Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 230-232, en Supplement, pagina’s 14-17; bewerkt en uitgebreid met informatie over predikant Dirk Prins)
De arrestaties op dit adres maken deel uit van vier opeenvolgende arrestatie-acties op maandag 15 januari 1945:
– Berkenlaan 7
-
Amalia van Solmslaan 37
-
Amalia van Solmslaan 65
-
Louise de Colignyplein 8,
waarna de in totaal tien gearresteerde joodse onderduikers op 23 januari 1945 bevrijd werden uit het politiebureau op Utrechtseweg 141
In memoriam:
- Jodenhelper Dirk Cornelis Prins, gereformeerd predikant (Amersfoort, 21 januari 1888 – Neuengamme, 18 februari 1945)
Onderduiker:
- Alexander Sturhoofd, handelaar in textiel (Amsterdam, 17 februari 1902- Benidorm-Spanje, 5 januari 1977)
Gearresteerde joodse onderduikers:
- echtgenote Saartje Sturhoofd-Wallage (Onstwedde, 5 januari 1906 – 1979)
- zoon Jacques Sturhoofd (Den Haag, 23 maart 1930 – Amstelveen, 14 oktober 2010)
- zoon Max Sturhoofd (Den Haag, 2 juni 1934 – Veenendaal, 26 september 2008)
Valse persoonsregistratie op naam van:
- Julien van der Burg (Soerabaja-Nederlands-Indië, 6 december 1923)
Onderduikgevers:
- Cornelis Kleuver, ongehuwd, tuinman (Zeist, 30 december 1894 – Zeist, 13 juni 1977), woonachtig op Berkenlaan 7
- zus Wijntje Gerrigje Kleuver, ongehuwd (Zeist, 7 juli 1890 – Zeist, 11 december 1985), idem
- broer Jan Kleuver, ongehuwd (Driebergen, 12 maart 1896 – Zeist, 2 oktober 1953), idem
- zus Cornelia Kleuver, ongehuwd, huishoudster (Zeist, 20 september 1891 – Zeist, 22 januari 1973), idem sinds 20 maart 1944
- broer Teunis Kleuver, gehuwd, vertegenwoordiger (Zeist, 13 augustus 1912 – Zeist, 17 februari 1985), woonachtig op Berkenlaan 9
In oktober 1942 zoekt het joodse echtpaar Alexander en Saartje Sturhoofd-Wallage uit Laren een onderduikadres om aan deportatie te ontkomen. Hun twee tienerzonen worden opgenomen door een Amsterdamse predikant. Een collega-predikant, Dirk Prins, brengt het echtpaar onder in Pension ‘Kleuver’, op Berkenlaan 7 in Zeist.
Het pension staat op naam van de vrijgezelle Wijntje Kleuver, maar naar verluidt werken haar vrijgezelle broers Cornelis (tuinman), Jan en zuster Cornelia (huishoudster) mee.
Omdat de Kleuvers altijd pensiongasten in huis hebben gehad, trekken de nieuwe gasten nauwelijks aandacht. Maar ze worden omwille van hun eigen veiligheid zo veel mogelijk apart gehouden van andere pensiongasten. Het echtpaar Sturhoofd-Wallage kan wel vrij door de tuin lopen. De buurman is namelijk de jongere en gehuwde broer Teunis Kleuver van de onderduikgevers. Hij woont in het buurpand en helpt zijn oudere broers en zussen in hun zorg voor de onderduikers en de verzorging van de pensiongasten. (Teunis Kleuver en zijn echtgenote hebben zelf ook onderduikers in huis). Er ligt een grote moestuin achter Berkenlaan 7, zodat er altijd genoeg te eten is. Het echtpaar betaalt 100 gulden per week aan pensiongeld.
Het echtpaar Sturhoofd-Wallage staat in geschreven in het bevolkingsregister van Zeist. De illegale werkers op de gemeentesecretarie hebben hen elk een valse identiteit bezorgd: Jan (leraar) en Johanna Oberheide-Land. In Amsterdam wordt het steeds gevaarlijker voor hun zonen. Desgevraagd, vinden de broers en zussen Kleuver het goed dat de jongens ook naar hun pension komen. Ze brengen daar geen extra kosten voor in rekening. Op 26 juni 1977 zullen Wijntje, Cornelia, Cornelis, Jan en Teunis Kleuver door Yad Vashem worden erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren.
Jacques (1930) en Max (1934) Oberheide worden eveneens ‘gelegaliseerd’ op de gemeentesecretarie. Ze gaan Jacques – roepnaam Jaap – en Max Oberheide heten. Onder die namen gaan ze, om geen argwaan te wekken, gewoon naar school. Max naar de Van Heemstraschool in Driebergen en Jaap naar de ULO aldaar. Het hoofd van de ULO, Marinus Lokerse, is ervan op de hoogte dat zijn nieuwe pupil van joodse afkomst is.
Het gaat lang goed, tot maandag 15 januari 1945. In de ellendige Hongerwinter moeten ook Saartje Sturhoofd-Wallage en haar elders in Zeist ondergedoken schoonzus Sara Gompers-Sturhoofd er op uit om aan voedsel te komen. Door pech, in letterlijke en figuurlijke zin, lopen ze tegen de lamp.
Het Judenreferat IV B 4 van de Sicherheitspolizei is tijdelijk verhuisd van Den Haag naar Velp. Die dag rijden de drie medewerkers Nagel, Verbaan en Westerdijk, elk op een motor, naar Velp. Op de Woudenbergseweg krijgt Nagel pech. Terwijl de drie mannen langs de weg staan, passeren de twee vrouwen. Zodra Nagel ze ziet, geeft hij zijn medewerkers opdracht om de vrouwen aan te houden en ze over te brengen naar het politiebureau in Zeist. Daarna moeten ze op het bureau van de Ortscommandant wachten op Nagel.
De beide vrouwen moeten hun persoonsbewijzen inleveren en voor Verbaan en Westerdijk uit fietsen naar het politiebureau: ‘Als jullie wegfietsen, dan schieten wij!’ Op het politiebureau nemen ze Saartje Sturhoofd-Wallage nog een ring af, voordat ze in een cel wordt geplaatst. Na aflevering van hun arrestanten treffen Verbaan en Westerdijk hun chef bij een garage in Zeist. Die geeft ze opdracht om een onderzoek in te stellen in de woningen, waar de twee joodse vrouwen ondergedoken hebben gezeten. Zo komen ze op Berkenlaan 7, waar ze de zoons van Saartje Sturhoofd-Wallage, Jaap en Max aantreffen, die ook naar het politiebureau worden gebracht. De vier arrestanten worden ingesloten onder hun valse namen, ‘vermoedelijk zwarthandel’. Dat laatste is merkwaardig, want de verdenking is dat ze joods zijn en, als er sprake zou zijn geweest van zwarthandel, hoefden de beide jongens niet gearresteerd te worden.
Verbaan en Westerdijk gaan vervolgens naar Amalia van Solmslaan 37, het adres dat Sara Gompers-Sturhoofd heeft opgegeven.
Met de illegaalwerker die het echtpaar Sturhoofd-Wallage naar Zeist had gebracht, zou het slecht aflopen. Dirk Prins was gereformeerd predikant, woonde zelf vanaf 1939 op Frederik Hendriklaan 33 in Zeist. Op 13 mei 1944 werd hij in Zeist gearresteerd en op 8 juni 1944 gevangengezet in Kamp Vught. Hij kwam uiteindelijk terecht in concentratiekamp Neuengamme. Daar overleed gevangene 58984 op 18 februari 1945. Aan dominee Prins werd postuum het Verzetsherdenkingskruis toegekend.
Saartje Sturhoofd-Wallage was de tante van de latere burgemeester van Groningen, PvdA’er Jacques Wallage. Haar vader was in 1939 overleden, haar moeder Susanna Cohen overleed op 1 juni 1943 in Apeldoorn (inrichting?) en twee van haar 7 broers en zusters werden vermoord in Auschwitz.
Jacobus en Ester Sturhoofd-Loonstein, de ouders van Alexander Sturhoofd werden vermoord in Sobibor. Zijn zuster Sara (Sonny) en haar echtgenoot overleefden eveneens door onderduik in Zeist.
NB/ In het Zeister bevolkingsregister werd ook een jonge man vals ingeschreven onder de naam ‘Julien van der Burg, geboren in Soerabaja-Nederlands-Indië, op 6 december 1923. Gelet op de genoemde geboorteplaats en het feit dat Berkenlaan 7 een bewezen onderduikadres is, is aangenomen dat het ook een joodse onderduiker betreft.
Bronnen:
- Reddingsverhaal Yad Vashem voor Wijntje, Cornelia, Cornelis, Jan en Teunis Kleuver
- www.hdc.vu.nl – Predikanten die joden hielpen: Dirk Cornelis Prins (Amersfoort, 21 januari 1888 – Neuengamme, 18 februari 1945)
- ITS Arolsen, digitale collecties, informatie over Dirk Cornelis Prins
- oorlogsbronnen.nl, idem
- Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Jan en Johanna Oberheide-Land en hun zoons Jacques en Max Oberheide’
- Nationaal Archief, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), toegang 2.09.09, inventarisnummer 253, H.J. Verbaan, en inventarisnummers 98586-772 en 260, H. Westerdijk
- Zie het bewezen onderduikadres Amalia van Solmslaan 37
- Joods monument, Jacobus en Ester Sturhoofd-Loonstein
1. Berkenlaan 7
2. De familie Kleuver, waarvan vier leden de Yad Vashem-onderscheiding zouden krijgen
3. Dominee Prins bracht het echtpaar Sturhoofd-Wallage van Amsterdam naar Zeist voor onderduik
4. Het echtpaar Alexander en Saartje Sturhoofd-Wallage jaren na de oorlog
5. Rechts Lex Sturhoofd na de bevrijding
6. Van links naar rechts het bruidspaar Elze Meijer en Max Sturhoofd, Jaap Sturhoofd en Alexander Sturhoofd
7. Dominee Prins en echtgenote
8. Het overlijdensattest voor dominee Prins in Neuengamme
9. De overlijdensadvertentie voor dominee Prins in De Nieuwe Zeister Courant van 4 april 1945
10. Valse registratie van onbekende (vermoedelijk joodse) onderduiker









