Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina’s 489-492; aangevuld)

Onderduikstertje:

  • Saartje Denneboom (Leek, 1 november 1926)

Helpers:

  • Ferdinandus Martinus Bosschart, vertegenwoordiger (Rotterdam, 30 maart 1903 – Zeist, 15 december 1982), en
  • echtgenote Agatha Johanna Bosschart-van der Zwalm (Rotterdam, 8 december 1904 – Zeist, 23 november 1983)

Kinderen (1937, 1941)

Onderduikgevers:

  • Willem Vermeer, gepensioneerd hoofdonderwijzer (Kampen, 8 december 1869 – Zeist, 5 april 1961), en
  • echtgenote Agatha Jacoba Vermeer-Boxman (Hardinxveld, 14 mei 1882 – Zeist, 14 januari 1963)

Op 17 september 1942 komen Selma (Saartje) Denneboom, haar moeder Eva Denneboom-Nathans en zuster Hertha per trein aan in Amersfoort. Ze begeven zich vervolgens naar Zeist, naar adressen die ze gekregen hebben van Ferdinand Bosschart uit die plaats. Bosschart doet op zijn eentje aan jodenhulp, zonder de steun van een illegale organisatie. Hij en zijn echtgenote, vrome Christenen, zien dat als hun menselijke plicht. Ferdinand Bosschart zal zelfs eens per week Hebreeuwse les gaan organiseren voor joodse kinderen uit de omgeving, tot dat te gevaarlijk wordt.

Selma Dennenboom wordt ondergebracht bij het echtpaar Vermeer-Boxman, op Amalia van Solmslaan 63. Zeventiger Willem Vermeer is een gepensioneerd schoolhoofd. Hij is in 1935 in Zeist komen wonen, afkomstig uit Brandwijk in de Alblasserwaard. Na het overlijden van zijn eerste echtgenote is hij in 1938 hertrouwd met de eveneens uit Brandwijk afkomstige Agatha Jacoba Boxman die hem in 1935 was komen verzorgen.

Als Selma afscheid neemt van haar moeder, die zelf ondergebracht wordt op Graaf Janlaan 108, vraagt Eva Denneboom-Nathans aan de onderduikgevers of ze Selma niet willen beïnvloeden op religieus gebied.

De woning Amalia van Solmslaan 63 staat in een buurt waar vooral oudere mensen wonen. Het onderduikstertje krijgt een eigen kamertje op de eerste verdieping. Ze noemt het echtpaar Vermeer-Boxman ‘oom’ en ‘tante’. Zelf heet ze voorlopig ‘Jannigje Adriana van Remmerden’, wat in het dagelijks leven Jannie wordt (zusje Hertha krijgt ook de achternaam ‘van Remmerden’). Overdag borduurt ze, of helpt ze met lichte huishoudelijke werkzaamheden. Het echtpaar heeft al iemand die schoonmaakt.

Er zijn contacten, met Ferdinand Bosschart en met een huisvriend, ene Paul, die van tijd tot tijd op bezoek komt, en Selma Dennneboom bemoedigt.

Gedurende haar onderduiktijd komt Selma wel buiten.

Bijvoorbeeld als ze in de rij staat met voedselbonnen om vlees te bestellen. Hoewel haar zusje Hertha, die een paar plaatsen achter haar staat, en zij niet op elkaar lijken, denkt iemand dat ze voorgekropen is. Iemand anders komt dan voor haar op, door te zeggen dat ze niet voorgekropen is.

Een andere keer lukt het haar niet om voor 18.00 uur binnen te zijn, maar een met haar onderduikgeefster bevriende winkelier verbergt haar dan.

Een andere ervaring is heel bijzonder. Achter de woning is een grote tuin en daar loopt ze soms rond. Op een dag ziet ze in de tuin van de buren een vrouw zitten, die een boek leest. Door het uiterlijk van de vrouw is ze ervan overtuigd dat het om een joodse vrouw gaat. Ze wil graag contact leggen en besluit een of ander deuntje te fluiten. Niet ‘Hope’ (nu het volkslied van Israël), want dat zou te gevaarlijk zijn, maar ‘The Song of Virtues’ volgens de bijzondere Nederlands-joodse melodie. Bij het horen van Selma’s gefluit springt de vrouw op en komt ze naar de tuin van de buren. Ze vertelt dat ze ondergedoken is op Amalia van Solmslaan 65. Het is Alida Heijmans (1899), een winkelierster uit Utrecht. De beide onderduiksters raken bevriend.

Kort voor de bevrijding worden twee Duitse officieren ingekwartierd bij het echtpaar Vermeer-Boxman. Selma Denneboom vraagt ze een keer naar de tijd, maar vermijdt verder contact met ze. Dat wil zeggen, van tijd tot tijd steelt ze wat eten van ze. Pas als ze opgehaald worden, vertelt een buurman ze dat Selma een joodse onderduikster was.

Ondanks al deze ervaringen blijkt dat onderduiken gevaarlijk is. De oudere zuster Ducie (Duifje) van de meisjes Denneboom is in Leek achtergebleven met haar echtgenoot Leo (Salomon Joël) van Essen. Ze zijn beiden gedeporteerd en zullen vermoord worden, Leo op 31 december 1943 in Auschwitz en Ducie op 22 maart 1945 in Bergen-Belsen. Leo’s broer Joël van Essen had het contact met helper Bosschart gelegd. Hij zat zelf ook ergens ondergedoken in Zeist – nog niet bekend is waar – maar is in november 1943 gearresteerd en op 11 januari 1944 gedeporteerd. Zijn leven zal op 15 maart 1945 eindigen in Bergen-Belsen.

Selma Denneboom haalt wel de bevrijding op Amalia van Solmslaan 63. Na de bevrijding gaat ze met zusje Hertha terug naar Leek. Moeder Eva Denneboom-Nathans wordt later met een taxi opgehaald door een bevriende buurman die een autohandel in Leek drijft. Ze is dan al ziek. Moeder en dochters emigreren naar Israël.

Selma Denneboom, alias ‘Jannie van Remmerden’ gaat daar na haar huwelijk Shulamith Navon heten. Ze komt met haar zuster Hertha, die inmiddels Tzvia Caspi heet, nog af en toe terug naar Nederland.

Bronnen:

  • Reddingsverhaal Yad Vashem voor Ferdinand Martinus en Agatha Johanna Bosschart-van der Zwalm
  • Zie Graaf Janlaan 108 en Oranje Nassaulaan 34, bewezen onderduikadressen van Hertha Denneboom
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-5500, register van illegalen: ‘Jannigje Adriana van Remmerden’
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Duifje en Leo van Essen-Denneboom
  • Digitaal joods monument, Duifje en Leo van Essen-Denneboom en Joel van Essen
  • Zie Amalia van Solmslaan 65, voor de onderduik en arrestatie Alida Heijmans
  • www.museumjoodseschooltje.nl (Leek), Informatie/educatie, Lesproject ‘Duifje en haar familie’, informatie over Joël van Essen
  • Interview met Selma en Hertha Denneboom in het Reformatorisch dagblad van 13 november 2015, ‘Joodse zussen herdenken vermoorde familieleden met Stolpersteine’ (door Rosanne de Boer)

1. Amalia van Solmslaan 63

2. Het gezin Denneboom-Nathans in juli 1942

3. Selma Denneboom en het echtpaar Vermeer-Boxman

4. Selma met het gezin Vermeer-Boxman in de tuin

5. Alida Heijmans (rechtsonder) en familie

6. De oudere zuster van Selma Dennenboom, Ducie is in Leek achter gebleven bij haar echtgenoot

7. Selma Denneboom (rechts) terug in Nederland en in Zeist