Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Nieuw ten opzichte van het Onderduikboek en het Supplement)

Hulp in 1938-1939 aan:

  • Dr. Grete Herta Fürnberg, ongehuwd, arts (Wenen-Oostenrijk, 6 februari 1907 – New York, 1989)

Onderduikers:

  • Rika Zilverberg, verkoopster (Coevorden, 22 september 1909 – Amsterdam, 10 januari 1990)
  • Betsy Bouwman (Rotterdam, 26 december 1921)

Onderduikgevers:

  • mr. Hector Marius van Fenema, werkzaam bij SHV en voor een zelf opgericht octrooibedrijf, adjunct-directeur bij het Rijksbureau voor non-ferrometalen, na de bezetting eerst korte tijd in het bedrijfsleven (export van bouwmaterialen en daarna burgemeester (Den Haag, 4 mei 1901 – Bilthoven, 23 juli 1983), en
  • echtgenote Maria Clara van Fenema-Brantsma (Nijmegen, 19 juli 1917 – Amsterdam, 6 november 2012)

Tijdens de bezetting drie kinderen (1941, 1942 en 1944)

Bij het saneren van familie-papieren stuitte Peter van Fenema in de afgelopen jaren op een dossier van zijn vader mr. Hector Marius van Fenema, met onder meer informatie over unieke hulp aan in nood verkerende joodse Oostenrijkers.

Hector Marius van Fenema had in zijn laatste levensfase alsnog een boek willen schrijven over de bedoelde belevenissen, maar dat was er niet meer van gekomen. Dat is jammer, want het betreft een bijzonder verhaal van een man die in Zeist actief is geweest als illegaal werker.

De hulpactie is indertijd geïnitieerd door dr.mr. Cornelis van Nes (Den Haag, 26 juni 1903 – Wassenaar, 6 november 1969), die eveneens in Wassenaar woonachtig was. Van Nes was een goede vriend die bijvoorbeeld getuige was bij het huwelijk van Hector Marius van Fenema met Maria Clara Brantsma.

Voor die bijzondere geschiedenis moeten we terug naar 1938.

De psycholoog Cornelis van Nes, zoon van een hoogleraar in de theologie, is met een Duitse vrouw getrouwd. Hij is in 1928 bij de Rijksuniversiteit in Leiden gepromoveerd tot doctor in de Rechtsgeleerdheid, op het proefschrift ‘Staat en prostitutie’.

Hij heeft in de jaren twintig ook in Wenen gestudeerd en is daar goed bevriend geraakt met de joodse Hans Herbert Fürnberg. Na de Anschluss op 13 maart 1938 van Oostenrijk is Van Nes bezorgd om het lot van zijn vriend. Hij reist naar Wenen, om te zien of hij Hans en Erna Fürnberg-Reschovsky kan helpen. Het wordt hem duidelijk dat het echtpaar inderdaad in grote problemen verkeert.

Teruggekeerd in Wassenaar bespreekt Cornelis van Nes de netelige situatie van zijn Weense vrienden met Hector van Fenema, op dat moment officier in het Nederlandse leger. De jurist Van Nes, werkzaam als criminoloog, bedenkt een bijzondere hulpactie die volgens de toenmalige Oostenrijkse regels een ontsnappingsmogelijkheid biedt.

Hector van Fenema, die zelf de Fürnbergs nog nooit heeft ontmoet, zal naar Wenen reizen en daar een schijnhuwelijk aangaan met Hans Fürnbergs jongere zuster Grete Herta Fürnberg. Zij woont en werkt als arts in het 4e Bezirk van Wenen. Van Fenema is in 1933 gescheiden van zijn eerste echtgenote, maar op dat moment al verloofd met zijn toekomstige tweede echtgenote. Het plan wordt niettemin doorgezet.

Op 26 juli 1938 sluit mr. Hector van Fenema in Wenen een voor de wet volwaardig huwelijk met dr. Grete Fürnberg. Als getuigen fungeren twee andere joodse inwoners van Wenen, de chauffeur Josef Blasek en de bekende psychiater dr. Wilhem Neutra. Laatstgenoemde heeft zijn woonadres enkele huizen verder dan Grete Fürnberg, maar is vermoedelijk ook een van haar opleiders.

Na dit schijnhuwelijk reist Van Fenema naar Berlijn, waar hij als voormalig Nederlandse officier – op de huwelijksacte staat vermeld dat zijn vader ook militair is (geweest) – verzoekt om zijn zwager Hans Fürnberg vrij te laten en toestemming te geven om naar het buitenland te vertrekken. De behandeling van zo’n verzoek blijkt de nodige voeten in de aarde te hebben.

Fürnberg wordt eerst op 24 september 1938 bij een hotelrazzia gearresteerd door de Weense Gestapo die hem als zogenaamde Schutzhäftling heeft laten insluiten in het concentratiekamp Dachau. Zijn bedrijf is gesloten. Op 30 september wordt hij overgebracht naar Block 17 van het concentratiekamp Buchenwald, met de vermelding dat zijn effecten zich nog in Dachau bevinden.

Ruim twee maanden later wordt het verzoek van Hector van Fenema ingewilligd. Hans Fürnberg wordt begin december 1938 vrijgelaten uit Buchenwald. Hij en zijn echtgenote moeten Oostenrijk binnen zes weken verlaten. Hun bezittingen moeten ze achterlaten. Ze vertrekken in eerste instantie naar Engeland.

In Londen ontmoet Hector van Fenema zijn ‘schijnzwager’ voor het eerst. Ook Hans en Erna Fürnberg-Reschovsky ervaren buiten Oostenrijk dat berooide joodse vluchtelingen nergens welkom zijn. De grenzen zijn bijna overal voor hen gesloten. Hen wordt toegang tot Nederland en Frankrijk geweigerd. In de loop van 1939 slagen ze er echter toch in om naar de Verenigde Staten te komen. Daar krijgen ze een nieuw bestaan, onder de verkorte achternaam Furn.

Hans Furn (Wenen, 23 augustus 1902) zal in mei 1977 overlijden in Stamford, Fairfield County. Zijn echtgenote Erna Furn-Reschovsky (Wenen, 9 oktober 1902) zal op 24 april 2001 overlijden in New Canaan, Fairfield County op 98-jarige leeftijd. Met haar zal Hector van Fenema enkele jaren voor zijn dood nog corresponderen over zijn plan voor een boek.

Grete Fürnberg (Wenen, 6 februari 1907) is met haar wettige maar tijdelijke echtgenoot mee naar Nederland gegaan. Terwijl Van Fenema in Maastricht aan de slag gaat als directeur van een handelsfirma, verblijft Grete in Wassenaar, mogelijk bij Cornelis van Nes en diens echtgenote. Nu moet het schijnhuwelijk weer ontbonden worden en daarom vraagt Van Fenema eind januari de scheiding aan bij de Maastrichtse rechtbank. Als reden wordt opgevoerd dat Grete Fürnberg overspel zou hebben gepleegd. De scheiding wordt op 16 februari 1939 uitgesproken in Maastricht.

De verdere wegen van Grete Fürnberg zijn niet goed te reconstrueren.

Door haar huwelijk beschikt ze voorgoed over de Nederlandse nationaliteit, maar ze blijft hier niet. Ze bemachtigt kennelijk een visum voor Joegoslavië. Daar verblijft ze in elk geval als het fascistische Italië in de loop van 1942 delen van Joegoslavië bezet. Ze wordt in 1942 geïnterneerd in het concentratiekamp Kraljevica, waar ze bij de medische staf werkt. De omstandigheden zijn er zeer beroerd en het sterftecijfer is hoog. Waarschijnlijk is Grete Fürnberg een van de duizenden gevangenen die in 1943 overgebracht worden naar het concentratiekamp Campor op het eiland Rab. De gevangenen van dat kamp zijn later, na de capitulatie van Italië, door partizanen naar elders overgebracht, maar het administratieve spoor van Grete van Fenema-Fürnberg, zoals ze al die tijd geregistreerd heeft gestaan, eindigt daar.

Zo’n vier jaar later duikt ze weer op. Dat is als ze op 14 november 1947 met het troepenschip Marine Adder van de Amerikaanse marine arriveert in San Francisco. Ze is dan afkomstig uit het Chinese Sjanghai en haar wordt een verblijf in de Verenigde Staten toegestaan door ene Mr. Karl. Blijkbaar moet ze toch de VS weer verlaten, want in 1950 (afkomstig uit Nederland) en in 1952 wordt haar aankomst op Ellis Island geregistreerd, waarbij ze de achternaam Van Fenema gebruikt. Onder die naam zet ze in New York een psychiatrische praktijk op.

Na 13 jaar is haar helletocht definitief voorbij, maar ze moet veel meegemaakt hebben. Dat zal blijken als Hector van Fenema in zijn laatste levensfase een boek wil gaan schrijven en haar om haar medewerking vraagt. In reactie op dat verzoek schrijft ze dat ze het (pijnlijke) verleden achter zich heeft gelaten en alleen nog in het heden wil leven. Ze zal overlijden in 1989.

Terug naar 1940.

Hector van Fenema, die in Groningen rechten heeft gestudeerd, is voor de oorlog werkzaam bij de Steenkolen Handels Vereniging en voor een door hemzelf opgericht octrooibedrijf. Hij is een aristocraat die net als zijn eerste echtgenote een jonkvrouw als moeder heeft. Eind oktober 1940 trouwt hij op 39-jarige leeftijd in Bloemendaal voor de derde keer, dit keer met de 23-jarige Maria Brantsma, waarbij Cornelis van Nes een van de getuigen is.

In de huwelijksakte wordt alleen het eerste huwelijk vermeld. De Nederlandse status van het tweede (schijn)huwelijk blijft daarmee onduidelijk.

Tijdens de Duitse bezetting zal Van Fenema als adjunct-directeur voor het Rijksbureau voor non-ferrometalen werken. Aanvankelijk is het echtpaar in Den Haag gaan wonen, maar daar moeten ze weg. Ze verhuizen in 1942 met twee zoontjes (1941 en 1942) naar Zeist, waar ze hun intrek nemen op Baarnseweg 11 in Bosch en Duin, Huize De Viersprong zoals het grote pand tot op heden is blijven heten. In 1944 zal daar nog een derde zoon geboren worden.

In Zeist woont dan al de enige broer van Hector van Fenema, de een jaar jongere Kees (Cornelis Henric) van Fenema (Den Haag, 31 oktober 1902). Deze Kees van Fenema heeft zich medio november 1939 vanuit Boxtel gevestigd in de kapitale woning op Aristoteleslaan 38 (waarde anno 2024 tussen 2,7 en 3 miljoen euro), met zijn echtgenote Catharina Hendrika van Fenema-Stehouwer. Op nummer 40 wonen de latere jodenhelpers professor Jan Coops en zijn zuster. In de adresgids van 1942 staat Kees van Fenema vermeld op Homeruslaan 40 – in dat jaar scheidt hij van de vrouw waarmee hij in 1945 zal hertrouwen – maar of hij daar daadwerkelijk is gaan wonen? Zijn moeder jonkvrouwe Aletta J.C. van Fenema-Quintus verhuist in mei 1943 van Wassenaar naar Aristoteleslaan 38.

Tijdens de bezetting raakt Kees van Fenema betrokken bij uiteenlopend illegaal werk.

Zo is hij betrokken bij de verzetsgroep ‘Henri Charrère’ (Charrière?), onder de valse naam ‘Gerrit Heyer’. Over deze verzetsgroep is niets bekend en dus ook niet wat Kees van Fenema precies voor illegaal werk doet.

Zijn eigen persoonsbewijs wordt vervalst gebruikt door de joodse econoom Berthold Kaufmann (Kassel, 15 juni 1904) die de oorlog zal overleven. Hij zal in 1959 overlijden.

Als beroepen van Kees van Fenema worden belastingtechnisch adviseur (1940) en assuradeur genoemd. Aanvankelijk kan hij leven van de verkoop van verzekeringspolissen. Als deze inkomstenbron opdroogt, krijgt hij een forse erfenis. Daaruit verstrekt hij financiële hulp aan anderen, onder meer via-via aan de particuliere illegale organisatie van de Zeister onderwijzer Anton Lingeman.

Kees van Fenema heeft in Zeist meer contacten met belangrijke illegaal werkers, zoals met de bekende Zeister pilotenhelpster Joke Folmer – die bij haar ouders op Homeruslaan 57 woont – en gemeenteambtenaar Peter van der Werff. In augustus 1943 verbergt hij op verzoek van Joke Folmer gedurende drie weken een RAF-piloot in zijn woning, die daarna door Joke Folmer over de grens wordt gebracht. Bovendien zorgt Van Fenema voor allerlei soorten valse papieren voor piloten.

Ook heeft Kees van Fenema contact met een andere bekende illegaal werkster, Cateau (Catharina) ‘s Jacob uit Utrecht, die in die jaren meewerkt aan verschillende illegale bladen, waaronder Vrij Nederland en Oranje-bulletin. Van Fenema raakt betrokken bij de verspreiding van die illegale bladen. Naar verluidt, behoedt Cateau ‘s Jacob hem voor arrestatie, als hij in de Aristoteleslaan opgewacht wordt door mannen van de Sicherheitsdienst. Als hij het tuinpad opkomt, waarschuwt zij hem met een afgesproken gebaar, waarna hij onmiddellijk rechtsomkeert maakt en onderduikt in Groningen.

Kees van Fenema is een flamboyante illegaal werker. Lef kan hem niet ontzegd worden. Zo test hij zelf valse papieren door te reizen in een treincoupé voor de Wehrmacht. Uiteindelijk zal hij gearresteerd worden en in een strafkamp op Borkum belanden. Hij was zoals eerder vermeld op 19 november 1942 gescheiden van zijn echtgenote, en zou in 1945 hertrouwen. Hij blijft tot in 1949 in Zeist wonen, later op Amersfoortseweg 31, om in oktober 1949 te vertrekken naar Engeland.

In die periode breekt hem bijna een liefdesrelatie op, die hij tijdens zijn onderduikperiode in Groningen heeft gehad. Hij moet zich verweren tegen (rancune)klachten van zijn voormalige verloofde en anderen over zijn financiële handel en wandel. De Landelijke Ereraad der Illegaliteit, ingesteld door de Grote Adviescommissie der Illegaliteit, oordeelt op 5 april 1950 echter dat de klachten ongegrond waren. Kees van Fenema heeft misschien niet altijd duidelijk gecommuniceerd met medewerkers, maar daar zijn de omstandigheden ook naar geweest. Vast staat dat hij illegaal zeer actief is geweest, hetgeen ook tot zijn arrestatie heeft geleid.

De broers Kees en Hector van Fenema onderhouden een goede relatie met elkaar. Het is goed denkbaar dat het illegaal werk van Kees van Fenema leidde tot de onderduikhulp door het echtpaar Van Fenema-Brantsma. Al meteen in 1942 en in 1943 brengt de eerdergenoemde illegaal werkster Cateau ’s Jacob namelijk twee joodse onderduiksters op Baarnseweg 11, in 1942 de toen 21-jarige Betsy Bouwman en in 1943 de 33-jarige Rika Zilverberg.

Betsy Bouwman (Rotterdam, 26 december 1921) wordt op 15 juni 1942 ingeschreven in het Zeister bevolkingsregister als ‘de Nederlands Hervormde hulp in de huishouding Antonia Petronella Meta Bardet (Haarlem, 8 december 1924), afkomstig van Vijzelstraat 16 in Amsterdam’. De namen van haar ouders zijn grondig vervalst, ‘ontjoodst’. Op Baarnseweg 11 wordt ze Meta genoemd.

De ongehuwde Rika Zilverberg (Coevorden, 22 september 1909) wordt op 24 juni 1943 in Zeist ingeschreven als de Nederlands Hervormde kraamverzorgster ‘Trijntje Johanna Kling (Den Haag, 21 september 1910), echtgenote van Daniël Peter Jan van Driel’. Rika Zilverberg heeft een voorlopige vrijstelling van deportatie gehad, als medewerkster van de broodvoorziening van de Joodse Raad. Op haar kaart staat aangetekend dat ze in opleiding is voor kraamverzorgster. Ze wordt Jo genoemd.

Geld wordt niet gevraagd voor de onderduik. ‘Officieel was ik de hulp van mevrouw Van Fenema’, zal Betsy Bouwman later schrijven in haar getuigenis aan Yad Vashem. ‘Terwijl ik in feite het huishouden net leerde doen.’ Met haar diploma’s van de 5-jarige HBS en als apothekersassistente heeft ze nog geen ervaring met huishoudelijk werk. ‘Jo’ en ‘Meta’ hebben kennelijk een zeer goed vervalst persoonsbewijs, want blijkens notities in het opvallend montere oorlogsdagboek van haar onderduikgeefster vertonen ze zich in het openbaar, bijvoorbeeld voor het doen van boodschappen en zelfs voor een reis naar Amsterdam (!).

De beide onderduiksters helpen mee op Baarnseweg 11 zo goed als ze kunnen, ook bij de verzorging van en oppas op de jongere kinderen. De opleiding tot kraamverzorgster waaraan van Rika Zilverberg is begonnen, helpt daarbij. In het oorlogsdagboek staat bij de geboorte, op 14 mei 1944, van de derde zoon van het echtpaar Van Fenema-Brantsma de aantekening ‘Jo voortreffelijk geassisteerd’.

Dat er twee extra monden om te voeden zijn, is geen groot probleem, dankzij goed contact met bevriende boeren in Friesland, waar de Van Fenema’s van oorsprong vandaan komen.

Aan de onderduiksituatie op Baarnseweg 11 zijn extra risico’s verbonden. ‘Aan de weg waar het huis stond’, zal Rika Zilverberg in haar getuigenis aan Yad Vashem schrijven, ‘waren Duitse soldaten ondergebracht. Desondanks stond meneer Van Fenema direct in contact met het Engelse leger en verborg hij wapens en bezwarende papieren in het huis. Hij heeft ook veel mensen helpen ontkomen aan de Duitsers.’

Deze getuigenis wordt niet bevestigd door andere verklaringen, maar mogelijk helpt Hector van Fenema zijn broer bij diens illegaal werk? Bovendien worden in het oorlogsdagboek van Maria van Fenema-Brantsma meerdere malen namen van illegaal werkers in Zeist genoemd, zoals Stomp en Kirpensteijn. Weliswaar voor werkzaamheden in of aan huize De Viersprong, maar er was dus contact.

Op 10 mei 1945 zal Hector van Fenema een bewijs krijgen dat hij behoort tot de Binnenlandsche Strijdkrachten, onderdeel Huis ter Heide. Tenslotte zal uit benoemingen tot burgemeester blijken dat hij als een belangrijke illegaal werker wordt beschouwd, maar zijn naam en die van zijn broer ontbreken later in het boek ‘Het Zeister verzet’ van Annemiek Bal. Hij beschikt over een vals persoonsbewijs op naam van ‘Jan Oosting’ met zijn eigen geboortedatum. (Het bewijs is uitgeschreven door de gemeente Zeist, hetgeen betekent dat er meer valse persoonsregistraties waren dan tot nu toe bekend was.)

De situatie in Huize De Viersprong wordt penibel, als de Duitsers in de winter van 1944 ’s nachts opeens een aantal kamers in het huis vorderen en daar hun hoofdkwartier maken. Vanaf die nacht lopen Duitse soldaten en officieren voortdurend in en uit. Mogelijk kunnen de beide onderduiksters zich dan ook in de openbaarheid blijven vertonen, maar anders is er een uitstekende schuilplaats waar ze zich verborgen kunnen houden. Ze halen de bevrijding.

Dat geldt niet voor de familie van Rika Zilverberg. Zij ziet haar vader – weduwnaar Mozes Zilverberg – en haar zusters Sophie en Ester niet terug. Ze zijn alle drie vermoord. Rika Zilverberg blijft ongehuwd en overlijdt op 10 januari 1990 in Amsterdam.

Betsy Bouwman heeft eind oktober 1941 haar vader door een noodlottig ongeval verloren, maar haar moeder en beide zusters overleven de bezetting net als zij zelf. Betsy Bouwman trouwt in 1954. Ze krijgt een dochter, maar verliest haar echtgenoot begin 1973 door een ski-ongeval. Over haar verdere leven is (nog) niets bekend.

Na de bevrijding leidt Hector van Fenema een arrestatieteam van de Binnenlandse Strijdkrachten in Den Dolder. Vervolgens wordt hij benoemd tot waarnemend burgemeester van Woerden (1945) en Woubrugge (1946). Na een korte terugkeer in het bedrijfsleven wordt hij in 1948 benoemd tot partijloze burgemeester van Zandvoort, welke functie hij tot zijn pensionering in 1966 op markante wijze vervult. Zijn stevige optreden leidt tot de nodige turbulentie, maar in zijn afscheidsinterview met Het Parool wijst hij er op dat Zandvoort er bij zijn aantreden niet best voor had gestaan: ‘Toen ik kwam was er niets’. Een bijzondere uitspraak in bedoeld interview is: ‘Ik ben een voorstander van de aristocratie; het zijn de ‘aristoi’ die regeren moeten, de bekwaamsten in den lande.

In de jaren die volgen worden de Oostenrijkse affaire en de onderduik herdacht.

De beide onderduiksters geven acte de presence, als Yad Vashem op 11 november 1969 het echtpaar Van Fenema-Brantsma erkent als Rechtvaardigen onder de Volkeren, op basis van getuigenissen van Betsy Bouwman, Rika Zilverberg en Erna Furn-Reschowsky.

Rond 1970 laat Rika Zilverberg in Israël bomen planten, eenmaal op naam van haar voormalige onderduikgever en eenmaal op naam van diens echtgenote.

Voor die zo opmerkelijke reddingsactie in 1938 ontvangt Hector Marius van Fenema twintig jaar later het Gouden ereteken van verdienste van de Republiek Oostenrijk. De Oostenrijkse ambassadeur reikt hem die onderscheiding medio oktober 1958 uit in Zandvoort.

Hoewel er voldoende stof is voor een (auto)biografie komt die er echter niet meer.

Na wat omzwervingen komt het echtpaar Van Fenema-Brantsma weer terug naar Zeist, waar een appartement in het Kerkebosch wordt betrokken. Na het overlijden van haar echtgenoot in 1983 blijft Maria Clara van Fenema-Brantsma daar nog jaren wonen. Ze overlijdt uiteindelijk in 2012 in Amsterdam en wordt in Noord-Brabant begraven bij haar echtgenoot.

Bronnen:

  • Mededelingen van H. Peter van Fenema
  • Bevolkingsregister Wenen, Eheschein van 7 december 1938 van Hector Marius van Fenema en Grete Fürnberg
  • RHCL, Scheidingsacte van 16 februari 1939 voor het huwelijk van Dr. Herta Grete Fürnberg en Mr. Hector Marius van Fenema
  • www.jck.nl, D005360, foto van vals persoonsbewijs van Berthold Kaufmann
  • ITS Arolsen, digitale collecties, registratie Hans Fürnberg in Dachau en Buchenwald, Joodse Raad-kaart Rika Zilverberg
  • National Archives England, Records of Headquarters, European Theater of Operations, United States Army (Record Group 498), Entry UD 183 – Dutch helper Files, Box 864, Cornelis Henric van Fenema (betreffende RAF-piloot en valse papieren)
  • Advies op 5 april 1950 van de Landelijke Ereraad der Illegaliteit, ingesteld door de Grote Adviescommissie der Illegaliteit, inzake C.H. van Fenema
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Antonia Petronella Meta Bardet’ en ‘Trijntje Johanna Kling’; oud bevolkingsregister
  • www.yadvashem.org, database Righteous amongst the nations, Hector Marius en Maria Clara van Fenema-Brantsma
  • Myheritage, gegevens over Grete Herta Fürnberg, Furn, van Fenema en over het echtpaar Hans Herbert en Erna Furn (Fürnberg-)Reschovsky
  • Wikipedia, Wilhelm Neutra, Hector Marius van Fenema, Joke Folmer
  • www.cbg.nl en www.delpher.nl, familieadvertenties
  • Dagboek van Maria Clara van Fenema-Brantsma over de periode januari 1944-januari 1945 (collectie familie)

1. Huize De Viersprong op Baarnseweg 11 in Bosch en Duin

2. Bericht in de Nieuwe Utrechtsche courant van 12 juli 1928

3. Grete Fürnberg in circa 1938 in de tuin van het paleis Schönbrunn in Wenen

4. Idem

5. Bevestiging (Eheschein) d.d. 7 december 1938 van het op 26 juli 1938 in Wenen gesloten huwelijk tussen Hector Marius van Fenema en Grete Fürnberg

6. Dr. Wilhelm Neutra (1876 – 1947) wist later te ontkomen naar de Verenigde Staten waar hij in 1947 in New York overleed

7. Zogenaamd wegens overspel werd de scheiding in februari 1939 uitgesproken

8. Huize De Viersprong op Baarnseweg 11 in Bosch en Duin

9. Kees (Cornelis Henric) van van Fenema

10.a. Voorzijde van persoonsbewijs van Berthold Kaufmann, in Zeist geregistreerd op naam van Cornelis Henric van Fenema (collectie Joods Historisch Museum)

10.b. Achterzijde van persoonsbewijs van Berthold Kaufmann, in Zeist geregistreerd op naam van Cornelis Henric van Fenema (collectie Joods Historisch Museum)

11. Het echtpaar Lingeman-Esmeijer met de Yad Vashem-oorkonde die hen toegekend werd wegens grootscheepse hulp aan joodse onderduikers

12. NOS-bericht over het overlijden van Joke Folmer, op de foto met de burgemeester van Schiermonnikoog

13. Staand rechts op deze foto van 19 juli 1944 de illegaal werkster Cateau ’s Jacob

14. Valse persoonregistratie van Betsy Bouwman in het Zeister bevolkingsregister

15. Valse persoonregistratie van Rika Zilverberg in het Zeister bevolkingsregister

16. Links ‘Meta’ (Betsy Bouwman) en rechts ‘Jo’ (Rika Zilverberg) met de kinderen Van Fenema

17. ‘Jo’ (Rika Zilverberg) met de kinderen

18. Idem

19. Joodse Raad-kaart van Betsy Bouwman

20. Joodse Raad-kaart van Rika Zilverberg ‘vertrokken zonder nader adres’

21. Het onder leiding van Hector van Fenema staande arrestatieteam van de Binnenlandse Strijdkrachten in Den Dolder

22. Mr. Hector Marinus van Fenema op oudere leeftijd (Wikipedia)