Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie Supplement, pagina’s 19-21; op tekstuele details gewijzigd)
Onderduikertjes:
- Ruben Lothar Cahn (Keulen, 24 februari 1935 – Naarden, 31 oktober 2019)
- Ruth Falk (Keulen, 1 november 1935)
- ‘Otje’. Geen verdere gegevens bekend
- Eline Joan Ziekenoppasser (Amsterdam, 2 februari 1941)
Valse persoonsregistratie op naam van:
- Lodewijk van Herpen (Amsterdam, 28 maart 1933)
Onderduikgeefsters:
- Alberdina van Sluijs-Tjaden, gescheiden, houdster pension en kindertehuis (Amsterdam, 28 oktober 1902 – Zeist, 14 maart 1953)
- dochter Alberdina van Sluijs, ongehuwd (Vlissingen, 31 juli 1921- geëmigreerd naar Canada)
- dochter Pieternella Jacoba van Sluijs, ongehuwd (Vlissingen, 17 december 1927 – 1 juni 1969)
In Appendix A van het Onderduikboek, ‘Nagekomen’, wordt op pagina 587 een ‘mevrouw Van der Sluis’ genoemd als onderduikgeefster van Ruben Cahn en Ruth Falk. Ze zou gewoond hebben aan de Boslaan. De juiste persoon was niet te vinden, totdat het gemeentearchief ons in contact bracht met Hans Ziekenoppasser. Hans, zelf na de bevrijding geboren, had een vraag gesteld over de onderduik van zijn zuster in Zeist.
In het register van illegalen van de gemeente Zeist bleek zich een valse persoonskaart op naam van ‘Elly Pool’ te bevinden, die geregistreerd was op het adres Boslaan 1. Zij had dezelfde geboortegegevens (Amsterdam, 2 februari 1941) als de zuster van Hans Ziekenoppasser en een valse registratie gekregen op de achternaam van Hans’ moeder – toevallig ook de achternaam van Sijke Pool die veel van de valse onderduikersnamen in Zeist bedacht. Geen twijfel mogelijk. ‘Elly Pool’ was Elly Ziekenoppasser.
De hoofdbewoonster van Boslaan 1 was in de zomer van 1944 Alberdina Tjaden geworden. Als gescheiden echtgenote van de rijksambtenaar van sociale zaken Jacobus Cornelis van Sluijs was ze diens achternaam blijven dragen. Met een y in plaats van een ij: Alberdina van Sluys-Tjaden. Dat was dus ‘mevrouw Van der Sluis’ die in de Boslaan had gewoond, ‘Tante voor haar pupillen’.
Eerder woonde ze op Spoorlaan 5 in Bosch en Duin. Een van haar pensiongasten daar was de jonge ‘Rudolf Koenders’ geweest. Dat was de onderduiknaam van de toen achtjarige Ruben Lothar Cahn, die op 22 januari 1944 voor de tweede keer naar Spoorlaan 5 was gekomen. Rubens vader Carl Cahn – die als onderduiker illegaal werk verrichtte – deed Alberdina Tjaden het voorstel om met zijn geld Boslaan 1 te kopen, waar ze dan haar pension/kindertehuis voort zou kunnen zetten.
Indachtig de ervaringen met kindertehuis Zonneschijn in Zeist stelde Cahn de voorwaarde dat Alberdina Tjaden geen andere joodse kinderen op zou nemen dan zijn zoontje en Ruth Falk, om het risico te beperken. ’Tante’ was enthousiast over Cahns voorstel, omdat Spoorlaan 5 ongelukkig lag voor een pension/tehuis. Op 6 juni 1944 verhuisde ze naar Boslaan 1. Dat lag geografisch dan wel gunstiger, maar overigens akelig dicht bij het Wehrmacht-hotel Boschlust.
Hoe de financiering precies geregeld was, is niet bekend. Carl Cahn was in 1936 met zijn echtgenote Hilde Cahn-Samuel naar Nederland gevlucht. Met zijn kennis van surrogaatproducten had hij bij de surrogaatfabriek PEJA in Deventer veel geld verdiend. Het echtpaar was zo’n twee maanden voor de verhuizing van Alberdina Tjaden naar Boslaan 1 gearresteerd. Op 9 maart 1944 waren ze als strafgevangenen naar Kamp Westerbork gebracht, vanwaar ze precies twee weken later gedeporteerd waren naar Auschwitz. Hilde Cahn-Samuel was na aankomst meteen vermoord, maar haar echtgenoot Carl zou Auschwitz overleven. Maar na zijn deportatie op 23 maart 1944 was hij dus niet meer in de gelegenheid om na te gaan of de exploitatie van het pension/kindertehuis op Boslaan 1 voldeed aan de door hem gestelde voorwaarde.
Dat was niet het geval. Vanaf de zomer of herfst 1943 hadden ’Tante’ Alberdina van Sluys-Tjaden en haar beide dochters Am en Nel – die hun moeder hielpen bij de verzorging van de pensiongasten en onderduikers – Elly Ziekenoppasser opgenomen op Spoorlaan 5, en ze namen het tweejarige meisje mee naar Boslaan 1.
Op Boslaan 1 verbleef al een oudere kostgangster en er zouden er nog twee kostgangsters bij komen. Ook werd op dat adres een ‘Lodewijk van Herpen’ vals geregistreerd, ongetwijfeld een ondergedoken jongetje. Bovendien verhuisden behalve ‘Elly Pool’ volgens de woningkaarten van de gemeente Zeist nog vier personen mee van Spoorlaan 5 naar Boslaan 1. Dat waren Otto Koelewijn, waarschijnlijk de onderduiknaam voor de joodse jongen ‘Otje’ die vanaf 4 maart 1942 in pension bleef bij ’Tante’, de niet-joodse Alexandrina Johanna Postma (Amsterdam, 8 oktober 1930; afkomstig van Jan H.A. Schirrmann) en de niet-joodse Pim (Willem Joseph) Schirrmann (Amsterdam, 1935) die beiden op 6 mei 1943 waren gekomen en ‘Rudolf Koenders’, Ruben Cahn dus.
Ze werden alle vier ruim na de bevrijding pas afgeschreven als bewoners van Boslaan 1, maar die uitschrijfdata klopten niet voor iedereen. Althans, Ruben Cahn was al in 1944 naar andere onderduikadressen verhuisd, in Den Dolder. Ruth Falk was al ruim voor de verhuizing van ‘Tante’ vertrokken en zou uiteindelijk in Baarn op het laatste van een serie onderduikadressen belanden.
Herinneringen zijn schaars, zeker 75 jaar na de bevrijding, want de onderduikers waren erg jong en sommigen gingen van adres naar adres. Later werd er niet over de onderduiktijd gesproken. Ruth Vleeschhouwer-Falk herinnert zich anno 2021 dat het er bij ’Tante’ minder streng aan toe ging. Andere onderduikers bij ’Tante’ kan ze zich niet voor de geest halen.
Elly Bolsterlee-Ziekenoppasser herinnert zich geen andere onderduikers of pensiongasten dan ‘Otje’. Wel herinnert ze zich van Boslaan 1 een situatie, waarin er buiten iets aan de hand was. Iedereen vloog het huis uit, waarbij de kleine Elly, zittend op het aanrecht, even werd vergeten.
Elly Ziekenoppasser bleef op Boslaan 1 tot de bevrijding. Moeder Helena Ziekenoppasser-Pool maakte tweemaal per fiets de levensgevaarlijke tocht naar Zeist, om haar dochtertje te zien en enkele dagen na de Duitse capitulatie haalde ze met haar echtgenoot hun dochtertje op.
Na de bevrijding hielden Elly Ziekenoppasser en haar ouders contact met haar onderduikgeefsters. Elke vakantie ging Elly logeren in Huis ter Heide, waar ’Tante’ zich later gevestigd had. Omgekeerd, bezocht ’Tante’, toch een soort familie, haar verjaardag. Tot in 1953, toen Elly twaalf jaar zou worden. ’Tante’ voelde zich niet lekker, schreef ze. Een dikke maand later overleed Alberdina van Sluys-Tjaden, al op 50-jarige leeftijd. ‘Haar leven was strijden’ stond er in de overlijdensadvertentie.
Vanaf die tijd logeerde Elly Ziekenoppasser bij de dochters Am en Nel van Sluys die ook in Huis ter Heide woonden. Dochter Am emigreerde echter met echtgenoot en zoontje naar Canada en dochter Nel van Sluys stierf nog jonger dan haar moeder, op 41-jarige leeftijd. Ze was getrouwd met Willem Stomp, die verwant was met belangrijke Zeister illegaal werkers.
Bronnen:
- Mededelingen van Carla Cahn-Swalef, Ruth Vleeschhouwer-Falk, Elly Bolsterlee-Ziekenoppasser en Hans Ziekenoppasser
- www.joodsmonument.nl, Chaskel en Lydia Kramer-Hartoch en Hilde Cahn-Samuel
- www.hetjoodsexlibris.nl, Carl Cahn
- Zie de bewezen onderduikadressen Spoorlaan 5, Oranje Nassaulaan 71 (kindertehuis Zonneschijn) en Dolderseweg 18
- ITS Arolsen (collections.arolsen-archives.org), Joodse Raad-kaarten voor Carl en Hilde Cahn-Samuel
- Gemeentearchief Zeist, oud bevolkingsregister; 1499-1500, register van illegalen, ‘Elly Pool’ en ‘Lodewijk van Herpen’; woningkaarten Spoorlaan 5 en Boslaan 1
- Stadsarchief Amsterdam, indexen, persoonskaart voor Alexandrina Johanna Postma en vermelding van Willem Joseph Schirrmann
- Hans Ziekenoppasser, ‘Onderduiken bij Opa en Oma van der Meulen’, 2018 (Kenniscentrum van het Joods Cultureel Kwartier, signatuur 777.2Prog b; NIOD-archief)
1.1. Valse registratie van onbekende (vermoedelijk joodse) onderduiker
1. Boslaan 1
2. Ruben Cahn (rechts, zittend) en Ruth Falk (staand, links van hem) in kindertehuis Zonneschijn
3. De surrogaatfabriek PEJA was bekend door de reclamefiguur MIna Bakgraag
4. Hotel Boschlust in Zeist deed tijdens de bezetting dienst als Wehrmacht-hotel
5. Alberdina van Sluys-Tjaden, ’tante’
6. De overlijdensadvertentie van Alberdina Tjaden






