Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.
Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.
(Zie het Onderduikboek, pagina’s 233-234; aangevuld met details)
De arrestaties op dit adres maken deel uit van vier opeenvolgende arrestatie-acties op maandag 15 januari 1945:
-
Berkenlaan 7
-
Amalia van Solmslaan 37
-
Amalia van Solmslaan 65
-
Louise de Colignyplein 8,
waarna de in totaal tien gearresteerde joodse onderduikers op 23 januari 1945 bevrijd werden uit het politiebureau op Utrechtseweg 141
(Gearresteerde) onderduikers:
- Louis Gompers, agent in lederwaren (Amsterdam 5 maart 1902 – Los Angeles-VS, 22 oktober 1981)
- echtgenote Sara Gompers-Sturhoofd (Amsterdam, 4 februari 1904 – Los Angeles-VS, 25 februari 1995)
Onderduikgevers:
- Pieter Matthijs Jacobus Mol, gepensioneerd vertegenwoordiger papierhandel en kantoorbediende (Den Haag, 1 april 1883 – Amsterdam, 2 september 1953), en
- echtgenote Jansje Mol-van Dort (Amsterdam, 31 maart 1896 – Amsterdam, 10 juni 1955)
Twee zoons (1930, 1932)
De joodse Amsterdammer Louis Gompers heeft bij de Duitse inval een carrière als sportduiker achter de rug. Als zodanig heeft hij deelgenomen aan de Olympische zomerspelen van 1928, op het onderdeel drie meter springplank. Met zijn echtgenote Sonny (Sara) Gompers-Sturhoofd is hij vanaf 3 december 1942 ondergedoken op Amalia van Solmslaan 37, bij het echtpaar Mol-van Dort. Dat lijkt best riskant, want het kinderloze echtpaar is afkomstig uit het redelijk nabijgelegen Doorn, waar ze vanaf maart 1941 op Acacialaan 24B hebben gewoond. De illegale werkers op de Zeister gemeentesecretarie hebben hen op die datum en dat adres ‘gelegaliseerd’ als ‘Anton Lodewijk van der Hoek’ en ‘Anna Geertruida van der Hoek-van Doorn’.
Op maandag 15 januari 1945 zijn ‘Anna’ en haar schoonzuster ‘Johanna Oberheide-Land, die op Berkenlaan 7 ondergedoken zit, gearresteerd door medewerkers van het Judenreferat IV B 4 van de Sicherheitsdienst in Den Haag. Ze zijn om 16.00 uur die middag ingesloten op het politiebureau, zogenaamd wegens het vermoeden van zwarthandel.
Als Louis Gompers, die zich buiten de deur beweegt, omstreeks zes uur aankomt bij zijn onderduikadres, stoppen er gelijktijdig twee motoren. De berijders volgen Gompers naar de achtertuin. Daar spreken ze hem aan en vragen ze hem naar zijn papieren. Hij identificeert zich als ‘Van der Hoek’, maar de mannen nemen geen genoegen met zijn (valse) persoonsbewijs. Hij moet mee naar de Ortskommandant voor Zeist. Nadat de mannen – die zich bekend hebben gemaakt als Verbaan en Westerdijk – vanaf het bureau van de Ortskommandant navraag hebben gedaan naar ‘Van der Hoek’ arresteren ze hem. Hij wordt eerst overgebracht naar het gebouw van de Wachtdienst in Zeist, en om 22.30 uur naar het politiebureau in Zeist. Daar wordt hij ook ingesloten.
Gelijktijdig met hem worden nog drie joodse onderduikers op het politiebureau gebracht en ingesloten. De arrestaties zullen de volgende dag weer een vervolg krijgen, op de adressen Amalia van Solmslaan 65 en Louise de Colignyplein 8.
Overigens worden de onderduikgevers op Amalia van Solmslaan 37 verder ongemoeid gelaten. De reden daarvoor is niet bekend.
Het echtpaar Mol-van Dort verhuist op 20 november 1945 terug naar Amsterdam, na een verblijf van tien en een half jaar in Zeist.
Bronnen:
- Nationaal Archief, toegang 2.09.09, Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), inventarisnummers 253, H.J. Verbaan, en 98586-772 en 260, H. Westerdijk
- Gemeentearchief Zeist, 1499-5500, register van illegalen, ‘Anton Lodewijk en Anna Geertruida van der Hoek-van Doorn’
- Wikipedia, Louis Gompers
- Stadsarchief Amsterdam indexen, archiefkaarten van het echtpaar Mol-van Dort




