Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 234-236)

De arrestatie op dit adres maakt deel uit van vier opeenvolgende arrestatie-acties op maandag 15 januari 1945:

  • Berkenlaan 7

  • Amalia van Solmslaan 37

  • Amalia van Solmslaan 65

  • Louise de Colignyplein 8,

waarna de in totaal tien gearresteerde joodse onderduikers op 23 januari 1945 bevrijd werden uit het politiebureau op Utrechtseweg 141

Onderduikers (gearresteerd):

  • Ernst Stein, gehuwd, stoffeerder (Herne-Westfalen-Duitsland, 29 juli 1900 – Amsterdam, 23 augustus 1952)
  • Hartog Bril, ongehuwd, slager (Amsterdam, 24 september 1924 – Rotterdam, 6 augustus 1966)
  • Alida Heijmans, ongehuwd, winkelierster (Utrecht, 11 juni 1899 – Amsterdam, 1 april 1990)

Onderduikgevers:

  • Jerfaas de Jong, lijstenmaker (Utrecht, 8 februari 1918 – Driebergen, 24 oktober 2001), en
  • echtgenote Adriana Johanna de Jong-Gille (Rotterdam, 4 juni 1919 – onbekend)

Kinderen (1944, 1945)

Op Dolle Dinsdag 5 september 1944 is een aantal joodse dwangarbeiders van de Sicherheitsdienst in het Lyceumkwartier weggelopen. In de ontstane paniek heeft niemand meer acht op ze geslagen. Een van de ontsnapten, de 44-jarige Ernst Stein, is uiteindelijk via de jodenhelper Kees Kirpensteijn in januari 1945 terechtgekomen op Amalia van Solmslaan 65, bij het echtpaar Jerfaas en Adriana de Jong-Gille.

Daar zitten dan sinds kort twee andere joodse onderduikers. Bij de zus en zwager van onderduikgever De Jong, het echtpaar Jacobi-de Jong, zijn op 18 augustus 1944 twee joodse jongetjes gearresteerd. Desondanks heeft Jerfaas de Jong toch onderduikers in huis genomen.

Ernst Stein is pas twee dagen op Amalia van Solmslaan 65, als daar op maandagavond 15 januari omstreeks half tien onbekende mannen op de voordeur bonzen. Het zijn Dick Verbaan en Henk ‘de platte’ Westerdijk van het Judenreferat IV B 4 van de Sicherheitsdienst in Den Haag.

Ze hebben die dag zeven joodse onderduikers gearresteerd in Zeist en hebben zich voor nachtlogies vervoegd bij de Ortskommandant in Zeist. Die wilde echter hebben, dat ze eerst assistentie zouden verlenen aan een belangrijke actie van de Feldgendarmerie (ook wel Grüne Polizei genoemd). Het ging om een actie tegen illegale werkers en mogelijk om een onderzoek naar geheime zenders. Verbaan en Westerdijk hebben eerst geweigerd, want dat is hun werk niet, maar toen de Ortskommandant hen liet weten dat er ook enkele joodse onderduikers gearresteerd moesten worden, kwam de zaak anders te liggen. Verbaan en Westerdijk zijn meegegaan met een groep van de Feldgendarmerie en staan nu dus voor de deur bij Amalia van Solmslaan 65.

De joodse onderduikers op Amalia van Solmslaan 65 zijn verraden. Ernst Stein en Hartog Bril weten nog snel in de schuilplaats te kruipen. Als Adriana de Jong-Gille de deur opent, blijken de onbekende mannen medewerkers van de Sicherheitsdienst te zijn. Ze roepen tegen haar zoiets als: ‘U heeft joden in huis’. Bij hun onderzoek vinden ze de schuilplaats en roepen ze dat de onderduikers tevoorschijn moeten komen. Als die niet reageren, lossen de overvallers enkele schoten in de schuilplaats, zonder dat ze Hartog Bril of Ernst Stein raken. Laatstgenoemden willen via de in de tuin uitkomende nooduitgang van de schuilplaats weg zien te komen, maar als Stein het luik van de nooduitgang oplicht, ziet hij, dat de woning door vijf ‘Grünen’ omsingeld is. Ze zitten in de val. Als Verbaan en Westerdijk binnen roepen dat ze een handgranaat in de schuilplaats zullen gooien, kruipen Stein en Bril via de nooduitgang uit de schuilplaats, waarna ze door de Feldgendarmerie gearresteerd worden. Verbaan en Westerdijk komen ook de tuin in en nemen de twee arrestanten na fouillering mee naar binnen.

Alle inwoners van Amalia van Solmslaan 65 moeten hun persoonsbewijs laten zien. De Utrechtse Lida Heijmans, die deze maand naar dit onderduikadres is gekomen, wordt door Henk Westerdijk gevraagd hoe ze heet en of ze jodin is. Ze geeft de naam Hermans op, in overeenstemming met haar valse persoonsbewijs, en ontkent dat ze joods is. Daarop krijgt ze een klap in haar gezicht, waarna haar dezelfde vragen worden gesteld. Lida Heijmans blijft bij haar eerste antwoord, waarna ze opnieuw een klap in haar gezicht krijgt. Dit herhaalt zich een paar keer, maar de onderduikster houdt vol dat ze de waarheid spreekt.

Dick Verbaan vraagt op zijn beurt Ernst Stein naar zijn persoonsbewijs en naam. Die overhandigt zijn valse persoonsbewijs, op naam van ‘Michiel Bruins’ en zegt dat hij zo heet. Na een blik op het persoonsbewijs geeft Verbaan zijn arrestant een klap in het gezicht. En dan blijkt dat er inderdaad verraad in het spel is, want hij roept: ‘Wat zeg jij daarvan, Bruins? Stein ben jij!’ Op de vraag waar het valse persoonsbewijs vandaan komt, zegt Ernst Stein dat hij dat zelf gemaakt heeft. Verbaan blijkt goed geïnformeerd, want hij wil weten waar de andere ontsnapte dwangarbeiders van de Sicherheitsdienst uit het Lyceumkwartier zijn gebleven. Als Ernst Stein zegt dat hij dat niet weet, begint Verbaan hem te mishandelen, door hem tot bloedens toe in zijn gezicht te slaan. Daarbij sneuvelt het kunstgebit van Ernst Stein.

Met ontsteltenis heeft de jonge Hartog Bril het verhoor van Stein gadegeslagen. Later zal hij daarover het volgende verklaren: ‘…Verbaan gaf Stein daarop een slag in zijn gezicht en toen vroeg hij hem nogmaals naar zijn naam, waarop Stein dezelfde naam opgaf als eerst en volhield, dat dit zijn werkelijke naam was. Stein is daarop door Verbaan op een verschrikkelijke manier geslagen en gestompt met als gevolg, dat hij bloedend aan zijn mond gewond werd.’ Nu volgt het verhoor van Bril. Hij wordt afgezonderd in een klein kamertje. Hij moet vertellen wie voor zijn onderhoud en zijn distributiepapieren zorgt. Als hij zegt dat hij dat niet weet, begint Dick Verbaan hem te slaan en te stompen, terwijl zijn collega Westerdijk met een revolver in de hand toekijkt. Als Hartog Bril op de grond valt, wordt hij getrapt.

Dan stoppen de verhoren. Verbaan en Westerdijk nemen de drie joodse arrestanten hun bezittingen af, die ze in de handtas van Lida Heijmans stoppen. Als de SD’ers met de onderduikers en onderduikgever Jerfaas de Jong de woning verlaten, pakt Lida Heijmans haar handtas terug. Daarop krijgt ze van Dick Verbaan een harde klap tegen haar hoofd, terwijl hij haar de tas weer afneemt.

De arrestanten worden naar de Ortskommandantur gebracht, waar de Ortskommandant tegen Dick Verbaan zegt dat de Sicherheitsdienst wel belang zal stellen in Ernst Stein, omdat die betrokken is geweest bij de groepsontsnapping op Dolle Dinsdag. Verbaan wil echter eerst zelf Stein horen, in verband met de herkomst van zijn valse persoonsbewijs. De Ortskommandant gaat daar mee akkoord.

Verbaan en Westerdijk brengen hun arrestanten om 22.30 uur van de Ortskommandantur naar het politiebureau. Daar komt het aantal joodse arrestanten van deze dag op tien. Op last van de Ortskommandant moet onderduikgever Jerfaas de Jong de volgende ochtend om 8.30 uur vrijgelaten worden. Waarom is niet duidelijk.

Bronnen:

  • Zie Krullelaan 17, eerder – bewezen – onderduikadres Ernst Stein
  • Nationaal Archief, toegang 2.09.09, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), inventarisnummers 253, H.J. Verbaan, 98586-772 en 260, H. Westerdijk

1. Amalia van Solmslaan 65

2. Hartog (Harry) Bril

3. Ernst Stein

4. Alida Heijmans (rechtsonder) en familie