Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie pagina 290 van het Onderduikboek – onder Biltseweg 6 – en pagina 18 van het Supplement)

Onderduiker:

  • Meijer Duitscher, kantoorbediende, ongehuwd (Amsterdam, 10 juli 1921 – Jerusalem, 28 oktober 2015)

Onderduikgevers:

  • Cornelis Roelof Sijsling, voormalig uitgever, accountant (Wymbritseradeel, 11 juni 1881 – Zeist, 10 maart 1951), en
  • echtgenote Helena Maria Sijsling-Tops (Rotterdam, 29 augustus 1876 – Zeist, 26 december 1965)

In het grote Onderduikboek wordt het onderduikadres Biltseweg 6 van het echtpaar Cornelis en Helena Sijsling-Tops beschreven. Dit adres was overgenomen uit het dagrapport van zaterdag 1 maart 1941 van de wijkagent voor Bosch en Duin:

‘10.30, nam. De Heer Sijsling, wonende Biltscheweg No. 6 alhier, deelt mede dat op de Duinweg een Duitsch militair loopt, die beschonken is, en het de voorbijgangers lastig maakt. Door mij ter plaatse een onderzoek ingesteld. De militair heb ik aldaar niet kunnen aantreffen.’

Nader onderzoek leerde dat het echtpaar op Biltseweg 4 woonde. Bij de afronding van het grote Onderduikboek was de naam van hun joodse onderduiker nog niet bekend. Via Ankie Keizer van de Historische Vereniging Den Dolder kwam er meer informatie over de betrokken persoon. Die informatie was afkomstig van Wim Reiss, neef van Dirkje Inden-Reiss die tijdens de bezetting op Baarnseweg 36 woonde en de onderduiker later overnam.

Sijsling was een gewezen uitgever. In 1921 was hij mede-oprichter geweest van de vrijzinnige uitgeverij De Tijdstroom in Rotterdam, waarvan hij president-directeur werd. Na tien jaar had hij het directeurschap neergelegd, maar hij was betrokken gebleven bij de uitgeverij. Ook was hij tot 1931-1932 directeur geweest van de NV Uitgeversmaatschappij De Wachttoren van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden in Nederland. Behalve godsdienstige uitgaven had Sijsling eind jaren twintig de Fakkel-serie in het leven geroepen, een reeks van anti-militaristische uitgaven.

Vroeg in de bezetting kregen Cornelis en Helena Sijsling-Tops een grote klap te verwerken. Het kinderloze echtpaar had vermoedelijk vroeg in de jarentwintig een oorlogskind in huis genomen, Hilde (Hildegard Leopoldine) Nemec (Wenen, 7 november 1909). Aan deze pleegdochter werd bij mededeling in het Staatsblad van 1 januari 1940 de Nederlandse nationaliteit toegekend.

Cornelis Sijsling was onder meer secretaris-penningmeester van het Nederlandse christelijke perscommissie geweest. Zijn pleegdochter had de opleiding tot godsdienstonderwijzeres gevolgd. Als zodanig werkte ze bij de afdeling Soest van de Nederlandsche Protestantenbond en bij de Doopsgezinde gemeente in Zaandam West. Ze overleed al op 31 jarige leeftijd, op 2 februari 1941.

Cornelis Sijsling en zijn echtgenote waren toen zestigers. Toch liet Sijsling zich niet weerhouden van uiteenlopend illegaal werk.

Een van zijn illegale activiteiten bestond uit actieve betrokkenheid bij de productie en verspreiding van ‘De Oranjekrant’. ‘De Oranjekrant; vivere militare est’ was een verzetsblad dat vanaf 1 februari 1942 tot en met 1 maart 1945 in Zeist werd uitgegeven. Het blad verscheen aanvankelijk maandelijks, in 1943 tweemaandelijks en daarna zeer onregelmatig in een oplage tussen de 8.000 en 30.000 exemplaren. De inhoud bestond voornamelijk uit binnenlandse berichten en opinie-artikelen.

Sijsling zorgde er ook voor dat de protestgeschriften van de Zeister illegaal werker Johan Scheps konden blijven verschijnen via een drukkerij in De Bilt. En hij legde zich toe op het vervalsen en uitreiken van persoonsbewijzen.

Daarnaast nam het echtpaar Sijsling-Tops dus een joodse onderduiker in huis, Max (Meijer) Duitscher (Amsterdam, 1921), ‘Hugo Wildenboer’. Die zou het illegaal werk van Cornelis Sijsling gevaarlijk hebben gevonden. Hij werd in elk geval ondergebracht op Baarnseweg 36, bij het echtpaar Theo en Dirkje Inden-Reiss, waar zijn ouders inmiddels ondergedoken zaten.

Bronnen:

  • Mededelingen van Ankie Keizer (Historische Vereniging Den Dolder), op basis van informatie van Wim Reiss
  • Gemeentearchief Zeist, archief gemeentepolitie, toegang 3500, inventarisnummer 158, politierapport van 1 maart 1941 voor Bosch en Duin; oud bevolkingsregister; 1499-1500, register van illegalen, ‘Hugo Wildenboer’, ‘Cornelis en Lea Wildenboer-van Asselt’
  • Zie het bewezen onderduikadres Baarnseweg 36
  • Peter Manasse, ‘Boekenvrienden Solidariteit, Turbulente jaren van een exiluitgeverij’, Biblion Uitgeverij, 1999, 58-59, over Cornelis Sijsling als uitgever
  • Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden van 1 januari 1940, naturalisatie van Hildegard Leopoldine Nemec
  • Ongedateerde opgave van jodenhelper Gerrit Leijte van overige betrokkenen bij de Zeister uitgave ‘De Oranjekrant’, waaronder Cornelis Sijsling
  • publications.niod.knaw.nl, ‘De Ondergrondse Pers 1940-1945’, 192 (door Lydia E. Winkel, geheel herzien door drs. Hans de Vries)
  • www.delpher.nl, dagblad Trouw van 13 januari 1993 (oplage illegale bladen)
  • Johan Scheps, ‘Scheps inventariseert’, deel 1, Semper Agendo, 1973, 86 respectievelijk deel 2, Op Korte Golf, 1976, 130-131

1. Biltseweg 4, Bosch en Duin

2. Overlijdensbericht van pleegdochter Hildegard Nemec in de Zaanlander van 3 februari 1941

3. Stukje uit een bericht in De Zaanlander van 7 februari 1941 over de begrafenis van Hildegard Nemec

4. De valse registratie van Max (Meijer) Duitscher in Zeist

5. Scheidend voorzitter Max Duitscher van het NIW-bestuur, op 6 december 1985

6. Overlijdensbericht van C.R. Sijsling in in het Algemeen Handelsblad op 12 maart 1951

7. Voorzitter Jaap Meijers en penningmeester Max Duitscher van de Collectieve Israel Actie