Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Nieuw t.o.v. het Onderduikboek en het Supplement)

Onderduikers:

  • Hannie à Cohen (Amsterdam, 8 januari 1927 – Nordia, Israël, 22 januari 2019)
  • Emile Francesco Moresco, gescheiden, advocaat (Buitenzorg, NI, 21 juni 1897 – Alassio, Italië, 24 juli 1986)

Onderduikgevers:

  • Cornelis Willem Drooger senior, medewerker bij het Post en Telegraafkantoor Zeist (Anna Paulowna 1894 – Zeist, 29 december 1964) en
  • Gerarda Jacoba Drooger-Veeter (Wieringerwaard, 23 december 1892 – Bilthoven 23 april 1965)

Thuiswonende zoon Cornelis Willem Drooger junior (Den Helder, 15 december 1923 – Harderwijk, 19 juli 2008)

De onderduikgeschiedenis voor Bilderdijklaan 23 (voorheen 29) is verbonden met die voor Bilderdijklaan 21 (voorheen 27).

Eind oktober 1927 vestigde het gezin Doezie-Faber – twee dochters (1910, 1911) – zich vanuit Soest op Burgemeester Patijnlaan 1. Enkele jaren nadien verhuisden ze naar Bilderdijklaan 27.

Daar kwamen ze onder één kap te wonen met het gezin Drooger-Veeter dat zich in 1928 vanuit Wijk aan Zee in Zeist had gevestigd. Aanvankelijk op Bilderdijklaan 20, maar het gezin was enkele jaren later naar nummer 29 verhuisd.

De beide huisvaders waren overtuigde en actieve socialisten.

Cor (Cornelis Willem) Drooger senior was bijvoorbeeld lid van de plaatselijke subcommissie ‘Hulp aan Spanje’ (1937), samen met andere socialisten zoals J.H. Scheps, J.J. van Sonderen en de joodse Sara Hegt-van Gelder. Later was hij SDAP-kandidaat voor de Zeister gemeenteraad (1939).

Zoon Cor (Cornelis Willem) Drooger junior zou tijdens de bezetting als student weigeren om de solidariteitsverklaring te ondertekenen. Hij zou in 1943 zijn ondergedoken en illegaal actief zijn geworden, geholpen door zijn latere echtgenote Tine van Schaik, die verpleegster was bij het Agnietenziekenhuis in Utrecht. Over de door hen verleende hulp aan onderduikers is nog geen gedetailleerde informatie gevonden. Wel berusten bij het Verzetsmuseum in Amsterdam enkele van zijn hulpmiddelen voor het vervalsen van papieren. Pas na de bevrijding zou hij zijn studie weer kunnen oppakken. Uiteindelijk zou Cor Drooger junior promoveren en een vermaard hoogleraar paleontologie en stratigrafie aan de Utrechtse universiteit worden.

Het gezin Doezie-Faber was bijzonder actief in Zeist. Dochter Jantje Doezie was lid van gymnastiekvereniging BATO, waar ze ook in het bestuur zat. De oudste dochter Annie Doezie speelde toneel en was een goed en veelzijdig atlete bij TOV. Beide dochters trouwden in 1935 en 1936, Jantje met gemeenteambtenaar Siem de Man die zich tijdens de bezetting zou ontpoppen tot prominent illegaal werker en jodenhelper in Zeist (Ernst Casimirlaan 19).

Vader Jan Doezie was een enthousiast beoefenaar van de wandelsport. Bestuurlijk was hij actief als penningmeester van Arbeidersmuziekvereniging ‘Voorwaarts’ in 1936 en in de volgende jaren secretaris van de Arbeiderstoneelvereniging ‘Tot steun in den Strijd”. Deze vereniging had niet de minste doelstellingen:

Doel. Art. 3: De bond beoogt – naast het dienen der kunst en het zuiver spreken der Nederlandsche taal – het tooneelspel dienstbaar te maken aan de propaganda voor de Arbeidersklasse, zoodat die haar uitdrukking vindt in de geheele moderne strijdende arbeidersbeweging.

Tijdens de bezetting namen de gezinnen op Bilderdijklaan 27 en 29 elk een van de zusjes Hannie (Hanna, 1927) en Sara (1930) à Cohen kortere of langere tijd in onderduik. Mogelijk kwamen deze joodse onderduikstertjes via illegale contacten van Siem de Man naar Zeist en naar de Bilderdijklaan. Jan en Johanna Doezie-Faber waren immers de schoonouders van LO-voorman De Man.

Sara à Cohen bevond zich bij de bevrijding ten huize van het gezin Doezie-Faber. Hoe haar onderduikroute tot dan verlopen was, is niet bekend. Eerder was haar zuster ondergebracht bij de buren Drooger-Veeter op nummer 29 en dat kan een link zijn. In Zeist woonde overigens ook Reina Rachel Reimer-à Cohen Treves, en een eventuele familierelatie zou de onderduik in Zeist ook kunnen verklaren.

In elk geval heeft hun tante Anna van der Star-Windemuller een rol gespeeld bij de onderduik van de meisjes. Zij was de echtgenote van de violist Abraham van der Star die als gemengd gehuwde joodse man illegaal werk verrichtte.

In het register van illegalen, waarin na de bevrijding de valse persoonsregistraties in het bevolkingsregister van Zeist werden verzameld, bevinden zich ook valse persoonsregistraties op naam van een echtpaar ‘Jacobus Maarten en Johanna Petronella Verburg-van ’t Hof’. Gelet op hun leeftijd en relatie was dit ongetwijfeld een joods echtpaar. Ze zouden op 2 maart 1942 op Bilderdijklaan 27 zijn ondergedoken en op 1 mei 1944 naar Charlotte de Bourbonlaan 32 zijn gegaan.

In een interview van medio december 1996 zou de toen bijna 70-jarige Hannie Pimentel-à Cohen verklaren dat haar onderduikroute haar achtereenvolgens naar Harderwijk, Zeist (gezin Drooger-Veeter), Utrecht en Amersfoort had gevoerd. In Amersfoort zat Hannie ondergedoken in een dansschool. Bij een razzia trof een Duitse soldaat haar aan in de keuken. Hij zei tegen Hannie dat ze geen zorgen hoefde te maken, want hij zou haar niet verraden’. Dat deed hij ook niet, zodat ze door het oog van de naald kroop.

Hannie à Cohen was niet de enige onderduiker die kort verbleef op Bilderdijklaan 29. De joodse advocaat Emile Francesco Moresco verbleef daar ook korte tijd, tot hij terecht kon bij andere SDAP’ers in Zeist, namelijk bij het echtpaar Rauwerdink-van Sonderen, op de bovenwoning van Oude Arnhemseweg 271.

Niet duidelijk is welk risico het onderduiken van zoon Cor Drooger junior – voor de Arbeitseinsatz? – met zich meebracht voor de onderduiksituaties(s), maar het zou goed gaan.

Voor de bezetting had het gezin van de zusjes à Cohen-van der Star in 1939 nog enige tijd in Amsterdam het 8-jarige joodse vluchtelingetje Wilma Landau in huis genomen. Dat meisje werd tot dan toe verzorgd in een tehuis. Uiteindelijk was Wilma terug naar Duitsland gebracht en met fataal gevolg gedeporteerd.

Het gezin à Cohen-van der Star was op 15 januari 1943 binnengebracht in Kamp Westerbork en enkele dagen later naar Kamp Vught gebracht, waar de ouders werkzaam waren als bontwerkers. Het was de Duitse Stellvertreter niet gelukt om de door hen in Amsterdam achtergelaten bontwerkerij te exploiteren en de man had weten te bewerkstelligen dat het gezin eind februari terugkwam naar Amsterdam.

Daardoor hadden de ouders verondersteld dat ze geen gevaar meer liepen. Op aandringen van Anna van der Star-Windemuller hadden ze erin toegestemd om hun dochters toch te laten onderduiken. Voordat het zover was gekomen, was het gezin opnieuw opgepakt. Dochter Hannie was naar de Joodse Schouwburg gebracht en haar zusje Sara was in de tegenoverliggende crèche ondergebracht. Hannie was erin geslaagd om de Joodse Schouwburg uit te komen – ze was gewoon naar buiten gelopen – en Sara was over de schutting van de crèche getild en op die manier ontkomen. De twee zusjes waren naar hun tante Anna van der Star-Windemuller gebracht, waarna alsnog onderduikplaatsen voor hen waren gezocht.

Op de kampkaart van Abraham à Cohen was in Kamp Vught genoteerd dat hij 4 Portugese grootouders had. Dat klopt, want de achternamen van zijn grootouders waren à Cohen Treves, Querido, Nunes Vaz en Da Silva Rosa. De toevoeging Treves verwees naar het Duitse Trier en was later in onbruik geraakt. In het bevolkingsregister van Amsterdam was à Cohen als de officiële achternaam geregistreerd. De notitie wees op een poging van Sefardische Joden in Nederland om tijdens de bezetting te overleven.

Dat probeerden ze door in te spelen op de rassenleer van de nazi’s. Er werd op gewezen dat de Sefardim, die in de zestiende eeuw uit Spanje en Portugal waren verjaagd, er anders uitzagen dan de Asjkenazim, die in de loop der eeuwen vanuit Duitsland en Oost-Europa naar Nederland waren gekomen. Doordat de Inquisitie de Portugese joden gedwongen had bekeerd, zou die groep vermengd zijn geraakt met katholieke, niet-joodse bevolkingsgroepen. Dat zou zich uiten in lichamelijke kenmerken, waarvan het belangrijkste was dat Sefardim-schedels langwerpiger waren dan die van de Asjkenazim. Ook zouden de Sefardim een andere neus hebben.

De zogenaamde Aktie Portugesia, waar veel energie in gestoken werd, overtuigde de bezetter uiteindelijk niet. Op 1 februari 1944 werd alsnog een razzia uitgevoerd op de Portugese joden.

Blijkbaar was de komaf van Abraham à Cohen geen reden geweest om hem uit te zonderen van vervolging. Meer dan een half jaar voor de razzia waren zijn echtgenote en hij al weer gearresteerd. Op 21 juli 1943 werden ze opnieuw geïnterneerd in Kamp Vught. Mietje à Cohen-van der Star moest op 15 november 1943 naar Kamp Westerbork, vanwaar ze diezelfde dag werd gedeporteerd naar Auschwitz. Ze werd op 31 januari 1944 vermoord. Waarom haar echtgenoot achterbleef is niet duidelijk. Hij volgde op 23 maart 1944 en stierf op 9 mei 1945 in Midden-Europa.

Toen de bevrijding in Nederland kwam, waren de zusjes Hannie (18 jaar oud) en Sara (14) hun ouders en veel leden van hun grote familie van vaders- en moederskant verloren. Hun grootouders waren vermoord en de meesten van hun 10 ooms en tantes en hun kinderen. Aan de à Cohen-kant had alleen verder nog een neef overleefd, en aan de Van der Star-kant alleen oom Joop (Joseph) van der Star en tante Anna Feitsma-van der Star. Anna woonde in de jaren 1939- 1946 met haar echtgenoot in Nederlands-Indië, waar ze in een Jappenkamp gevangen had gezeten. Ook was er nog familie van hun grootmoeder Sara van der Star-van der Ster in leven. Met deze Rotterdamse tak was echter nauwelijks contact in die tijd.

Na hun terugkomst uit onderduik werden Hannie en Sara à Cohen in Utrecht opgevangen door hun tante Anna van der Star-Windemuller, wier echtgenoot Abraham begin 1944 wegens zijn illegaal werk was verraden. Vanuit de strafbarak 67 van Kamp Westerbork was hij op 3 september 1944 gedeporteerd en niet meer teruggekomen.

Het verblijf in Utrecht duurde tot in mei 1946, toen hun tante Anna Feitsma-van der Star hen naar Amsterdam wilde hebben, om ze een joodse opvoeding te geven. De meisjes hielden echter wel een levenslange band met hun tante in Utrecht. Anna en Flip Feitsma-van der Star, die de bezetting dus in Nederlands-Indië hadden doorgemaakt, verbleven in die tijd bij Anna’s pasgetrouwde broer Joop van der Star, een militair.

Op 19 maart 1942 kreeg de uit Amsterdam afkomstige kunstschilder ‘Johan van der Star’ een valse registratie op het adres Vijverlaan 13 in Zeist. Deze Van der Star zou geboren zijn op 26 juli 1908 in Amsterdam in de Van Tienhovenstraat 19II in Amsterdam. Dat was de ouderlijke woning van Joop van der Star, die daar op 26 juli 1918 was geboren. ‘Johan van der Star’ stond dus voor Joop (Joseph) van der Star, maar bij zijn nazaten is niets bekend over onderduik in Zeist voor kortere of langere tijd.

Hij had ondergedoken gezeten op twee adressen in Amsterdam. Op het tweede adres was hij gaan wonen met zijn vrouw, waarmee hij op 2 juli 1943 illegaal getrouwd was.

Joop en zijn zuster Anna waren dus de enige overlevenden uit hun ouderlijke gezin Van der Star-van der Ster. Hun ouders Mozes en Sara van der Star-van der Ster, zuster Mietje à Cohen-van der Star en haar echtgenoot, zuster Sientje Sajet-van der Star, haar echtgenoot en 16-jarige zoon en gemengd gehuwde broer Abraham van der Star (begaafd violist en tijdens de bezetting verzetsman) waren vermoord.

Na tijdelijke terugkeer uit Indonesië trok het echtpaar Feitsma-van der Star in bij Joop van der Star, zijn vrouw en dochter. Toen daar ook Sara en Hannie bijkwamen verhuisde het echtpaar Feitsma-van der Star een maand later met de hun beide nichtjes naar de Amsterdamse Wakkerstraat. Vervolgens vertrok het echtpaar met de meisjes naar Nederlands-Indië, waar ze zich opnieuw vestigden voor de periode oktober 1947 – oktober 1949.

Na terugkomst in Nederland begonnen Hannie en Sara à Cohen elk aan een eigen leven. Hannie volgde een opleiding als apothekersassistente. Sara, ook Pup genoemd, werd verpleegkundige.

Hannie á Cohen trouwde met Loek (de Souza) Pimentel die tijdens de bezetting ondergedoken had gezeten in een klooster in Limburg. In mei 1948 hadden de joodse inwoners van het mandaatgebied Palestina de onafhankelijke staat Israël gesticht, en daar vertrok het echtpaar Pimentel-à Cohen naar toe, voor een nieuwe toekomst. Loek Pimentel vestigde zich als ondernemer in Israël. In Eilat richtte hij het eerste hotel op, waar ook Hannie een tijdje als manager werkte. Later bezat hij nog verschillende andere zaken: een fabriek voor Japanse jaloezieën, een parfumerie en een keten van schoenenwinkels. Het echtpaar kwam vrijwel elk jaar naar Nederland. Dan had Hannie Pimentel-à Cohen contact met Cor Drooger junior. Zij bezochten ook altijd het Limburgse klooster. Tot groot verdriet verloren zij hun enige zoon op 35-jarige leeftijd vanwege een hartaanval. Hun laatste levensjaren woonden zij in Nordia, waar ze ook zijn overleden.

Sara à Cohen kreeg verkering met Dolf (Rudolf) de Roos (1931). Ze hadden in 1942 bij elkaar in de vierde klas gezeten van de Herman Eiteschool in Amsterdam.

Rudolf de Roos was met zijn ouderlijke gezin eind september 1943 binnengebracht in Kamp Westerbork en op 1 februari 1944 gedeporteerd naar Bergen Belsen. Daar was vader Isidoor de Roos gestorven. Op 13 april 1945 had een Amerikaanse tankbrigade bij Farsleben, een dorpje op zo’n vijftien kilometer ten noorden van Magdenburg, een ‘dodentrein’ aangetroffen. Die had daar al een tijd stilgestaan en de machinist was spoorloos verdwenen. Dolf de Roos, zijn moeder en een twee jaar jonger broertje werden bevrijd.

Na de bevrijding begon Dolf de Roos een studie aan de Technische Universiteit Delft. Na afronding daarvan trouwden Sara (inmiddels 26 jaar) en hij in 1956, waarna ze in datzelfde jaar nog op een scooter over de Alpen naar Genua reden. Daar scheepten ze zich in voor Israël. Dolf de Roos ging daar als ingenieur werken bij het Weizmann-instituut in Rehovot en Sara als verpleegster. In de aflevering van 15 december 1965 van het Nederlandstalige ‘Tijdschrift voor ziekenverpleging’ publiceerde Sara de Roos-à Cohen een artikel onder de titel ‘Hospitals in Israël’. Sara en Dolf kregen vier zonen.

De families van Hannie en Sara hadden een hechte band met elkaar.

Dolf de Roos wilde nooit meer terug naar Nederland. Na zijn overlijden kwam zijn weduwe in 2007 met haar zoons en schoondochters naar Nederland, waarbij ze ondermeer langs de voormalige onderduikadressen gingen. Ze bezochten toen ook de Bilderdijklaan, maar door vernummering van de huisadressen herkende Sara wel haar voormalige onderduikadres, maar raakte ze toch in verwarring omdat de nummers niet klopten.

Medio december 2010 reageerde ze nog (kritisch) op de betrokkenheid van Joods Maatschappelijk Werk bij het toen ingestelde ‘Wezenfonds’ voor oorlogswezen:

‘*Ik neem aan dat ik onder voogdij van de Ezrath-Lajeled was totdat ik onder voogdijschap van een oom ben gekomen ergens in 1946. Verder denk ik dat de JMW als ze nog iets willen restitueren, wachten totdat we allemaal in de ‘Olam Habah’ (toekomstige wereld, GV) zijn. M.V.G.

Sara de Roos a-Cohen, Nof Ayalon, Israël, 18 december 2010*’.

‘*Zijn die 4 euro's gebonden aan index en rente? Ik denk echter dat ze in elk geval zullen wachten tot we allemaal in de ‘olam haba’ zijn. M.V.G.,

Sara de Roos, Nof Ayalon, Israël, 19 december 2010.*’

Over hoe de zusters hun onderduiktijd in Zeist en elders hadden beleefd, hebben ze nooit uitgebreid verteld. Uit het feit dat Hannie Pimentel-à Cohen contact hield met Cor Drooger junior kan afgeleid worden dat de verhoudingen goed waren geweest. Maar over de bezettingsjaren, die zoveel ellende met zich mee hadden gebracht, werd binnen hun familie niet meer gesproken. Vragen werden beantwoord, maar daar hield het mee op.

Ook van de onderduikgevers zijn (nog) geen rapportages gevonden. Half mei 1945 zette Cor Drooger senior met J.H. Scheps, B. Klooster, L.J. Brons, G.M. Rijfkogel (F. v. d. Ploeg),  G. J. van Elst en mevr. van Soest zijn handtekening onder een perscommuniqué namens het voorlopig Bestuur van de Federatie van de Sociaal Democratische Arbeiderspartij in Zeist. Aan de burgerij van Zeist werd meegedeeld dat de illegale werkgroep van de Federatie Zeist, die tijdens de bezetting, in het verborgene had gewerkt, nu weer in de openbaarheid trad. Maar getuigenissen over de bezettingstijd zijn nog niet gevonden.

Het echtpaar Drooger-Veeter zou in Zeist of omgeving blijven wonen voor de rest van hun leven. Hun buren, het echtpaar Doezie-Faber verruilde in 1963 Zeist voor het Friese Ooststellingwerf.

Bronnen:

  • Mededelingen van Lex van der Star en Joop van der Star
  • JCC-verklaring, onderduik Hanna à Cohen (Treves) op Bilderdijklaan 27 in Zeist
  • PICS, onderduik Sara à Cohen (Treves) op Bilderdijklaan 29 in Zeist
  • Gemeentearchief Zeist, oud bevolkingsregister, gezinnen Doezie-Faber en Drooger-Veeter; 1499-1500, register van illegalen, ‘Jacobus Maarten en Johanna Petronella Verburg-van ’t Hof’
  • Geheugen van Zeist, collecties, De Zeister Courant, meerdere vermeldingen van leden van de gezinnen Doezie-Faber en Drooger-Veeter
  • Geheugen van Zeist, Zeister Post van 12 mei 1945, perscommuniqué namens het voorlopig Bestuur van de Federatie van de Sociaal Democratische Arbeiderspartij in Zeist
  • Zie voor de onderduik van Emile Francesco Moresco bij het echtpaar Rauwerdink-van Sonderen het bewezen onderduikadres Oude Arnhemseweg 271
  • nos.nl/artikel/2002798-vergeten-list-met-de-nazi-rassenleer, over Sefardische joden
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor het gezin à Cohen-van der Star, Abraham van der Star en het gezin De Roos-Barends
  • profs.library.uu.nl, curriculum vitae Cor Drooger junior (1923-2008)
  • collectie.verzetsmuseum.org, objectcategorie gereedschap, objectnummer 17420, vervalsingswerk C.W. Drooger
  • www.staal.bz, kwestie beheer Wezenfonds door Joods Maatschappelijk Werk
  • Digitaal joods monument, Mozes van der Star, Sara van der Star-van der Ster, Sientje Sajet-van der Star, Mietje à Cohen-van der Star en Abraham van der Star
  • www.erelijst.nl, Erelijst van gevallenen, Abraham van der Star

1. Bilderdijklaan 23 (rechts) en 21 (links)

2. Uit het Verzetsmuseum in Amsterdam

3. Cor Drooger junior

4. Het echtpaar Henk en Jo Rauwerdink-van Sonderen tijdens de huwelijkssluiting

5. Sara a-Cohen (links) en Wilma Landau

5.a. Wilma Landau (NA 2.09.45 – inv 497)

6. Perscommuniqué van de ex-illegale werkgroep Zeist van de SDAP de Zeister Post van 12 mei 1945

7. Mozes van der Star

8. De vierde klas van de Herman Elteschool in 1942

9. Het Amerikaanse leger stuit bij Farsleben-op een trein vol joodse concentratiekampgevangenen