Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 279-283, en het Supplement, pagina’s 12-14; aangepast op details)
Onderduikers die expliciet genoemd worden in verklaringen:
- Izaak Duitscher, onderwijzer (Leek, 23 augustus 1890 – Amsterdam, 23 augustus 1958)
- echtgenote Lea Duitscher-Cohen (Oldenzaal, 31 augustus 1890 – Amsterdam, 25 januari 1985)
- zoon Meijer Duitscher, kantoorbediende, ongehuwd (Amsterdam, 10 juli 1921 – Jeruzalem, 28 oktober 2015)
- Emile Francesco Moresco, advocaat, gehuwd (Buitenzorg-Nederlands-Indië, 21 juni 1897 – Alassio-Italië, 24 juli 1986)
Onderduikgevers:
- Theodorus Hermannus Josephus Maria Inden, filiaalhouder van de Openbare Leeszaal en Bibliotheek Zeist in Den Dolder (Amsterdam, 11 augustus 1896 – Zeist, 9 juli 1974) en
- echtgenote Dirkje Inden-Reiss (Amsterdam, 8 maart 1897 – Zeist, 12 december 1981)
Geen kinderen
Op Baarnseweg 36 komen tijdens de bezetting het oudere, kinderloze echtpaar Theo (Theodorus) en Dirkje Inden-Reiss en de vrijgezelle Johan Scheps wonen. Het zijn principiële mensen die elkaar in de jaren twintig levensbeschouwelijke zin hebben gevonden, wat tijdens de bezetting duidelijk zal blijken.
De protestante Dirkje Reiss heeft in de manufacturenwinkel van het rooms-katholieke gezin Inden gewerkt. In 1920 is ze getrouwd met zoon Theo Inden, waarna hij verstoten is door zijn ouders. De introverte Theo Inden is onverzettelijk. Tijdens de bezetting laat hij meteen zien waar hij staat. In zijn hoedanigheid van part-time filiaalhouder van de Openbare Leeszaal en Bibliotheek Zeist in Den Dolder weigert hij in het najaar van 1940 de Ariër-verklaring te tekenen. De voorzitter van de Openbare Leeszaal en Bibliotheek stuurt hem daarom op 28 oktober 1940 een dringend verzoek:
‘Hooggeachte Heer Inden,
Tot mijn spijt heb ik gemerkt, dat U de verklaring omtrent Uw Arisch origine niet wil tekenen. U brengt daarmee niet alleen Uzelf in grote moeilijkheden, maar ook de Leeszaal en haar Bestuur. Wij moeten natuurlijk Uw weigering rapporteren aan het Gemeentebestuur. In Uw belang en het onze wil ik U dringend aanraden op Uw besluit terug te komen. Van de wethouder heb ik uitstel gekregen tot woensdag a.s.
Hoogachtend,
[is getekend door voorzitter D.G. van Buuren]’
Theo Inden zwicht niet, waarmee hij een van de weinige uitzonderingen was van de circa 200.000 Nederlandse ambtenaren. De bezetter weet genoeg over de loyaliteit van de Nederlandse ambtenaren jegens hun joodse collega’s. De weigering van Theo Inden zal overigens geen consequenties hebben voor zijn dienstverband. Dat hij en zijn echtgenote zich bezig gaan houden met jodenhulp en andere illegaal activiteiten spreekt eigenlijk vanzelf.
Dat geldt ook voor de bij hen inwonende socialist Johan Scheps. Hij is van 1935-1941 lid van de gemeenteraad van Zeist geweest en heeft als zodanig eveneens geweigerd om de Ariër-verklaring te tekenen. Hij is lid van de raadscommissie voor de Openbare Leeszaal en Bibliotheek Zeist en biedt Theo Inden ongetwijfeld rugdekking bij zijn principiële stellingname. Van meet af aan ergert hij zich aan de meegaandheid van Nederlandse autoriteiten en organisaties. Onder eigen naam (!) schrijft hij een aantal brochures, waarin hij oproept tot verzet tegen de nieuwe orde.
Dat valt uiteraard slecht bij de bezetter. Op 24 maart 1942 geeft de Sicherheitspolizei in Amsterdam opdracht aan de gemeentepolitie in Zeist om er voor te zorgen dat Scheps twee dagen later in Amsterdam verschijnt, met medeneming van manuscripten en andere gegevens. Johan Scheps laat zich echter niet zien en dus wordt hij gezocht. Met tegenzin laat hij zich een valse identiteit aanmeten. Hij wordt in het Zeister bevolkingsregister ingeschreven als de Nederlands Hervormde evangelist ‘Jelle Harmen Schepers’.
Scheps kan dan niet langer bij het echtpaar Inden-Reiss, op Baarnseweg 36 in Bosch en Duin, blijven wonen. Wijkagent Rozendaal van Bosch en Duin moet namelijk regelmatig op dat adres controleren, of de gezochte Johan Scheps thuis is. Met de wijkagent – een ‘goede’ – wordt de afspraak gemaakt dat Scheps niet in Bosch en Duin en Den Dolder zal komen. Rozendaal kan dan zo vaak komen controleren als hij wenst en aan de Sicherheitspolizei rapporteren dat hij Scheps niet heeft aangetroffen. Intussen kan het echtpaar Inden-Reiss doorgaan waarmee ze al gauw begonnen zijn: het herbergen van joodse onderduikers – meestal voor korte tijd, gelet op het extra-risico –het verbergen van wapens en het vervalsen van documenten.
Een van hun joodse onderduikers op Baarnseweg 36 is afkomstig van Cornelis Sijsling, een voormalige uitgever die in Bosch en Duin woont. De ouders van de onderduiker wonen nog in Amsterdam, waar de vader bij het openbare onderwijs heeft gewerkt. Op een dag bezoekt een andere illegaal werker het echtpaar Inden-Reiss. Hij vertelt dat de joodse onderwijzers nu waarschijnlijk ook binnen enkele weken weggehaald moeten worden. De onderduiker – enig kind – schrikt daar geweldig van en vraagt zijn onderduikgevers of ze zo snel mogelijk zijn ouders in Amsterdam op willen halen. Theo Inden reist daarop naar Amsterdam, licht de ouders in over het gevaar en biedt ze een onderduikplaats aan waar wel enig risico aan verbonden is.
Een paar dagen later gaat Inden terug en de ouders van de ondergedoken jongen besluiten dan mee te gaan. In het donker loopt Inden met de beide ster-dragers naar de woning van familie, waar de jodensterren door de wc worden gespoeld. Vervolgens reizen ze naar Den Dolder. Onderweg stapt een bekende NSB’er in, maar die stapt gelukkig in Bilthoven uit. Bij de halte Den Dolder stappen Inden en de twee joodse Amsterdammers ook uit en wandelen in het donker naar de Baarnseweg. De zorgen van de zoon om zijn ouders en andersom lossen dan op in een hartelijk weerzien.
Na deze reis verzucht Inden tegen zijn echtgenote, dat hij het een ongehoord spannende onderneming heeft gevonden. Duizendmaal liever vervoerde hij de verboden lectuur van Scheps dan te reizen met joodse mensen. Toch zal juist het eerste hem ernstig in problemen brengen.
Aanvankelijk is het een probleem om aan bonnen te komen. Daarom gaat Theo Inden op 4 maart 1943 in Amsterdam naar de distributiedienst met stamkaarten van joodse onderduikers in Bosch en Duin. Hij wordt betrapt, want twee stamkaarten blijken geblokkeerd te zijn. Aanhouding volgt, maar Inden weet te ontkomen. Het proces-verbaal gaat naar Zeist, voor de vervolging van Inden. De Zeister politie weet onheil te voorkomen, waardoor hij er met een boete van 250 gulden van af komt.
Op 9 september 1943 gaat het fout. Wanneer Inden niet terugkomt van een reis naar Amsterdam, wordt het ergste gevreesd. Hij is inderdaad aangehouden, terwijl hij exemplaren van Scheps’ boek ‘De Politieke Katechismus’ bij zich had, waarin de auteur zijn politieke ideeën over de bezetting uiteengezet heeft. Inden wordt uitvoerig ondervraagd door de Sicherheitspolizei. Hij houdt hardnekkig vol, dat hij gekomen is om de voor hem gedrukte Heidelberger Katechismus op te halen. Van een politieke katechismus weet hij niets, maar dat verweer vindt geen gehoor en hij wordt ingesloten.
Op de vraag waar hij woont, geeft hij Baarnseweg 36 in Zeist op. Het duurt nog de hele volgende dag voordat de Duitsers uitgevonden hebben dat de Baarnseweg inderdaad wel tot de gemeente Zeist behoort, maar in Den Dolder ligt. Inmiddels heeft Dirkje Inden-Reiss, die gewaarschuwd is, kans gezien om in het bos kuilen te graven en daar wapens, vervalste documenten, persoonsbewijzen, verboden lectuur en radio’s, documenten en andere belangrijke zaken in te verbergen. De joodse onderduikers worden overgenomen door andere illegaal werkers. In de avondschemer van die 9e september staat Dirkje klaar om de Sicherheitspolizei te ontvangen. Die kunnen niets vinden.
Theo Inden blijft gevangen en zal overgebracht worden naar Kamp Vught, in afwachting van zijn rechtszaak. Er wordt gevreesd voor de doodstraf.
Op 10 september moet de Zeister gemeentepolitie van de Sicherheitspolizei in Amsterdam doorgeven dat Dirkje Inden-Reiss verzocht wordt om de volgende dag op de Euterpestraat een sleutelbos af te geven, die de Sipo-medewerkers bij de huiszoeking hebben achtergelaten. Als ‘lokkertje’ mag ze dan even haar echtgenoot spreken.
Pas op 15 juni 1944 vindt de rechtszaak plaats. Theo Inden wordt bij gebrek aan bewijs vrijgesproken. Het gebeurde belet hem en zijn echtgenote niet om door te gaan met illegaal activiteiten. Inmiddels is bij andere illegaal werkers uit socialistische kring ruimschoots bekend in geval van nood een beroep kan worden gedaan op het echtpaar Inden-Reiss. Bij een elders in Zeist dreigende razzia mag de joodse advocaat Emile Moresco bijvoorbeeld korte tijd bij hen onderduiken. Vele jaren later zal de Nieuwe Zeister Courant schrijven dat het echtpaar aan ‘tal van onderduikers’ onderdak verleend heeft, maar nadere gegevens over joodse onderduikers zijn niet bekend.
Johan Scheps heeft overigens ondertussen onder een valse identiteit verder gefulmineerd. Tot zijn arrestatie in 1944 heeft Scheps op talloze privébijeenkomsten gesproken, veelal in SDAP-verband. Bij toeval is hij toch gearresteerd, waarna hij een tijd vastzit in Kamp Amersfoort.
Scheps en het echtpaar Inden-Reiss komen echter de bezetting door. Scheps woonde daarna weer in bij het echtpaar.
Het ondergedoken joodse gezin Duitscher-Cohen overleefde ook. Persoonsgegevens van dat gezin waren ten tijde van de afronding van het grote Onderduikboek nog niet bekend. Via de Historische Vereniging Den Dolder (HVDD) zijn die gegevens eind juli 2020 toch boven water gekomen. Neef Wim Reiss van het echtpaar Inden-Reiss vertelde namelijk aan Ankie Keizer van de HVDD dat hij mensen had ontmoet in Den Dolder, die ondergedoken waren geweest bij zijn oom en tante:
‘Dat was de familie Duitser (of ik de naam goed schrijf weet ik niet). (….) De heer Duitser was ook leraar.’
Met die informatie waren de namen van de onderduikers snel gevonden. Het ging onmiskenbaar om Max (Meijer) Duitscher en diens ouders Izaak en Lea Duitscher-Cohen uit Amsterdam. Izaak Duitscher was hoofd van de Joodsche BLO-school op Plantage Muidergracht 26/28 en Joubertstraat 15. Toen zijn Sperr was vervallen, konden zijn echtgenote en hij onderduiken op Baarnseweg 36 in Bosch en Duin, waar hun zoon al enige tijd was.
Max Duitscher en zijn ouders werden ingeschreven in het bevolkingsregister van Zeist onder de valse namen ‘Hugo Wildenboer’ respectievelijk ‘Cornelis en Lea Wildenboer-van Asselt’. Als adres werd genoteerd Ernst Casimirlaan 15, waar ze achtereenvolgens op 24 augustus 1942 (‘Hugo Wildenboer’), 6 september 1942 (‘Lea Wildenboer-van Asselt’) en 6 september 1943 (haar echtgenoot) zouden zijn gaan wonen. Het adres werd in totaal vijf keer gebruikt in valse persoonsregistraties, maar het is de vraag of er daadwerkelijk onderduikers hebben gezeten (twee woningen verder woonde LO-leider Siem de Man). In elk geval zat Max Duitscher dus eerst ondergedoken op Biltseweg 4 en daarna op Baarnseweg 36. Of zijn ouders later nog op een ander adres werden ondergebracht – Ernst Casimirlaan 15? – is niet bevestigd.
Izaak Duitscher overleed in 1958 en zijn echtgenote Lea Duitscher-Cohen begin 1985. Eind van laatstbedoeld jaar nam hun zoon Max Duitscher, toen inmiddels directeur van een accountantskantoor met tachtig medewerkers, afscheid als voorzitter van het bestuur van het Nieuw Israelietisch Weekblad (NIW). Duitscher was in 1970 als penningmeester begonnen, toen het weekblad in grote financiële problemen verkeerde, en vanaf 1981was hij voorzitter geweest van het bestuur. Zijn afscheid viel samen met de viering van het 120-jarig bestaan van het NIW. Naast zijn bestuursfuncties voor het weekblad vervulde Max Duitscher ook functies bij andere joodse instellingen, zoals bij de Collectieve Israël Actie.
In het grote afscheidsinterview dat het NIW op 22 november 1985 publiceerde, schreef Duitscher zijn geëngageerdheid met het werk van die joodse instellingen vooral toe aan het linkse onderwijzersmilieu waar hij uit voort was gekomen:
‘Terwijl ik in korte broek rondliep, werd bij ons thuis door mijn vader, een onderwijzer, en door de voorzitter van de Communistische Partij Nederland een politieke poppenkast in elkaar gezet. Het was de tijd van vele joodse wethouders in Amsterdam.’
Zijn engagement was voor de bezetting al gebleken, toen hij zich in 1939 had voorbereid om als Palestinapionier naar Palestina te vertrekken. Door ziekte had hij zijn voorbereidingen bij een boer af moeten breken en had hij voor een accountantsloopbaan in Nederland gekozen.
Max Duitscher overleed op 94-jarige leeftijd in Israël.
– 0 – 0 – 0 –
Na de bevrijding gingen Dirkje Inden-Reiss en Johan Scheps een belangrijke rol spelen voor de SDAP en de PvdA, in de gemeentepolitiek van Zeist respectievelijk in de Tweede Kamer. Hun verdiensten tijdens de bezetting werden erkend. In Den Dolder kreeg een laan de naam Mevrouw Inden-Reisslaan en in Zeist kwam het Johan Schepsplantsoen.
Johan Scheps eerde op zijn beurt het echtpaar Inden-Reiss, in zijn boeken en door in 1982 de Stichting Inden-Reiss Fonds op te richten. Doel van het fonds was de studie van ‘de geschiedenis van het verzet tegen de bezetters van Nederland in 1940-1945 en de gevaren van de dictatuur in al haar vormen’. Of het anno 2024 nog bestaat?
Het Geheugen van Zeist heeft op 29 oktober 2021 gedenksteentjes geplaatst in de berm bij Baarnseweg 36, voor het echtpaar Theo en Dirkje Inden-Reiss en hun vriend en huisgenoot Johan Scheps.
Bronnen:
- Mededelingen van Ankie Keizer (Historische Vereniging Den Dolder), op basis van informatie van Wim Reiss
- Zie ook de bewezen onderduikadressen Biltseweg 4, Oude Arnhemseweg 271 en het niet bewezen onderduikadres Ernst Casimirlaan 15
- Johan Scheps, ‘Scheps inventariseert’, deel 1, Semper Agendo, Apeldoorn, 1973, 90, en ‘Scheps inventariseert’, deel 2, Op Korte Golf, Den Dolder, 1976, 130-139, 142-159
- Wikipedia, Johan Herman Scheps (Den Haag, 13 juli 1900 – Utrecht, 3 oktober 1993)
- Gemeentearchief Zeist, archief gemeentepolitie, toegang 3500, inventarisnummer 165, politiedagrapport 24 maart 1942, en inventarisnummer 248, politiedagrapport 10 september 1943, en 1499-1500, register van illegalen, ‘Hugo Wildenboer’, ‘Cornelis en Lea Wildenboer-van Asselt’ en ‘Jelle Harmen Schepers’
- De Nieuwe Zeister Courant van op 15 december 1981, over de onderduikhulp van het echtpaar Inden-Reiss
- Stadsarchief Amsterdam, archiefkaarten voor Izaak en Lea Duitscher-Cohen
- ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaart voor Izaak Duitscher
- Nieuw Israelitiesch Weekblad van 22 november 1985, ‘M. Duitscher afgetreden als voorzitter van NIW-bestuur’
1. Baarnseweg 36
2. Een oude foto van Baarnseweg 36
3. Het echtpaar Theo en Dirkje Inden-Reiss
4. Raadslid Scheps tijdens een raadsvergadering
5. Wijkagent A. Rozendaal vaqn Bosch en Duin
6a. Dirkje Inden-Reiss
6b. Tekening van Theo Inden
7. Overlijdensbericht van Izaak Duitscher in het NIW van 5 september 1958
8. Overlijdensbericht van Lea Duitscher-Cohen in het najaar van 1985
9. Max Duitscher stopt als voorzitter van het NIW op 22 november 1985
10. Johan Scheps in 1964
11. Straatnaambordjevan de mevrouw Inden-Reisslaan
12. In 2006 loofde het Inden-Reiss-fonds de Scheps-prijs uit
13. De gedenksteentjes voor Barnseweg 36













