Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het onderduikboek, pagina 275-278)

Onderduikster:

  • Hanny Michaelis, ongehuwd, hulp in de huishouding (Amsterdam, 19 december 1922 – Amsterdam, 11 juni 2007)

Bemiddelaars bij onderduik:

  • Jan Coops, ongehuwd, hoogleraar (Amsterdam, 27 mei 1894 – Zeist, 11 juli 1969)
  • Zuster Jeanette Coops, ongehuwd (Apeldoorn, 21 oktober 1901 – Zeist, 13 mei 1975)

In het Lyceumkwartier staat op de hoek van de Aristoteleslaan en de Homeruslaan een grote villa, die tot in de jaren dertig bewoond wordt door het echtpaar Jan en Wilhelmina Coops-Disselkoen en hun zoon en dochter. Coops is een vermogend man die fortuinen heeft verdiend als tabakshandelaar.

Zoon Jan mag studeren. Zijn jongere zus Jeannette wil dat ook graag, maar ze moet thuis blijven om haar langdurig zieke moeder en het huishouden te verzorgen. Haar moeder overlijdt in 1937 en haar vader in 1938. Na het overlijden van haar ouders blijft de ongehuwde Jeanette in de villa wonen en daar woont ze tijdens de bezetting nog steeds.

Jan Coops junior, die eveneens ongehuwd zal blijven, is sinds eind 1929 hoogleraar scheikunde aan de VU in Amsterdam. Als secretaris van het Studiefonds van de universiteit wordt hij na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geconfronteerd met de problemen van studenten. Het Studiefonds wordt gedurende de oorlog gebruikt om ondergedoken studenten financieel te ondersteunen. Zijn laboratorium wordt een centrum voor uiteenlopende illegale activiteiten en hij sluit zich later aan bij de LO. Jan Coops, die in de illegale beweging ‘oom Jan’ wordt genoemd, gaat een actieve rol spelen in de bemiddeling tussen joodse mensen die onderduik zoeken en onderduikgevers. Hij heeft veel LO-contacten. In Zeist vervult zijn zuster Jeanette een ondersteunende rol. Beiden maken deel uit van de gereformeerde kerk in Zeist, en ze krijgen ook steun van gemeenteleden.

In 1942 verwacht de 19-jarige Hanny Michaelis in Amsterdam elk moment een oproep voor deportatie. Ze werkt op dat moment in de huishouding van Jeanne van Schaik-Willing**,** een bekende toneelcritica en schrijfster. Die stuurt Hanny naar haar huisarts, met de vraag om een vrijstelling voor deportatie. Dat lukt niet en dan probeert Hanny het via de zenuwarts Paul Hugenholz. Die ziet wel mogelijkheden.

Intussen krijgt ze op donderdag 23 juli 1942 de lang gevreesde oproep. Ze moet op maandag al vertrekken. Er volgt een wanhopig bezoek aan de Joodse Raad, maar dat levert ook geen vrijstelling op. Er zit niets anders op dan onder te duiken en Hugenholz kan haar op zaterdag definitief geruststellen. Ze zal een vals persoonsbewijs krijgen en er zal een plaats voor haar gezocht worden. Ze moet zich vervoegen bij Lau Mazirel, wiens advocatenkantoor op Prinsengracht 466 ook een centrum van illegale activiteiten is. Als Hanny Michaelis daar aanklopt, komt er bij telefonisch contact met Jan Coops een oplossing tot stand.

Op maandag 27 juli neemt Hanny Michaelis afscheid van ouders en anderen. Voortaan heet ze ‘Hetty Mulder’. Lau Mazirel brengt haar per trein en tram van Amsterdam naar Zeist. Ze schrijft: ‘Met de trein van half 7 gaan we hier vandaan. Ik kan me nog altijd niet vertrouwd maken met de gedachte dat ik over een uur wegga uit Amsterdam om er pas na de oorlog weer terug te komen. Ik voel me met duizend banden aan deze stad verbonden en het besef dat die banden straks onverbiddelijk zullen worden doorgesneden, maakt me wanhopig. Er is maar één ding, dat me troost: het had zoveel erger kunnen zijn, ik had naar Polen kunnen worden gebracht, in plaats van naar Zeist.’

De reis verloopt zonder problemen, maar ze komt ziek van de stress uit de trein. In haar dagboek beschrijft ze later op vrijmoedige wijze de reis en de kennismaking met de Coops’ en: ‘[Jan] Coops (…) was erg vriendelijk, hij deed zijn best me op mijn gemak te stellen. Het aardigst van hem zijn zijn ogen, donkerblauw en verstandig met iets onmiskenbaar ‘goeds’ erin. Verder is hij beslist lelijk, lang en schraal, met een volbleek, vermoeid gezicht, en iets in zijn kleding, dat hem het uiterlijk van een ouderwetse dominee geeft.

Later kwam zijn zuster thuis, al even schraal en lelijk, maar daarbij enige maten grover, met een roodbruin verweerd gezicht, een te grote mond, misvormd door vooruitstaande, over elkaar gegroeide, gele paardentanden en achter een glinsterende uilebril te kleine waterigblauwe, maar bijzonder vriendelijke en verstandige ogen. Ook zij was direct heel aardig, we hebben zo geanimeerd gepraat, dat het me speet te moeten opstaan om met haar naar mijn eigenlijke verblijf te gaan.’

Op zaterdag 28 oktober 1944 zal de verontruste huishoudster van Jeanette Coops dunnetjes de vrijmoedige beschrijving door Hanny Michaelis overdoen, bij een melding aan de Zeister gemeentepolitie:

‘20.15 uur. Volgens gedane mededeeling heeft Mej, Jeanette Coops, geboren te Apeldoorn 21 October 1901, won. Zeist Aristoteleslaan 40, gekleed met grijs-bruine lange mantel, bruin hoedje, bruine lage schoenen, ongeveer 1.70M lang, groote tanden en neus, eenigzins lang gelaat, bruine handschoenen, bril met bruin hoornen monteur, met haar damesrijwiel, voorzien van verchroomd stuur en velgen en tasch aan het stuur, hedenmorgen omstreeks 8.45 uur haar woning verlaten, voorgevende naar DR. Hooykaas aan de Krullelaan alhier te gaan, alwaar zij niet is geweest, en is tot op heden niet teruggekeerd, zoodat haar huishoudster mej. Grietje de Vrijer zich over haar ongerust maakt. Zoo noodig is de huishoudster te bereiken per telefoon bij Dr. Blanken, Homeruslaan 1 alhier. Tel. 4073. Bij Ortscommandantur is van aanhouding van Mej. Coops niets bekend.’

Jeanette Coops brengt Hanny diezelfde avond naar haar eerste onderduikadres, Slotlaan 239 (tijdens de bezetting 57). Jan Coops, die zich heen en weer beweegt tussen Amsterdam en Zeist, is ook ‘opvoeder’. Hij leest Hanny later ernstig de les, als ze zich volgens hem niet correct gedraagt bij een onderduikgeefster in Amsterdam. Op deze manier komt ze volgens hem nergens meer onder dak.

Aristoteleslaan 40 is weliswaar geen onderduikadres geweest, maar wel een belangrijk doorgangsadres. Broer en zus Coops bemiddelen actief bij onderduik. In november komt de Sicherheitspolizei Jan Coops op het spoor. Uit het dagrapport van de Zeister gemeentepolitie op maandag 8 november 1943:

‘11.15 uur Verzocht de Sipo Amsterdam (toestel 41) vast te stellen de personaliên van Prof. Coops, won. alhier aan de Aristoteleslaan (34?). Bij inf. b.d. Afd. Bevolking bleek een Prof Coops daar niet bekend te zijn, doch wel een mej. Jeanette Coops, geb. te Apeldoorn 23 oct 1901, zonder beroep, ongehuwd, won. Aristoteleslaan 40. Dit medegedeeld aan de Sipo.’.

Nog diezelfde maand wordt Jan Coops gearresteerd, als hij probeert naar Engeland te ontkomen. Het lukt de LO niet om hem vrij te kopen en hij wordt achtereenvolgens gevangengezet in Scheveningen, Vught, Utrecht en ten slotte in Remscheid-Lütteringhausen in Duitsland. In 1945 zal Jan Coops in slechte conditie door de Amerikanen bevrijd worden.

Na de bevrijding zal Jan Coops een actieve rol spelen als chef van de Amsterdamse Politieke Opsporings Dienst, die de berechting van politieke delinquenten voorbereidt. In Zeist is zijn zuster actief als het gaat om de belangen van voormalige illegale werkers. Later wordt hij rector-magnificus van de Vrije Universiteit. Als Coops na een mooie carrière met emeritaat gaat, vestigt hij zich ook weer op Aristoteleslaan 40. Hij overlijdt in 1969 en zijn zuster in 1975. Beider begrafenissen vinden conform hun wens in stilte plaats.

Bronnen:

  • Hanny Michaelis, ‘De wereld waar ik buiten sta’, oorlogsdagboek, deel 2, 264-265
  • Wikipedia, Jan Coops
  • Gemeentearchief Zeist, archief gemeentepolitie, toegang 3500, inventarisnummer 261, politiedagrapport 28 oktober 1944, en inventarisnummer 247, politiedagrapport 8 november 1943

1. Aristoteleslaan 40

2. Jan Coops

3. Hanny Michaelis

4. De tram Utrecht-Zeist en vice versa