Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Supplement, pagina’s 29-30)

Onderduiker:

  • Karl Anton Steiner, ongehuwd, antiquaar (Steglitz, Duitsland, 16 maart 1905 – Kerkrade, 8 december 1978)

Onderduikgevers:

  • Jan Stuivinga, architect (Zwolle, 26 oktober 1881 – Zeist, 4 juni 1962), en
  • echtgenote Cornelia Aleida Stuivinga-Coulier (Zeist, 30 januari 1887 – Zeist, 2 maart 1972)

Een nog thuiswonende dochter (1914)

Walter van Dijk en echtgenote stuitten bij de renovatie van hun woning op Boulevard 16 op voorzieningen die verband leken te houden met onderduik. Tot 1 april 1944 woonde daar de landelijk bekende architect Jan Stuivinga in een door hemzelf ontworpen woning. En inderdaad werd er tijdens de bezetting op het adres ene ‘Karel Steinen’ geregistreerd. In werkelijkheid ging het om de joodse Zeistenaar Karl Steiner en was de registratie dus een vervalsing. Bekend was, en in het grote Onderduikboek staat beschreven, dat Karl Steiner later onderdook op achtereenvolgens Dalweg 24 en Tollenslaan 21.

Over de onderduiker is dus al geschreven, maar over zijn onderduikgever op Boulevard 16 valt ook wel wat te vertellen.

Op 16 juli 1906 koos de Zeister gemeenteraad met 6 tegen 4 stemmen uit 75 plannen voor een gemeentehuis het ontwerp van de 25-jarige Jan Stuivinga, die samen met zijn oudere broer Theo een architectenbureau in Zeist had. Dat de raad niet unaniem was in haar keuze, had te maken met wat men zag als een typisch Duits karakter van Stuivinga’s ontwerp. Dat klopte wel, want pal voor zijn vestiging in Zeist had hij een periode in Duitsland doorgebracht en daar was hij duidelijk door beïnvloed. Stuivinga had zijn ontwerp ook genoemd naar het stadswapen van Neurenberg, ‘Jungfrau Adler’. Dat duidde op een adelaar met het hoofd en de borsten van een jonge vrouw, maar dat begreep men in Zeist niet zo. In publicaties en zelfs raadsstukken was sprake van ‘Junkfrau mit Adler’. In elk geval moest de architect het ontwerp tamelijk ingrijpend aanpassen – ‘ont-Duitsen’ – waarna het voor 96.000 gulden werd gerealiseerd.

Later ontwierp Jan Stuivinga ook het post- en telegraafkantoor in Zeist. Behalve dit ontwerp en ontwerpen voor andere gebouwen in Zeist en elders in het land leverde hij op 27 maart 1939 op verzoek van de gemeente Zeist een ontwerp voor uitbreiding van het gemeentehuis. Besloten werd om dat ontwerp voor 170.000 gulden, inclusief het meubilair, te realiseren, maar de bezetting gooide roet in het eten en de uitbreiding zou er niet meer komen.

De vraag hoe Karl Steiner in contact kwam met het echtpaar Stuivinga-Coulier is niet zo lastig te beantwoorden. De tuin van zijn woonadres Verlengde Slotlaan 125 (later hernummerd tot 33) grensde pal aan de tuin van de Stuivinga’s op Boulevard 16.

Bronnen:

  • Wikipedia, Jan Stuivinga en Theo Stuivinga
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Karel Steinen’
  • Zie ook de bewezen onderduikadressen Dalweg 24, Slotlaan 8 en Tollenslaan 21 (andere onderduikadressen van Karl Steiner)
  • Seyst, Uitgave Zeister Historisch Genootschap, jaargang 8, nummer 1, maart 1978, 10-14

1. Boulevard 16 in vroeger tijden

3. Interieur Boulevard 16, vermoedelijk na 1915

4. Stuivinga’s ontwerp voor een groter gemeentehuis