Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)
Onderduiksters:
- Hendrika Penha-Schavrien, gehuwd (Amsterdam, 4 juni 1911 – Amstelveen, 6 april 1991), en
- babydochter Hendrika Johanna (Amsterdam 29 mei 1942 – Amsterdam, 7 oktober 2008)
- Friederike Prüfer, ongehuwd, zonder beroep (Wenen, 18 november 1924 – Scheveningen, 2 november 2011)
- onbekende onderduikster
Onderduikgevers:
- Cornelis Smitskamp, bloemist, hovenier, kweker, opzichter, docent, bestuurder en tuinarchitect (Zeist, 21 maart 1876 – Zeist, 7 maart 1958), en
- echtgenote Hendrika Sophia Smitskamp-Hafkamp (’s Graveland, 5 januari 1875 – Zeist, 23 december 1959)
Naar aanleiding van een interview in de rubriek Spitsuur in de NRC van 1 mei 2021 kwam er een reactie van de 98-jarige Fiep Lever-Smitskamp uit Warmond, die een levendige herinnering had aan drie joodse onderduiksters bij haar thuis. Als namen herinnerde ze zich Fritzi Prüfer en een mevrouw Penha.
Dat Fritzi Prüfer in Zeist ondergedoken zat, was al bekend. Haar naam komt ook voor in het supplement. Zij zou na de bevrijding trouwen met professor Dan Kampelmacher, een internationale autoriteit op het gebied van de volksgezondheid, en ook een voormalige joodse onderduiker in Zeist.
Fritzi Prüfer was niet te houden als ze in Sperrtijd haar ouders wilde bezoeken, vertelde Fiep Lever-Smitskamp. Het echtpaar dr. Heinrich (Hersch) en Taube Sime Prüfer-Streit zat ook in Zeist ondergedoken, op de hoek van de Verlengde Slotlaan en de Lyceumlaan (tijdens de bezetting de Fransen van de Puttelaan). Als Fritzi er weer op uit ging, zei zoon Joop van het echtpaar Smitskamp-Lever dat ze een hoofddoek om haar zwarte haren moest doen, maar die doek ging meteen weer af zodra ze een paar stappen buiten de deur had gedaan.
Er was ook met Fritzi geoefend voor het geval er een razzia zou plaatsvinden. Dan moest ze haar beddengoed door een luik op de overloop laten zakken, dan haar kleren en tenslotte zichzelf. Maar als iemand van het gezin Smitskamp-Hafkamp ging kijken, stak altijd eerst Fritzi’s hoofd boven het luik uit.
Beneden stond een gong. Als het etenstijd was, sloeg heer des huizes Cornelis Smitskamp op die gong en dan kwamen de drie onderduiksters naar beneden. Die procedure had ze fataal kunnen worden. Bij een huisbezoek trof de huisarts zo gauw niemand. Hij sloeg op de gong en prompt doken de drie onderduiksters op, om schielijk weer naar boven te gaan, toen ze de dokter zagen staan. Hij had hen niet verraden.
Naar mevrouw Penha moest onderzoek worden gedaan. Over haar wist Fiep Lever-Smitskamp het volgende te vertellen:
- Penha was de achternaam van de echtgenoot van de onderduikster
- haar echtgenoot zat ondergedoken op Texel
- mevrouw Penha was gekomen met een baby, maar die moest elders ondergebracht worden (de verzorging bleek problematisch), een bijkomend tragisch aspect van onderduiken
De beide eerste aspecten wezen met zekerheid op Hendrika Penha-Schavrien en haar echtgenoot Benjamin Penha, boordwerktuigkundige bij de KLM. Dat echtpaar was op 17 april 1942 gescheiden en exact een jaar later hertrouwd. Er waren vier kinderen, waarvan het jongste kind geboren was op 29 mei 1942 en dat moet dus de baby zijn, die aanvankelijk mee kwam.
Hendrika Penha-Schavrien was in Zeist ‘gelegaliseerd’ als ‘Hendrika Schaveren’ die aanvankelijk ondergedoken zou zijn op Jan Willem Frisolaan 12 in Zeist. Of ze ook daar ondergedoken heeft gezeten? De onderduikperiode werd extra zwaar voor haar.
Haar echtgenoot en vier kinderen waren op verschillende adressen ondergebracht.
Haar enige broer Asser Schavrien zat ook in Zeist ondergedoken, op Harmonielaan 3, waar hij in de nacht van vrijdag 11 op zaterdag 12 juni 1943 gearresteerd werd.
Zelf bracht ze de laatste onderduikmaanden door op Verlengde Slotlaan 124c (nu 26), bij dominee Gerrit Lugtigheid en diens echtgenote Derkjen Lugtigheid-Offers. Dominee Lugtigheid had de onderduiksters ook aangebracht en dus Hendrika Penha-Schavrien later weer zelf in huis genomen. Daar zat ze overdag op de afgesloten slaapkamer van het echtpaar, waar ze ook de Hongerwinter doorbracht, toen de kamer niet meer verwarmd mocht worden.
Na de bevrijding stond ze er alleen voor. Tijdens zijn onderduik had echtgenoot Benjamin Penha een relatie gekregen met een vrouw op Texel, met wie hij inmiddels ook een kind op de wereld had gezet. Hij bleef op Texel, waar hij eerst leiding zou hebben gegeven aan een kamp voor politieke delinquenten. In 1948 scheidde het echtpaar Penha-Schavrien daarom voor de tweede keer. Ditmaal zou het voorgoed zijn.
Cornelis Smitskamp onderhield met een zoon een kwekerij op Dalweg 26. Een kleindochter van de toenmalige buren, het echtpaar Arbous-Hurst Cockle op Dalweg 24 – waar twee joodse onderduikers verbleven – had van haar moeder gehoord dat die had gezien hoe er zich bij een razzia opeens een onderduikster had verscholen in de kwekerij. Verder hadden de buren waarschijnlijk niet geweten van elkaars onderduikers.
Smitskamp was overigens een bekende kweker in Zeist. Hij ontwierp onder meer de van rijkswege beschermde Dieptetuin in Zeist. Ook het groenontwerp voor de (nieuwe) Algemene Begraafplaats in Zeist is van hem. Ter gelegenheid van het feit dat het in 2017 precies honderd jaar geleden was dat de nieuwe begraafplaats in Zeist werd opengesteld, werd in het gemeentehuis van Zeist een kleine tentoonstelling over de begraafplaats en over Smitskamp ingericht.
Hij was bij tal van maatschappelijke en branche gerelateerde organisaties betrokken, als medewerker, (bestuurs-)lid of voorzitter. Bij de Vereniging voor Christelijk lager onderwijs op gereformeerde grondslag en de Vereniging tot Verfraaiing van Zeist en tot bevordering van het Vreemdelingen Verkeer. Hij was correspondent van het Zeister Comité ter bevordering der belangen van de Vrije Universiteit. Verder was hij lid van de Zeister Handelsvereniging (sinds 1907) en was hij actief bij de Antirevolutionaire ‘Propaganda-Club Groen van Prinsterer’.
Vele jaren was Cornelis Smitskamp voorzitter van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij voor Tuinbouw en Plantenkunde. In Zeist droeg hij bij aan de oprichting en organisatie van De Floralia Tentoonstelling in 1905. Ook bij de organisatie en jurering van tentoonstellingen was hij tijdens zijn carrière vaak betrokken. Verder was hij verbonden met de Proeftuin Zeist.
Tenslotte was Smitskamp een tijd lang docent aan de Tuinbouwwinterschool en gaf hij daarnaast cursussen over tuin- en parkaanleg.
Bronnen:
- Mededelingen Fiep Lever-Smitskamp, Alex Berkhout (kleinzoon van Hendrika Penha-Schavrien) en Idalies Bouwens-Paasman (kleindochter van het echtpaar Arbous-Hurst Cockle)
- www.dodenakkers.nl/kunst-cultuur, Cornelis Smitskamp hebben gedragen), over Benjamin Penha
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ’Hendrika van Schaveren’
- Zie (bewezen onderduikadres) Dalweg 24
- Zie (niet bewezen onderduikadres) Jan Willem Frisolaan 12 en (het bewezen onderduikadres) Verlengde Slotlaan 26 (tijdens de bezetting 124c), voor andere (mogelijke) onderduikplaatsen van Hendrika Penha-Schavrien
- Zie (het bewezen onderduikadres) Harmonielaan 3, voor de arrestatie van Asser Schavrien in de nacht van 11/12 juni 1943
- Zie (de bewezen onderduikadressen) Eikenlaan 14, Hoog Kanje 5 en Oranje Nassaulaan 24, voor de onderduik van Fritzi Prüfer en Dan Kampelmacher in Zeist



