Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 469-471; gecorrigeerd en aangevuld)

In memoriam (mogelijke jodenhelper):

  • Petrus Cornelis Jutte, ongehuwd, wachtmeester van politie (Den Haag, 14 mei 1919 – Zeist, 26 maart 1945)

Onderduiker:

  • Aäron van der Hoek, gehuwd, bakker (Hilversum, 3 juni 1916 – Melbourne, Australia‎, ‎30 december 2000)

Onderduikgevers:

  • Pieter Anne Schat, houder van een luxe brood- en banketbakkerij, (Utrecht, 6 januari 1903 – Zeist, 21 maart 1991) en
  • echtgenote Johanna Schat-Truschel (Utrecht, 8 augustus 1909 – Zeist, 18 januari 1986)

Tijdens de bezetting twee kinderen (1930, 1931)

Aäron en Lisa (Froukeline) van der Hoek-van Dam verblijven vanaf 18 maart 1943 met dochtertje Gilah-Chaja (16 december 1941) in Amsterdam. Van der Hoek, die tot 1942 in Hilversum een koosjere bakkerij heeft gedreven, heeft een baan gekregen bij de broodvoorziening van de Joodse Raad. Daardoor heeft zijn gezin een voorlopige vrijstelling van deportatie. Daarnaast fungeert hij als leider van de jeugdsynagoge in de Amsterdamse Lekstraat. Zijn broer Ben van der Hoek en diens echtgenote worden intussen door de Zeister illegaal werker Toon van de Kamp ondergebracht op Oud Arnhemseweg 157.

Als hun Sperr al gauw verloopt, duiken Aäron en Lisa van der Hoek-van Dam onder in Utrecht, vanwaar Aäron op en neer reist voor zijn werk in de bakkerij van Pieter Schat in Zeist.

Als ze gedwongen zijn om hun Utrechtse schuilplaats te verlaten, zorgt de illegaal werker Toon van de Kamp ervoor, dat Aäron bij het echtpaar Pieter en Annie Schat-Truschel kan onderduiken. Aärons echtgenote Lisa wordt ondergebracht bij een broer en schoonzuster van Van de Kamp, op Tulpstraat 5.

Dat zou in de herfst van 1943 gebeurd zijn. In elk geval worden beiden op 28 april 1944 onder valse namen ingeschreven in het Zeister bevolkingsregister op Burgemeester Patijnlaan 49, komende van Bergweg 44 (waar ze zich op 1 januari 1943 zouden hebben gevestigd). Lisa van der Hoek-van Dam gaan in Zeist door het leven als ‘Janna IJtsma-Zuidersma’ en Aäron van der Hoek als de gereformeerde bakker ‘Eelke IJtsma’.

Of ze in Utrecht ook al die valse namen gebruikt hebben, is niet duidelijk. Kennelijk beschikt Aäron van der Hoek over een goed vervalst persoonsbewijs, omdat hij op werkdagen van zijn onderduikadres in Utrecht naar de bakkerij in de Burgemeester Patijnlaan reisde. In Zeist doet hij in 1944 als ‘Eelke IJtsma’ aangifte van het verlies van zijn persoonsbewijs, mogelijk om daar een nieuw persoonsbewijs te bemachtigen.

Aanvankelijk weet het echtpaar Schat-Truschel niet beter of het gaat hier om een (niet-joodse) man die zich onttrekt aan de Arbeitseinsatz in Duitsland. Er ontstaat al spoedig een hechte vriendschap tussen het echtpaar Schat-Truschel en Aäron van der Hoek, en dan durft hij ze te vertellen dat hij van joodse afkomst is. Pieter Schat reageert op deze bekentenis met de opmerking: ‘Ik heb nog twee flessen jenever staan, en als de Duitsers mochten komen dan voer ik ze zó dronken dat je gemakkelijk ongemerkt kunt wegkomen.’

Pieter Schat is ook betrokken bij illegale activiteiten, waaronder het opslaan van wapens in de kelder van zijn huis. Als bakker heeft hij recht op een voorraad meel, en hij stuurt een deel daarvan door naar de adressen waar leden van Aäron van der Hoeks familie verborgen zitten. Vooral gedenkt hij een echtpaar in Laren, die het ziekelijke dochtertje van het echtpaar Van der Hoek-van Dam verzorgt, terwijl ze zelf zeven kinderen hebben.

Aäron van der Hoek zal tot de bevrijding bij het echtpaar Schat-Truschel blijven.

Op maandag 20 maart 1945 vindt er een ernstig ongeval plaats in de bakkerij dat het leven kost aan wachtmeester Piet Jutte van de gemeentepolitie in Zeist. Jutte is in de zomer van 1941 naar Zeist gekomen. Hij heeft medio september 1943 zijn debuut gemaakt in het eerste elftal van voetbalclub Zeist die op 20 februari 1944 voor duizenden toeschouwers kampioen is geworden. Het politiedagrapport van die 20e maart is summier:

‘23.20 uur Wordt aan het bureau kennis gegeven, dat wachtmeester P. Jutte in de bakkerij van Schat een ongeluk met zijn pistool heeft gehad, tengevolge waarvan hij een schot in zijn borst heeft gekregen, en zooals later bleek overleden was. P.V. door Brig. van Dolderen. Het lijk van Jutte is geborgen beneden in het lijkenkamertje.’

Een week na de gebeurtenis schrijft de korpschef met hoofdletters in het rapportenboek:

‘20.00 uur MORGENOCHTEND 6.50 UUR HET GEHEELE KORPS AAN HET POLITIEBUREAU PRESENT TOT HET DOEN VAN UITGELEIDE AAN WIJLEN WMR. JUTTE. LIJK WORDT PER AUTO NAAR DEN HAAG OVERGEBRACHT.

TENUE: OVERJAS, KOPPEL, ZOO MOGELIJK MET PISTOOL, SABEL EN BRUINE HANDSCHOENEN, RIJBROEK.’

De Zeister Courant besteedt in haar editie van 31 maart 1945 uitgebreid aandacht aan het ‘Doodelijk ongeval’. Citaat:

‘De wachtmeester der politie, de heer P.C. Jutte is, door een wel noodlottigen samenloop van omstandigheden het slachtoffer van een doodelijk ongeval geworden. Hij bevond zich in een bakkerij hier ter plaatse teneinde de bakkers, na gedane arbeid en na bezetten tijd tevens, naar huis te geleiden. Toen één der gereed gekomen brooden viel, bukte zich Jutte, om het brood op te rapen. Deze beweging deed het pistool uit den blijkbaar geopenden holster vallen. Het noodlot wilde nu, dat het wapen juist op de slagpen terecht kwam, waardoor het schot afging, dat Jutte eveneens juist in het hart moest treffen.’

Een aaneenschakeling van toevalligheden. Bijna 50 jaar later, in 1993, verschijnt een boekje over de huisvesting van de gemeentepolitie, waarin ook aandacht wordt besteed aan het ongeval:

‘Tijdens het ophalen van een Joodse onderduiker om deze over te brengen naar een ander onderduikadres, liet Jutte in de bakkerij van Schat aan de Burgemeester Patijnlaan zijn pistool vallen, waarna er een schot afging. De kogel trof Jutte in het hart en hij was op slag dood. De juiste toedracht kon toen niet in de openbaarheid gebracht worden vanwege de Joodse onderduiker.’

Waar deze lezing op gebaseerd is, is onduidelijk. Onderduiker Aäron van der Hoek zal zich er vier jaar later tijdens een interview over de bezettingsjaren niet over uitlaten. Niet uitgesloten mag echter worden dat Piet Jutte een jodenhelper was. Op een monument op de accommodatie van voetbalclub Zeist – eerst de Koeburg en nu Dijnselburg – wordt hij herdacht als een van de leden die als gevolg van oorlogshandelingen omgekomen is.

Na de bevrijding wijst het Bureau Roerende goederen van NSB’ers en landverraders Zeist de woning annex bakkerij op Burgemeester Patijnlaan 134 van de twee NSB-families Fiesler met meubilair en al toe aan Aäron van der Hoek en diens gezin. Daar wordt op 27 november 1946 zoon Arjeh Joseph (Leo) geboren.

Annie Schat-Truschel heeft na de bevrijding de steun aan het echtpaar Van der Hoek-van Dam voortgezet. Lisa van der Hoek-van Dam heeft een zwakke gezondheid en daarom gaat Annie Schat-Truschel, inmiddels ook moeder van een peuter, er tweemaal daags heen om voor de pasgeboren baby te zorgen.

Weer later exploiteert Aäron van der Hoek een bakkerij op de Sumatralaan in Zeist. Het is dan al duidelijk dat zijn ouders Levie en Grietje van der Hoek-van der Laan niet meer terugkomen van hun deportatie. Ze zijn op 16 juli 1943 vermoord in Sobibor. Alleen broer Ben heeft door onderduik in Zeist overleefd.

Hun beider zuster Mirjam de Vries-van der Hoek is met haar echtgenoot Emanuel de Vries en de kinderen Naphtalie (26 januari 1939) en Jehuda (21 december 1941) in mei 1943 geïnterneerd in Kamp Vught en op 9 mei in Kamp Westerbork. Daar zijn haar twee kleine kinderen overleden. Ze is op 11 september 1943 in Kamp Westerbork bevallen van dochtertje Judith Nechama. Met echtgenoot en baby is ze op 8 februari 1944 naar Auschwitz gedeporteerd, waar ze na aankomst vermoord zijn.

Het gezin Van der Hoek-van Dam emigreert in 1950 naar Melbourne in Australië‏‎‎. Ook daar blijft ellende hen niet bespaard. Zoon Leo, overlijdt op ‎26 juli 1973 in Adelaide, Zuid-Australië, op 26-jarige leeftijd.

Aan de onderduiksituatie op Burgemeester Patijnlaan 49 wordt lang na de bevrijding meerdere malen aandacht besteed.

Op 19 september 1989 worden Pieter Anne en Johanna Schat-Truschel door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren.

Op 4 mei 1997 worden Aäron van der Hoek en zijn echtgenote uitgebreid geïnterviewd voor de Shoah Visual History Foundation.

Op 15 februari 2017 worden twee Stolpersteine gelegd bij Achterom 75 in Hilversum, waar ooit de koosjere bakkerij van de familie Van der Hoek-van der Laan was.

Op 8 mei 2023 laat het Geheugen van Zeist voor het pand Burgemeester Patijnlaan 49 twee gedenksteentjes leggen, voor de onderduikgevers Pieter Anne en Johanna Schat-Truschel respectievelijk voor onderduiker Aäron van der Hoek.

Politieagent Piet Jutte krijgt bij die gelegenheid geen gedenksteentje.

Bronnen:

  • Reddingsverhaal Yad Vashem voor Pieter Anne en Johanna Schat-Truschel
  • Interview dat Aäron Vanderhoek op 4 mei 1997 in Melbourne gaf aan Lara Singal van de Shoah Visual History Foundation
  • Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor Aäron en Froukelina van der Hoek-van Dam
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Aäron en Froukelina van der Hoek-van Dam, Mirjam en Emanuel de Vries-van der Hoek en hun kinderen
  • Dochtertje Chila-Chaja van Aäron en Lisa van der Hoek-van Dam was in onderduik bij Cornelis en Gijsbertje Zwanikken in Laren
  • Zie onder meer de bewezen onderduikadressen Tulpstraat 5, voor de onderduik van Lisa van der Hoek-van Dam alias ‘Janna IJtsma-Zuidersma’, en Oud Arnhemseweg 157, voor de onderduik van Ben en Fernande van der Hoek-van Dam
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-5500, register van illegalen, ‘Eelke en Janna IJtsma-Zuidersma’; archief gemeentepolitie, toegang 3500, inventarisnummer 326, politiedagrapporten 26 en 27 maart 1945, de dood van politieman Piet Jutte, en inventarisnummer 174, correspondentie korpschef, melding 1747, verlies persoonsbewijs door Eelke IJtsma, meldingen over Piet Jutte
  • Geheugen van Zeist, collecties, De Zeister Courant van 12 juli 1941, 22 september 1943 en 31 maart 1945, over Piet Jutte
  • D. van Ballegooijen, H.J. Groenevelt, R.P.M. Rhoen en K.M. Veenland-Heineman, ‘Saterskop of heilige Hermandad, De geschiedenis van de huisvesting van de Zeister politie’, Gemeentepolitie Zeist/District Binnensticht van de Politie Regio Utrecht, 1993, pagina 126, over de dood van politieman Piet Jutte

1. Burgemeester Patijnlaan 49

2. De valse registratie van Aäron van der Hoek als ‘Eelke IJtsma’

3. Piet Jutte

4. Het eerste elftal van de voetbalclub Zeist in de competitie 1943-1944. Staande derde van liinks Piet Jutte

5. Het artikel in De Zeister Courant van 31 maart 1945

6. Het monument op de accommodatie van de voetbalclub Zeist, voor de vier leden die als gevolg van oorlogshandelingen omkwamen

7. De Patijnlaan

8. Still van Aaron van der Hoek uit het interview in 1997

9. Gedenksteentje bij Burgemeester Patijnlaan 49 voor de onderduikgevers Pieter (niet Peter) Anne en Johanna Schat-Truschel

10. Gedenksteentje bij Burgemeester Patijnlaan 49 voor de onderduiker Aäron van der Hoek