Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 230-232, en het Supplement, pagina’s 14-17; aangevuld met valse persoonsregistratie)
Onderduikers:
- Meijer Elburg (Hilversum, 10 augustus 1903 – Melbourne, Australië, circa 1974)
- echtgenote Bertha Elburg-Hermann (Keulen, 5 december 1907 – 27 augustus 1996)
Valse persoonsregistratie op dit adres voor:
- Karl Wollin, gehuwd, ingenieur (Praag, 16 juli 1892 – Hilversum, 29 juni 1972)
Onderduikgevers:
- Teunis Kleuver, monteur, vertegenwoordiger (Zeist, 13 augustus 1912 – Zeist, 17 februari 1985)
- echtgenote Frouke Kleuver-Dokter (Musselkanaal-Onstwedde, 24 april 1916 – Zeist, 31 maart 2006)
Tijdens de bezetting geen kinderen (een miskraam)
Op het tennispark van Griffensteijn, waar het idee van het boek ook deels ontsproot, gaf Manou Dolmans door dat ze nog wel een onderduikadres wist. Via Manou kwamen we terecht bij Maja Kleuver in Duitsland. Het bleek om Berkenlaan 9 te gaan, een adres dat in het boek uitsluitend is behandeld in relatie tot onderduikers op Berkenlaan 7. Maar op Berkenlaan 9 hadden ook onderduikers gezeten. Of Maja Kleuver meer wilde vertellen over de onderduiksituatie in het huis van haar ouders:
‘Ja, ik ben daartoe bereid echter, met enige schroom voor de praktische gevolgen.’
Vervolgens kwam Maja met een indrukwekkende hoeveelheid documenten en foto’s. Haar vader Teunis Kleuver is in het grote ‘Onderduikboek’ genoemd, omdat hij zijn oudere broer en zusters hielp bij de verzorging van het joodse onderduikgezin Sturhoofd-Wallage. Met zijn vieren kregen ze daarvoor de Yad Vashem-onderscheiding. Het echtpaar Tom (zoals Teunis genoemd werd) en Frouke Kleuver-Dokter had echter zelf op Berkenlaan 9 onderduik gegeven aan een joods echtpaar.
Zoals al in het Onderduikboek en het Supplement daarop was aangegeven, werd op Berkenlaan 9 – naast de daar ondergebrachte joodse onderduikers – op 24 september 1943 de Nederlands Hervormde ingenieur ‘Karel Wollin’ vals geregistreerd, zoon van het echtpaar ‘Jacobus Willem en Anna Wollin-Novotny (Middelburg, 18 oktober 1868 respectievelijk Brno, 18 oktober 1868)’. Foutje van de vervalsers: gelijke geboortedata? Wollin zou afkomstig zijn van het adres Waalsdorperweg 138 in Den Haag.
Deze gegevens leidden meteen naar de joodse scheikundig ingenieur Karl Wollin, met dezelfde geboortedatum. Niet bekend is of hij daadwerkelijk op Berkenlaan 9 ondergedoken heef gezeten – het was wel een bewezen onderduikadres.
Hij overleefde de bezetting wel. In maart 1950 luidde de toelichting op zijn aanvraag om genaturaliseerd te worden als volgt:
‘De staatloze verzoeker Karl Wollin, genoemd in artikel 1 onder 15e., werd in 1892 in Praag (Tsjecho-Slowakije) geboren. Hij woont sinds 1939 onafgebroken in ons land en heeft zich aan de Nederlandse zeden en gewoonten aangepast. Hoewel hij van Joodsen bloede was, hebben de bezetters hem niet gedeporteerd, omdat hij gemengd gehuwd was. Toen hij in Juli 1944 opgeroepen werd om op een vliegveld te gaan werken, is hij ondergedoken. Als scheikundige heeft adressant een positie in het Nederlandse bedrijfsleven verworven. Het Ministerie van Economische Zaken verzocht de naturalisatie-aanvrage bij voorrang te behandelen.’
Het lijdt geen twijfel of Karl Wollin heeft de Nederlandse nationaliteit gekregen. Of hij daadwerkelijk ondergedoken had gezeten op Berkenlaan 9 is niet bekend. In elk geval heeft Maja Kleuver nooit gehoord van Karel Wollin die de oorlog in onderduik overleefde. Het adres Berkenlaan 9 werd ook genoteerd voor Sara Sturhoofd-Wallage en zij zat met haar echtgenoot en zoontjes ondergedoken op Berkenlaan 7. Waarmee maar bevestigd wordt dat de adressen van de valse persoonsregistraties niet altijd kloppen.
Maja Kleuver kan wel vertellen over diegenen die daadwerkelijk onderduik hadden gekregen op Berkenlaan 9. Dat waren Frits (Meijer) Elburg en diens echtgenote Bertha Elburg-Hermann. Dit joodse echtpaar kwam uit Den Haag, maar in Zeist werd hun identiteit door illegaal opererende ambtenaren aangepast. Ze zouden gewoond hebben op Elandstraat 126 in Amsterdam. ‘Bertha Elburg-Herman’ werd de dochter van ‘Willem en Anna Hermans-Staal’. Merkwaardig genoeg liet men Meijer Elburg – die in de wandeling Frits werd genoemd – zijn joodse voornaam behouden. Hij zou de zoon zijn van ‘Herman en Jansje Elburg-Koren’.
In werkelijkheid heetten die ouders Jacob en Elisabeth Elburg-Zwelheim. De in Maarssen geboren koopman Jacob Elburg (1877) werd voorzanger (gazzan) en godsdienstonderwijzer. Als zodanig werkte hij in Zwolle, Eibergen en Tiel. Met zijn uit Hilversum afkomstige echtgenote Elisabeth Zwelheim (1870) kreeg hij acht kinderen, waarvan er bij de bezetting nog zeven leefden.
Zijn echtgenote bleef deportatie bespaard – ze overleed op 28 september 1942 in Tiel. Zoon Arie Elburg was rabbijn in Zaltbommel, maar vluchtte en werd legerrabbijn op Java. Hij kwam aan zijn einde in een Japans interneringskamp.
In maart 1943 probeerde Jacob Elburg wanhopig en tevergeefs een onderduikadres te vinden in Tiel. Zijn zoon Eleazer Elburg en zijn gezin waren toen al gedeporteerd. Eleazers echtgenote en hun drie kinderen waren al op 22 oktober 1942 vergast in Auschwitz en daar was hij zelf op 28 februari 1943 ook gestorven. Jongste dochter Henriette Cohen-Elburg en haar echtgenoot waren eveneens al gedeporteerd en op 9 april 1943 vergast in Sobibor. Een dikke maand later, op 14 mei 1943, onderging vader Jacob Elburg hetzelfde lot, op 11 juni 1943 gevolgd door zijn ongehuwde oudste dochter Johanna.
Slechts drie kinderen van het echtpaar Elburg-Zwelheim overleefden de bezetting, waarvan twee door hulp die ze in Zeist kregen.
In het begin van de bezetting woonde Tom Kleuver op Berkenlaan 7, bij zijn zusters Wijntje en Cor en zijn broer Kees die een pension hadden. Maja Kleuver karakteriseert haar tantes en ooms als zeer bescheiden, prettige mensen die geliefd waren in hun nabije omgeving. Wijntje – de bindende factor van de familie – en Cor Kleuver hadden bij gegoede families in Rotterdam en zelfs in Engeland gewerkt. Nadien kwamen ’s zomers Engelse gasten naar het pension. Hun broer Kees was tuinman geweest bij een familie in Bosch en Duin.
Cor Kleuver was gereformeerd en ging als enige van de familie elke zondag – en vaak tweemaal – naar de kerk aan de Bergweg, bij de vroegere molen. Wijntje, Cor en Kees Kleuver bleven ongetrouwd en verzorgden ook hun broer Jan die een geestelijke beperking had.
Tom Kleuver trouwde op zijn 30e met Frouke Dokter, op 19 november 1942. Hij kon Berkenlaan 9 van zijn broer huren en het jonge paar nam vrijwel meteen het kinderloze joodse echtpaar Frits en Bertha Elburg-Hermann in huis. Die waren, samen met Frits’ zuster Rebecca Elburg, per 3 januari 1942 ingeschreven in het bevolkingsregister van Zeist, op het adres Professor Lorentzlaan 97. Op dat adres zijn ze vermoedelijk geen van allen geweest. Waar Rebecca – op haar valse persoonsbewijs ‘Renate’ – Elburg onderdook, is niet bekend. Ze zou de bezetting overleven en de leeftijd van 97 jaar bereiken. Haar broer en schoonzuster kregen dus onderduik op Berkenlaan 9. Langs welke wegen die onderduik tot stand kwam, is niet meer te achterhalen.
Op de valse persoonsregistratie van Frits Elburg stond dat hij toonkunstenaar was, maar hij was in werkelijkheid van beroep kleermaker. Hij liep moeilijk, want hij had een verkort been, waaraan hij een verhoogde schoen droeg. Hij kon ook niet gewoon op een stoel zitten, en zat dan op één bil, waarbij het korte been vanaf de knie naar beneden hing. De relatie tussen onderduikgevers en onderduikers was goed. Frits Elburg was een vrolijke man en de kleine Maja Kleuver was gek op hem. Hij nam alle tijd voor haar en tekende op haar verzoek vogeltjes. Ook tussen Bertha Elburg-Hermann en het echtpaar Kleuver-Dokter klikte het.
De Kleuvers waren voorzichtig. In geval van gevaar – ook voor Tom Kleuver, in verband met de Arbeitseinsatz – kon er geschuild worden in een ondergrondse, geprepareerde schuilkelder achter in het bos bij Berkenlaan 7. Het echtpaar Elburg-Hermann kon zich ook verstoppen in een kleine ruimte onder de vloer van een kast op de eerste verdieping. Ze mochten nooit in de buurt van de ramen komen. Frouke Kleuver-Dokter werd woedend, toen ze Frits Elburg al rokend voor een raam betrapte. Maja Kleuver: ‘De beer was los!’
Frouke Kleuver-Dokter was alert op dreigend gevaar en wist te reageren. Dat bleek wel toen er bij afwezigheid van haar echtgenoot – die op jacht was naar voedsel – twee Duitse militairen aan de deur kwamen, die naar hem vroegen. Op dat moment zag ze tot haar grote opluchting haar man in de verte aankomen. Omdat ze een huiszoeking moest voorkomen, was ze gedwongen om hem te verraden. ‘Dáár is mijn man!’ De militairen haastten zich om Tom Kleuver aan te houden. Hij werd gevangen gezet in het Bisonpark. Zijn echtgenote bracht hem daar eten en warme kleding, maar vroeg ook de huisarts om hulp. Die schreef een verklaring dat gevangene Kleuver ziek was – hij was inderdaad maagpatiënt – en daarom in vrijheid gesteld moest worden. Aldus geschiedde, maar Tom Kleuver had een week in een natte, ijskoude omgeving gezeten, zonder behoorlijke voorzieningen. En in grote spanning, want een gang voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland dreigde. Hij zat al in een vrachtwagen, toen zijn echtgenote de verlossende doktersverklaring kon overleggen.
Frits en Bertha Elburg-Hermann overleefden de bezetting op Berkenlaan 9. Na de bevrijding bleef er een hartelijke relatie bestaan tussen de voormalige onderduikers en hun onderduikgevers. Via het echtpaar Elburg-Hermann kreeg het echtpaar Kleuver-Dokter ook een vriendschappelijke relatie met andere joodse echtparen, zoals de zuster en zwager van Bertha Elburg-Hermann, Fritz en Roosje Gerson-Hermann. Die relaties bleven bestaan toen de beide joodse echtparen emigreerden, naar Australië respectievelijk Argentinië, zij het dat het contact nadien vooral schriftelijk verliep.
Bij een bijeenkomst in het Koninklijk Instituut voor de Tropen werden op 23 november 1977 30 onderduikgevers onderscheiden als ‘rechtvaardigen onder de volkeren’. Deze onderscheiding was door het echtpaar Sturhoofd-Wallage aangevraagd voor Cor, Kees, Wijntje en Tom Kleuver. De eerste twee waren inmiddels overleden, in 1973 respectievelijk 1977.
In datzelfde 1977 liet het echtpaar Elburg-Hermann een boom planten voor Tom en Frouke Kleuver-Dokter. Het echtpaar zou tot het laatst toe grote dankbaarheid belijden. In 1992 schreef de bejaarde weduwe Bertha Elburg-Hermann nog vanuit Australië:
‘De lieve God en jij Frouke en je lieve echtgenoot Tom hebben ons 3 jaar beschermd en dus het leven gered. Hoe kunnen wij dat goed maken? Wij zijn altijd dankbaar geweest en tot onze laatste adem blijven wij dankbaar en wensen jullie het allerbeste.’
In de eerste jaren van hun huwelijk hadden Tom en Frouke Kleuver-Dokter op Berkenlaan 9 meer dan tweeëneenhalf jaar onderduik gegeven. Dat kwam niet vaak voor. Meestal moesten volwassen onderduikers na enige tijd naar een ander adres. Het moet een zware last zijn geweest voor het pasgetrouwde echtpaar. Wat de gevolgen waren van de grote spanningen van het gevaarlijke onderduik geven, is niet met zekerheid te zeggen.
Die spanningen zullen de ernstige maagklachten van Tom Kleuver geen goed hebben gedaan. Desondanks leek hij aanvankelijk een zakelijke en ondernemende man, maar gedurende de laatste twintig jaar van zijn leven werd hij in toenemende mate gekweld door de ziekte van Parkinson. Uiteindelijk was hij jarenlang bedlegerig, wat voor hem en zijn naasten een hard gelag was. Op Frouke Kleuver-Dokter kwam veel neer. Haar dochter Maja schetst haar moeder als een sterke en daadkrachtige persoonlijkheid, die voor haar gezin en drie inwonende ouderen zorgde.
Maja Jeanette Kleuver over haar familie:
‘… Zoals het ruisen van de wind door hun levende Bos
stromen immer herinneringen naar mijn dierbare familie
Mensen die het Leven zo Eerden en Liefdevol Omarmden.’
Bronnen:
- Mededelingen van Maja Kleuver
- www.delpher.nl, Koninklijke boodschap aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, 25 maart 1950, aanbieding tot overweging van een ontwerp van wet tot naturalisatie van 23 personen (waaronder Karl Wollin)
- www.maxvandam.info, gezin Elburg-Zwelheim
- www.joodsmonument, Jacob Elburg en familie
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ’Meijer en Bertha Elburg-Hermans’, ‘Renate Elburg’ en ‘Karel Wollin’; oude bevolkingsregister
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Meijer en Bertha Elburg-Hermann, Rebecca Elburg en familieleden
1. Oude foto van Berkenlaan 9 en 11
1.a. De valse registratie van Karel Wollin in het bevolkingsregister van Zeist
2. Jacob Elburg, rabbijn en voorzanger in Tiel, circa 1920-1940 (JHM)
3. De familie Kleuver, waarvan vier leden de Yad Vashem-onderscheiding kregen
4. Het echtpaar Teeunis en Frouke Kleuver-Dokter in november 1942
5. Achter v.l.n.r. Berta Elburg, Frouke Kleuver en Rebecca Meijer, 2 gasten voor. In Juni 1951
6. Berta Elburg-Hermann in 1958
7. Frits Elburg in 1958
8. Foto genomen in juni 1951. Achter v.l.n.r. Berta Elburg-Hermann, Frouke Kleuver en Rebecca Elburg, voor twee onbekende gasten
9. Frits en Bertha Elburg-Hermann in Australie in 1958
10. Palmboom










