  • Mededelingen van Jacques Noach
  • Oude kranten (www.delpher.nl)
  • erfgoed-fundaasje.nl/velleman/famylje-oersjoch-velleman/, informatie over Salomon Velleman
  • Stadsarchief Amsterdam en CBG, archief- en persoonskaart voor Salomon Machiel Blindeman, politierapporten (Roelof Blindeman)
  • wiewaswie.nl, huwelijksakte van Salomon Machiel Blindeman en Engelina de Rooij
  • www.geheugenvanzeist.nl, collecties, oude kranten, De Zeister Courant, informatie over Gerrit Jan en Johanna Catharina van Elst-van Barneveld
  • joodsamsterdam.nl, Sophie Souget-Blindeman en Mietje Visser-Blindeman
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Salomon Blindeman, Sophie Souget-Blindeman en Mietje Visser-Blindeman
  • Gemeentearchief Zeist, oud bevolkingsregister, Engelina de Rooij en Salomon Machiel Blindeman
  • www.erelijst.nl/mietje–visser-blindeman
  • ‘Forgotten’, documentaire over de jodenhulp van Sally Noach in Lyon
  • C.P. van den Boomgaart, ‘Voor de nazi’s geen Jood, Hoe ruim 2500 Joden door ontduiking van rassenvoorschriften aan de deportaties zijn ontkomen’, 2019, UvA

1. De Wetlaan 17

2. Advertentie in de Leeuwarder courant van 10 november 1917

3. Advertentie in de Leeuwarder courant van 4 augustus 1923

4. Aankondiging van de spreekbeurt voor debatingclub ‘Eloquentia’ in het Centraal blad voor Israelieten in Nederland van 6 november 1930

5. Salomon Machiel Blindeman

6. Mietje Visser-Blindeman

7. Platolaan 30

8. Bericht in De Tijd van 4 november 1950

9. Bericht in Twentsch dagblad Tubantia en Enschedese courant van 27 augustus 1951