Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie Supplement, pagina’s 30-34; aangevuld met informatie over onderduikgever)
Onderduikertje:
- Abel Cahen, (Geldrop, 27 november 1934)
Onderduikgevers:
- Jacob van Raalte, (assistent-)accountant (Rotterdam, 8 juni 1909 – Melbourne, Australië, 15 maart 1996) en
- echtgenote Anna Wilhelmina van der Schuit (Den Haag, 12 juli 1912 – Melbourne, Australië, 29 januari 1980)
Drie kinderen (1937, 1938, 1940)
In 1952 is dit gezin geëmigreerd naar Nieuw-Zeeland en later naar Australië (naturalisatie aldaar op 15 november 1963)
Bij een telefoongesprek met Abel Cahen over een Zeister onderduiksituatie (Van Ostadelaan 8, Huis ter Heide) kwamen zijn eigen oorlogservaringen min of meer zijdelings aan de orde. Die maakten indruk. Ook de Cahens hadden een bijzondere oorlogsgeschiedenis, zoals eigenlijk elke joodse Nederlander. In het supplement op het grote Onderduikboek wordt een aparte plaats ingeruimd voor het onderduikverhaal van Abel Cahen.
Eind maart 1939 verhuisden de ouders van Abel Cahen – Julius François en Frederika Cahen-de Jong – met hun vier kinderen (1931, 1933, 1934 en 1938) van Valkenswaard naar Zeist. Cahen had als werktuigbouwkundig ingenieur bij Philips in Eindhoven gewerkt en was nu benoemd tot chef van de administratie van de Nederlandse Spoorwegen, een topfunctie met de rang van hoofdingenieur. Hij was overigens in de vooroorlogse jaren ook actief in joodse organisaties, zoals de Nederlandse Zionistische Studenten Organisatie, de Stichting Joodse Arbeid en de Nederlandse Zionisten Bond. Ook publiceerde hij over bedrijfsorganisatorische onderwerpen.
In Zeist vestigde het gezin zich op Verlengde Slotlaan 163 (later vernummerd tot 79). Ze kregen er omgang met andere joodse mensen die in 1940 naar Zeist verhuisden, zoals de gezinnen Mazur-Lecker, Meyer-Ahrenholtz en Namenwirth-Monasch.
Twee maanden na de Duitse inval voegde de grootmoeder, die in 1938 weduwe geworden Louise (Libettha Joanna) Cahen-Hartog zich vanuit Den Bosch – waar ze tot dan zo’n 40 jaar had gewoond – bij het gezin van haar zoon en schoondochter. Medio november 1940 verhuisde ze mee naar Acacialaan 18. Zij en wijlen haar echtgenoot waren actieve zionisten geweest en dat gedachtengoed hadden ze in elk geval aan zoon Abel en dochter Ella doorgegeven.
Bij de komst van Louise Cahen-Hartog naar Zeist hadden ook de Nederlandse Spoorwegen zich al ontdaan van hun joodse werknemers. Onder de 37 ontslagen ambtenaren bevond zich hoofdingenieur Julius Cahen. Die werd vervolgens actief voor de Joodse Raad van Amsterdam. Zijn werkzaamheden brachten hem af en toe in Amsterdam en het was daar dat op vrijdag 20 december 1940 zijn Simplex-herenrijwiel, ter waarde van 25 gulden, gestolen werd. Omdat gaandeweg elk ander vervoer voor joodse mensen verboden werd, tenzij ze daar een vergunning voor kregen, was een fiets voor hen vaak een onmisbaar vervoermiddel.
Oudste zusje Ruth Cahen (1933) had kort op de Zeister Schoolvereeniging gezeten, in de klas bij Anton Lingeman. ‘Een held’, zegt Abel Cahen in het voorjaar van 2020, refererend aan de inval in het kindertehuis Zonneschijn, begin 1944, waarbij Lingeman met zijn klas ging wandelen in het bos, om zo gevluchte joodse kinderen op te halen. Een van die kinderen was zijn voormalige leerlingetje Ruth Cahen (10).
Maar eerst waren de kinderen Cahen vanaf september 1941 als gedwongen schoolverlaters naar het joodse schooltje in Zeist gegaan, waar ze les kregen van Peter Mazur, later een briljante hoogleraar scheikunde.
In mei van dat jaar bracht de toen 71-jarige grootmoeder Louise Cahen-Hartog per fiets vanuit Zeist een laatste bezoek aan haar andere zoon, Max Cahen in Vught. Bij die gelegenheid bezocht ze ook nog haar broer Leon Hartog in Sprang-Capelle. Een maand later moesten ook de joodse inwoners van Zeist hun fietsen inleveren. Door de vele anti-joodse maatregelen was het leven toen eigenlijk al onmogelijk voor ze geworden en in augustus 1942 begonnen de gedwongen verhuizingen naar Amsterdam.
Het ‘ge-Sperr-de’ gezin Cahen-de Jong verhuisde met grootmoeder Cahen-Hartog op 9 september 1942 eerst nog naar Professor Lorentzlaan 62, maar uiteindelijk moesten ook zij op last van de bezetter naar Amsterdam. Louise Cahen-Hartog trok daar in bij haar dochter Ella Ahlfeld-Cahen – een juriste, die werkzaam was als beroepsadviseuse voor de Joodse raad – terwijl het gezin Cahen-de Jong in mei 1943 de woning Niersstraat 52 II toegewezen kreeg, waarvan de bewoners kort daarvoor gedeporteerd waren. Allen werden voorlopig gevrijwaard voor deportatie door de Sperrs van Julius Cahen en Ella Ahlfeld-Cahen, als medewerkers van de Joodse Raad.
Het was natuurlijk ook voor joodse kinderen een bedreigd bestaan geworden, vol onzekerheden en beperkingen. De 8-jarige Abel Cahen moest elke schooldag naar de joodse school die in de omgeving van de Euterpestraat gevestigd was. Lopend wel te verstaan, want openbaar vervoer was voor joodse kinderen al lang verboden. Op die wandeling, die 20-25 minuten geduurd zal hebben, voelde de kleine Abel zich heel erg onveilig, maar om zich heen ervoer hij onverschilligheid. Niemand anders die zich bedreigd leek te voelen. Op de joodse school zaten aanvankelijk 50 kinderen, maar na een razzia bleven er slechts 5-6 leerlingen over. En de onverschilligheid van de omgeving bleef.
Duidelijk werd dat ook de Sperr van vader Julius Cahen zou aflopen. De hoop van het echtpaar Cahen-de Jong was gevestigd op emigratie naar Palestina. Van dr. Curt Albersheim secretaris van de emigratie-afdeling van de Joodse Raad, hadden het gezin Cahen-de Jong, de weduwe Cahen-Hartog en het echtpaar Ahlfeld-Cahen een verklaring gekregen dat ze medisch geschikt waren voor het pioniersbestaan. Maar voordat ze gebruik konden maken van die zogenaamde Albersheim-verklaringen werd de dreiging van deportatie te groot en moesten ze onderduiken.
Op 20 juni 1943 vond in Amsterdam een grote razzia plaats. Alle arrestanten, waaronder grootmoeder Louise Cahen-Hartog en haar dochter Ella, werden overgebracht naar Kamp Westerbork. Opmerkelijk is dat de weduwe Cahen-Hartog volgens haar Joodse Raadkaart opeens ouderdomsgebreken vertoonde, maar dat kan een poging zijn geweest om haar een tragisch lot te besparen? Ze werd echter al op 20 juli 1943 gedeporteerd naar Sobibor, waar ze drie dagen later op de dag van aankomst vermoord werd, op 72-jarige leeftijd. Haar broer Leon Hartog was twee maanden eerder in Sobibor vermoord. Libettha Joanna Cahen-Hartog wordt in Zeist herdacht. Haar naam staat nu vermeld op het Holocaust herdenkingsmonument in het Walkartpark in Zeist. Kleindochter Truus Wertheim-Cahen in een toespraak in 2016 hierover: ‘Mensen die mijn oma helemaal niet kenden, die niet wisten dat ze melancholiek, doof, lastig en belezen was, dat ze op haar zeventigste nog heen en weer van Den Bosch naar Zeist fietste – daar woonden haar kleinkinderen -, dat ze heel goed en snel kon breien en heerlijke viskoekjes kon bakken, vonden het nodig om haar in een veewagen te stoppen en vervolgens bijna 1.500 km verder naar het uiterste puntje van Europa te transporteren en te vermoorden.’
Haar zoon Max Cahen die in Kamp Vugt was geïnterneerd, bekleedde daar een bizarre positie, als inkoper van het zogenaamde Philips-commando, waardoor hij bewegingsvrijheid genoot. Uiteindelijk werd ook hij gedeporteerd, maar hij zou Auschwitz en Gross-Rosen overleven. In zijn in 2010 verschenen, postume memoires, onder de titel ‘Ik heb dit alles opgeschreven… : Vught-Auschwitz-Vught : memoires van Max Cahen 1939-1945’, schreef hij ook over zijn vermoorde moeder.
Julius en Frederika Cahen-de Jong hadden onderduikadressen voor hun kinderen geregeld en doken zelf onder in Utrecht.
Abel werd in Zeist ondergebracht, bij een medewerker van zijn vader. Dat was ‘half-joodse’ assistent-accountant Jacques (Jacob) van Raalte, die op Prins Alexanderweg 23 (anno 2020 Boulevard 50) woonde, dicht bij de Gero-fabriek. ’s Nachts was het daar gevaarlijk en daarom werd voor Abel Cahen een veiliger adres gezocht. Maandenlang bereidde Jacques van Raalte zijn onderduikertje voor op een reis naar een nieuw adres. Als Van Raalte op zolder bij wijze van hobby schoenen repareerde, prentte hij Abel in hoe hij zich tijdens de reis zou moeten gedragen.
Het veilige adres werd gevonden in Friesland, via de Friese dienstbode van het accountantsgezin. Haar broer Simon Dam, hoofdagent bij de gemeentepolitie in Zeist, vond een andere zuster en haar echtgenoot bereid om Abel in huis te nemen, in een klein Fries dorpje.
Abel Cahen in 2020: ‘Het merkwaardige is dat ik me van de lange reis van Zeist naar Friesland totaal niets meer kan herinneren. Ook niet of ik me aan de aanwijzingen van de onderduikgever heb gehouden.’ De overgang kon niet groter zijn. In Zeist had het gezin van captain of industry Julius Cahen mooie huizen bewoond, met een dienstmeisje. Nu werd Abel ondergebracht bij Dirkje Meijer-Dam en haar echtgenoot Gerrit die zich als uurloner aan boeren verhuurde: ‘Maar toen ik in dat piepkleine arbeidershuisje kwam, met kitscherige beeldjes op de schoorsteen en zo’n Perzisch kleedje op tafel, voelde ik me meteen op mijn gemak bij die mensen.’ Slechts één keer ontstond er een lastig probleem. Dat was toen Abel dringend behandeld moest worden aan zijn ontstoken amandelen. Een betrouwbare vrachtrijder uit het dorp bracht hem naar een eveneens betrouwbare huisarts die zijn amandelen pelde, niet gehinderd door ervaring met die ingreep. Bij latere medische inspecties van zijn keel zou Abel Cahen steevast gevraagd worden, wie daar in vredesnaam aan het werk was geweest.
Na de bevrijding werd het gezin Cahen-de Jong herenigd in Zeist. Alle gezinsleden hadden de bezetting overleefd, zij het dat het voor oudste broer Gideon (1931) op het nippertje was. Hij had ondergedoken gezeten bij een fortwachter en diens echtgenote bij Diemerdam. Dat echtpaar had minstens drie andere joodse onderduikers en anderen voor langere tijd beschermd. Gideon Cahen was in de herfst van 1943 gekomen maar was op 13 mei 1944 met zijn onderduikgever gearresteerd. Vier dagen later was de 12-jarige jongen ondergebracht in Kamp Westerbork, om al twee dagen daarna, op 19 mei 1944, gedeporteerd te worden naar Bergen-Belsen. Daar was hij bevrijd door de Russen. Het gezin Cahen-de Jong werd na de bevrijding ook geconfronteerd met de moord op grootmoeder Louise Cahen-Hartog en haar broer Leon Hartog.
Begin augustus 1945 vestigde het gezin Cahen-de Jong zich tijdelijk op Steniaweg 36 in Zeist, met het vaste voornemen alsnog naar Israël te vertrekken. De zuster van Julius Cahen en haar echtgenoot, het echtpaar Ella en Werner Ahlfeld-Cahen – Werner was een fruitkweker – hadden elk hun deportatie overleefd en vertrokken eind maart 1946 naar Haifa. In 1947 volgde het gezin Cahen-de Jong. Vijf jaar later werd Julius Cahen benoemd tot hoogleraar Bedrijfsorganisatie aan Technion in Haifa.
Onderduikgever Jacques van Raalte dook op enig moment zelf onder op Duinweg 18 (nu 66), bij het echtpaar De Pree-van den Elst. Een directe aanleiding kan zijn dat hij in 1944 aangehouden moest worden door de gemeentepolitie wegens belediging van de Wehrmacht. Wellicht verrichtte hij ook illegaal werk.
In het Zeister Weekblad stond op 6 juli 1945 een advertentie waarin Van Raalte liet weten dat hij zijn accountantskantoor, dat hij gedurende zijn ‘illegale tijd’ onder de naam ‘Accountantskantoor G. Buitenhuis’ had gevoerd, voortaan de naam ‘Accountantskantoor J. van Raalte’ zou dragen.
In 1952 emigreerde hij met zijn gezin naar Nieuw Zeeland en elf jaar later naar Australië, waar ze de Australische nationaliteit kregen.
De ouders van Abel Cahen zouden tot hun dood in Haifa blijven wonen. Zijn vader overleed daar in 1979 en zijn moeder Frederika in 1990. Zelf keerde hij terug naar Nederland voor een studie bouwkunde aan de TH Delft, net als broer Gideon.
Abel Cahen werd docent aan de Gerrit Rietveldacademie, het Instituut voor Architectuur in Rotterdam en het Berlage Instituut in Amsterdam. Als architect van naam won hij in 1989 de Council of Europe Museumprize en in 1991 de Rietveldprijs. Hij ontwierp onder meer het gebouw van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, dat nu in gebruik is onder de naam ‘Stad van Cahen’.
Cahen trouwde met Ruth Meyer, dochter van het met zijn ouders bevriende echtpaar Meyer-Ahrenholtz dat in Huis ter Heide bescherming had geboden aan joodse onderduikers. Het huwelijk bracht drie dochters voort, maar eindigde in een scheiding. Begin jaren negentig hertrouwde Abel Cahen met tv-presentatrice Sonja Barend. Zij publiceerde begin 2017 haar autobiografie ‘Je ziet mij nooit meer terug’, waarin ze schreef over haar gedeporteerde en vermoorde vader.
Bronnen:
- Mededelingen van Abel Cahen
- www.jodeninnederland.nl, Ferdinand Cahen, Julius Francois Cahen
- waalwijkwiki.nl, Libettha Joanna Hartog
- vbvinfo.nl, column ‘Pensioentje met suiker’
- Wikipedia, Peter Mazur, Abel Cahen
- ITS Arolsen (collections.arolsen-archives.org), Joodse Raad-kaarten voor Julius François en Frederika Cahen-de Jong en kinderen
- gw.geneanet.org, Jacob van Raalte
- www.stelling.amsterdam.nl, Albert Klop
- www.joodsmonument.nl, Libettha Joanna Cahen-Hartog, Leon Hartog
- www.joodsmonumentdenbosch.nl, toespraak van Truus Wertheim-Cahen op 27 oktober 2016
- Zie het bewezen onderduikadres Van Ostadelaan 8 (echtpaar Meyer-Ahrenholtz)
- Zie het bewezen onderduikadres Duinweg 66 (tijdens de bezetting 18)
- Gemeentearchief Zeist, oud bevolkingsregister; archief gemeentepolitie, toegang 3500, inventarisnummer 274 (register op correspondentie), 1944, volgnummer 141, melding over Jacob van Raalte
- Geheugen van Zeist (www.geheugenvanzeist.nl), Zeister Weekblad van 6 juli 1945, advertentie van J. van Raalte
1. Boulevard 50
2. Verlengde Slotlaan 79 (oude situatie, pand is afgebroken)
3. Papierfabriek
4. De kinderen van Ferdinand Cahen en Libettha Hartog Max, Julius en Ella, circa 1910 (JHM)
5. De Zeister Schoolvereeniging
6. Louise Cahen-Hartog
7. Oude foto van Prins Alexanderweg 21 (nu Boulevard 48)
8. Jacob van Raalte moest in 1944 aangehouden worden wegens belediging van de Wehrmacht
9. Advertentie in Zeister Weekblad_van J. van Raalte, 6 juli 1945
10. Architect Abel Cahen ontwierp ook de uitbreiding van het Van Abbemuseum
11. Sonja Barend in 1983 (Wikipedia)










