Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)
Onderduikers:
- Marcus Monas, diamantenslijper/snijder (Amsterdam, 14 februari 1898 – Amsterdam, 19 december 1979), en
- Echtgenote Schoontje Monas-Walvisch (Amsterdam, 1 augustus 1902- Amsterdam, 3 oktober 1993)
- Henriëtte Kijzer (Amsterdam, 17 juli 1923 – 2023)
Onderduikgevers:
- Jan Gerrit Rietberg, onderwijzer (Kampen, 6 februari 1909 – Wapenveld, 17 juni 1979), en
- echtgenote Diena Rietberg-Kroes (Zeist, 13 juli 1909 – Bilthoven, 19 mei 1996)
Kinderen tijdens de bezetting (1934, 1937, 1940, 1941 en 1945)
Eind mei 1931 komt de dan 22-jarige onderwijzer Jan Gerrit Rietberg van Ambt Hardenberg naar Zeist. Hij vestigt zich op Dalweg 6, waarschijnlijk een pensionadres, en weer later op Walkartweg 27.
Op 10 augustus 1933 gaat hij in ondertrouw met de in Zeist geboren en getogen Diena Kroes. Twee weken later, op 24 augustus 1933, wordt het kerkelijk huwelijk in de Oosterkerk bevestigd door dominee Johannes Martinus Kroes uit Dalfsen, broer van de bruid. Het jonge echtpaar woont kort op Bilderdijklaan 19 en daarna tot 28 maart 1940 op Burgemeester Patijnlaan 206.
Jan Gerrit Rietberg is een actieve man. Zo is hij in 1933 en 1934 een van de drie leiders van de Knapenvereniging op gereformeerde grondslag ‘Samuel’ en in 1935 lid van het Gereformeerd Jeugdverband onder voorzitterschap van dominee Gillebaard.
Vooral maakt hij vanaf 1935 enkele jaren deel uit van een plaatselijk comité van actie, dat beoogt geld in te zamelen onder het christelijk deel van Zeist ten bate van de werkkampen voor jeugdige werkelozen en ‘Centrale voor werkelozenzorg’.
Op 28 maart 1940 gaat het echtpaar Rietberg-Kroes op Dalweg 38 wonen, dus kort voor de Duitse inval. In de volgende jaren laat Jan Gerrit Rietberg zien dat hij uit het juiste hout gesneden is, ondanks zijn jonge gezin met vier kinderen in de leeftijden van 1 tot en met 8 (in 1941). Oudste zoon Albert (1937) vertelt dat zijn vader een aantal joodse medeburgers uit Amsterdam heeft opgehaald en onderdak heeft gebracht bij adressen in Zeist. Daar laat onderwijzer Rietberg het niet bij. Hij en zijn echtgenote nemen zelf ook onderduikers op Dalweg 38.
Te beginnen met het echtpaar Max (Marcus) en Sien (Schoontje) Monas-Walvisch, dat Jan Gerrit Rietberg ophaalt in Amsterdam, evenals wat later hun beide zoons Maurice en Jaap (Israël). Het echtpaar krijgt een plek op Dalweg 38 en hun zoons op Tollenslaan 17. Ingeval van de soms noodzakelijke uitwijk wordt het echtpaar Monasch-Walvisch (onder meer) tijdelijk ondergebracht op Scheperslaan 3. Op Dalweg 38 gebruikt het echtpaar Monasch-Walvisch een zolderkamer. Op die zolderkamer moeten ze de tijd doorbrengen. Max Marcus houdt zich onder meer bezig met het vervaardigen van houten speelgoed, zoals een hondje met wieltjes en een bewegende staart bij het voorttrekken van een trektouwtje. Type tekkel.
De schuilruimte bevindt zich in de ruime dakoverstek van de woning. Op de zolder is een schuilruimte Het toegangsluik tot die schuilruimte kan van binnenuit vergrendeld worden en is verzonken als paneel in de afscheidingswand van deze zolderkamer. Albert Rietberg in 2021: ‘Dat deze schuilruimte nooit ontdekt is moet een wonder heten!’
Verder is er een herinnering aan een zekere neef ‘Loek’ die rond 1943 op Dalweg 38 was geweest. Of hij daar ondergedoken had gezeten? Omdat hij jaren na de bevrijding trouwde met ‘Rose Marie’ is duidelijk dat het hier gaat om Louis van Lochem, zoon van Schoontjes zuster Judith, die later zou trouwen met Rosalie Mok.
Albert Rietberg: ‘Daarnaast heeft mijn vader een joods meisje van ca. 20 jaar opgehaald uit Amsterdam en tijdelijk bij ons in huis opgenomen als onderduikster. Haar naam was Marietje, een struise meid en nogal uitdagend voor mannen. Later bleek dat zij naar een ander adres is verhuisd. Jammer genoeg is zij uit ons gezichtsveld verdwenen en weten niet of zij de oorlog heeft overleefd!’
Het blijkt hier te gaan om Jet (Henriette) Kijzer (1923). Zij was een van de drie kinderen van de Amsterdamse seksuoloog Jacob Kijzer en zal na de bevrijding zelf verklaren dat ze onder meer op Dalweg 38 ondergedoken had gezeten.
Op zeker moment wordt Jan Gerrit Rietberg opgeroepen om te verschijnen op de Ortscommandantur voor ondervraging. Het lijkt hem verstandiger om maar niet te gaan en vanaf die tijd zit hij zelf ondergedoken in schuilplaatsen in de eigen woning en ook regelmatig bij de buren op Dalweg 36 die een goede kelderruimte hebben. Hij kan in de eigen woning eventueel terecht in de schuilplaats voor de joodse onderduikers, maar de ‘normale’ is gesitueerd in één van de holle ruimtes boven de schuine kasten van de woonkamers en suite van de begane grond. Hiertoe moest op de overloop op de eerste verdieping de vloerbedekking op getild worden en het toegangsluik verwijderd. Normaal kon men hierover lopen naar de zoldertrap.
De schuilplaats blijkt niet overbodig. Op een en dezelfde zondag in (vermoedelijk) 1944 wordt het gezin Rietberg-Kroes verrast door drie snel opeenvolgende huiszoekingen. De eerste keer lukt het Jan Gerrit Rietberg, geholpen door zijn echtgenote, om in zijn schuilplaats te komen. De tweede huiszoeking komt zo snel dat hij niet anders kan dan naar de zolderkamer te rennen en samen met de onderduikers in hun schuilplaats te kruipen. Kantje-boord. Nauwelijks zit hij achter het luik, of de soldaten staan al op zolder. Na enige tijd lopen er weer soldaten rond het huis. Rietberg duikt dan onder het ruim afhangende tafelkleed van de eettafel in de huiskamer. Maar het blijkt deze keer om fietsen te gaan en het loopt goed af.
Behalve de genoemde jodenhulp zorgt Jan Gerrit Rietberg voor distributie van bonkaarten en geldmiddelen voor onderduikgezinnen en illegaal werkers. Tijdens zijn onderduikperiode is hij echter zelf ook aangewezen op een ‘bijstandskas’. Albert Rietberg benadrukt dat zijn vader zijn illegaal werk nooit had kunnen doen zonder de geweldige steun van echtgenote Diena en zonder beider onwankelbaar geloof in hun God.
Het gezin Monas-Walvisch wordt na de bezetting ook geconfronteerd met een massamoord in hun familie. Ze gaan tijdelijk wonen op Koppelweg 309 (tegenwoordig Godfried van Seijstlaan 2), maar keren in juli 1947 terug naar Amsterdam. De band tussen onderduikers en onderduikgevers blijft. Zo beschikt Albert Rietberg nog steeds over de door het echtpaar Monas-Walvisch geschonken twee delen van het monumentale werk van dr. Jacques Presser, ‘Ondergang’, met als handgeschreven persoonlijke opdracht: ‘Voor mijnheer en mevrouw Rietberg, mijn goede vrienden uit de oorlogsjaren. Van Maxjan’. Beide boekwerken zijn nog in Alberts bezit. Albert: ‘Deze Max Monas was voor en na de oorlog diamantsnijder/slijper in Amsterdam. Mijn vader en ik hebben samen een demonstratie diamantslijpen bijgewoond, die Max Monas verzorgde.’
Zelf verhuist het echtpaar Rietberg-Kroes eerder dan hun voormalige onderduikers uit Zeist. Op 30 maart 1958 vertrekt hun gezin naar Soest. In de naoorlogse jaren komen er nog 5 kinderen (1947, 1949, 1951 en 1954).
Bronnen:
- Mededelingen van Albert Rietberg en Ellis Wondergem-Rietberg
- Zie (de bewezen onderduikadressen) Scheperslaan 3 en Tollenslaan 17
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten
- geni, gezin Monas-Walvisch, Henriette Kijzer
- Joods Museum, Pre Interview Questionaires van het USC-Shoah Foundation, verklaring Henriëtte Kijzer
1. Dalweg 38
2. Aankondiging in De Zeister Courant van 12 augustus 1933
3. Het gezin Rietberg-Kroes in 1942
4. Kruising Dalweg-Berkenlaan, met daarop aangegeven andere onderduikadressen
5. Schoontje Marcus-Walvisch op jongere leeftijd
6. Dochter Ellis Rietberg voor Koppelweg 309, waar het gezin Monas-Walvisch zich na de bevrijding vestigde
7. Van links naar rechts Gerrit Rietberg, Sientje Monas-Walvisch en Max Monas, in de dieptetuin in Zeist
8. Krantenadvertentie voor de ondertrouw van Henriette Kijzer en Berthold van den Berg op 5 februari 1948
9. Jan Gerrit Rietberg
10. Jan Gerrit en Diena Rietberg-Kroes bij hun 40-jarig huweljksjubileum, op 24 augustus 1973









