Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)

Onderduiker:

  • Jacob de Hond (Amsterdam, 1931)

Onderduikgevers:

  • Antonie Lagerweij, aannemer, commandant van de vrijwillige brandweer (Apeldoorn, 22 januari 1882 – Zeist, 11 april 1947) en
  • echtgenote Justina Maria Lagerweij-van der Vliet (Zeist, 21 april 1884 – Zeist, 5 juli 1960)

Kinderen (1910, 1914, 1916, 1920 en 1922), waarvan mogelijk nog een enkeling thuis?

Verder woonde een zuster van Justina Maria Lagerweij-van der Vliet, zonder beroep (Zeist, 2 juni 1877 – Zeist, 29 december 1953), van 4 oktober 1944 tot 5 juli 1945 als kostganger op Dalweg 17

Op 28 mei 2021 vertelt Fiep Lever-Smitskamp dat op Dalweg 17 bij het gezin Lagerweij-van der Vliet een joodse jongetje ondergedoken had gezeten. Dat jongetje heette Jaap (Jacob) de Hond en kwam uit Amsterdam, waar zijn ouderlijke gezin in de Koestraat woonde.

Met die gegevens is de identiteit van de jonge onderduiker te bepalen. Op Koestraat 13 II in Amsterdam hadden expeditieknecht Salomon de Hond, zijn echtgenote Naatje de Hond.-A. en hun vier zoontjes gewoond. Op 2 oktober 1942 waren Naatje (33), de tweeling Max en Meijer (9) en Emanuel (5) in Kamp Westerbork gebracht, op 23 oktober gedeporteerd en op 26 oktober vermoord in Auschwitz.

Vader Salomon de Hond (1909) was eerder op 12 augustus 1942 bij zogenaamd Schutzhaftbefehl gearresteerd – een overtreding van een van de vele anti-joodse maatregelen? – en via Kamp Amersfoort naar Mauthausen gebracht, een moorddadig werkkamp. Hij kwam daar aan op 5 november 1942 en stierf daar al op 20 januari 1943, 33 jaar oud.

Oudste zoon Jaap de Hond in Zeist werd door ene Jelle de Jong naar Zeist gebracht. Hij bleef de verdere bezettingstijd op Dalweg 17, vertelt Fiep Lever-Smitskamp. Het was daar niet helemaal veilig, want in de villa Dalrust op Dalweg 11, drie huizen terug, zaten op enig moment Duitsers.

Na de bevrijding stond de toen veertienjarige Jaap er vrijwel alleen voor. De Holocaust had verwoestend huisgehouden in zijn familie. Zijn ouders en zijn drie broertjes waren vermoord, zijn grootouders van vaderskant, hun 12 zoons en zusters (met hun partners en kinderen), zijn grootmoeder (weduwe) van moederskant en negen van haar elf zoons en dochters (met hun partners en kinderen).

Het Bureau van de Voogdijcommissie voor Oorlogspleegkinderen in Amsterdam zocht medio mei 1945 naar Jaap de Hond. Was Jaap nog in Zeist? Hoe het de jongen in zijn verdere leven verging, is nog niet achterhaald, maar hij hield na de bevrijding wel contact met zijn voormalige onderduikgevers.

Bronnen:

  • Mededelingen Fiep Lever-Smitskamp
  • Digitaal joods monument, de familie van Jaap de Hond
  • Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor de ouders van Jaap de Hond
  • ITS Arolsen, digitale collecties, documenten voor de medegezinsleden van Jaap de Hond
  • Brief van 18 mei 1945 van het Bureau van de Voogdijcommissie voor Oorlogspleegkinderen aan Annie de Waard, Utrecht

1. Dalweg 17 (rechts)

2. Joodse Raad-kaart voor Salomon de Hond