Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 310-314)

Onderduikers:

  • Anna Marina Marx, ongehuwd, heilpedagoge (Wassenaar, 21 augustus 1915 – Zeist, 25 juli 1990)
  • neef Karl Anton Steiner, ongehuwd, antiquaar (Steglitz-Duitsland, 16 maart 1905 – Kerkrade, 8 december 1978)

Onderduikgevers:

  • Arnoldus Arbous, tijdens de bezetting kantoorbediende (Zevenbergen, 3 september 1882 – Zeist, 10 augustus 1953) en
  • echtgenote Caroline Arbous-Hurst Cockle (16 maart 1887 – 23 december 1971)

Een kind (1925)

Op dit adres komen tijdens de bezetting twee joodse onderduikers met de bijzondere achternamen Marx en Steiner. Het zijn kleinzoon Karl Steiner en kleindochter Annerie Marx van Laura ‘moeder’ Henschel-Rosenfeld. Hun grootmoeder met drie oudere vrienden en Karls moeder zijn op 19 augustus 1942 gedwongen verhuisd uit Zeist naar Amsterdam.

Antiquaar Karl Steiner, een enthousiast wedstrijdschaker, is op 24 maart 1941 lid geworden van de in 1906 opgerichte Schaak- en damclub ‘Zeist’. Dat leidt tot pijnlijke situaties, om te beginnen al meteen in maart 1941.

Clubvoorzitter mr. I.H. van de Roemer is werkzaam bij de rechterlijke macht, en daarom is het hem bekend dat clubs het lidmaatschap van joodse leden waarschijnlijk zullen moeten beëindigen. Het bestuur van de schaakclub overweegt sterk een pro-actieve actie, door hun kersverse lid te informeren en voor te stellen dat hij zelf weer bedankt. Dan kan hij de eer aan zichzelf houden. Het is dat vicevoorzitter H. Schouten, tevens een van de beste schakers van de club, daar op de bestuursvergadering van 27 maart 1941 een stokje voor steekt. Er is volgens hem volstrekt geen reden om te anticiperen op een – eventueel, nog absoluut niet vaststaand – verbod voor joodse clubleden. Alleen de secretaris – per slot een NSB’er – is het daar niet mee eens.

In het najaar wordt het lidmaatschap voor Karl Steiner toch praktisch onmogelijk gemaakt. Op de Algemene ledenvergadering op 29 september 1941 wordt vastgesteld dat hij ‘voorlopig – d.w.z. tot tijd en wijlen deze aangetoond heeft niet te vallen onder de bepalingen der onlangs afgekondigde jodenwetten – niet [kan] worden toegelaten in Hotel Munzert en als gevolg daarvan ook niet in het clublokaal.’

In Hotel Munzert op Eerste Dorpstraat 2, gelegen naast het kringhuis van de lokale NSB, zijn joodse bezoekers pertinent niet gewenst. Kennelijk is dat voor de overige leden van de club geen bezwaar. Maar er komt een andere locatie, want in juli 1942 schaakt Karl Steiner weer mee.

Niet voor lang overigens. Over zijn lidmaatschap van de Zeister schaakclub mag van alles te doen zijn geweest, hij houdt er uiteindelijk een goede onderduikplek aan over. Hij mag namelijk onderduiken bij Arnold Arbous, een enthousiast en prominent clublid-van-het-eerste-uur, en diens uit Engeland afkomstige echtgenote Caroline Arbous-Hurst Cockle, op Dalweg 24. Steiner is eerst nog op het adres Boulevard 16 geweest, want daar koppelen de illegale werkers op het gemeentehuis zijn valse identiteit ‘Karel Steinen’ aan.

Bovendien is hij door dat lidmaatschap in staat om tijdens de onderduikperiode zijn professie uit te oefenen en zo de kost te verdienen. Een ander lid van de schaakclub, boekverkoper, biedt Karl Steiner de gelegenheid om een verzendantiquariaat te runnen boven boekhandel Kraal op het adres Donkerelaan 12.

Dochter Jopie van de onderduikgevers leest trouwens graag. Wat dat betreft, ontstaat er een probleem als het toiletpapier opraakt. Daar worden dan bladzijden uit boeken van Karl Steiner voor gebruikt. Caroline kan een boek soms niet snel genoeg lezen en mist dan een paar pagina’s.

Ook Karls nicht Annerie Marx mag onderduiken op Dalweg 24, mogelijk eerder dan hij zelf. Annerie is een dochter van Vali en Alfred Marx-Henschel die hun (schoon)moeder Laura Henschel-Rosenfeld en haar gevolg in 1933 in Den Haag opgevangen hebben. Annerie heeft in de jaren 1938-1939 zelf al een tijdje in Zeist gewoond, op de Utrechtseweg, Krakelingweg en Waterigeweg. Na wat omzwervingen is ze teruggekeerd in het ouderlijk huis in Den Haag, totdat ze in november 1942 moest onderduiken. Ze heeft een vervalst persoonsbewijs gekregen, op naam van ‘Teunisje Molenaar’.

Neef en nicht beschikken in huize Arbous-Hurst Cockle elk over een eigen kamertje.

Het echtpaar Arbous-Hurst Cockle is niet erg gerust op de uitstapjes van hun onderduiker. Die bezoekt ook wel eens zijn jonge vriendin Gerdina van den Berg die elders in Zeist bij haar ouders woont. Maar doorgaans is hij natuurlijk veroordeeld tot binnenblijven. Dat heeft dan weer een ander nadeel. In deze sombere tijd speelt hij op de piano, tot een zekere wanhoop van zijn onderduikgevers, veelvuldig de Marche funêbre van Chopin, ook wel de ‘dodenmars’ genoemd.

Overigens komt zijn nicht Annerie Marx noodgedwongen buiten. In het najaar van 1944 wordt voedsel schaarser en moet ze met Jopie Arbous van de onderduikgevers op pad om extra voedsel te vergaren. Ze krijgen dekens en ander ruilmateriaal mee. Ze komen eind oktober 1944 zelfs tot in de omgeving van Putten en daar brengt iemand ze naar het in de ondoordringbare bossen bij Vierhouten verscholen onderduikersdorp ‘Pas op’. Kort na hun bezoek wordt het dorp bij toeval ontdekt door jagende Duitsers, met noodlottige gevolgen voor een aantal mensen.

Het gaat goed totdat er in de laatste fase van de bezetting opeens twee Oostenrijkse soldaten voor de deur staan. Ze zijn ingekwartierd op Dalweg 24. De onderduikers worden snel verstopt in een muurkast en vervolgens naar andere adressen gebracht. Karl Steiner kan terecht op Tollenslaan 21, in het ouderlijke huis van zijn vriendin. Annerie Marx gaat naar een woning aan de Slotlaan, anno 2020 het bekende verwaarloosde pand nummer 285.

Karl Steiner en Annerie Marx overleven zo de bezetting.

Karls moeder is vermoord in Auschwitz, evenals Anneries vader en beider grootmoeder. Anneries moeder heeft de bezetting overleefd, op onderduikadressen in Zeist, die mogelijk geregeld werden door haar gemengd gehuwde neef Frits Steiner, een in Amsterdam werkzame arts/reumatoloog die ook in Zeist illegaal werk heeft verricht. Hij is gearresteerd, maar heeft meerdere concentratiekampen overleefd.

– 0 – 0 – 0 –

Karl Steiner trouwt op 12 juli 1945 in de hervormde kerk in Zeist met Gerdina van den Berg, de dochter van zijn onderduikgevers op de Tollenslaan. Er blijft contact met het echtpaar Arbous-Hurst Cockle.

Dat geldt ook voor Annerie Marx. Op 5 mei stuurt ze altijd bloemen naar haar voormalige onderduikgevers. Ze keert na omzwervingen in 1964 weer terug naar Zeist, waar ze samen met haar moeder gaat wonen in Huize Valckenbosch. Ze overlijdt in 1990, ‘na een bijzonder leven en een moeilijk proces van sterven’.

Bronnen:

  • Mededelingen van Idalies Bouwens-Paasman, de huidige bewoonster van de voormalige woning van haar grootouders Arbous-Hurst Cockle, en mededelingen van Thomas Steiner
  • Zie Hoofdstuk I.7 van het Onderduikboek, ‘7. Brief voor Tamar’
  • G. Aikema, ‘Gedenkboek ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan der schaakclub ‘Zeist’, 54, respectievelijk ‘Eeuwig schaak in Zeist, 1906-2006’, 32
  • www.geheugenvanzeist.nl, oude kranten, Bericht in De Zeister Courant van 8 juli 1942 over de Schaak- en damclub Zeist)
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Karel Steinen’ en ‘Teunisje Molenaar’
  • Zie het bewezen onderduikadres Boulevard 16, voor de onderduik van Karl Anton Steiner
  • Zie de bewezen onderduikadressenTollenslaan 21, de volgende onderduik van Karl Steiner, en Slotlaan 11, het volgende onderduikadres van Annerie Marx
  • Zie het bewezen onderduikadres Krakelingweg 79 (Frits Steiner)

1. Dalweg 24

3. Arnoldus Arbous, secretaris van de Schaak- en damclub ‘Zeist’

4. Van rechts naar links Arnold Arbous, dochter Jopie met grootvader Hurst Cockle, een onbekende man en Caroline Arbous-Hurst Cockle

5. Het echtpaar Arnold en Caroline Arbous-Hurst Cockle met dochter Jopie

6. Annerie Marx

7. Jopie Arbous noteerde in een boekje wat ze tijdens haar voedseltochten met Annerie Marx ruilde tegen eten

8. Idem

9. Slotlaan 285, het volgendeonderduikadres van Annerie Marx

10. De overlijdensadvertentie van Annerie Marx in NRC Handelsblad van 26 juli 1990