Tijdens de bezetting werden in Zeist meer dan 900 personen met valse gegevens opgenomen in het lokale bevolkingsregister, vooral joodse onderduikers en onderduikers voor de Arbeitseinsatz. Dit bericht beschrijft een adres waarvoor een of meer valse registraties herleid konden worden tot de werkelijke identiteit van joodse personen. Een overzicht van alle adressen en onderduikers is te vinden via valse registraties van bekende onderduikers.
Het staat niet vast dat de betrokken personen werkelijk op de genoemde adressen ondergedoken zaten.
Wie weet meer? Wie iets meer weet over dit adres en/of de genoemde onderduikers wordt vriendelijk verzocht om contact op te nemen via het contactformulier op deze site.
Vals geregistreerd op dit adres:
- René Arnold Katz (Keulen-Duitsland, 29 januari 1926 – Lackawaxen in Pensylvinia-Verenigde Staten, 16 mei 1999)
Bewoners (= onderduikgevers?):
- Christiaan Willem van Nieuwenhuizen, koopman, administrateur (Maarssen, 19 maart 1891 – Zeist, 17 september 1989), en
- echtgenote Alida Petronella Annette van Nieuwenhuizen-Visser (Waddinxveen, 21 juni 1896 – Zeist, 28 juli 1986)
Tijdens de bezetting een inwonende dochter
In het Zeister bevolkingsregister bevond zich tijdens de bezetting een valse registratie van de Nederlands Hervormde ‘René Arnold Braunschweig’ die geboren zou zijn in Keulen, op 29 januari 1926. Hij zou een zoon zijn van ‘René Arnold en Elza Braunschweig-Vermeer’, afkomstig uit Amsterdam van het adres Milletstraat 16. Als datum voor zijn komst naar Zeist werd 23 november 1941 genoteerd en als nieuw adres Cornelis Schellingerlaan 10. Onderzoek toont aan dat het hier om een joodse onderduiker ging. Het is niet bekend of hij werkelijk ondergedoken heeft gezeten op Cornelis Schellingerlaan 10. Daar woonde het echtpaar Van Nieuwenhuizen-Visser, dat in de zomer van 1935 van Zuilen naar Cornelis Schellingerlaan 10 was gekomen.
In het Amsterdamse bevolkingsregister is een René Arnold Braunschweig van 1926 te vinden. Diens gegevens zijn echter pas in 2026 ter inzage, maar zoeken op zijn achternaam in dat bevolkingsregister levert een verwijzing op naar de Zwitser Max Braunschweig (1893). Gelet op diens leeftijd zou hij de vader van ‘René Arnold Braunschweig’ kunnen zijn. Een archiefkaart van Max Braunschweig ontbreekt, maar er is wel een verwijzing naar zijn echtgenote, Debora Braunschweig-Bood. En die verwijzing maakt het mogelijk om de man achter de valse inschrijving te identificeren en zijn geschiedenis te reconstrueren.
Dora (Debora) Bood was namelijk in 1924 getrouwd met de in Duitsland geboren Danny (Daniel) Katz. Het echtpaar woonde in Den Haag tot 1936, waarna ze verhuisden naar Amsterdam. Danny Katz was medevennoot en commissaris van NV NOVA Film. In 1937 werd hij op last van de belastingdienst 20 dagen vastgehouden. Kort na zijn vrijlating stierf hij, waarbij hij zijn echtgenote en twee jonge kinderen naliet, een dochter Marion (1928) en zoon René Arnold (1926).
Weduwe Dora Katz-Bood kreeg een relatie met de Max Braunschweig, zakenpartner van haar echtgenoot. Ze verhuisde in die jaren binnen Amsterdam (29 maart 1939), naar Zürich in Zwitserland (8 december 1939), terug naar Amsterdam (20 december 1939) en naar Den Haag (4 juni 1940), waar zij en haar kinderen inwoonden bij Dora’s zuster Grietje Altmann-Bood en haar echtgenoot. In juni 1941 trouwde ze met Braunschweig. Volgens een nazaat gebeurde dat via de telex, terwijl zij in het Zwitserse consulaat in (bezet) Amsterdam was en hij in Zwitserland. In het Amsterdamse bevolkingsregister werd het huwelijk geregistreerd als afgesloten op 29 juni 1941 in Vaduz, de hoofdstad van Liechtenstein – een administratieve kwestie?
Het was Dora Katz-Bood en haar kinderen aanvankelijk echter niet toegestaan om naar Zwitserland te vertrekken, maar na haar huwelijk kreeg ze als Dora Braunschweig-Bood het Zwitserse staatsburgerschap. In oktober 1941 mocht ze naar Zwitserland vertrekken, waar haar nieuwe echtgenoot woonde.
Haar kinderen mochten echter niet mee, omdat ze nog steeds de Duitse nationaliteit hadden. Er werd een adoptieproces in gang gezet, maar dat zal mogelijk gecompliceerd en vertraagd zijn omdat het nazi-regime op 25 november 1941 aan joodse Duitsers in het buitenland hun nationaliteit ontnam.
Dora Braunschweig-Bood liet haar dochter Marion daarom achter bij haar zuster Seer (Sara) Bood en diens vriendin Grethe Schnepp in Amsterdam. Zoon René werd ondergebracht op het voormalige adres van het echtpaar Altmann-Bood in Den Haag/Scheveningen.
Volgens de administratie van de Joodse Raad woonde de jongen daar nog in 1942. Hij was toen 16 jaar en zat in de 3e klas HBS van het Haags Joods Lyceum. Bij een razzia werd hij gearresteerd, maar na twee dagen weer vrijgelaten vanwege het feit dat hij de Zwitserse nationaliteit had of zou krijgen. Max Braunschweig bereidde namelijk in Zwitserland de adoptie voor van de beide kinderen van zijn echtgenote. Twee weken na zijn vrijlating, werd René Katz opnieuw aangehouden en meegenomen naar het hoofdkwartier van de Gestapo in Amsterdam.
In die situatie schoot de geboren Duitse Grethe Schnepp hem te hulp. Zij had een sterke band met de families Bood en Altmann. Eerder had zij in Sopot bij het Poolse Gdansk samengewoond met de joodse Helene Altmann. Toen die in 1939 vanwege de dreigende Duitse bezetting besloot om naar Palestina te emigreren, was Grethe veiligheidshalve uitgeweken naar Nederland, waar zij in Scheveningen een kamer had gehuurd bij de broer van haar vriendin Helene Altmann. Kurt Altmann was getrouwd met Grietje Bood, een zuster van Seer Bood en Dora Braunschweig-Bood. Toen het echtpaar Altmann-Bood in het najaar van 1940 door de bezetter gedwongen werd om te vertrekken uit de kuststreek, en zich in Zeist hadden gevestigd, waren Seer Bood en Grethe Schnepp naar Amsterdam verhuisd. Toen ze daar van René’s problemen hoorden, stapte Grethe naar de Gestapo, met de mededeling dat ze René niet vast konden houden, omdat hij onder Zwitserse bescherming stond. Volgens haar zouden de Zwitserse autoriteiten anders bezwaar aantekenen. René, die inmiddels geïnterneerd was in Kamp Westerbork, werd op 10 augustus 1942 opnieuw vrijgelaten.
Toen het in Zeist wonende echtpaar Kurt en Grietje Altmann-Bood in april 1943 besloot om daar onder te duiken, werd Grete Schnepp hun helper. Zij wist bezittingen van het echtpaar te bewaren en bracht hen geld – verdiend met de verkoop van spullen – op hun onderduikadressen. Omdat ze zo regelmatig in Zeist kwam voor het ondergedoken echtpaar zal zij mogelijk gehoord hebben van Kurt en Grietje Altmann-Bood dat joodse onderduikers daar ‘gelegaliseerd’ konden worden. Dat waren ze zelf ook. In elk geval regelde Grethe Schnepp mogelijk een valse persoonsregistratie voor hun neef, René Katz, die in Zeist op naam van ‘René Arnold Braunschweig’ stond. Op zijn Zeister persoonskaart werd als zijn voorgaande adres in Amsterdam Milletstraat 16 genoteerd. Dat was het adres waar Grethe Schnepp op 9 november 1943 naar was verhuisd nadat Sara Bood was ondergedoken (na de bevrijding kwam Sara daar ook wonen). De valse registratie dateert dus van na die datum? Of René Katz toen of eerder in Zeist ondergebracht was, is niet bekend. Wel waren de bewoners van Cornelis Schellingerlaan 10 afkomstig uit Zuilen en dat was de gemeente waar Grethe Schnepp een onderduikplaats zou hebben geregeld.
De tijdlijn is nu niet helemaal duidelijk. Begin 1943 zou Max Braunschweig de kinderen van zijn echtgenote geadopteerd hebben, maar waarschijnlijker is dat dat in 1944 pas gebeurde. René zou namelijk een jaar ondergedoken hebben gezeten. Dat zou anders niet nodig zijn geweest?
Na de adoptie kreeg hij een nieuwe registratie in het Amsterdamse bevolkingsregister, dit keer op naam van René Arnold Braunschweig. Met zijn onderduiknaam was hij dus vooruitgelopen op zijn nieuwe achternaam Braunschweig. Vanaf de adoptie hadden zijn zuster en hij ook de Zwitserse nationaliteit en konden ze naar Zwitserland reizen. Alleen Marion vertrok, want toen Grethe Schnepp naar René’s onderduikadres ging, en hem op de trein wilde zetten, bleek de jongen zijn reispapieren vergeten te zijn. Een tweede poging slaagde wel.
Hoe het verder met de op dat moment nog jonge (17-18 jaar) René ging, is niet helemaal duidelijk. Volgens zijn zoon zou hij er in 1944 in geslaagd zijn om de Zwitserse grens bij Saint-Julien-en-Genevois over te steken. Dat zou de veronderstelling kunnen ondersteunen dat hij in 1944 uit Nederland vertrokken was?
Op internet is te vinden dat R.A. Braunschweig geregistreerd werd als joodse vluchteling in Zwitserland. Het verzetsblad Paraat van 6 mei 1945 bevatte lijsten met joodse overlevenden in het buitenland. R.A. Braunschweig werd daarin genoemd als geregistreerd in Frankrijk. Was hij van Zwitserland teruggekeerd naar Frankrijk? Dat strookt met de herinnering van zijn zoon dat hij betrokken zou zijn geweest bij het Franse verzet. Later zou hij werk verricht hebben op het kantoor van de opperbevelhebber van de geallieerden, generaal Eisenhower.
Op 7 mei 1949 vertrok René Arnold Braunschweig met het schip SS Westerdam van Rotterdam naar New York. Hij emigreerde naar New York met de steun van familieleden die daar een vleesverwerkingsbedrijf bezaten. Hij werkte daar tot de sluiting van het bedrijf, rond 1985. Hij trouwde en kreeg in 1952 een zoon, Donald Katz-Braunschweig. Donald moet in Amsterdam gewoond hebben, want er is een registratie op zijn naam in het Amsterdamse bevolkingsregister (nog niet ter inzage). Hij stierf in 1976 een tragische dood in Banff Park, Canada, waarna het huwelijk van zijn ouders strandde.
René Arnold Braunschweig kreeg daarna een relatie met Alberta Roszay (7 januari 1946), dochter van Hongaarse immigranten. Ze waren elk gescheiden en tot een huwelijk kwam het niet meer. Wel kwam er in 1978 nog een zoon, Daniel Katz-Braunschweig, genoemd naar zijn biologische grootvader. Daniel, zijn echtgenote en twee kinderen zijn nu nog de enigen die nog de achternaam Katz-Braunschweig dragen. Hij doceert aan Tandon school of Engineering in New York.
René Arnold Braunschweig had een goed bestaan in de Verenigde Staten. Na zijn pensionering in 1991 woonde hij in een afgelegen huis in Lackawaxen aan de Delaware-rivier in Pennsylvania. Daar stierf hij op 16 mei 1996 aan een hartaanval, 70 jaar oud. Zijn echtgenote Alberta was twintig jaar jonger en overleefde hem ook twintig jaar.
In Nederland werd René’s helpster Grethe Schnepp in 1952 genaturaliseerd tot Nederlandse, met de vermelding dat zij tijdens de bezetting ‘aan onze kant’ had gestaan. In 1984 werd zij door Yad Vashem onderscheiden als ‘rechtvaardige onder de volkeren’ voor haar hulp aan joodse onderduikers. Ze overleed in 1995, op 99-jarige leeftijd.
Haar vriendin Seer Bood was haar in 1987 voorgegaan na moeilijke jaren. Zij, Dora, Grietje en een andere zuster hadden de Holocaust overleefd, maar hun moeder, vier andere kinderen, partners en nazaten niet.
Bronnen:
- Mededelingen van Daniel Katz-Braunschweig
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, René Arnold Braunschweig
- www.geheugenvanzeist.nl, collecties, adresgidsen en De Zeister Courant van 15 juni 1935, vestiging van het echtpaar Van Nieuwenhuizen-Visser in Zeist
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaart voor Debora Bood; de archiefkaarten voor René Arnold Braunschweig (1926) en en Donald (Katz-)Braunschweig (1952) zijn nog niet ter inzage
- Zie de bewezen onderduikadressen Panweg 40 en Nepveulaan 22 voor de onderduik van het echtpaar Altmann-Bood in Zeist
- www.ushmm.org, Holocaust survivors and victims database, Arrivals in Switzerland, 2091, René Arnold Braunschweig
- Paraat van 6 mei 1945, informatie over joodse overlevenden in het buitenland, R.A. Braunschweig
- Stadsarchief Rotterdam, personen, R.A. Braunschweig
- kruger.scoh.nl/Lesmateriaal/Muzieklessen, Haags Joods Lyceum, 1941-1943, herdenking na 80 jaar: op deze website wordt het lot van René Arnold Katz onbekend genoemd
- tributearchive.com, obituary for Alberta Rozsay
- engineering.nyu.edu/faculty/daniel-katz-braunschweig
- repository.overheid.nl, april 1952, wetsvoorstel voor naturalisatie van Margarethe Elisabeth Schnepp en anderen
- Yad Vashem-verklaring van 13 november 1984 over het verzetswerk en de hulp aan joodse onderduikers door Margarethe Elisabeth Schnepp
1. Cornelis Schellingerlaan 10
2. De valse registratie van René Arnold Braunschweig in het bevolkingsregister van Zeist
3. De Joodse Raad-van René A. Katz
4. Danny Katz en Dora Bood bedanken in 1924 voor de belangstelling voor hun huwelijk
5. Advertentie van Dora Katz-Bood in de Haagsche courant van 16 juli 1934
6. Overlijdensadvertentie voor Danny Katz van de directie van NV NOVA Film in De Telegraaf van 1 februari 1937
7. Obituary voor Alberta Rozay
8. Overlijdensadvertentie voor Sara Bood in De Telegraaf van 13 september 1989
9. Overlijdensadvertentie voor Grethe Schnepp in Het Parool van 5 juli 1996








